maandag 27 december 2010

DONKERE DAGEN EN KOUDE KLANKEN



Ik ben een kind van de jaren 80, vanaf 1979 volg ik bewust de popmuziek. In die tijd kwam praktisch alle populaire muziek nog uit Engeland en, in iets mindere mate, uit Amerika. Uiteraard werd ook in Nederland muziek gemaakt, maar er waren slechts een handvol écht goede bands en de, in mijn ogen onbegrijpelijke, voorliefde voor het  “volkse repertoire” had nog geen opgang gemaakt, enkele produkties van Pierre Kartner daargelaten.
Een band als Abba was dan ook in die zin een vreemde eend in de bijt, omdat ze uit het exotische Zweden kwamen. Nu was dit nog enigszins verklaarbaar doordat ze het Eurovisie songfestival hadden gewonnen, u weet wel, dat festival waar Nederland tegenwoordig keer op keer door het ijs zakt wegens gebrek aan zelfs commercieel talent, maar toch…

In 1983 kwam daar het kortstondig fenomeen Mezzoforte bij, een band uit Ijsland die een pittig partijtje fusion speelde, vooral live. Maar verder was Scandinavië muzikaal ondervertegenwoordigd.

Dat veranderde snel in de jaren 90. In de hitparade werden we geteisterd door bands als Ace of Base, Dr. Alban en Aqua (kent u ze nog? Hun grote hit  “Barbie girl” werd op hilarische wijze gecovered door Rita Reijs. Nét buiten de hitlijsten behaalden echter Björk (Ijsland), 22 Pistepirrko (Finland), Motorpsycho (Noorwegen) en Saybia (Denemarken) aardige resultaten.
Hiernaast bevond zich in met name Noorwegen een flink contingent black-  en deathmetalbands.
Tegenwoordig is het helemaal bal: Progmetalbands als Opeth, techno-artiesten als Biosphere en li-la-luisterliedjes van Kings of Convenience verdringen zich om de aandacht van de gemiddelde alternatieve luisteraar. Ik beperk me hier bewust even, anders kan ik deze hele column vullen met een lijst artiesten en bands.
Maar…hoe kan dat nou? Hoe kan een qua populatie zo klein gebied zóveel moois ten gehore brengen? Sociologen hebben er wel een verklaring voor. Doordat in het “hoge noorden” de dagen gedurende de winter erg kort zijn, zeg eigenlijk maar, niet aanwezig zijn, hebben veel mensen daar aanleg voor depressieve buien. Het is algemeen bekend dat dit, gepaard gaande met wat creativiteit, vaak leidt tot originele ideeën.
Voorbeelden? De componist Edvard Grieg wist met zijn Peer Gynt-suite toch een bepaalde sprookjesachtige sfeer op te roepen. En denk eens aan het schilderij “de schreeuw” van, alweer, Edvard Munch, zó veel angst is in een schilderij zelden uitgebeeld.
Maar ook lieflijker dingen als de beelden van Vigeland, de Noorse beeldhouwer die in Oslo een schitterend park heeft aangelegd met mensfiguren die zó lijken te kunnen weglopen en soms gewoon zeer aandoenlijk zijn. Ik moest in ieder geval wel iets wegslikken bij zijn kinderfiguren.
Een absolute aanrader voor wie ooit naar Noorwegen gaat.
En tot slot natuurlijk Henrik Ibsen, de 19e eeuwse schrijver die in eerste instantie verantwoordelijk was voor het verhaal van Peer Gynt.
Tja, Scandinavie dus, land van sprookjes, trollen, natuur en rust. Je zou bijna vergeten dat de aard van het land (het duistere dus) ook met zich meebrengt dat er veel alcoholisme heerst.
Goed voor de overheid, want de accijnzen op alcohol zijn er immens. En met de opbrengst worden weer culturele doelen gesteund. Ja, het klinkt als een Luilekkerland voor linkse hobbyisten…
Wat mij betreft is het zelfs al bijna zo ver dat, als ik in een recensie lees dat een orkest, artiest of band uit een Scandinavisch land afkomstig is, dit bij mij automatisch tot enige interesse leidt.
Mag ik het zeggen: zelfs Abba!

dinsdag 14 december 2010

Stilte




Luisteren naar Stilte. Iets dat iedereen van tijd tot tijd doet of zou moeten doen. Het mag vreemd lijken een column over muziek te wijden aan iets dat in eerste instantie tegengesteld lijkt. En toch: ook muziek kan niet zonder…

Sterker nog: het is de basis van ieder muziekstuk. Uiteindelijk begint iedere componist met een leeg vel en heeft op dat moment dus de absolute stilte op papier. Steve Reich, modern avant-gardistisch componist, liet het in één van zijn stukken zelfs zo. Met als gevolg dat, toen het stuk, 4’33” genaamd, werd uitgevoerd, deze titel ook al het tastbare was wat aanwezig was. Het publiek werd vergast op 4 minuten en 33 seconde absolute stilte, hoewel: de bedoeling was juist aan te tonen dat dat niet bestond, dus bestond de muziek uit de aanwezige achtergrondgeluiden, waaronder uiteindelijk een boos publiek.
Muziek in zijn meest existentiële vorm, dus in wezen. En waarom ook niet? Zodra hij iets op de notenbalk zou hebben gezet, zou het effect wellicht pompeus zijn geweest. Stel dat het maar 3 noten waren in die tijd, eind jaren 50, dan had men hem waarschijnlijk beschuldigd van interessantdoenerij, maar geheel niets….

Je kunt er zelfs de humor wel van inzien, vele mensen die naar een muziekuitvoering komen en een stuk voorgeschoteld krijgen waarin absoluut niets gebeurd. Toen ik het voor het eerst hoorde vond ik het ontzettend cool, eigenlijk.

Eén stap verder en je komt bij de ambient Music. Er wordt gezegd dat Brian Eno hiermee de eerste was. Zijn album “Music for Airports”uit 1977 wordt genoemd als eerste ambientplaat ooit.
In de jaren erna, begin jaren 80, ontgroeide deze muziek de cultstatus nauwelijks, waarna de new-age-beweging ermee aan de haal ging met soms, best wel, tenenkrommend resultaat.
Toch zaten ook daar pareltjes tussen, ik heb een CD met 60 minuten lang geluiden uit het regenwoud. Ook heb je CD’s met zeegeluiden, inclusief zeemeeuwen etc. etc.
Enfin, ik kan me er iets bij voorstellen voor wie in Nederland een punt, een moment van stilte zoekt.
Probeer het maar eens, u zult zien dat het in ons drukke landje vrij moeilijk te vinden is. Ik weet er één, maar ik vertel lekker niet waar. Niet dat ik bezitterig ben, maar het vertellen zou het punt kunnen bederven, dus houd ik het liever voor mezelf. De afgelopen 15 jaar is de ambient Music vooral het terrein geworden van componisten van elektronische muziek.

Zij hebben manieren gevonden om de stilte te omkleden met de meest fantastische geluiden uit hun apparatuur. Eén grote naam in het genre is Biosphere, alter ego voor Geir Jenssen.

Deze man woont in het hoge noorden van Noorwegen en tovert uit zijn apparaten het geluid van kruiende bergen ijs (of tenminste zoals ik me voorstel hoe dat zou klinken, ik heb geen idee, wellicht weten de bewoners van het Paard van Marken meer?) Zet het op en luister naar deze geluiden en soms overduidelijk achterstevoren afgespeelde flarden van melodieën en je komt geheid tot rust. Of juist niet, want er zit toch ook een zekere spanning in de muziek waar sommige mensen slecht tegen kunnen.

En nu, om u wat rust te gunnen, stop ik, laat dit vel verder leeg en laat u alleen met wat…stilte…..

maandag 13 december 2010

Mijmering aan het strand


Afgelopen zomer was ik op Iona, klein eilandje voor de Schotse westkust dat wordt gezien als de bakermat van het Christendom in West-Europa.
Op een zonovergoten dag bevond ik mij op het spierwitte strand, vrijwel alleen, dat kan daar nog. De zee was rustig, de eilanden in de verte goed zichtbaar en mijn gemoed “at ease”.
Niets wees er op dat dit strand ruim 1000 jaar geleden de plek was geweest waar de monniken uit het klooster van St. Columba bloedig werden afgeslacht door binnenvallende vikingen, gelukkig maar, ik houd van wat rust op het strand.
Daar zittend kwelde mij echter één vraag: die ochtend had ik in de winkel gestaan van het “Iona Community Center”, een oecumenische organisatie die zich daar bevindt en waar men kan vertoeven, doch dit terzijde. In die winkel lag een flink aantal CD’s. Omdat ik al ruim een week zonder muziek had doorgebracht, in mijn geval een beproeving, was ik meer dan geïnteresseerd.
Nu mag ik zeggen dat ik inmiddels redelijk wat artiesten ken, doch hier lag er geen één bij die me wat zei. Toen besefte ik dat dat eigenlijk altijd al zo geweest is, religieus getinte popmuziek maakt zelden de overstap naar zogenaamde contemporary Music, behoudens wat spiritualzangers als Mahalia Jackson.
Vreemd eigenlijk. Aan de muziek ligt het vaak niet meer. Ja, eind jaren 80, begin jaren 90 luisterde ik heel soms naar de EO en was wel duidelijk waar het aan schortte. Vaak draaide men daar Amerikaanse sterren als Amy Grant, Michael W. Smith en Ralph van Maanen die zowel muzikaal als productioneel behoorlijk gedateerd klonken.
Hun fans gingen vaak ook meer voor de teksten en daar kon ik, als muziek-, doch niet als tekstliefhebber, helemaal niets mee.
Er was overigens één belangrijke uitzondering: Van Morrison maakte in1989 het geweldige album “Avalon Sunset”. Nu was, en is, Van natuurlijk wel afkomstig vanuit de “gewone” popmuziek, maar toch: hij bewees dat het wél kon. Bob Dylan trouwens ook, maar zijn fans begonnen wel wat te morren zo langzamerhand. Logisch, ook hij moet het meer van zijn teksten hebben en voor overtuigd atheïsten was er op dat gebied aan Dylan geen eer te behalen. Muzikaal waren zijn jaren 80 trouwens ook niet bar, een euvel waar meer dino’s last van hadden in die tijd.
Begrijp me overigens niet verkeerd, andersom was er ook geen sprake van een crossover. Al in de jaren 50 sprak de zwarte gemeenschap in Amerika er schande van dat mensen als Sam Cooke en Ray Charles gospels gebruikten als basis voor popsongs. Eerstgenoemde werd er zelfs voor uit de “Soul Stirrers” gezet, een erg populaire gospelgroep waar hij de leadzanger van was.
Maar ook de gemiddelde EO-jongerendag-bezoeker liet zijn, of haar, gezicht niet zien op Pinkpop. Stel je voor dat je in aanraking kwam met metal, waarvan bekend was dat, als je het achterstevoren draaide, er verborgen boodschappen tevoorschijn kwamen.
Nu heb ik Metallica live nooit achterstevoren horen spelen,  misschien zouden ze dat trouwens eens moeten doen, zou een stuk beter klinken.
Wat ik maar wil zeggen is: Ik ben onlangs begonnen mijn verzameling religieus getinte muziek uit te breiden, niet zozeer uit overtuiging, doch meer om te constateren dat ook hier pareltjes tussen zitten. Band als Iona en Eden’s Bridge (Keltische folkpop) en Adrian Snell, zeg maar de Alan Parsons van de relipop, maken zeer verteerbare muziek. Voor wie het horen wil……

donderdag 9 december 2010

Meditatief Moment


Soms moet een mens er even helemaal uit.
Afgelopen zomer was ik in Schotland, waar ik, alleen, 2 weken heb gefietst. Zónder muziek. Dat laatste was wel wat drastisch, maar droeg wel bij aan wat helderder overpeinzingen.

Het schijnt dat je rond je 40e (ik ben 43) op een punt komt dat je je bewust wordt van je sterfelijkheid. Nu maak ik me op dat punt volstrekt geen zorgen, maar ik had toch enige retrospectieve neigingen.
Dwalend door mijn herinneringen kwam ik bij mijn jeugddromen. Ik wilde:
1)      Een platenzaak beginnen.
2)      Werken bij een platenmaatschappij.
3)      Zelf muziek uitbrengen.
4)      Miljonair worden.
Wel, 3 van de 4 zijn gelukt en de 4e zie ik het nut niet langer van in. Een score die weinigen gegeven is, vermoed ik.

En toen dacht ik: Zou dit nu ook gelden voor popartiesten? In eerste instantie wel, waarschijnlijk. Maar wat als “het”niet meer lukt? Ga er maar aan staan: je bent rond de 20, verkoopt miljoenen platen en ineens is het over en wil niemand je meer. Een cliché?
Ik heb het van nabij meegemaakt en geloof me, het zijn zeer sterke schouders die de weelde van succes kunnen dragen. Voorbeelden?
Kurt Cobain, kon de druk tot presteren niet aan, pleegde zelfmoord (waren we hem in 1994, het startjaar  van MCA Nederland,  trouwens erg dankbaar voor, alle verkooptargets werden gehaald). Rob Pilatus, Milli Vanilli, u weet wel, gleed af in drugs en is inmiddels ook niet meer. En wat te denken van alle “beroemde”drugsdoden:  Janis Joplin, Sid Vicious, John Coltrane,  stuk voor stuk jonge mensen die er écht niet mee konden omgaan. Tragisch…en bovendien onnodig. Vaak wordt hen aan alle kanten alleen maar verteld hoe geweldig ze zijn. Niemand die hen begeleidt en af en toe even terug op aarde duwt. Kan er geen school voor managers komen die dit in het pakket opneemt? Rockacademie, doe je plicht!

Overigens hoeft niet alleen succes tot drama’s te leiden. Juist het gebrek hieraan kan ook een probleem zijn. Nederland, en de wereld, is gevuld met would-be muzikanten die erg graag meer hadden gewild en op hun 40e/50e meer studio-apparatuur bezitten dan Wisseloord (nou ja, bij wijze van spreken). Sommigen daarvan trekken de stoute schoenen aan, maken in eigen beheer een CD die ze verkopen tijdens hun optredens in de omringende dorpscafés en blijven zitten met 400 onverkochte albums.
Maar, ook voor hen is er soelaas: dit overkwam destijds vele psychedelische bands in de periode 1966 – 1972 en ziedaar, 40 jaar later zijn hun platen 150 Euro of meer waard. Alleen jammer dat ze ze ergens in de jaren 80 allemaal weggegooid hadden.
En mag ik u voorstellen aan Nick Drake, een jonge jongen die via via een platencontract bij Island in de wacht sleepte, vervolgens 3 prachtige platen maakte die niemand wou hebben. Dit kwam deels ook omdat hij vrijwel niet durfde op te treden en uiteindelijk ging hij ten onder aan de anti-depressiva, nog geen 30 jaar oud.

Eind jaren 80 werd hij echter herontdekt en geldt nu als een absoluut icoon van de Britse folk uit begin jaren 70. Als u dus ooit eens een absolute mijmerplaat zoekt om uw leven te overdenken….

zaterdag 4 december 2010

GITAAAAAAARMUUUUSIEEEEK (zangeres zonder naam: Mexico, 1985)



Wat is dat toch voor preoccupatie met gitaren, heren? Op de een of andere manier ontwaakt de oermens in een man bij het aanhoren van een fijne gitaarsolo. Ik vorm daarop geen uitzondering.
Alleen zul je mij nooit betrappen op een partijtje luchtgitaarspelen. Ik vind het nogal potsierlijk. Een volwassen vent die wat onduidelijke bewegingen rond de buikstreek maakt, denkend dat het allemaal heel wat is. Maar alla…ieder zijn meug.  Van Joe Cocker is bekend dat hij tijdens het zingen “luchtpianospeelt”. Dat is dus de reden dat hij wat “spastisch” aandoet tijdens zijn optredens. Nou goed, zoals gezegd: not my cup of tea.

Maar toch weer een punt van overdenking: (ja waar maak je je al niet druk om) wat is dat toch met die gitaren? En dan bedoel ik niet het geneuzel dat op de gemiddelde jaren 80-fusion jazz-CD te horen is, want Earl Klugh werd juist weer meer door vrouwen aangeschaft, maar echt de van-dik-hout-zaagt-men-bomen-die-ik-als-stoere-vent-omhak-gitaren.

Is het dan toch, hoe Freudiaans, het feit dat de gitaar over het algemeen wordt gespeeld tegen de onderbuik? Of is het het geluid dat appelleert aan onze driften vanwege de lage ondertonen?
Waar is een muziektheoreticus als je hem nodig hebt?

En anderzijds, waarom zou je muziek zó ver willen ontleden en determineren, da’s toch maf ? Deze vraag stelde ik enige tijd geleden iemand die verklaarde dat hij studies had gelezen over dit onderwerp, waar tevens uitkwam dat de saxofoon meer iets voor vrouwen was en zeker niet voor mannen.

Ook hier weer: dit is niet geheel waar. Bij een optreden van Pharao Sanders op North Sea Jazz enige jaren geleden was de zaal meer dan evenredig gevuld met mannen. In de grote zaal, waar Candy Dulfer speelde, was juist de vrouwelijke helft der concertgangers oververtegenwoordigd. Tja, Candy Dulfer, ik kan nu heel schamper gaan doen, maar besef dus dat mijn gedeeltelijke aversie tegen haar voortkomt uit mijn liefde voor gitaarmuziek. Bovendien zou dat zeer onterecht zijn, want ze is een zeer verdienstelijk muzikante, wier Sax a gogo zelfs een persoonlijke favoriet van me was in 1993.

Kortom: ik kom er weer eens niet uit. Ik volsta dan ook met een overzicht van de beste gitaarsolo’s (mijn interpretatie) aller tijden: Ben Harper-Ground on down (live op Tibetan freedom concert), Prince – Let’s go crazy (ja, echt waar, wel de 12 inch-versie), David Bowie – Boys keep swinging.  Die laatste is trouwens apart: het gaat hier om een solo van Robert Fripp. Die kwam op een middag de studio in, vroeg: “Wat moet ik spelen?”, waarop het antwoord was:”Weet je wat? Doe maar wat.”En dat deed hij, zonder de muziek te horen. Het gevolg is een solo die totaal vervreemd is van het nummer, maar er toch wonderwel bij past.

En nu ga ik iets heel ergs zeggen, trek het u niet teveel aan: Waarom geen solo van Jimmy Paige? Wel, stom genoeg houd ik niet erg van Led Zeppelin, ik heb het een paar keer geprobeerd, maar nee…en blues vind ik hier en daar wel aardig, maar langdurig kan het mij niet bekoren. Dus alle giganten: Robert Johnson, John Lee Hooker, Blind Lemon Jefferson etc. enz. , ik heb ze allemaal in huis, maar slechts voor educatieve doeleinden. Ben ik dus toch net zo gek als die gozer die alles wil verklaren…

dinsdag 30 november 2010

WARE LIEFDE???


Zoals u wellicht weet speelt muziek een zeer belangrijke rol in mijn leven. Soms bekruipt me wel eens de angst dat ik als gevolg hiervan een wat eenzijdige gesprekspartner zou zijn, doch die beoordeling laat ik gaarne aan anderen over.

Ik merk echter wel dat het, meestal onbewust en soms zeer bewust, een soort van meetlat is waarlangs ik mensen meet. Dit is uiteraard niet terecht.  Mijn vader is bijvoorbeeld totaal geen muziekliefhebber, maar je kunt absoluut een goed gesprek met hem hebben (zo goed, pa?)

Afgelopen zomer overkwam mij echter opnieuw wat mij al enkele malen eerder was overkomen. Tijdens een buitenbeurs kwam een groep Zuid-Europese dames voor mijn kraam staan. De meesten vonden het allemaal maar zó-zó, maar één ervan vroeg of ik misschien iets van David Sylvian had.
We raakten aan de praat, hadden het via Sylvian over Brian Eno en Phillip Glass enz. etc. en aan het eind van het gesprek was ik tot over mijn oren verliefd.
OK, toegegeven, ze was erg aantrekkelijk, maar dat was het niet. Ik kom op platenbeurzen maar weinig vrouwen tegen die een veelzijdige muzikale smaak hebben. Eigenlijk kom ik vrijwel geen vrouwen tegen, behalve achter mijn kraam. Om maar iets aan te geven: enige jaren geleden verzuchtte één van mijn vrouwelijke medewerkers na afloop van de beurs in Utrecht (de grootste platenbeurs ter wereld, 2,5 km stands): “Ik heb nog nooit in één weekend zó veel lelijke mannen gezien.” Deze uitspraak werd later nog door iemand anders aangevuld met: “En geróken”, want verzamelaars schijnen het ook met de hygiëne niet altijd even nauw te nemen.

Enfin, ik dwaal af. Uiteraard was mijn verliefdheid van korte duur. Tot aan het moment van afrekenen en daarna verdween zij weer in de mist mijner onvoltooide dromen, doch het zette mij aan het denken. Is muziek zodanig belangrijk dat er, ongeacht de persoon, liefde uit kan voortkomen? Muziek is emotie, dat is algemeen bekend en er is voor mij geen grotere afknapper mogelijk dan een dame die mij toevertrouwd dat ze de muziek van Sky radio altijd zo lekker ontspannend vindt, ik heb ooit drie weken gewerkt op een plek waar dit dagelijks aanstond en rende toen gillend de deur uit.

Ik had zo’n verliefdheid ooit extremer gehad. Toen ik in 1994 voor MCA werkte, deed men daar de promotie voor Noa, ofwel Achinoab Nini, een Joodse zangeres die een album had gemaakt geproduceerd door Pat Metheny. Een schitterend en gevoelig album met afwisselend nummers in het Hebreeuws en in het Engels. Ik ging naar een optreden van haar en viel als een blok. Wát een stem, wát een energie (ze speelde percussie). Ik durfde op slag na afloop van het concert backstage geen mond open te doen. Gelukkig maar, want haar volgende album viel verschrikkelijk tegen.
Men probeerde haar te lanceren als de nieuwe Celine Dion, iets dat Goddank niet gelukt is, en tegenwoordig speelt ze weer kleinschalige concerten voor de Joodse gemeenschap overal ter wereld.

En toch, zoals een literair snob zijn vrienden afmeet aan de boeken die ze lezen (sorry, ik kom niet verder dan Umberto Eco, Oscar Wilde en Gabriel Garcia, voor mij geen Elfriede Jelinek, mij te abstract)  ben ik bang dat ook ik voor in ieder geval de eerste indruk een luisterend oor heb.

vrijdag 26 november 2010

IN HOGERE SFEREN

Jerry Roll Morton was een jazzpianist. Hiernaast was hij een enorme opschepper die beweerde eigenhandig de jazz te hebben uitgevonden en bij tijd en wijle ook nog eens gewelddadig.

Geen fijn persoon dus, nogal onberekenbaar. Of dit nu echter in zijn karakter lag of dat het kwam door zijn veelvuldig drugsgebruik is niet geheel bekend. Een beetje van beiden, denk ik. We kunnen het hem niet meer vragen, hij overleed in 1941, op 56-jarige leeftijd.

Muziek en drugs, een altijd weer terugkerend verbond, niet perse noodzakelijk voor de inspiratie maar, het moet gezegd, het levert wel verrassend mooie liedjes op. Denk maar aan Lucy in the Sky with Diamonds (LSD), Eight Miles high, Hotel California of, recenter, Warum van Tic Tac Toe of  Captain Pasty van het Herman Brood album  “Bluefinger”  van Frank Black.

Legio zijn de voorbeelden van muzikanten die vanwege hun drugsgebruik vroegtijdig aan hun eind kwamen. John Coltrane, Gram Parsons, John Bonham of van de laatste tijd: Michael  Jackson.  Goed, bij laatstgenoemde ging het om “een overdosis pijnstillers”, maar wat is het verschil?

Vrij hilarisch zijn de drugsgerelateerde verhalen die in de muziekindustrie de ronde doen. Zo had Sony halverwege de jaren 90 een flink budget uitgetrokken voor een talentvol bandje, de Dandy Warhols. Deze gasten kregen dit bedrag mee en kwamen vervolgens na een half jaar spuiten, snuiven en slikken terug met de mededeling “het voorschot is op, kunnen jullie nog wat sturen?” Hierna besloot Sony de studiorekeningen maar zelf te voldoen en kwam er, inderdaad, een briljant album uit: “Dandy Warhols come down”, met daarop de culthit (hoe kan het ook anders) “Not if you were the last junkie on earth”.

Ook hier in Nederland deed een soortgelijk verhaal de ronde. Een Amsterdamse houseproducer kreeg van zijn uitgever een voorschot van 100,000 gulden (het was 1996) mee om een eigen studio te bouwen.  De helft van het geld werd inderdaad voor dit doel uitgegeven, maar de andere helft werd vakkundig omgezet in taxi’s, etentjes en, tja, natuurlijk, softdrugs. Na een jaar was het op en ik geloof dat de uitgever tot op de dag van vandaag nog niet al het geld terug heeft.

Ik denk dat dit laatste verhaal wel kan kloppen. De Amsterdamse housescene halverwege de jaren 90 was een zeer goede klant van de Bulldog en consorten. Ik werkte die tijd voor een klein label aan de Zeedijk en deed weliswaar zelf niet mee, maar kwam aan het eind van de dag toch lichtelijk het kantoor uitzweven, omdat de eigenaar 8 vette joints per dag opstak, zoals hij zelf zei: “om inspiratie op te doen”. Hij is inmiddels naar Thailand vertrokken en heeft daar een studio opgezet.

Overigens wordt er door goedbedoelende “ouderen” veelvuldig op gewezen dat drugsgebruik zeer gevaarlijk kan zijn. Ik ben het daar volledig mee eens, ware het niet dat men deze uitspraken het vaakst hoort op verjaardagen, waar de hoeveelheid genuttigde alcohol vele malen groter is dan de hoeveelheid cannabis die hier verstookt wordt. Ook is naar mijn idee het aantal verkeersdoden door alcoholmisbruik flink hoger. Kortom: één van tweeën, of alcohol ook verbieden, of softdrugs legaliseren.
Kan Paul McCartney Japan tenminste weer in, waar hij in 1980 tot ongewenst persoon werd verklaard wegens het in bezit hebben van een pakje nederwiet….

dinsdag 23 november 2010

VROEGER WAS ALLES BETER

Zoals u wellicht weet verzuchtte ik begin dit jaar dat ik me zou proberen te onthouden van gemopper over “de muziek van tegenwoordig”. Hier houd ik aan vast.
Maar…hoe zit dat nu eigenlijk? Waarom grijpt vrijwel iedereen terug op de muziek uit zijn/haar jeugd, een enkele “oudere jongere”in de midlifecrisis daargelaten, die het nodig vindt zich onder het jongere volk op de diverse houseparties te begeven?
Als jong kind ben je weliswaar gevoelig voor muziek, maar houd je vooral van voorspelbare melodieën, denk hierbij bijvoorbeeld aan de populariteit van de diverse zogenaamde “Hollandse”muziek op de lagere scholen. Met name Studio 100 maakt hier dankbaar gebruik van.

Op de middelbare school ben je echter op de top van je kunnen qua leervermogen. Als je dan jezelf verdiept in (populaire) muziek, dan is het leven één grote ontdekkingsreis. Deze scholieren zie je met name op de festivals als Lowlands, Sziget en Roskilde.

Daarna ga je echter werken en heb je geen tijd/energie/zin meer om je verder te bekwamen in de muziek. Ziedaar dus de reden dat veel wat oudere liefhebbers verstokt blijven hangen bij hun aangeleerde voorliefde voor blues, AOR (voor de nieuwkomers: dit is “Adult Oriented Rock”, werd met name op Arrow Classic Rock veel gedraaid), punk, progrock en/of “gewoon” de hitparademuziek uit de periode van pakweg hun 11e tot hun 18e.
Begrijp me niet verkeerd: in de loop der tijd is een enorme hoop fijne muziek gemaakt en waarom zou je je smaak verbreden als je daar geen zin in hebt?
Anderzijds: een hoop van deze muziekliefhebbers doen erg veel moeite om alles wat na die “gouden”tijd uit hun jeugd werd gemaakt als niet relevant te bestempelen. En…maakt u zich geen zorgen, ook ik bezondig me nog wel eens aan de gedachte dat alles al een keer gedaan is, zodat een nieuw produkt slechts kan klinken als iets dat al eerder ontsproten is aan het brein ener muzikant.

Op platenbeurzen, waar ik veel kom, herken je deze mensen gemakkelijk. Ze vragen bijvoorbeeld: “Heeft u ook iets van Dylan?”(echte liefhebbers hoeven geen Bob meer te zeggen, die zijn praktisch familie van de meester) en als er toevallig even niets aanwezig is, kijken ze nog even misprijzend naar de overige singer/songwriters en vervolgen hun weg naar de volgende argeloze handelaar.
Goed, dan nu de vraag: is dit nu eigenlijk zo? Is er al 38 jaar niets relevants meer uitgekomen.
Dus hebben Joy Division, Slayer, Radiohead, Motorpsycho (voor zover ze met Jaga Jazzist samenspeelden), Godspeed you Black Emperor,  Biosphere  etc. etc. nooit bestaan? En mijn excuses dat ik de rest vergeten ben.

Nee, dus. Ook nu nog komt er zo nu en dan een band uit die iets nieuws, dan wel iets vernieuwends maakt zoals bijvoorbeeld Mars Volta, dat twee albums lang vriend en vijand verraste met een zeer intense mix van progressive rock en freejazz. Daarna was het kunstje wel bekend, da’s het nadeel van veel muziek luisteren.

Ik vraag me dus wel eens af: zou, over 10 a 15 jaar, een groep mensen rondlopen die deze band volledig op handen dragen en niets anders willen horen? Het zou zo maar kunnen…

By the way: Voor de sixties-liefhebbers: het best verkochte album uit de jaren 60 was de soundtrack van The Sound of Music…..over gekleurde brillen gesproken….

vrijdag 19 november 2010

KUNST


NB: deze column wordt gepubliceerd in "Prettig Weekend", een huis aan huis blad in Waterland. Vandaar de vermelding hiervan. Dit stuk werd gepubliceerd vlak voor Prinsjesdag, toen nog niet duidelijk was wat de signatuur van ons kabinet zou worden. Desondanks hield ik er al rekening mee dat het zwaar weer zou gaan worden. Enfin, leest u zelf maar:
          
Tja……nu zit ik dus met een probleem. Hoe kun je het nu volgende opschrijven zonder enorm te gaan mopperen….(zucht)…dat gaat niet, dus bij deze: WAARSCHUWING: In het nu volgende stuk wordt flink gemopperd. Trekt u het zich niet teveel aan en tracht tussen de regels door te lezen of, indien u hier nu eens geen zin in heeft, sla deze bladzijde om (na eerst even de advertenties hiernaast te hebben gelezen, Prettig Weekend heeft ook brood nodig) en laat dit stuk voor wat het is….
Zo, nu zijn alleen u en ik nog over.
Zoals u weet is het over enkele weken weer Prinsjesdag in Nederland. De diverse politici zijn al druk bezig hun nota’s op te stellen met daarin opgenomen een aantal flinke bezuinigingen. Dit, om het volk te overtuigen van de noodzaak tot het verhogen van de uitgaven voor defensie, uiteindelijk moet de JSF er toch komen, en het verlagen van alle overige posten om dit te kunnen betalen.  Hadden ze maar een vak moeten leren, zei mijn vader altijd. Nu gaan er onder deze politici een flink aantal stemmen op om flink te gaan snijden in de diverse subsidies op het gebied van kunst. Met andere woorden: de volstrekte kaalslag die zich de laatste jaren al flink heeft doen gelden op het gebied van theater en vooral ook muziek zou nu volledig worden. Eén en ander komt al tot uitdrukking in het volslagen gebrek aan talentvolle muzikanten van Nederlandse origine dat boven komt drijven in het Nederlandse clubcircuit. Bands als Kane, Direct en Moke worden als “alternatief” gepromoot. Teken aan de wand is het feit dat het aantal Belgische en Scandinavische kwaliteitsbands vele malen groter lijkt dan het aantal Nederlandse bands dat  wat te melden heeft. Het hierboven genoemde Moke gaat er bijvoorbeeld nog altijd prat op dat ze de favoriete band zijn van Paul Weller (lees: enkele jaren geleden heeft hij een keer op een festival gezegd dat hij het wel een leuk bandje vond, inmiddels is hij hun naam allang vergeten) en dat ze gehuld worden in Carl Lagerfeld (heet hij zo? Klinkt als biermerk) pakken. Muzikaal vallen ze echter vooral op door hun “Britse” aanpak. Alleen jammer dat er in Brittanië héél erg veel bands zijn die dit veel beter kunnen.
Verder moet de nieuwe aanwas vooral komen uit de diverse Idols-achtige programma’s (K-Otic…kent iemand ze nog? Doet het goed qua aanbod op Koninginnedag).
Ik hoor het u zeggen: tja, al te moeilijke muziek is nu eenmaal niet besteed aan de Nederlandse jongeren. Hier zijn echter een aantal zeer eenvoudige redenen voor: Ten eerste staat het radioaanbod in Nederland  op eenzame hoogte qua kleuterniveau. Alle landen om ons heen bezitten zenders welke meer aandacht besteden aan de wat betere popmuziek (jazeker, die bestaat). Wij moeten het doen met  Radio 3 “Serious Radio”, waar meer slap ge-OH’d wordt dan dat er (flauwe) muziek wordt gedraaid. Verder worden ook de publieke TV-zenders nog slechts aangehouden bij gratie van “de kijkcijfers”en worden we dus avond aan avond verveeld met…enfin, vult u maar in.
Kortom: ik zei het al: er wordt erg veel gemopperd in dit stuk. Kan iemand er dus voor zorgen dat de publieke omroepen weer dat doen waar ze ooit voor bedoeld waren? Ter informatie en educatie van “het geheele Neederlandsche volk”??? Dank u.