Op de snelweg. Het raam open. Uiteraard een CD op. Hard.
Natasha Atlas. Niet zozeer omdat ik haar zo fantastisch vind maar meer omdat ik
hoop de enige Hollander te zijn die haar hard draait terwijl hij zijn raam open
heeft op de snelweg. Ik weet het: beetje kinderachtig.
En zo doorkruis ik het land langs ’s Heerenwegen en ’s
Hertogenbosch, zoekend naar een mooie plek waar ik mijn muziek kan uitstallen
en aardige mensen kan ontmoeten. Want dat zijn het.
Allemaal aardige mensen, die muziekliefhebbers. Sommigen
lang van stof, uitweidend over lang gezochte albums van Jan Akkerman en Vitesse
en hun voorliefde voor Nietsche voor het slapengaan.
Anderen op zoek naar die ene niet meer verkrijgbare
plaat, maar dan wel voor luttele euro’s want, zo betogen zij luidkeels aan een
ieder die het niet horen wil: Met de euro zijn we destijds allemaal belazerd.
Ook zijn er diegenen die hardnekkig blijven beweren dat
alle goede popmuziek is gemaakt tussen 1966 en 1972. Tja, Chris Andrews, Middle
of the Road, Tom & Dick, de Heikrekels…..maar goed, ik laat ze in hun wanen
en knik goedmoedig.
Ik hoor dit alles dus aan, denk er het mijne van, plaats
hier en daar een plaagstoot en houd van ze, al die muziekliefhebbenden.
Maar soms word ik getroffen door een onverwachte
ontmoeting. Een jongetje, amper boven de kraam uitkomend, jaar of 7, dat vraagt
waar Jimi Hendrix staat. Ik kijk hem in zijn donkere ogen, enigszins vertederd,
en troon hem mee naar het vakje. Zal hij wel van zijn opa gehoord hebben….
Hij neemt de geboden waren door en kijkt me aan met een
vragende blik. “Zoek je nog iets anders?” vraag ik. “Nou, deze heb ik allemaal al”, repliceert de
net-niet-meer-kleuter. “Heeft u misschien ook iets van Stevie Ray Vaughan?”
Enigszins van mijn stuk gebracht neem ik hem mee, een
stuk verder, de letter V. “Maarreh….hoe ken jij Stevie Ray Vaughan???” vraag ik
hem. Een jochie van die leeftijd, net Piet Piraat ontgroeid, mag zich
bezighouden met Kinderen voor Kinderen, misschien zelfs Elvis als hij
muziekbewuste ouders heeft, maar niet een al 20 jaar dode grootheid op
bluesgebied die alleen onder liefhebbers een redelijke status heeft….dat is
tegen-natuurlijk, wil ik haast denken…
Naast hem duikt zijn vader op, een meneer in een mooie
lange leren jas, die, ik kan niet anders zeggen, terecht trots naar zijn zoon
kijkt en zegt: “Ja, hij heeft net een paar muziekboeken gekregen waar nummers
van Stevie Ray Vaughan in staan en hij probeert die zelf te spelen op zijn
gitaar.”
Ja…..natuurlijk, dat kan gebeuren, andere kinderen zijn
nog bezig voor hun zwemvaardigheid B, maar deze soleert al als ware hij Jeff
Buckley himself. Enfin, die had ook zijn B niet…
Uiteindelijk verkoop ik hem “Texas Flood” en ik kan toch
niet nalaten te denken: “Gelukkig, dit album heeft echt iedereen al, maar hij
had hem dus nog niet!”
Als ik aan het eind van de dag de boel weer in de auto
opstapel zie ik het jochie met een flinke stapel platen en CD’s van het plein
af lopen. Gelukkig draagt zijn vader zijn tassen. Want hoe graag hij ook heel snel een grote
wil worden, hij heeft nu nog even heel veel hulp nodig om al die wonder-verwachtingen
in goede banen te leiden.
Ik hoop maar dat hij een sterke vader heeft.