dinsdag 11 juni 2013

WONDERKIND





Op de snelweg. Het raam open. Uiteraard een CD op. Hard. Natasha Atlas. Niet zozeer omdat ik haar zo fantastisch vind maar meer omdat ik hoop de enige Hollander te zijn die haar hard draait terwijl hij zijn raam open heeft op de snelweg. Ik weet het: beetje kinderachtig.

En zo doorkruis ik het land langs ’s Heerenwegen en ’s Hertogenbosch, zoekend naar een mooie plek waar ik mijn muziek kan uitstallen en aardige mensen kan ontmoeten. Want dat zijn het.
Allemaal aardige mensen, die muziekliefhebbers. Sommigen lang van stof, uitweidend over lang gezochte albums van Jan Akkerman en Vitesse en hun voorliefde voor Nietsche voor het slapengaan.
Anderen op zoek naar die ene niet meer verkrijgbare plaat, maar dan wel voor luttele euro’s want, zo betogen zij luidkeels aan een ieder die het niet horen wil: Met de euro zijn we destijds allemaal belazerd.
Ook zijn er diegenen die hardnekkig blijven beweren dat alle goede popmuziek is gemaakt tussen 1966 en 1972. Tja, Chris Andrews, Middle of the Road, Tom & Dick, de Heikrekels…..maar goed, ik laat ze in hun wanen en knik goedmoedig.

Ik hoor dit alles dus aan, denk er het mijne van, plaats hier en daar een plaagstoot en houd van ze, al die muziekliefhebbenden.

Maar soms word ik getroffen door een onverwachte ontmoeting. Een jongetje, amper boven de kraam uitkomend, jaar of 7, dat vraagt waar Jimi Hendrix staat. Ik kijk hem in zijn donkere ogen, enigszins vertederd, en troon hem mee naar het vakje. Zal hij wel van zijn opa gehoord hebben….
Hij neemt de geboden waren door en kijkt me aan met een vragende blik. “Zoek je nog iets anders?” vraag ik.  “Nou, deze heb ik allemaal al”, repliceert de net-niet-meer-kleuter. “Heeft u misschien ook iets van Stevie Ray Vaughan?”

Enigszins van mijn stuk gebracht neem ik hem mee, een stuk verder, de letter V. “Maarreh….hoe ken jij Stevie Ray Vaughan???” vraag ik hem. Een jochie van die leeftijd, net Piet Piraat ontgroeid, mag zich bezighouden met Kinderen voor Kinderen, misschien zelfs Elvis als hij muziekbewuste ouders heeft, maar niet een al 20 jaar dode grootheid op bluesgebied die alleen onder liefhebbers een redelijke status heeft….dat is tegen-natuurlijk, wil ik haast denken…

Naast hem duikt zijn vader op, een meneer in een mooie lange leren jas, die, ik kan niet anders zeggen, terecht trots naar zijn zoon kijkt en zegt: “Ja, hij heeft net een paar muziekboeken gekregen waar nummers van Stevie Ray Vaughan in staan en hij probeert die zelf te spelen op zijn gitaar.”
Ja…..natuurlijk, dat kan gebeuren, andere kinderen zijn nog bezig voor hun zwemvaardigheid B, maar deze soleert al als ware hij Jeff Buckley himself. Enfin, die had ook zijn B niet…
Uiteindelijk verkoop ik hem “Texas Flood” en ik kan toch niet nalaten te denken: “Gelukkig, dit album heeft echt iedereen al, maar hij had hem dus nog niet!”

Als ik aan het eind van de dag de boel weer in de auto opstapel zie ik het jochie met een flinke stapel platen en CD’s van het plein af lopen. Gelukkig draagt zijn vader zijn tassen.  Want hoe graag hij ook heel snel een grote wil worden, hij heeft nu nog even heel veel hulp nodig om al die wonder-verwachtingen in goede banen te leiden.
Ik hoop maar dat hij een sterke vader heeft.

maandag 3 juni 2013

Een mooi verhaal




De psyche van een verhalenverteller zit soms vreemd en zelfs enigszins vermoeiend in elkaar. Zo kan zijn fantasie ineens beroerd worden door een ogenschijnlijk willekeurige indruk en op hol slaan.
De verhalen die dan ontstaan zijn soms hilarisch, soms droef tragisch en soms….enfin, het is een aardige bron van vermaak en op zijn minst houdt het je van de straat.

Zo stiet ik afgelopen week ineens op een foto van Michel Fugain. Deze meneer beleefde zijn 15 minuten roem lang geleden, aan het begin en in het midden van de jaren 70 van de vorige eeuw.
Eigenlijk kende ik hem alleen nog maar van het vrolijke liedje “Ring-et-ding”, gravend in mijn geheugen zie ik een vrolijke baardaap met een bonten kraagje rond zijn schouders (het kunnen ook veren geweest zijn) en een heleboel hippe Franse vogels die het koortje vormden, de ene nog zwieriger gekleed dan de ander. De enige reden dat het voor mij niet echt een meezinger was, behalve wellicht fonetisch, was dat ik destijds het Frans nog minder machtig was dan tegenwoordig.

Eigenlijk was ik de man al volledig vergeten, ware het niet dat ik vorig jaar een hele mooie versie hoorde van “La Belle Histoire”, uitgevoerd door Gerard-Jan Alderliefste. Ik wist echter dat dit niet het origineel was, er was ooit, in de tijd dat ik nog in korte broek liep, een mooie “echte” Franse versie geweest. YouTube is geduldig en na enige rake meppen op mijn toetsenbord kwam dus meneer Fugain bovenborrelen.

En toen gebeurde het: ineens gingen er laatjes open in mijn geheugen waar dus het tafereel met l’oiseaux zoals hierboven beschreven uit tevoorschijn kwam. Tevens draaide ik een oude opname waar hij het nummer zelf uitvoerde tijdens een Franse TV-show in 1972 of 1973. En voorts zag ik een foto van de man die hij nu is. En het trof mij diep….de ooit zo mooi-ogige, frisse jongeling, ogen om in weg te dromen en zelfs de donkere baard kloppend bij zijn gelaat was een oude man geworden, de ogen, ooit vol levenslust de liefde voor het leven bezingend, waren bijkans uitgedoofd.
Hier stond een man getekend door het leven. En ik hoorde hem die prachtige tekst zingen, het maar half verstaand (want zo goed is mijn Frans nog steeds niet) maar tussen de regels gewag makend van alle beloften die aan de jeugdigen zijn voorbehouden. Beloften van liefde, van vogels, van mooie dingen, van natuur, kortom: de belofte dat het leven nog moet beginnen en alleen maar goeds zal brengen.

En daar was hij, 40 jaar later, de belofte voorbij, de toekomst achter hem, wie kon hem nog helpen zijn liefde, zijn leven en zijn lusten terug te krijgen???

Op zulke momenten zit ik even heel stil en denk…..

Ik zet een kop thee, overweeg wat ik met deze wetenschap moet en…schrijf. En terwijl ik dit schrijf weet ik dat de man weliswaar veel verder is, een hoop tegenslagen heeft gekend, zijn jongste dochter verloren is, maar hij leeft!
Enkele jaren geleden maakte hij, voor het eerst in bijna 20 jaar, weer een album en zelfs nu nog treedt hij regelmatig op, zowel binnen als buiten Frankrijk. Inmiddels 71 jaar is hij, gelukkig, mijn fantasie dus ontstegen en is nog altijd één der beste chansonniers die Frankrijk in de 20e, en ja, ook de 21e eeuw heeft voorgebracht.