maandag 31 januari 2011

Zoals de ouden zongen

100 Jaar geleden liep mijn oma, Grietje Meppen, als klein meisje van 1 jaar, rond in Broek in Waterland. Het was ongetwijfeld een wat lastige dreumes, als ik afga op haar sterke wil tot aan het eind. Zelfs toen ze in het ziekenhuis opgenomen was en wist dat ze zou sterven moest en zou ze een TV bij haar bed. Ze mocht eens een aflevering missen van “Westenwind”, een vrij populaire zeepreeks in die tijd. Een instelling waar ze 88 jaar mee is geworden en die ik nog altijd erg kan waarderen.

Maar goed, 100 jaar geleden dus, stelt u zich eens voor, de huisjes zijn hetzelfde als nu, met als verschil dat ze nog niet voor teveel geld waren opgekocht door rijke Amsterdammers. Sterker, er woonden 4 gezinnen in één huis. Er reden 2 auto’s rond in het dorp, één van de dokter en één van de notaris. De familie Meppen was bepaald niet bemiddeld, vader Meppen was marskramer die kermissen en jaarmarkten afstruinde (de appel valt inderdaad niet ver) en ’s winters stond hij met een koek- en zopiekraam op het ijs van het Havenrak.

Werd er gezongen in huize Meppen? Geen idee. Mijn oma had het in ieder geval niet zo op de kerk, maar in hoeverre ze dat van huis uit had meegekregen is mij niet bekend. Wellicht hadden de notabelen van het dorp naast eerdergenoemde auto ook een grammophoon in huis, of, indien ze wat ouderwetser waren aangelegd, een phonograaf. Het verschil tussen die 2: Laatstgenoemde, uitgevonden door Thomas Alva Edison in 1877 was geschikt voor het afspelen van wasrollen.
Eerstgenoemde was een noviteit, uitgevonden in 1887 door Emile Berliner en geschikt voor platen.
In 1919 zou deze ervoor zorgen dat wasrollen niet meer verkocht werden, ondanks protesten van enkele fervente wasrolaanhangers die vonden dat hun rollen mooier waren uitgevoerd en bovendien een stuk beter klonken dan die schelle platen. Een probleem van alle tijden, zullen we maar zeggen.

Muzikaal gezien was het een interessante tijd: jazz was weliswaar nog niet commercieel uitgevonden (dat gebeurde in 1917), maar de aanzet ertoe was 12 jaar ervoor wel al gegeven door Scott Joplin en zijn ragtime melodieën, waaronder “The Entertainer”, een nummer dat overigens opnieuw opdook in de jaren 70, dankzij die fantastische film “The Sting” met Robert Redford. Dat was echter in Amerika. Hier in Nederland waren we hier vermoedelijk onkundig van, zeker in een boerendorpje midden in het laagveen, zoals Broek in Waterland was.
Waarschijnlijk zal op de plaatselijke apparatuur slechts muziek uit Nederland te horen zijn geweest, zoals operazanger Jacques Urlus en cabaretier Jean-Louis Pissuisse. Overigens muziek die qua stijl en niveau eens te meer bevestigd dat Nederland in cultureel opzicht achteruit geëvolueerd is.
Enfin, uiteindelijk is dat de mening van iedere vorige generatie. In dat opzicht is de komst van internet en met name Youtube een openbaring. Zeer vaak komen er jongeren bij me die verslaafd zijn aan Led Zeppelin, Deep Purple etc. Mooi zo!
Wat dat betreft zijn we dus vooruit geëvolueerd. Ga maar na: ergens op internet zweven nu waarschijnlijk ook oude uitzendingen van “Westenwind”rond.
Dus oma, als u dit leest en aan een laptop kunt komen…..

zaterdag 8 januari 2011

KEDENG KEDENG



Ik reis niet veel met de trein. Zeg eigenlijk maar nooit. Het is vaak zo druk. En het moet gezegd, Nederlanders zijn een aardig volk, zolang het er niet teveel zijn. Dan lijken ze te verharden en worden vaak onbeschoft, enige uitzonderingen daargelaten.

Reden waarom ik buitenlandse vrienden altijd sterk afraad naar Amsterdam te gaan, iets wat ze overigens steevast in de wind slaan.
Enfin, ik dwaal af. De trein dus. Ik kan u zeer de rit van Glasgow naar Oban, door de Schotse highlands, aanbevelen. De natuur houdt niet op met schoon te zijn en de kadans der wielen zorgt voor een prettig effect.
“Tantalising”, hoorde ik het iemand ter plekke noemen. Mooi woord. Veel muzikanten bewegen zich ook vaak per trein, getuige het aantal op dit soort reizen geïnspireerde stukken.
Natuurlijk is daar Guus Meeuwis, doch hem heb ik al genoemd in de titel. Zelf vind ik een erg mooi voorbeeld het door Jean-Michel Jarre vertolkte “Magnetic Fields part 3”. Deze Franse toetsenvirtuoos maakte (en maakt nog steeds) albums die hij simpelweg een titel meegaf en dan alle tracks op het album nummerde. Hierdoor kreeg je dus singles met titels als: “Oxygene, part 2”, “Equinox, part 5 en dus ook het hierboven reeds genoemde “Magnetic Fields, part 3”.
Bij navraag bleek dat het nummer zelfs ontstaan is in de trein. Inderdaad vanwege de kandans, het ritme dat hij ervoer.
Nu was dit nog een vrij verborgen ritme, maar sommige artiesten doen het er om. Flash & The Pan’s “Waiting for a train”, was wel erg overduidelijk bedoeld als lofzang op dit vervoermiddel.
Dat treinen hypnotiserend werken blijkt overigens ook uit het volgende: Wie wel eens de Duitse TV-zenders ’s nachts aanzet, krijgt soms te maken met iets wat zich het beste laat omschrijven als “ambient TV”. Men heeft daarbij gewoon een camera op een treinwagon gemonteerd en deze beelden worden uitgezonden. Heel bijzonder, je hoeft dus geen kaartje meer te kopen om te profiteren van deze rustgevende beelden. Naar verluidt zijn er zelfs DVD’s van te krijgen. Iets wat ik overigens direct geloof.
Ikzelf heb namelijk een EP-tje in mijn bezit, voor de jongere lezers: dit is een in de jaren 50 of 60 vervaardigd vinylplaatje, qua grootte een singletje, maar doordat het op 33 toeren wordt gedraaid passen er 2 of 3 nummers op elke kant. Enfin, een EP-tje dus, uit 1961, bevattende geluidsopnamen van het boemeltje naar Purmerend. Dit was de tram die destijds de verbinding tussen Amsterdam en Purmerend onderhield.
Het is klaarblijkelijk ooit uitgebracht door en voor treinfanaten, want er wordt duidelijk uitgelegd welke geluiden te horen zijn. Zo zijn daar: “Opnames vanaf het middenbalkon met 40 km per uur”, “Opnames vanaf het achterbalkon tijdens het rangeren”, enzovoorts.
Fascinerend. Wat ik ermee moet? Ach, onderdeel van de verzameling rariteiten, zullen we maar zeggen.
Wat betreft die verzameling bij deze nog een oproep: Wie kan mij helpen aan de originele 12” van de band “Thrust”? Dit was een funkband uit de jaren 80, die in 1983 een plaat maakte, getiteld: “Can’t wait to get to you.” Hier zit het geluid in van een aanstormende stoomtrein, een fantastisch dopplereffect.
Bij deze, en nu stop ik en ga verder genieten van het uitzicht. Want dat is nóg een voordeel van de treinreis door de highlands: Je hebt alle tijd om te schrijven….

zondag 2 januari 2011

Lichte dagen voor Kerst



Voor een heleboel mensen is deze periode de moeilijkste tijd van het jaar. Ze beseffen dat ook dit jaar weer op zijn einde loopt, beschouwen dus andermaal hun leven en zien, in sommige gevallen, wie hen allemaal ontvallen zijn en welke dromen aan diggelen zijn gevallen.

Kortom: een opeenhoping van alle opgedane ellende, op de één of andere manier lukt het weinigen de lichtpunten van het afgelopen jaar te bekijken. Iedereen die je hoort heeft het over: “Als het eerst maar eens nieuw jaar is, dan…..”.
Het feit dat er op de radio aanhoudend op ons schuldgevoel wordt ingebeukt met jingles als “de mooiste tijd van het jaaaaaaaaaaaaaar,”gelardeerd met de veel te zoet aangezette klanken van Trijntje Oosterhuis en/of Phil Collins helpt ook niet mee aan het neerzetten van een wat positiever gevoel. Nee, we móeten ons collectief warm, fijn en mooi voelen, anders horen we er niet bij…

Wat een ellende….

Ik zelf heb een eigen routine ontwikkeld om deze periode door te komen en moet zeggen dat deze erg goed werkt voor mij. Zodra we op 6 december Klaas en Piet hebben uitgezwaaid trek ik de kasten open met al mijn “speciale” CD’s en gaat de Kerstversiering de zolder af.

Deze speciale CD’s zijn nog een overblijfsel van een bevlieging van me van een aantal jaren terug.
 U moet het namelijk zo zien: Al vele jaren geleden had ik de top 40 wel gezien. Vervolgens breidde mijn kennis van de moderne popmuziek zich vrij snel uit, maar wel per genre. Het begon allemaal met obscure disco en soul begin jaren 80, geïnitieerd door zenders als WAPS en Decibel (welke laatste overigens weer te beluisteren is via internet: www.radiodecibel.nl)
Vervolgens via de postpunk en new wave-resten naar wat meer wereldmuziek, waarna mijn jaren 90 aantraden en toen was het hek los: house, techno, gabber, hip-hop, jazz (zowel cool als free), postrock, psychedelica, metal, countryrock, folk om tot slot te belanden bij de dino’s van de “progressive” rock. Ach ja, in eerste instantie vooruit en vervolgens weer achteruit geëvolueerd dus…
Maar tussen al dit geweld door had ik ook een kortstondige periode van liefde voor bigbands en vocalisten uit de jaren 30, 40 en 50…Mensen als Frank Sinatra en Nat King Cole, maar zeker ook Frankie Laine en Vaughn Monroe (zijn “that lucky old sun” vind ik nog altijd meesterlijk!). En om met een oude maatschappij van verzamelelpees te spreken: “en vele anderen”.

En dat zijn nu juist precies de mensen die rond deze tijd qua muzikale beleving het beste passen. Niet perse met hun kersthits, maar toch wel mensen als Peggy Lee, Eddie Fisher, The Four Aces, The Mills brothers en The Inkspots (hallo, bent u daar nog?)
Ik weet hier regelmatig mijn ouders en schoonouders mee te verbazen en heb ook al regelmatig mijn oudere collega’s bij de lokale omroep in Landsmeer verrast met nummers die ze al 60 jaar niet meer gehoord hadden.
Goed, verdere exotica zijn nog mijn verzameling cabaret en Nederlands van voor de oorlog (en ouder) en een kleine hoeveelheid folk van 1891 tot 1927 uit Amerika, maar dat leent zich, vooral ook vanwege de magere geluidskwaliteit, minder voor deze dagen.
Dus, als u me wilt vergeven, ga ik mij nu wederom onderdompelen in een heerlijk bad warme violen.
Fijne feestdagen!