Dromend op een ligbed, dobberend op de Gouwzee, zie ik de
wolken voorbij komen, zuid-west naar noord-oost. Ver weg en toch dichtbij ligt
Marken, een kerkje dat ik in mijn jeugd vele malen gezien had, zonder het ooit
aan te raken.
Ik kijk naar het strandje en zie ineens weer die oude
roestige glijbaan staan en de onmiskenbare resten zeewier op het zand,
overblijfsel van de zee die hier eens was.
Ik maakte daar vroeger graag boompjes van, met stokjes
van het strand en erbovenop dus struikjes wier. Wat kan de mens het aanzicht
van iets toch veranderen. In 1932 werd de Afsluitdijk sluitend gemaakt en nu,
inmiddels 2013, heeft ook het laatste restje zeewier plaatsgemaakt voor
zoetwaterplanten. Het zal de leeftijd wel zijn, maar inmiddels heb ik meer
begrip voor de emotie achter die ooit door mij zo verfoeide “Zuiderzeeballade”
(“en aan de einder leit Emmeloord”).
Veel, heel veel mensen zagen hun leven destijds
ingrijpend veranderen als gevolg van het streven van de overheid naar meer
veiligheid voor haar burgers die “aan zee” woonden. Waren de Zuiderzeeplaatsen
vroeger zeer bedrijvige havens, waar erg veel vis verhandeld en bewerkt werd,
inmiddels zijn deze zelfde plaatsjes veelal slaapstadjes geworden, gelukkig nog
wel bezocht door enige toeristen, maar met weinig verdere activiteit.
Nog iets schiet me te binnen: als ik vroeger op de fiets
over de Lange Brug kwam, bij de haven, kwam de indringende geur van gerookte
paling me tegemoet. Het was duidelijk waar dit vandaan kwam, want flinke rookwolken
kwamen uit de schoorstenen van de rokerijen op de Havenstraat. Ook deze zijn
inmiddels gesloten en opgekocht door een projectontwikkelaar die ze liever voor
veel geld leeg laat staan dan ze goedkoper te verhuren aan kleine ondernemers.
De strategie van de onroerend goed sector zal sowieso wel
nooit de mijne worden. Ik reed laatst nog over de Baanstee in Purmerend en zag
het ene lege pand na het andere. Honderd meter verderop wordt een splinternieuw
industrieterrein aangelegd voor “ondernemers die groot denken”. Ik denk
eigenlijk dat dit alleen voor ondernemers kan zijn die vreselijk kortzichtig
denken, maar waarschijnlijk heb ik er gewoon te weinig verstand van.
En datzelfde heb ik dus ook met de wijze waarop momenteel
de radiostations en platenmaatschappijen samenspannen in het door de strot
duwen van “wat alle mensen leuk vinden”.
Natuurlijk…veel mensen interesseert het geen zier wat
voor rommel ze muzikaal voorgeschoteld krijgen en die worden ruimschoots
bediend door de commersjele zenders. Maar waarom de publieke omroep deze trend
moet volgen…..kan iemand me dat dan uitleggen??
En zo mijmer ik verder, terwijl de golfjes om me heen
veel weg hebben van het intro van “Cherish” van Kool & the Gnag. Ik mis
alleen nog de zeemeeuwen. Wellicht zijn ook die vertrokken na het wegblijven
van de paling. En ik denk bij mezelf: “Hoe kan het nu zo zijn dat er in de ons
omringende landen veelzijdiger radiostations zijn dan bij ons?” Heeft “de
Nederlander”dan echt een slechte smaak? Slechts bepaald door waar het meeste
geld aan wordt verdiend?
Ik draai me nog eens om, voel de zon branden en ben blij
dat deze gratis is, voorlopig. En ik hoop van harte dat men uiteindelijk tot
het inzicht zal komen dat dit, lekker dobberen op de Gouwzee, dromend van
betere tijden, onbetaalbaar is en toch geen geld kost.
Soms zijn veranderingen goed, maar soms ook niet…