De fles ligt in de deur van de koelkast. Op zijn kant
want omdat we weinig koffiemelk gebruiken kopen we het altijd in kuipjes. Maar
dit is dus in een fles.
Drie weken geleden zat hij nog vol. Hij stond in een
kastje boven de koelkast, op voorraad. In de betreffende koelkast stond er nog
eentje, daar wel, met een restje erin. Die liet ik toen staan, misschien konden
we het nog gebruiken als we een keer in het huis waren.
Maar we dronken steeds thee als we er waren de afgelopen weken.
Beetje vreemd, als ik voordien bij je op bezoek kwam, eens per week, zetten we
altijd 4 kopjes koffie, cafeïne-vrij, dat wel.
Jij een kopje met koffiemelk en een zoetje, ik alleen
koffiemelk, de suiker had ik 4 jaar geleden afgezworen, alleen die melk was
nodig. Voor de smaak.
Uiteindelijk nam ik de fles met het restje dus mee naar
huis en goot het restje over in de fles die ik al van je had meegenomen. Ja,
toch wel van jou. Jij had die koffiemelk nog gekocht, bij de Plus. En dus in de
voorraadkast gezet, in de wetenschap dat je dan met een week of 2 een andere
fles zou kopen.
Net als de pakken koffie, cafeïne-vrij dus, die je op
voorraad had. Uit alles bleek dat het onderhanden voorraad was, dat hierna het
leven ongehinderd zou doorgaan.
En nu, nu pak ik die fles. Uit onze koelkast. Ik doe een
wolkje in mijn koffie. En nog één, de koffie, niet cafeïne-vrij, is iets te
sterk.
Als bij donderslag komt er een gedachte in me op: met
deze paar druppels koffiemelk verdwijnt weer een piepklein stukje in de tijd.
Die tijd, waar we op donderdagavond eerst wat gingen eten, vaak rijst met een
vispotje van de markt. En frisse sla, vaak tenminste. En een potje oud bruin,
2,5%, dus dat kon wel, ondanks dat ik nog moest rijden. Je vertelde dan aan
tafel waar je mee bezig was, het bouwpakket van het bottertje dat je van een
buurman had gekregen, de oudere dame waarvan je de klok gerepareerd had (“zat
gewoon een hoop vuil in, toen ik er wat rommel in spoot liep-ie alweer, zij
blij, ik hield er een lekker recept voor gehaktballen aan over”), het aantal
verkochte boeken, je was trots dat de eerste (jazeker, de eerste) druk bijna
uitverkocht was. En je was in Zutphen geweest bij een klant, ze hadden
problemen met een feeder, je legde geduldig uit hoe het ding werkte en waarom
het schakelaartje niet helemaal goed functioneerde (“die sufferds hadden de
bedrading verkeerd om weer vast gemonteerd”).
We ruimden de vaatwasser in, de lege bierflesjes gingen
vast in het voorvak van de boodschappentas en de koffie ging dus aan. Als we
dan in de voorkamer zaten, jij met je zoetje en wij beiden met onze koffiemelk,
gingen de gesprekken verder. De Vlaamse mevrouw die een boek schreef over de
geschiedenis van Bruynzeel in Suriname, je had haar in contact gebracht met een
oud-collega daar, ze zou erheen gaan. En over het sleepvaartmuseumpje op de
Azoren, waar je je model van de Zwarte Zee heen gezonden had, een beetje tot
mijn spijt. Het motortje van de Hoorn 20 dat je samen met je vriend Johan
reviseerde. Je contact met je vriend Bob en dat je misschien alsnog naar
Ijsland zou gaan. En ook de zeesleper Holland, die vanuit Harlingen naar
Kopenhagen en de Oostzee op zou varen. Plannen, veel plannen. Normandië, met
een boot van Maastricht naar Reims, misschien nog eens naar de Azoren…..
Maar de laatste druppel deed het hem. Ineens was alles,
in plaats van toekomstig, verleden tijd geworden.
En met iedere druppel, ieder flesje, ieder potje dat we
uit je huis haalden komt dat verleden weer een druppeltje, een hapje, een dag,
verder te liggen.
Jij bleef achter, voor altijd, op die 15e mei
2019. En wij….we nemen nog een kop koffie….pakken een kuipje. Want de fles….is
leeg….