donderdag 2 januari 2014

DURGERDAMMERDIJK 103




2 januari 2014: vandaag precies 35 jaar geleden zat een jochie van 11 met een verveeld gezicht de grijze wereld te beschouwen vanaf de achterbank van een oranje Simca 1100, zo’n autootje dat altijd enigszins verbaasd de wereld in blikte vanuit zijn grote ronde koplampen.

Op 2 januari gingen fatsoenlijke mensen naar familieleden die hen lief waren, zo was hem verteld. Hij geloofde het allemaal wel, ging heus wel graag naar zijn oma, maar nu even niet. Het regende licht, zelfs de ruitenwissers knerpten hun mistroostige lied met landerige precisie. ’s Zomers was het altijd leuk bij oma, ze had een oud huisje aan de Durgerdammerdijk, van waaruit ze ijsjes en snoep verkocht aan voorbijgangers. Ook verkocht ze gasflessen aan kampeerders en bootjesgasten die geïnteresseerd waren.
Maar op 2 januari 1979 waren er geen kampeerders. En geen bootjesgasten. En dus ook geen ijsjes. Alleen maar lood in de hemel en in zijn schoenen. Hij verveelde zich…

De auto werd voor de deur geparkeerd, dat mocht toen nog, de gemeente Amsterdam werd nog niet bestierd door wereldvreemde geldwolven die vonden dat autoverkeer verboden moest worden omdat het openbaar vervoer een adequate vervanger was. Dat was en is het namelijk niet. Wellicht als je tegenover het Centraal Station woont, maar hier, eufemistisch landelijk Noord, werd slechts bediend door een “buurtbus”, een barreltje dat eens per 2 uur over de dijk denderde.
Het huis bevatte een voordeur, maar deze was slechts ter verfraaiing van het aanzicht. Naar goed Noord-Hollands gebruik werd je geacht binnen te komen via de achterdeur, het houten trapje naar de keuken op, waar de geur van doorlopend aangebrande melk je tegemoet kwam, want koffie moest gedronken worden met echte melk. Binnen werd je begroet door het donkere meubilair, het harige tafelkleed, de vogeltjes in de vensterbank en oma die het liefst in de achterkamer aan de keukentafel zat.
Daarna gingen de volwassenen de dingen doen die volwassenen in kinderogen altijd doen, gesprekken voeren die nergens over gaan en werden de kinderen op zichzelf losgelaten.

Het jochie had een flinke stapel papier bij zich en een pen en besloot eens een overzicht te maken van alle platen die hij kende, een bezigheid die hem, om onverklaarbare redenen, fascineerde.
Hij had het idee een top 100 te maken, de nummer 1 wist hij al: Dreadlock Holiday van 10cc, niet geheel toevallig de plaat die ook in werkelijkheid enkele weken geleden op nummer 1 had gestaan.

De top 100 werd niet gehaald…na het noteren van “Blame it on the boogie” van the Jacksons was de koek op, 98 nummers op papier, variërend van Jan Klaassen de trompetter tot A Whole Lotta Rosie. Het werd dus een top 90. De rest is geschiedenis.

Het geheel had een onverwacht vervolg. Nadat oma in 1990 naar het bejaardenhuis ging nam haar zoon het huis over. Hij had een flinke hang naar het verleden. Toen hij op zijn beurt dus in 2012 overleed en we het huis binnengingen kwamen we in een tijdcapsule welke ons naadloos tientallen jaren terugbracht. Sterker nog: we vonden aantekeningen van mijn overgrootouders van rond 1900, ze waren lid van het koor, de toneelvereniging en de blauwe knoop. De gaskachel loeide nog steeds, het meubilair was nog altijd donker. Alleen de vogeltjes zongen niet meer.
Maar inmiddels zijn zij vervangen door een hoop mooie muziek, want die 98 nummers hebben zich inmiddels vele malen vermenigvuldigd en vormen inmiddels een doorlopende soundtrack in mijn hoofd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten