dinsdag 30 april 2013

ZOMERSE VERZUCHTING




Dromend op een ligbed, dobberend op de Gouwzee, zie ik de wolken voorbij komen, zuid-west naar noord-oost. Ver weg en toch dichtbij ligt Marken, een kerkje dat ik in mijn jeugd vele malen gezien had, zonder het ooit aan te raken.
Ik kijk naar het strandje en zie ineens weer die oude roestige glijbaan staan en de onmiskenbare resten zeewier op het zand, overblijfsel van de zee die hier eens was.
Ik maakte daar vroeger graag boompjes van, met stokjes van het strand en erbovenop dus struikjes wier. Wat kan de mens het aanzicht van iets toch veranderen. In 1932 werd de Afsluitdijk sluitend gemaakt en nu, inmiddels 2013, heeft ook het laatste restje zeewier plaatsgemaakt voor zoetwaterplanten. Het zal de leeftijd wel zijn, maar inmiddels heb ik meer begrip voor de emotie achter die ooit door mij zo verfoeide “Zuiderzeeballade” (“en aan de einder leit Emmeloord”).

Veel, heel veel mensen zagen hun leven destijds ingrijpend veranderen als gevolg van het streven van de overheid naar meer veiligheid voor haar burgers die “aan zee” woonden. Waren de Zuiderzeeplaatsen vroeger zeer bedrijvige havens, waar erg veel vis verhandeld en bewerkt werd, inmiddels zijn deze zelfde plaatsjes veelal slaapstadjes geworden, gelukkig nog wel bezocht door enige toeristen, maar met weinig verdere activiteit.

Nog iets schiet me te binnen: als ik vroeger op de fiets over de Lange Brug kwam, bij de haven, kwam de indringende geur van gerookte paling me tegemoet. Het was duidelijk waar dit vandaan kwam, want flinke rookwolken kwamen uit de schoorstenen van de rokerijen op de Havenstraat. Ook deze zijn inmiddels gesloten en opgekocht door een projectontwikkelaar die ze liever voor veel geld leeg laat staan dan ze goedkoper te verhuren aan kleine ondernemers.

De strategie van de onroerend goed sector zal sowieso wel nooit de mijne worden. Ik reed laatst nog over de Baanstee in Purmerend en zag het ene lege pand na het andere. Honderd meter verderop wordt een splinternieuw industrieterrein aangelegd voor “ondernemers die groot denken”. Ik denk eigenlijk dat dit alleen voor ondernemers kan zijn die vreselijk kortzichtig denken, maar waarschijnlijk heb ik er gewoon te weinig verstand van.

En datzelfde heb ik dus ook met de wijze waarop momenteel de radiostations en platenmaatschappijen samenspannen in het door de strot duwen van “wat alle mensen leuk vinden”.
Natuurlijk…veel mensen interesseert het geen zier wat voor rommel ze muzikaal voorgeschoteld krijgen en die worden ruimschoots bediend door de commersjele zenders. Maar waarom de publieke omroep deze trend moet volgen…..kan iemand me dat dan uitleggen??

En zo mijmer ik verder, terwijl de golfjes om me heen veel weg hebben van het intro van “Cherish” van Kool & the Gnag. Ik mis alleen nog de zeemeeuwen. Wellicht zijn ook die vertrokken na het wegblijven van de paling. En ik denk bij mezelf: “Hoe kan het nu zo zijn dat er in de ons omringende landen veelzijdiger radiostations zijn dan bij ons?” Heeft “de Nederlander”dan echt een slechte smaak? Slechts bepaald door waar het meeste geld aan wordt verdiend?

Ik draai me nog eens om, voel de zon branden en ben blij dat deze gratis is, voorlopig. En ik hoop van harte dat men uiteindelijk tot het inzicht zal komen dat dit, lekker dobberen op de Gouwzee, dromend van betere tijden, onbetaalbaar is en toch geen geld kost.

Soms zijn veranderingen goed, maar soms ook niet…

zondag 28 april 2013

PARALYMPICS




Laatst luisterde ik naar een album van Ian Dury, de briljante Engelse rockartiest (ik heb een hekel aan de term “pubrocker”) die ook alweer bijna 15 jaar geleden naar gene zijde vertrok.
In al zijn biografieën wordt tot vervelens toe het feit gememoreerd dat hij als kind polio had gehad, waardoor hij zijn levenlang als gehandicapte te boek stond. Mij boeide dat nooit, vanaf de eerste keer dat ik hem een nummer op TV zag playbacken (“Hit me” bij Avro’s Toppop, december 1978) besloot ik dat dit rare kleine mannetje geweldige nummers kon maken. En dat bleek ook toen hij later in 1979 het nummer “Reasons to be cheerful” de hitparade in…ehm….zong? rapte? Nou ja, hij zei  ritmisch zijn teksten op. Teksten die in de meeste gevallen niet zozeer met een tong in de wang (tongue in cheek) waren bedoeld als wel met een uitgestoken tong naar het establishment.

Zo maakte hij in 1981 de single Spasticus Autisticus waarop hij de draak stak met hoe mensen naar hem keken. Als een dribbelende, mismaakte, kwijlende levensvorm. Het bijzondere was vervolgens dat de grootste storm van kritiek voortkwam uit juist kringen van gehandicapten die vonden dat hij een onnodig stigma op hen plakte. Tja…

Om het verhaal even af te maken: hierna ben ik hem enigszins uit het oog verloren. In 1985 kwam er nog wel een maxisingle uit met daarop naast eerstgenoemde 2 nummers ook nog “Sex and drugs and rock ’n roll”, het lijflied van Ian Dury. De nummers waren allen geremixed en van (in mijn oren dan toch) smaakvolle synthesizer-riedels voorzien door Paul Hardcastle, een Amerikaanse producer en muzikant, vooral bekend door zijn anti-Vietnam song “19”. Begin jaren 90 kocht ik het album “New Boots and Panties”, hetgeen inmiddels één van mijn favoriete albums aller tijden is en in 1998 miste ik net het laatste optreden van hem in Paradiso, waar hij, inmiddels hevig verzwakt door leverkanker, op het podium kwam door middel van een speciaal liftje.
Begin 2000 overleed hij, 57 jaar oud.  Er werd nog een laatste album uitgebracht met restjes van de jaren ervoor en een paar nieuwe nummers en dat was het…leek het.
Een jaar later werd echter op instigatie van Robbie Williams een tribute-album gemaakt met als titel “Brand New  Boots and Panties”, waarop het originelealbum uit 1978 opnieuw werd ingespeeld door een aantal artiesten die Ian Dury hoog hadden zitten, waaronder Paul McCartney.

Eigenlijk was dit stukje bedoeld om aan te tonen dat het aandeel van gehandicapten in de muziek nauwelijks aanwezig is, maar gaandeweg schoten me de namen binnen van Robert Wyatt, Gene Vincent (na zijn ongeluk), “de drummer van Def Leppard (die heeft maar 1 arm)”, Stevie Wonder, Jeff Healey, Koos Alberts, Manke Nelis en vele oude bluesartiesten die destijds geen andere keus hadden dan muziek maken om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien.
Waarmee we kunnen vaststellen dat in de (pop-)muziek de integratie van lichamelijk gehandicapten een stuk hoger ligt dan in bijvoorbeeld de sport, waar aparte Olympische Spelen voor hen worden georganiseerd. Los van de goede bedoelingen vind ik dit nog steeds een vreemde ontwikkeling.
Ik stel dan ook voor dit in de toekomst gewoon gezamenlijk te laten vallen. Het voordeel hiervan is dat er voor beiden dezelfde media-aandacht is, hetgeen mij rechtvaardiger voorkomt dan de kleine artikeltjes op pagina 3 van het sportkatern die nu veelal zijn weggelegd voor de “Paralympics”.

Over de begeleidende muziek maak ik me weinig zorgen, muzikanten letten blijkbaar minder op elkaars beperkingen en meer op elkaars mogelijkheden….

vrijdag 5 april 2013

“MAG IK VANNACHT IN JE DROMEN???”




Nog altijd één der mooiste Nederlandstalige tekstvondsten ooit staat op naam van NUHR (Niet Uit Het Raam). Wat mij betreft passend in het rijtje “Als je bij me weggaat, mag ik dan met je mee” (Herman & ik) en “Zelfs je naam is mooier dan die van iedereen die dezelfde naam heeft” (Henk Westbroek). Al deze platen zijn uit begin jaren 90 en vormen “de soundtrack” van mijn eerste werkjaren.

Hoe de tekst van NUHR verder gaat ben ik even kwijt, ik zou de single weer eens moeten opzoeken op Youtube, Spotify of simpelweg mijn CD-kast, waar hij ook nog ergens zwerft. En waarom deze afgelopen week ineens zich in mijn hoofd nestelde weet ik ook niet, misschien zelfs via een droom.

Ik ben één van de vele mensen die zich hun dromen vrijwel nooit kunnen herinneren als ze wakker worden. Alleen soms flarden, gevoelens en ja, ook melodieën. In het verleden heb ik zelfs muziek gecomponeerd tijdens dromen, maar ik kon er helaas niets mee, want ik kan geen noten lezen en dus ook niet noteren. Paul McCartney kan dat wel en dus wist hij de volgende ochtend het nummer “Scrambled Eggs” op papier te zetten, later veranderd in “Yesterday”. Tja, wie weet hoeveel miljoenen ik dus ben misgelopen.

Ook kan ik me euforische dromen herinneren, met name in mijn studententijd, waarin ik in een stoffig platenzaakje ineens een bak aantrof met de meest geweldige zeldzame en dus onbetaalbare titels voor 2 gulden per stuk. De natte droom van iedere muziekverzamelaar.
Altijd was ik dan weer teleurgesteld als ik wakker werd.

Overigens ben ik ook wel eens opgelucht wakker geworden. Dan was ik er heilig van overtuigd dat ik mijn diploma HEAO niet gehaald had en dus weer een jaar de boel moest overdoen. Die droom bleef trouwens aanhouden tot 6 jaar na het behalen van dat diploma, erg frustrerend.

Er zijn echter twee dromen die ik me wel herinner, maar die ik al jaren niet meer heb. Beiden waren bevreemdend, hallucinair haast zelfs. In de ene hoorde ik mensen om me heen praten en ik wist zeker dat ze een mij bekende taal spraken. Maar hoe ik ook mijn best deed, ik kon geen woord verstaan van wat ze zeiden. Toch wist ik dat alles vertrouwd was. En in de andere bevond ik me onder water en zweefde zonder boven te komen. Maar het vreemde was: ik kon gewoon ademen onder water, had totaal geen moeite met mijn adem inhouden in ieder geval. Ook dit was vreemd en toch weer gewoon.

Mijn theorie hierover is inmiddels dat het twee weergaves waren van mijn allervroegste tijd hier op aarde. In de laatste bevond ik me wellicht nog in de baarmoeder en in de eerste hoorde ik als baby de stemmen, herkende de taal als vertrouwd, maar had nog geen begrip van de gehoorde klanken. Enfin, als u een psycholoog weet die hier een theorie over heeft, houd ik me aanbevolen…..

Het zou derhalve betekenen dat de mens wel degelijk in staat is tot het opslaan van zijn vroegste herinneringen. De mijne zijn, gelukkig, behoorlijk goed. Jarenlang had ik trouwens een melodie in mijn hoofd die soms opdook en waarvan ik wist dat die afkomstig was uit een hele vroege tijd van mijn bewustzijn. Het was een spannend stuk muziek, althans, het was duidelijk bedoeld om de luisteraar te intrigeren
Pas vele jaren later, terwijl ik een film keek, hoorde ik ineens het stuk muziek. Het betrof de soundtrack van “The Good, The bad & The Ugly”, welke bij navorsing inderdaad een hit bleek te zijn geweest rond de tijd dat ik anderhalf was.
En zo heeft ook mijn vroegste jeugd dus inmiddels een soundtrack gekregen.
Ik ben heel benieuwd naar de sequel….