zondag 28 september 2014

MUZIKALE EMOTIE


Nog altijd vind ik het wonderlijk hoe muziek, meer nog dan andere soorten kunst, in staat is het menselijk geheugen te beïnvloeden. Een voorbeeld?
Ik neem u mee naar oktober 1983. Ik ging als 16-jarige soms mee als mijn vader met zijn technische hobby- rommel op de Zwarte markt in Beverwijk ging staan. Weliswaar moest je op zaterdagochtend onmenselijk vroeg je bed uit, maar toch had het wel wat: de opgaande zon, de ochtendgeluiden die altijd een intensievere indruk maakten op je pas ontwaakte trommelvliezen, het rumoer en gekrakeel van de andere marktkooplui die streden om de beste tafels.
Het bracht allemaal een stuk spanning met zich mee alsof je als kleuter stiekem de gesprekken afluisterde van je ouders en hun visite, onbegrijpelijk geluid, maar toch vertrouwd.

Ikzelf bracht, hoe kan het ook anders, altijd 2 doosjes met plaatjes mee die ik ter plekke verkocht voor 2 gulden per stuk. Kort ervoor had ik ze gekocht voor 2,50 per stuk, in de uitverkoop, maar niet goed genoeg bevonden om zich definitief in mijn zich toen al uitbreidende collectie te nestelen.
Ik maakte dus enig verlies, het zakelijk inzicht moest nog groeien, zal ik maar zeggen…

Uiteraard benutte ik mijn tijd in de Beverwijkse hallen goed en ging zelf dus ook op zoek naar muzikale kleinoden. Een aantal keren stond tegenover ons een man die maxi-singles verkocht voor 2,50 per stuk, waar ik een hoop moois uitviste dat een jaar eerder op de diverse Amsterdamse import-radio-piraten was voorbij gekomen.
Maar ook vond ik een LP van the Electric Light Orchestra, getiteld “A New World Record”. De band had zich reeds enige jaren in mijn hart genesteld via hun top-album “Out Of The Blue” en ik vond het tijd worden mijn muzikale horizon te verbreden en een 2e LP van hen aan te schaffen. Het ding kostte 3 gulden, niet veel, maar er zat dan ook een grote sticker op van een vorige eigenaar.

Het nummer “Livin’ Thing” stond erop, één van mijn favoriete nummers aller tijden op dat moment.

Bij thuiskomst wachtte ons een vervelend bericht: mijn oma bleek ernstig ziek en moest geopereerd worden, een zeer zware operatie waarvan onzeker was of deze goed zou aflopen.
Een behoorlijke klap want ik was best dol op mijn oma hoewel ik de laatste jaren minder bij haar op bezoek ging dan ik later gewenst zou hebben. Ik denk eigenlijk één der eerste spijt-momenten van menig puber.
Niet helemaal wetend wat ik ermee aan moest zette ik ’s avonds alsnog de LP op en….hoorde aldus de muziek die me later op ieder moment zou terugbrengen naar deze herinnering.
Vanaf het eerste nummer “Tightrope” tot het laatste, getiteld “Shangri-La” heb ik het album in zeer emotionele staat beluisterd, heel intens en met mijn gedachten ieder moment bij de lieve oude dame die hopelijk alles zou overleven en nog lang en gelukkig bij ons zou blijven.

Uiteindelijk bleef ze nog een paar jaar leven, erg zwak, dat wel.

Maar het vreemde blijft dus dat de plaat ieder moment dat ik hem later ooit draaide dezelfde gevoelens, zij het veel minder sterk, teweeg bracht als die dag in oktober 1983.
Alsof dus de emotie in de noten werd gedownload toen deze voor het eerst mijn buis van Eustachius doorkruisten.
Het blijft een erg mooie plaat maar er zal altijd iets aan blijven kleven.
Muziek is emotie, dat blijkt maar weer…



donderdag 24 juli 2014

ZOMERAVOND


Buiten zittend in de tuin, groen tuinmeubilair, geroezemoes van buren, ritselende wind, vogels op weg naar het veilige avondwater en boven mij een wolk kleine mugjes, hun squadron in onnavolgbare formatie cirkelend om een ogenschijnlijke leider in het middelpunt.
Wie volgen zij? Zouden ze, indien je die leider vangt in wanhopige zwermen ter aarde storten, van alle zin des levens ontdaan? Of zul je, indien je tracht uit te zoeken welke van hen die leider is, er achter komen dat ze maar wat doen en dat alle bovengenoemde woorden doelloos zijn en er geen logica in hun emotieloos vlieg-gepingel is…..

En zou dat ook van toepassing zijn op ons, mensen die weinig om woorden verlegen zitten als we denken onze innerlijke en integere emoties ten toon te spreiden. Zijn die echt? Of ingegeven door wat anderen zeggen en doen? En zijn we dus allen speelballen van de sociale vaardigheden van…ja, van wie eigenlijk? Wie bepaalt wat wij doen, wat wij voelen, wat wij denken??? Wij zelf?
Naïef hoop ik dat dit zo is. Maar tegelijk besef ik dat ook wij zwermen, zoekend naar onszelf en denkend dat we ons geluk zullen beleven in het vinden hiervan.

En zo zwermen we mee op de wind, nu eens in extase tijdens sportevenementen, dan weer met een traan van ontroering als “onze” mensen ergens uitblinken. Maar net zo eenvoudig zwermen we richting diep verdriet, extreme woede, in onze uiterste machteloosheid beschreven in alle media. En denken we in onze eigen en dus integere emotie oprechter te zijn dan onze buren, die een andere integere emotie denken te hebben.

Uiteindelijk is het allemaal onzin, iedereen stelt zijn eigen emotie-menu samen, opgebouwd uit alle informatie die ons wordt aangereikt en vervolgens door het glas van onze eigen waarden-prisma gehaald. We denken soms zelf min of meer het unieke middelpunt van de mugjes-zwerm te zijn maar beseffen niet dat we eigenlijk aan één der flanken bewegen, met om ons heen gelijkgestemden waardoor we gesterkt worden in ons onomstotelijk gelijk.

En smalend stoten onze vleugeltippen elkaar aan en kijken we naar de flank aan de overkant die op een geheel andere manier reageert. Daar moet wel een dosis eigenbelang aan ten grondslag liggen! Wat brengt iemand er anders toe op dergelijke manier met de situatie om te gaan! En zo rollen we linksom, rechtsom, in onnavolgbare formatie fladderend van de ene sociale omgang naar de andere. Onze meningen zijn wetten voor onszelf en naar we hopen ook voor onze omstanders.

Iedereen, werkelijk iedereen…..doet hieraan mee!!!! En als er op een dag maar voldoende mensen zijn dan komt er een dag dat een zwerm opgesloten raakt in zo’n web van emoties en implodeert. De gevolgen zijn soms rampzalig en uiteindelijk kunnen slechts historici, zonder de belasting van de emoties, bepalen wat er gebeurt is. Jammer alleen dat ook zij……enfin……

Ik hoop soms mezelf los te kunnen maken. Een zwerm van 1 mug mag geen zwerm heten maar is wel lekker rustig…soms….



dinsdag 29 april 2014

MUZIEKTENT




Ieder mens heeft zijn eigen zienswijze over de eerste jaren dat hij of zij de aarde bewust bewandelde. Het heeft slechts deels te maken met wat er door diverse (groot-)ouders wordt aangeboden maar vooral met de wijze waarop men als peuter of kleuter de wereld beschouwt, blijkbaar onbewust keuzes makend over welke zaken op een ieders harde schijf worden opgenomen. Het zal u denk ik niet verbazen dat mijn oudste herinneringen deels worden ondersteund door diverse soorten muziek.
Zo bevatte de soundtrack van mijn eerste jaren allereerst het thema van “The Good, The Bad and The Ugly”, ten tweede hangt er hardnekkig in mijn hoofdbagage een LP van James Last die, ik kan er niets aan doen, op klompen swingend me tegemoet toeterde vanaf de hoes van de plaat, en ten derde de diverse gevederde fluitisten uit de muziektent, welke ooit 200 meter van mijn huis stond.
De muziektent: in mijn beleving had deze er altijd al gestaan, zich vol bravoure staande houdend tussen het almaar oprukkend struweel dat haar frele, groen-witte reling omgaf. Als kind vroeg ik me nooit af waarom het ding eigenlijk een muziektent heette, de enige aanwezige muziek kwam uit de autodidacte keeltjes van de diverse vogels die het ding bevolkten. Want inmiddels was de ooit vermoedelijk zo met cultureel elan beladen houten cirkelvorm omgetoverd in een schoon onderkomen voor gevederden van diverse pluimage, welke er op hun beurt een iets minder schoon geheel van maakten maar ach, het boeide niet, wij kinderen liepen rondom het gaas en de kwelertjes zaten er binnen in. De kooi had evengoed een magnetische uitwerking op ons, het kleine grut uit de nieuwere buurt achter de Raiffeissenbank. Eromheen was, zoals gezegd, struikgewas geplaatst met vooral veel doornen waar we ons goed niet aan wilden wagen. Moeders hadden toen nog wat in te brengen in de keuze en het onderhoud van onze garderobe.
Toch was er de wetenschap dat ooit, in een zeer ver verleden, de diverse toeters en blazers van Olympia of Con Brio hun kunnen hadden uitgeprobeerd op lome zomeravonden waar, nog in zwart-wit, de weldadige  akoestiek van de Binnendijk mannen in hemdsmouwen en vrouwen met knotjes en strenge brilletjes hun oren beroerde.  Wellicht hadden er zelfs mensen gezongen of andersoortige orkestjes gespeeld. Ik wist en weet het niet, het speelde zich allemaal af voordat ik mij goed en wel bewust was van enig muzikaal hoorvermogen.
Toch was daar die symfonie van al die kleine zangvogels. Ze werden ongetwijfeld gevoederd door een welwillend ambtenaar en aangestaard door iedere nieuwe generatie peuters, wegzakkend in hun vaak veel te grote jassen, geleend van hun oudere broertjes en zusjes.
Het was een schok voor me toen ik, ergens midden jaren 80, afreed richting de Zeepziedersbrug en daar een onooglijk nieuw gebouw zag. De Raiffeissenbank had inmiddels haar eerste stappen richting Purmerend genomen en had blijkbaar in haar haast om uit te breiden de muziektent opgevreten en er plekken voor de clientele van gemaakt.
Tja, parkeerplaatsen zijn een belangrijk recht in Nederland. Een praktisch volk, niet genegen om een stap teveel te nemen. Wel jammer dat daarbij een piepklein stukje erfgoed, zowel cultureel, ornithologisch als emotioneel, moest wijken.
Soms zou ik willen dat ik het kon herstellen. Maar tegelijkertijd besef ik dat het onmogelijk is om je eigen jeugd te herbouwen. Ik volsta dus maar met een herinnering op papier.

maandag 28 april 2014

HOE VERDER?




Ooit, lang geleden, was de aarde een kleinere planeet.
De mensen woonden in dorpen of hooguit kleine stadjes en waren volmaakt tevreden met alle aangeboden informatie en verstrooiing die ze kregen. Soms bereikte hen een bericht uit een naburig stadje, als het ernstig genoeg was. Muzikaal verpoosden ze zich met het zingen van liederen over vroegere gebeurtenissen, soms grappig bedoelde protestliederen en het algemeen maken van simpele wijsjes op fluit ende luit.

Van tijd tot tijd ging dan de deur naar een andere wereld open en kwamen er marktkooplui, kermisgasten en minstreels langs. Laatstgenoemden waren eigenlijk startpagina.nl avant-la-lettre. Ze verhaalden in hun lang-gerekte liederen over veldslagen, huwbare koningsdochters en boze stief-dingen. Kortom: Shownieuws in het groot. Dat veel van hun gezongen verslagen inmiddels door overdrijving een flink rammelende waarheid bezaten boeide niet: de mensen hoorden iets nieuws en nieuwsgierig als de mens van nature is, werd ervan gesmuld.

Later, veel later, werd geluid vastgelegd en gingen er ineens deuren open naar werelden die voorheen slechts via verslagen van varensgezellen waren meegekomen. Vanaf dat moment ging het rap. Liederen werden vermenigvuldigd om er financieel beter van te worden of om ideeën te verspreiden en de verhalende liederen geraakten geleidelijk steeds meer op de achtergrond.

Gelukkig waren daar eind jaren 20, begin jaren 30 een vader en een zoon, Lomax geheten. Zij stelden zich ten doel zoveel mogelijk verdwijnende liederen uit de volkscultuur vast te leggen, daarmee en passant ook muzikale paden verkennend die anders wellicht verloren waren gegaan.
Helaas was dit alleen in Amerika het geval. In Nederland ging men iets lichtzinniger met het erfgoed om en veel liederen uit de 18e en 19e eeuw gingen gedurende de eerste 40 jaren van het opgenomen geluid in Nederland reeds verloren.

Eind jaren 60 was er nog wel een zogenaamde “folk”-revival in Amerika en Engeland. Artiesten als Pete Seeger, Joan Baez en in Engeland Fairport Convention en Pentangle keerden terug naar de traditionals, vaak honderden jaren oude gezangen. In Nederland werden bands als Fungus en CCC inc. Kortstondig populair onder het grotere publiek om vervolgens weer afgelost te worden door de volgende hype.

De wereld werd weer een slag kleiner toen artiesten uit Afrika, Azie en Zuid-Amerika zich meer en meer gingen mengen onder de artiesten die we hier kenden. Begin jaren 60 introduceerden mensen als Stan Getz en ook Frank Sinatra de Bossa Nova. De jazz werd vervolgens verrijkt met een hoop lekkere Latijnse ritmes die de boel een warme draai gaven.
Ook wisten artiesten als Miriam Makeba en Hugh Masekela, beiden uit Zuid-Afrika de westerse hitparades te bereiken met een mix van hun eigen en “Westerse” muziek.

Want dat is wel een ding: hier in “het westen” staan onze oren nog altijd naar de vrij statische ritmes en melodieën die we zelf hanteren. Muziek die daar al te veel van afwijkt zijn we stomweg niet gewend en kunnen we dus niet waarderen. Wel is het zo dat meer en meer vermenging ontstaat tussen “onze” muziek en die van de rest van de wereld, de “wereld-muziek”. Soms levert dat mooie combinaties op, soms ook foeilelijke totaal gladgestreken tingel-tangel-wijsjes, met name in “spirituele kringen” nogal geliefd.

Soms vind ik het jammer dat onze wereld nu zo groot is. Door de vergaande vermenging van muziekvormen is de kans dat je nog eens verrast wordt door een muzikaal verhaal erg klein geworden…

donderdag 2 januari 2014

DURGERDAMMERDIJK 103




2 januari 2014: vandaag precies 35 jaar geleden zat een jochie van 11 met een verveeld gezicht de grijze wereld te beschouwen vanaf de achterbank van een oranje Simca 1100, zo’n autootje dat altijd enigszins verbaasd de wereld in blikte vanuit zijn grote ronde koplampen.

Op 2 januari gingen fatsoenlijke mensen naar familieleden die hen lief waren, zo was hem verteld. Hij geloofde het allemaal wel, ging heus wel graag naar zijn oma, maar nu even niet. Het regende licht, zelfs de ruitenwissers knerpten hun mistroostige lied met landerige precisie. ’s Zomers was het altijd leuk bij oma, ze had een oud huisje aan de Durgerdammerdijk, van waaruit ze ijsjes en snoep verkocht aan voorbijgangers. Ook verkocht ze gasflessen aan kampeerders en bootjesgasten die geïnteresseerd waren.
Maar op 2 januari 1979 waren er geen kampeerders. En geen bootjesgasten. En dus ook geen ijsjes. Alleen maar lood in de hemel en in zijn schoenen. Hij verveelde zich…

De auto werd voor de deur geparkeerd, dat mocht toen nog, de gemeente Amsterdam werd nog niet bestierd door wereldvreemde geldwolven die vonden dat autoverkeer verboden moest worden omdat het openbaar vervoer een adequate vervanger was. Dat was en is het namelijk niet. Wellicht als je tegenover het Centraal Station woont, maar hier, eufemistisch landelijk Noord, werd slechts bediend door een “buurtbus”, een barreltje dat eens per 2 uur over de dijk denderde.
Het huis bevatte een voordeur, maar deze was slechts ter verfraaiing van het aanzicht. Naar goed Noord-Hollands gebruik werd je geacht binnen te komen via de achterdeur, het houten trapje naar de keuken op, waar de geur van doorlopend aangebrande melk je tegemoet kwam, want koffie moest gedronken worden met echte melk. Binnen werd je begroet door het donkere meubilair, het harige tafelkleed, de vogeltjes in de vensterbank en oma die het liefst in de achterkamer aan de keukentafel zat.
Daarna gingen de volwassenen de dingen doen die volwassenen in kinderogen altijd doen, gesprekken voeren die nergens over gaan en werden de kinderen op zichzelf losgelaten.

Het jochie had een flinke stapel papier bij zich en een pen en besloot eens een overzicht te maken van alle platen die hij kende, een bezigheid die hem, om onverklaarbare redenen, fascineerde.
Hij had het idee een top 100 te maken, de nummer 1 wist hij al: Dreadlock Holiday van 10cc, niet geheel toevallig de plaat die ook in werkelijkheid enkele weken geleden op nummer 1 had gestaan.

De top 100 werd niet gehaald…na het noteren van “Blame it on the boogie” van the Jacksons was de koek op, 98 nummers op papier, variërend van Jan Klaassen de trompetter tot A Whole Lotta Rosie. Het werd dus een top 90. De rest is geschiedenis.

Het geheel had een onverwacht vervolg. Nadat oma in 1990 naar het bejaardenhuis ging nam haar zoon het huis over. Hij had een flinke hang naar het verleden. Toen hij op zijn beurt dus in 2012 overleed en we het huis binnengingen kwamen we in een tijdcapsule welke ons naadloos tientallen jaren terugbracht. Sterker nog: we vonden aantekeningen van mijn overgrootouders van rond 1900, ze waren lid van het koor, de toneelvereniging en de blauwe knoop. De gaskachel loeide nog steeds, het meubilair was nog altijd donker. Alleen de vogeltjes zongen niet meer.
Maar inmiddels zijn zij vervangen door een hoop mooie muziek, want die 98 nummers hebben zich inmiddels vele malen vermenigvuldigd en vormen inmiddels een doorlopende soundtrack in mijn hoofd.