Zoals u wellicht weet speelt muziek een zeer belangrijke rol in mijn leven. Soms bekruipt me wel eens de angst dat ik als gevolg hiervan een wat eenzijdige gesprekspartner zou zijn, doch die beoordeling laat ik gaarne aan anderen over.
Ik merk echter wel dat het, meestal onbewust en soms zeer bewust, een soort van meetlat is waarlangs ik mensen meet. Dit is uiteraard niet terecht. Mijn vader is bijvoorbeeld totaal geen muziekliefhebber, maar je kunt absoluut een goed gesprek met hem hebben (zo goed, pa?)
Afgelopen zomer overkwam mij echter opnieuw wat mij al enkele malen eerder was overkomen. Tijdens een buitenbeurs kwam een groep Zuid-Europese dames voor mijn kraam staan. De meesten vonden het allemaal maar zó-zó, maar één ervan vroeg of ik misschien iets van David Sylvian had.
We raakten aan de praat, hadden het via Sylvian over Brian Eno en Phillip Glass enz. etc. en aan het eind van het gesprek was ik tot over mijn oren verliefd.
OK, toegegeven, ze was erg aantrekkelijk, maar dat was het niet. Ik kom op platenbeurzen maar weinig vrouwen tegen die een veelzijdige muzikale smaak hebben. Eigenlijk kom ik vrijwel geen vrouwen tegen, behalve achter mijn kraam. Om maar iets aan te geven: enige jaren geleden verzuchtte één van mijn vrouwelijke medewerkers na afloop van de beurs in Utrecht (de grootste platenbeurs ter wereld, 2,5 km stands): “Ik heb nog nooit in één weekend zó veel lelijke mannen gezien.” Deze uitspraak werd later nog door iemand anders aangevuld met: “En geróken”, want verzamelaars schijnen het ook met de hygiëne niet altijd even nauw te nemen.
Enfin, ik dwaal af. Uiteraard was mijn verliefdheid van korte duur. Tot aan het moment van afrekenen en daarna verdween zij weer in de mist mijner onvoltooide dromen, doch het zette mij aan het denken. Is muziek zodanig belangrijk dat er, ongeacht de persoon, liefde uit kan voortkomen? Muziek is emotie, dat is algemeen bekend en er is voor mij geen grotere afknapper mogelijk dan een dame die mij toevertrouwd dat ze de muziek van Sky radio altijd zo lekker ontspannend vindt, ik heb ooit drie weken gewerkt op een plek waar dit dagelijks aanstond en rende toen gillend de deur uit.
Ik had zo’n verliefdheid ooit extremer gehad. Toen ik in 1994 voor MCA werkte, deed men daar de promotie voor Noa, ofwel Achinoab Nini, een Joodse zangeres die een album had gemaakt geproduceerd door Pat Metheny. Een schitterend en gevoelig album met afwisselend nummers in het Hebreeuws en in het Engels. Ik ging naar een optreden van haar en viel als een blok. Wát een stem, wát een energie (ze speelde percussie). Ik durfde op slag na afloop van het concert backstage geen mond open te doen. Gelukkig maar, want haar volgende album viel verschrikkelijk tegen.
Men probeerde haar te lanceren als de nieuwe Celine Dion, iets dat Goddank niet gelukt is, en tegenwoordig speelt ze weer kleinschalige concerten voor de Joodse gemeenschap overal ter wereld.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten