Op een dag was hij er ineens. Hij stond in mijn kamer en
terwijl ik mijn ogen ternauwernood op kon slaan, verklaarde hij, niet gespeend
van enige dramatiek: “Ik kom je halen”.
Ik keek op om te zien welke onverlaat mijn privé-verblijven
was binnen gekomen en zag een iets jongere man, een vreemdeling, gekleed in het
zwart met in zijn hand een lange wandelstok.
Enigszins ontdaan vroeg ik: “Hoezo, waar gaan we dan
heen?” De man gaf geen antwoord, tikte met de stok op de grond en zei: “Volg
mij!”, op een toon die geen tegenspraak duldde.
Ik stapte mijn bed uit, deed mijn hanger om en ging de vreemdeling
achterna die een deur opende die naar mijn idee nooit op die plaats gezeten
had, maar wellicht was dat een kwestie van mijn nog aanwezige
slaapdronkenschap. We stapten in een gang die enigszins duister was, maar aan
de andere zijde brandde een fel licht.
Ook hier weer een deur, een glazen dit maal en toen deze
zich opende hoorde ik….muziek!!!
Weliswaar waren het ijle tonen, ver weg, alsof ze uit een
kelder kwamen die er niet was, maar onmiskenbaar was het muziek die mij
vertrouwd in de oren klonk, welke ik in mijn zeer jonge jaren her en der had opgevangen.
De man zei: “Wacht hier even”, en verwijderde zich vrij vlot.
Ik keek om me heen. Achter mij nog steeds de glazen deur,
een vreemd melkwit matglas, en voor mij ontvouwde zich een landschap dat ik
moeilijk kan duiden: Allereerst een pad dat zich enigszins omlaag kronkelde tot
het door een heuvel aan het zicht onttrokken werd. De lucht glinsterde, alsof er duizenden diamanten waren opgehangen. Bovenop de dichtstbijzijnde heuvel stond, naar het leek, een dame met rood haar. Op de achtergrond hoorde ik mensen lachen, alsof er een publieksband werd afgedraaid. Verderop meer heuvels en
daartussenin bewogen zich onmiskenbaar diverse…. muzieknoten, leek het wel, het
pad op en neer bewegend.
Ik wilde dit eens van nabij zien en deed enkele stappen
vooruit. Toen ik echter de eerste noot naderde, werd deze vager en verdween
bijna. In plaats ervan hoorde ik ineens duidelijk welke muziek ten gehore werd
gebracht: “Love is all” van Roger Clover & guests, u weet wel, dat lied door
Ronnie James Dio, waar een ander naam boven moest. Als kind vond ik dit al een
geweldig nummer, niet eens vanwege de clip met de geanimeerde kikker, want die
zag ik destijds niet, maar gewoon omdat ik het als 7-jarige een lekker vlotte
song vond.
Ik keek om me heen waar het geluid vandaan kwam en
concludeerde dat het echt rond de muzieknoot hing die ik zojuist nog had
gezien. Ik deed nog een paar stappen en ontwaarde de volgende noot en hoorde de
bijbehorende muziek: “Boom boom blues” van John Lee Hooker. Verbeeldde ik het
me nu of leek de noot een zwarte hoed te dragen?? In het gras stond een bordje met een enigszins cryptisch opschrift. Een pijl wees omlaag en ernaast stond: "AARDE 8 MIJL".
Een volgende muzieknoot verder bracht mij bij “Tarzan boy” van
Baltimora. Tja….ik begon uiteraard een lijn te zien en vermoedde dus al snel
nummers van Queen, the Beatles en het vroege Pink Floyd tegen te gaan komen.
Op dat moment was er achter mij echter tumult en kwam een
zichtbaar geagiteerde vreemdeling me tegemoet. “Ik had u gevraagd te blijven
wachten!”riep hij uit, “u hoort hier niet, dit is de plek voor muzikanten, niet
voor muziekliefhebbers!”
In de wirwar van muzieknoten, matglasplaten en hangers
beet ik hem toe: “wel, als dat het geval is, neem ik wel een andere hemel!”
Alles werd stil.
Ik draaide me om en viel al snel weer in slaap.