woensdag 19 oktober 2011

RECESSIE



      
Wat is er toch misgegaan met de platenindustrie?
16 Jaar geleden was deze nog op het toppunt van haar bloei. Ik werkte toen zelf nog bij MCA, de zelfbenoemde “kleinste  major”. Tot dit selecte clubje behoorden alle maatschappijen die, minstens in de Westerse wereld, in vrijwel alle landen vestigingen hadden. Andere spelers van dit statuur waren, destijds, Mercury/Phonogram (tegenwoordige Universal), CBS/Sony (tegenwoordig Sony/BMG), EMI, BMG en Virgin. Excuus als ik er nog eentje vergeten ben. “Wij”waren dus de kleinste van het stel en, vonden mijn commerciële collega’s, waren redelijk eigenzinnig bezig.

Onder onze maatschappij vielen labels als Geffen (met artiesten als Nirvana, the Eagles en Guns ’n Roses), GRP (beter jazzwerk) en MCA (meer mainstream-artiesten). We werkten met 12 (later 14) mensen in een riante villa in de bossen rond Hilversum, velen hadden een auto van de zaak en allen hadden sowieso een riant salaris. Etentjes werden steevast gehouden in óf restaurants die erg duur waren óf zelfs kleine kasteeltjes werden afgehuurd om het personeel plus partners te feteren.

Ja, de geldkranen stonden voor zowel personeel, klanten als commerciële partners flink open en de geluidsbarrieres groeiden tot hoog in de wolken. Kortom: het kon niet op!!

En toen….toen kwamen er achtereenvolgens een flinke hoeveelheid fusies. MCA was één van de eerste slachtoffers die viel en kwam, met vele anderen, te vallen onder Universal. Ik had gelukkig kort voordien alweer verschil van mening over diverse zaken gehad en was uiteindelijk voor mezelf begonnen, omdat dit de zoveelste werkgever was waar ik te eigenwijs bleek.
Het gevolg van al deze fusies was dat er een klein aantal mega-maatschappijen ontstond waar men continu “targets”(moeilijk woord voor doelstellingen) kreeg opgelegd door iemand in het buitenland die hiervoor leiding had gegeven aan de stofzuigerafdeling van Philips en dus de ballen verstand van muziek had. Om deze doelen te halen kon men niet anders dan alleen nog op zeker spelen, zodat elke creatieve inbreng de nek om werd gedraaid en ook het laatste restje kwaliteit dat in de Nederlandse popcultuur nog restte te grabbel werd gegooid.

Vervolgens werd, toen het grote publiek zich massaal walgend afkeerde van de rommel die werd uitgegoten, de schuld gegeven aan “het downloaden”. Nu heeft dit zonder meer effect gehad op de verkoopcijfers, maar het is mijn stellige overtuiging dat men dit voor een flink deel had kunnen voorkomen door minder commerciële rommel uit te brengen en bovendien, indien men de prijs van CD’s belangrijk omlaag had geschroefd want dat was, en is nog, de grootste boosdoener.

Het probleem zit echter dieper: al die jaren hebben platenmaatschappijen meer geld gehad dan ze opkonden en ook op die voet geleefd. Nu echter de omzet gekelderd is, kan men zich er niet toe zetten om de salarissen en de voorwaarden van het personeel, inclusief vooral de managers, meer realistisch te maken. Ook de kantoorlokaties zijn nog even prestigieus als destijds, terwijl dit best een paar flinke tanden minder kan.

En, eigenlijk is dit het verhaal van onze gehele economie. Het volk en dus ook de politici die door dit volk gekozen zijn, wil maar niet beseffen dat het over is. Heel veel economen zijn het er inmiddels over eens dat doorgaan op deze wijze, met economieen die op lucht lopen, totaal onverantwoord is. Zolang echter de mensen door willen gaan met ongebreideld consumentisme en dit ook aan hun kinderen meegeven, zal niemand het lef hebben de stekker er uit te trekken.
En zo dobberen we dus uiteindelijk de economische afgrond in, net als de grote platenmaatschappijen.


zondag 16 oktober 2011

IT’S BETTER TO BURN OUT THAN TO FADE AWAY



Onwijze woorden die ooit werden gesproken door één van de leden van The Who, Pete Townshend of Roger Daltrey, ben even kwijt wie het was. De ironie wil dat uitgerekend deze twee leden van deze oer-groep nog in leven zijn, inmiddels verre zestigers of beginnende zeventigers. En juist de andere twee zijn inmiddels overleden, John Entwistle enkele jaren terug na een leven van overmatig drinken en roken en Keith Moon…ach…Keith Moon was zo’n jongen die het publiek gaf wat het wilde. Een “legendarische dood” dus, veel te jong. Sufferd.

Overigens lijken genoemde Pete en Roger best tevreden met hun huidige leven. Ze maken af en toe nog een plaatje, treden hier of daar nog eens op en rommelen lekker door. Om het geld hoeven ze niets meer te doen, want ze zijn opgegroeid in de tijd dat muzikanten nog iets overhielden aan hun verrichtingen, iets wat tegenwoordig vrij ondenkbaar is.

En zo schrijdt de tijd dus voort, de laatste veteranen uit de eerste wereldoorlog zijn ons inmiddels ontvallen, de laatste van de tweede wereldoorlog zullen weldra volgen en tegelijk vermoedelijk de laatste iconen van de zestiger jaren. Dit laatste vanwege het feit dat ze toch iets minder gezond hebben geleefd (met uitzondering van Paul McCartney) dan voor een mens goed is.

En dan…..wordt het toch een stuk stiller op aarde. Want juist omdat die “ouwe knarren” niks meer voor het geld hoeven te doen, maken ze soms wondermooie platen. Johnny Cash heeft zijn laatste jaren nog een paar van zijn beste albums afgeleverd, Lee Hazlewood (jawel die van “These boots are made for walking”) maakte zijn mooiste plaat in 40 jaar ook 5 jaar terug en onlangs werd een erg mooie plaat uitgebracht van Glen Campbell. Deze Rhinestone Cowboy was in de jaren 70 een grossier in suikerzoete countryballads en werd min of meer verguisd door de “echte” country-liefhebbers. De jaren erna is hij platen blijven maken maar zonder de impact uit zijn gloriedagen.

En toen…net toen een heleboel artiesten zijn muziek begonnen te herontdekken en op waarde te schatten, werd bij hem alzheimer geconstateerd.
Vermoedelijk ging het nieuws rond in artiestenkringen en werd vervolgens door één van zijn bewonderaars een voorstel gedaan om gezamenlijk een plaat op te nemen. En natuurlijk werd de platenmaatschappij erbij gehaald die onmiddellijk dollartekens zag. En nu ligt er dus een plaatje, getiteld “Ghost on the Canvas”. Er werd op meegewerkt door Billy Corgan (Smashing Pumpkins), Jon Spencer (blues explosion) en zo nog een paar erg credible artiesten.
En het is een mooi plaatje! De stem van de 75-jarige Campbell heeft nog niets aan zeggingskracht ingeboet. Maar het is tevens een wrang plaatje. Wetend dat de man zo ongeveer het tegendeel tegemoet gaat van de hierboven gedane stelling in de titel. Want geloof me: als er één ziekte is waarbij je wel degelijk wegkwijnt in plaats van opbrandt dan is dat wel alzheimer.

Enfin…ik wil het hierbij laten:

“One thing I know
The world's been good to me
A better place,
Awaits you'll see”

(Glen Campbell & Julian Raymond 2011)

zondag 2 oktober 2011

KRAKENDE AKKOORDEN




Onlangs was het weer eens zo ver: een zanger, wiens debuutalbum ik destijds, een jaar of 9 geleden, helemaal heb stukgedraaid en die sindsdien bij mij wel wat potjes kan breken, kwam naar Nederland. En om het allemaal nog erger te maken kwam hij ook nog naar Volendam, dus ik kon ineens niet om hem heen. In alle kranten en blaadjes werd wel even gepraat over Tom McRae, de zanger in kwestie. En ook op Facebook en in het echte leven trof ik ineens een hoop mensen die hem ineens ontdekt hadden.

Zoals u wellicht inmiddels weet ben ik op het gebied van de populaire muziek nogal een fanatiek, ja, welhaast snobistisch, verzamelaar en luisteraar. En zoals alle liefhebbers van “de betere popmuziek” wil ik mijn helden zoveel mogelijk voor mezelf houden. Het is een raar psychologisch fenomeen, maar ik weet dat velen met mij er last van hebben. Een voorbeeld: tot op de dag van vandaag wordt het album “Misplaced Childhood” van Marillion (ja, da’s die met Kayleigh erop, die mooie rockballad uit de eighties) door de “echte Marillion-fans” beschouwd als een slap aftreksel van de voorgaande albums. Dat ze op de vorige twee nog enigszins stuurloos zwalkten, weliswaar goeie nummers afleverden, maar nog geen coherent geheel, wat een album toch zou moeten zijn, doet er verder niet toe. Het feit dat dit album, en zeker “die draak Kayleigh” een grote hit werd zorgt ervoor dat ineens iedereen het leuk vond, waardoor het niet exclusief meer was.

Zoals gezegd: zelf heb ik het de afgelopen jaren meermalen gehad met bands als Sigur Ros (1e album kocht ik in 1999), Midlake (2006), Elbow (2001), Muse (1999) en Radiohead (1992). Allemaal bands die gedurende de afgelopen 3 jaar (wel, Radiohead en Muse wat langer) definitief bij een groter publiek binnen kwamen en, inderdaad, het gevoel was grotendeels verdwenen….

Gelukkig heb ik afgelopen jaar ook meegemaakt dat het anders kan. Eind 2010 werd bekend gemaakt dat na een aantal jaren afwezigheid van de internationale podia de band “Godspeed You Black Emperor” weer zou gaan touren. Er zou in maart een optreden in Paradiso zijn en tot mijn grote vreugde lukte het me (nou ja, een goede vriendin van me) om een kaartje te bemachtigen. Deze band wordt door de kenners gezien als één van de aartsvaders van de moderne Postrock, een stroming die veelal instrumentaal is en zich kenmerkt door heel zachte en verschrikkelijk harde passages in de muziek. Dit, gelardeerd met heel bijzonder geluidsfragmenten, maakt de muziek in mijn ogen erg spannend en ik ben dan ook al jaren fan.
En hoeveel jaren? Wel, begin 1998 kocht ik op Schiphol een exemplaar van “Record Collector”, een Engels blad met heel veel achtergrondverhalen. Hierin stond een groot artikel over  een geheimzinnige band uit Toronto, Canada, welke uit de krakersbeweging voortkwam, alles in collectief deed, een eigen label had en alles gelijkelijk verdeelde. Ook muzikaal werd het spannend beschreven, dus mijn interesse was gewekt. Kort daarna ben ik dus muziek van ze gaan kopen en…enfin….de rest is geschiedenis. Ik had ze alleen nog nooit zien optreden en dat kon ook niet, want in 2007 gingen ze uit elkaar.
Terug naar vorig jaar: toen bekend werd dat ze eenmalig naar Nederland zouden komen kwamen ineens uit alle hoeken en gaten liefhebbers tevoorschijn en ontstond een heuse hype. Ook nu had ik de pest in, omdat ineens grut van 18 zich ging bemoeien met een band die al bestond toen ze nog in de luiers rondliepen. Het concert maakte echter ontzettend veel goed. Dit was van zodanig hoge kwaliteit dat ik geen enkele weerzin meer had tegen al die late instappers.
Integendeel: wat mij betreft worden ze ingelijst in één of andere hall of fame. Alleen vraag ik me af of men ze dan nog kan vinden, want naar verluid bewonen ze inmiddels weer een kraakpand in Canada…