zaterdag 16 februari 2013

EI – POT




Zoals u wellicht weet bevind ik mij, met name in het voorjaar, nog wel eens op een fiets.  Ik vind met name onze omgeving nog altijd één der mooiste van Nederland. Natuurlijk komt het doordat hier eens mijn wieg stond, maar ook doordat er sinds mijn vroegste jaren veel ten goede is veranderd in ons mooie landschap.
 Zo kan ik me niet herinneren dat er vroeger van die mooie rietkragen en laag geboomte tussen de weilanden stonden. Alles was toen veel meer aangeharkt en georganiseerd dan nu. Vermoedelijk een overblijfsel uit de tijd vlak na de tweede wereldoorlog, toen men de wederopbouw van ons land zeer voortvarend ter hand nam en alles wat enigszins vervallen overkwam elimineerde uit landschap en binnensteden. Het heden ten dage zeer pittoreske centrum van Purmerend herinnert ons nog met pijnlijke precisie aan die tijd.

Rijdend op mijn fiets stel ik me voor dat de omgeving er veel langer geleden ongeveer net zo moet hebben uitgezien, niet alle grasgronden keurig in het gelid en niet alle sloten zich houdend aan hun gemiddelde afwijking van het NAP. Het asfalt dat zich al zoemend onder mijn wielen ontvouwt neem ik daarbij dan maar op de koop toe.

En zo rijd ik daar dus, de wind door mijn hoofd en haren blazend en toegejuicht door alle weidevogels met, als ik geluk heb, zelfs de goedkeuring van de koningin van het grasland, de leeuwerik. Diverse malen is mij al gevraagd of ik op deze tochten niet de behoefte voel om muziek bij me te hebben. Een I-pod, I-pad, I-phone of ander gereedschap waar je je oren mee naar de galemiezen helpt. Welnee!!! is dan altijd mijn stellige antwoord. Alleen al in mijn hoofd bevindt zich een harde schijf met zo’n 20 miljoen stukken muziek, daarmee de concurrentie met een online muziekdienst als Spotify meewarig glimlachend afschuddend. Zelfs de advertenties zitten er tussen, van 1975 tot en met heden.

Dit schrijvend komen bijvoorbeeld de veerpont van Drs. P me voor de imaginaire oren en direct erachteraan het Britse soulbandje Imagination met “Body Talk” hun net-niet top 10 hit uit de zomer van 1981. Waarna de gehele zomer van datzelfde jaar zich ontvouwt met onder anderen “The Caribbean Disco Show” van Lobo en “One day in your life” van Michael Jackson, welke respectievelijk op de nummers 14 en 16 binnenkwamen in week 28 van dat jaar. Het was trouwens tevens het jaar dat de Paus werd neergeschoten en een week later Bob Marley stierf. Enfin…zo’n harddisk zit dus onwrikbaar in mijn hoofd verankert, soms een tikje vermoeiend, maar meestal een bron van oneindige muzikale belevenissen. Dus nee, daar heb ik geen apparaat voor nodig dat in China onder slechte arbeidsomstandigheden is vervaardigd.

Bovendien, soms ontspan ik me juist een stuk beter als die Ei-pod in mijn hoofd een tijdje zwijgt. Ik laat dan het voorjaar, de geluiden van verre tractoren en de er aan gekoppelde machinerieën en, dichterbij, de geluiden der grutto’s, kieviten en scholeksters tot mij komen en zichzelf verdringen in één der mooiste symfonieën die zich heel soms in mijn hoofd nestelen. Vreemd genoeg kan ik deze echter niet vasthouden, waardoor ik het dus iedere keer zelf moet opzoeken op mijn fiets. En dit dan horend wetend dat ik gelijk heb: de muziek van de natuur, daar kan echt geen elektronisch geluid tegenop….

maandag 11 februari 2013

THE KING




In een land ver hier vandaan leefde eens een koning.
Nee, hij droeg geen kroon, hij had slechts een paar mooie schoenen en een spijkerbroek, maar iedereen noemde hem een koning. Deze titel kreeg hij niet zomaar. Hij had hem verdiend omdat hij als eerste wereldberoemd werd met iets waar vooral veel jongeren destijds hun identiteit aan konden ophangen. In die zin bond hij wereldwijd mensen, die eigenlijk niets met elkaar te maken hadden, aan elkaar.

Hij zelf was zich er in eerste instantie niet eens van bewust wat de uitwerking van zijn persoonlijkheid was op mensen die hij niet kende. In die tijd had je nog geen Twitter, Facebook, Hyves, Myspace of Linkedin, dus de wereld was nog heel klein.
Gaandeweg werd hem echter steeds meer duidelijk dat hij koning was en dat de mensen steeds grootsere daden van hem verwachtten. En omdat hij nog een jonge man was, vormde deze wetenschap een steeds grotere schaduw op zijn doen en laten. Zoals veel jonge mannen voor en na hem in zijn positie ging hij zich steeds meer voorstellen dat hij de machtigste persoon ter wereld was, boven alle anderen verheven.
Maar net al die andere jonge mannen voor en na hem werd hem al gauw duidelijk dat hij ook maar een gewone jonge man was, door het lot begiftigd met een buitengewoon talent, en verder????
Enfin…u weet hoe het afliep…

Elvis was gedurende zijn laatste jaren geen gelukkig mens. Helaas heeft hij niet lang genoeg mogen leven om zijn rust weer te vinden.

Maar wat ik zo wonderlijk vind is dat niemand ooit lering heeft getrokken uit zijn verhaal. Keer op keer zijn er jonge artiesten geweest, ook uit Nederland, die grote hoogten bereikten. Omdat echter niemand om hen heen het kind in hen durfde te temmen, werden hun gedragingen steeds meer irrationeel. Hierbij zijn zelfs al meerdere dodelijke slachtoffers gevallen.

Hoe houd je een kunstenaar met zijn of haar benen op de grond? Tja, ga er maar aan staan. Het zijn volwassen mensen, je kunt ze nogal moeilijk onder curatele zetten. En toch…..
Er zijn ook verhalen van managers die “hun” artiesten zakgeld gaven. Brian Epstein, manager van The Beatles was hier een goed voorbeeld van. Of zijn bedoelingen zuiver waren….we zullen het wellicht nooit weten, daar hij overleed voor er echte conflicten ontstonden.
Maar een veel strakkere begeleiding, met een goed Nederlands woord ook wel “coaching” genoemd, zou geen kwaad kunnen.

Momenteel leven we in een tijd, net als eind jaren 50, dat de ene nietszeggende “ster” de volgende opvolgt. TV-programma’s vol met middelmatig talent worden over ons uitgekotst en iedere serie ervan herbergt nieuwe idolen.
Het is nog tot daaraan toe dat zij vervolgens met hun verschijning de diverse hitlijsten bevolken, maar vervolgens zien we deze zelfde nimbo’s in diverse programma’s die draaien om “bekende Nederlanders”.  Nee. Ik kijk hier niet naar, maar vind het geen gezonde ontwikkeling.

Hier wordt een aantal jonge mensen en met hen alle overige jonge mensen van Nederland een toekomst voorgespiegeld als zouden zij de nieuwe Messias in muziekland zijn….Heel even maar, ongeveer 4 maanden, mogen ze daar ook zelf in geloven.
En daarna volgt onverbiddelijk de teloorgang, het hoogste podium wordt inmiddels ingenomen door de volgende lichting en de idolen van gisteren resteert aan koninklijks nog slechts een plaats in de aanbiedingenbak van een kind op Koninginnedag.

En zelfs dat wordt dus straks Koningsdag. Toch nog gerechtigheid voor Elvis…

zondag 3 februari 2013

LEUKE MUZIEK



Regelmatig krijg ik de vraag van mensen: “Ja, maar wat vind je nu zélf mooie muziek???”

Het antwoord is eenvoudig, maar moeilijk uit te leggen. Mensen denken op gebied van muziek erg graag in vakjes en etiketjes. En dan kijk ik zowel naar liefhebbers zelf als naar mensen die oordelen over andermans muziekliefde.

Heel vaak zie ik mensen bij mij aan de kraam of in de winkel die slechts één brandende vraag hebben, zoals: “Heb je ook iets van Them???”
Als ik dan riposteer dat ik, helaas?, niets van de band heb, maar wel één en ander van hun zanger, Van Morrison, wordt er mismoedig het hoofd geschud en gaat een gedesillusioneerd muziekfreak zijns weegs. Naar mijn idee is dit nogal kortzichtig. Natuurlijk kan ik me voorstellen dat je, als fan en verzamelaar van een bepaalde band, wilt proberen je verzameling compleet te maken. Maar om nu op een muziekbeurs met 2 kilometer stands met de meest geweldige muziek je geluk slechts te laten afhangen van 1 artiest lijkt me niet getuigen van liefde voor muziek.
Sterker: ieder moet het zelf weten natuurlijk, maar ik vind sowieso mensen die zich ophangen aan 1 genre geen echte muziekliefhebbers. Ze houden vaak krampachtig vast aan de muzieksoort die ze ooit, meestal in hun jeugd, zijn gaan waarderen en hebben sindsdien nooit meer enige creatieve ontwikkeling meegemaakt. Jammer!

Tot voor kort begon ik mijn antwoord met de woorden: “Tja…wat vind ik leuk? Iets tussen klassiek en death metal, via jazz, hiphop, techno en wereldmuziek.” Ooit was ik, zoals zoveel kinderen, een volger van de hitlijsten. Dit ging zelfs zover dat ik iedere week voorspelde welke plaat de volgende nummer 1 zou worden. Over het algemeen ging dat me feilloos af, achtereenvolgens voorspelde ik “Lay your love on me” van Racey, “In the navy” van the Village people, “Hooray, Hooray” van Boney M en vervolgens I want you to want me en Bright eyes. Deze oefening wist ik 4 en een half jaar min of meer foutloos uit te voeren. Vanaf mijn zestiende ging ik me echter interesseren voor andere muziek en raakte de aansluiting met de hitlijsten enigszins kwijt. Een eerste teken hiertoe is dat ik “Theme from Harry’s game” van Clannad een eerste plaats toedichtte, wat faliekant misging, het ding kwam niet verder dan 11, terwijl de nummer 1 het suffe plaatje “Red Red Wine” was, één van de vele hits van namaak-reggae-band UB40.

Ik raakte echter definitief het spoor bijster toen 5 jaar later Salt & Peppa het nummer “Push it” naar de eerste plaats begeleidden. Ik vond het nummer niet eens slecht, maar gewoon helemaal niets. Sindsdien is mijn mening over de hitparade muziek steeds meer die kant opgegaan. Logisch ook, de hitparade is niet langer mijn terrein, maar dat van mijn kinderen.

Intussen ging ik achtereenvolgens platen kopen uit het Amsterdams uitgaanscircuit, die ook veelvuldig op piraten als Decibel en W.A.P.S.  werden gedraaid. Hierna schoot mijn voorkeur meer naar alternatieve kringen, met name de Britse variant ervan, met als highlight de nog altijd briljante muziek van The Smiths. In de jaren 90 kwam ik, door mijn werk voor diverse platenmaatschappijen intensief in aanraking met house, jazz, metal en uiteindelijk, door mijn hobby bij diverse radiostations, met krautrock, avantgarde, klassiek en nog meer jazz.

Dus ja….wat vind ik leuk??? Wel, ik denk dat ik simpelweg kan stellen dat ik slechts muziek mooi vind als deze me raakt in het diepst van mijn wezen.  En verder luister ik bij voorkeur naar muziek die de luisteraar beroert, soms zelfs irriteert, als er maar een gedachte achter zit en het geen hapklare brokken zijn.