zaterdag 25 mei 2013

SLAAP




Op een dag was hij er ineens. Hij stond in mijn kamer en terwijl ik mijn ogen ternauwernood op kon slaan, verklaarde hij, niet gespeend van enige dramatiek: “Ik kom je halen”.
Ik keek op om te zien welke onverlaat mijn privé-verblijven was binnen gekomen en zag een iets jongere man, een vreemdeling, gekleed in het zwart met in zijn hand een lange wandelstok.
Enigszins ontdaan vroeg ik: “Hoezo, waar gaan we dan heen?” De man gaf geen antwoord, tikte met de stok op de grond en zei: “Volg mij!”, op een toon die geen tegenspraak duldde.

Ik stapte mijn bed uit, deed mijn hanger om en ging de vreemdeling achterna die een deur opende die naar mijn idee nooit op die plaats gezeten had, maar wellicht was dat een kwestie van mijn nog aanwezige slaapdronkenschap. We stapten in een gang die enigszins duister was, maar aan de andere zijde brandde een fel licht.

Ook hier weer een deur, een glazen dit maal en toen deze zich opende hoorde ik….muziek!!!
Weliswaar waren het ijle tonen, ver weg, alsof ze uit een kelder kwamen die er niet was, maar onmiskenbaar was het muziek die mij vertrouwd in de oren klonk, welke ik in mijn zeer jonge jaren her en der had opgevangen. De man zei: “Wacht hier even”, en verwijderde zich vrij vlot.

Ik keek om me heen. Achter mij nog steeds de glazen deur, een vreemd melkwit matglas, en voor mij ontvouwde zich een landschap dat ik moeilijk kan duiden: Allereerst een pad dat zich enigszins omlaag kronkelde tot het door een heuvel aan het zicht onttrokken werd. De lucht glinsterde, alsof er duizenden diamanten waren opgehangen. Bovenop de dichtstbijzijnde heuvel stond, naar het leek, een dame met rood haar. Op de achtergrond hoorde ik mensen lachen, alsof er een publieksband werd afgedraaid. Verderop meer heuvels en daartussenin bewogen zich onmiskenbaar diverse…. muzieknoten, leek het wel, het pad op en neer bewegend.
Ik wilde dit eens van nabij zien en deed enkele stappen vooruit. Toen ik echter de eerste noot naderde, werd deze vager en verdween bijna. In plaats ervan hoorde ik ineens duidelijk welke muziek ten gehore werd gebracht: “Love is all” van Roger Clover & guests, u weet wel, dat lied door Ronnie James Dio, waar een ander naam boven moest. Als kind vond ik dit al een geweldig nummer, niet eens vanwege de clip met de geanimeerde kikker, want die zag ik destijds niet, maar gewoon omdat ik het als 7-jarige een lekker vlotte song vond.
Ik keek om me heen waar het geluid vandaan kwam en concludeerde dat het echt rond de muzieknoot hing die ik zojuist nog had gezien. Ik deed nog een paar stappen en ontwaarde de volgende noot en hoorde de bijbehorende muziek: “Boom boom blues” van John Lee Hooker. Verbeeldde ik het me nu of leek de noot een zwarte hoed te dragen?? In het gras stond een bordje met een enigszins cryptisch opschrift. Een pijl wees omlaag en ernaast stond: "AARDE 8 MIJL".
Een volgende muzieknoot verder bracht mij bij “Tarzan boy” van Baltimora. Tja….ik begon uiteraard een lijn te zien en vermoedde dus al snel nummers van Queen, the Beatles en het vroege Pink Floyd tegen te gaan komen.

Op dat moment was er achter mij echter tumult en kwam een zichtbaar geagiteerde vreemdeling me tegemoet. “Ik had u gevraagd te blijven wachten!”riep hij uit, “u hoort hier niet, dit is de plek voor muzikanten, niet voor muziekliefhebbers!”

In de wirwar van muzieknoten, matglasplaten en hangers beet ik hem toe: “wel, als dat het geval is, neem ik wel een andere hemel!” Alles werd stil.

Ik draaide me om en viel al snel weer in slaap.

maandag 20 mei 2013

FOLK/VOLKSMUZIEK


 

 

In 1952 werd in de Verenigde Staten een pakket platen op de markt gebracht, een zogeheten “album”. Het betrof een zestal LP’s in een box, met als titel: “The Anthology of American Folk Music”. De initiator, Harry Smith, was een jonge antropoloog met een forse platenverzameling.

Met name zijn verzameling 78 toeren platen uit de jaren 1926 tot en met 1932 was indrukwekkend.

 

Die periode was de tijd net voordat de radio als medium massaal doorbrak en platen werden dus nog gepromoot via optredens en verspreiding van bladmuziek die dan weer her en der gespeeld werd. Dit laatste, verspreiding van bladmuziek op enige schaal, ging trouwens door tot eind jaren 50, pas in 1958 stopte radio Luxembourg met de uitzending van een hitparade welke gebaseerd was op de verspreiding hiervan. Desalniettemin waren er reeds enige millionsellers in die pre-radio-periode, een der grootste was Swanee van Al Jolson en ook onze landgenoot Jacques Urlus, operazanger van formaat, wist flinke aantallen van zijn platen te verkopen.

 

Net als nu werden er in de periferie van wat toen voor hitlijst moest doorgaan opnames en platen gemaakt welke niet in stormachtige hoeveelheden over de toonbank gingen. En net als nu waren dat vaak interessantere produkten dan het gemiddeld nummer 1 tumult. In die jaren 20 werd de jazz steeds groter, in 1917 voor het eerst commercieel doorgebroken en gaandeweg met name door WC Handy, Louis Armstrong en Duke Ellington steeds populairder gemaakt. Ook de blues dook hier en daar op, dames als Bessie Smith en Mamie Smith (geen familie) lieten uitbundig van zich horen.

 

En dan was er nog de folk, eigenlijk slechts enigszins bekend gemaakt door The Carter Family, een trio bestaande uit een broer en 2 zussen, waarvan eentje overigens de schoonmoeder was van Johnny Cash. Zij, en hun volgelingen, zongen liederen die voor een antropoloog erg interessant waren, liederen over moorden, gruwelijke ongelukken, natuurrampen etcetera. Ooit, in de 19e eeuw, toen Amerika nog gevormd moest worden, waren deze liederen een soort ANP-nieuws voor de gewone man, minstrels trokken van dorpje naar dorpje en zongen, of zo u wilt, verhaalden van ”Henry Lee”, die door zijn vriendin vermoord werd of “Engine 143”, de trein die bijna ontspoorde waarbij de machinist door zichzelf op te offeren de boel net wist te redden, maar er waren ook minder sensationele songs over de moeilijkheden van de gewone man, de worstelingen met het geloof van de eerste pioniers en soms ook een simpel liefdesliedje.

 

Toen uiteindelijk de radio de overhand kreeg, verdwenen deze laatste overblijfselen uit voorbije tijden. In die zin is het fantastisch dat mensen als Harry Smith de moeite namen terug te grijpen op deze muziek en deze te categoriseren en opnieuw onder de aandacht te brengen.

Een stuk geschiedschrijving van “de gewone man” is daarmee gewaarborgd, uiteraard naast de kranten welke inmiddels zijn overgeleverd uit dezelfde tijd, maar die toch werden geschreven met de bril van de redacteur op. Bovendien luister ik liever naar een nummer van de Carter Family dan naar een krant.

 

In Nederland is er ook kort een revival geweest van zogenaamde “folk-muziek”. Jammer genoeg kwamen wij echter niet verder dan “In een groen groen knollen-knollenland” en “Wat zullen we drinken”.  Hoewel ik soms ook LP’s aantref van echte troubadours die ergens op een Noord-Hollands zolderkamertje in oude boeken hebben zitten graven, op zoek naar mooie verhalen.

 

Toch jammer dat dat soort zolderkamertjes (bijna) niet meer bestaan….zou er hier ook een Harry Smith kunnen opstaan??? Mijn zegen heeft hij.

woensdag 8 mei 2013

SCIENCE FICTION !?




Als baardenloze jongeling (ik had een goed scheerapparaat) las ik met enige graagte SF-lectuur. Voor degenen die niet veel lezen: deze term staat voor “Science Fiction”, een genre dat zich met name afspeelt in de toekomst en derhalve per definitie “Fictie” is, daar de meeste schrijvers geen mediums zijn.
Dit genre bevat zelf weer een veelheid aan subgenres. Zo heb je daar de afdeling “Fantasy”, waarin de meest buitenissige wezens op verre planeten  het met elkaar aan de stok krijgen. Dit genre had slechts mijn matige interesse. Veel interessanter vond ik de boeken die waar gebeurd “konden” zijn. Met name Arthur C. Clarke, Isaac Asimov en natuurlijk ook Aldous Huxley waren erg bedreven in dit soort verhalen. Eerstgenoemde ook omdat hij zelf een niet onverdienstelijk natuurkundige was.

Deze verhalen lezend over toekomstbeelden waarin mensen in hun eigen afgebakende wereld zaten en er geen ruimte meer was voor enige creatieve ontplooïng deden mij wegdromen hiernaar. Uiteraard speelde ik in deze dromen vaak de rol van de éénling, die zich, vanwege zijn uitzonderlijke vermogens, moest afzetten tegen de heersende orde waarin alle afwijkingen in eerste instantie met zachte hand, maar allengs steeds strenger, de kop in werden gedrukt.
Uiteindelijk won deze éénling natuurlijk altijd en werd vrijwel de gehele maatschappij ervan doordrongen dat de weg die hij volgde de enige juiste was. Ach ja, enig narcisme was mij niet vreemd in die dagen.

En nu zijn we inmiddels het jaar 2000 voorbij. Het jaar waar vele science-fiction-schrijvers van zeiden dat het revolutionair anders zou zijn dan de eerdere jaren van de 20e eeuw. Het bleek uiteindelijk mee te vallen, hoewel…..

De radio en de televisie hadden gedurende de 20e eeuw het grootste deel van de huishoudens veroverd, praktisch het hele land kluisterend aan een scherm waarop iedere avond van alles te zien was wat niet gemist mocht worden, anders kon je niet langer meepraten.
Gedurende de jaren 90 was daar het internet bijgekomen en de gevolgen hiervan zijn nog altijd in ontwikkeling. De afgelopen jaren is de verkoop van muziek dramatisch teruggevallen, door het gratis aanbod hiervan via internet. Ook films worden inmiddels massaal gedownload, zodat men niet langer naar de bioscoop hoeft. En uiteraard hoeft men geen winkel meer te bezoeken, dit kan allemaal vanuit het veilige huis geregeld worden.

De laatste paar ontwikkelingen zijn de snelle opkomst van de e-reader, die het gedrukte woord en dus de boekwinkel overbodig maakt en sinds kort wordt ook gezaagd aan een andere uitgaansgelegenheid: de concertzaal. Immers: waarom zou je met veel moeite naar een plaats, soms 100 kilometer weg, rijden, een hele avond niet of nauwelijks mogen drinken en ook nog een pak geld kwijt zijn voor parkeerkosten en/of concertkaartjes als je dit gewoon kunt oplossen met een goede TV, een multimediabox en een paar biertjes?  (of colaatjes, voor de soberen onder ons)

En zo wordt dus wederom een reden gegeven om jezelf lekker op te sluiten in je eigen huis, luisterend naar gratis muziek, kijkend naar je eigen TV-programma’s, films en concerten en je boodschappen bestellend via een internetsupermarkt.
Zwelgend in je eigen cocon, je intussen afvragend hoe het toch komt dat de kwaliteit van alles afneemt en het egocentrische in de mensen steeds meer de overhand krijgt.

Nee, ik denk niet dat ik het kan keren en ik wil het ook niet eens proberen. Maar ik word er soms toch een beetje verdrietig van…