maandag 23 september 2013

GRIMPER SUR UN ARBRE




Wat is dat toch met die Franse taal? Na 3 HAVO liet ik het vak juichend en als een brok graniet vallen om vervolgens nooit meer een samenhangende zin in de taal van Frankrijk en Walloniƫ uit te spreken. Voor zover ik het zou willen, zou ik het nimmer meer kunnen. Sindsdien heb ik me nog wel enigszins bekwaamd in het Duits en in meerdere mate in het Engels, wat ik nog bijna dagelijks gebruik op gezichtenboek en in contact met klanten.

Maar, en nu komt het vreemde, anderzijds ben ik verslingerd aan de onwaarschijnlijk mooie chansons welke gedurende de jaren 70 en begin jaren 80 over ons werden uitgestrooid middels de zenders welke ook de Tour de France tot ons brachten. Julien Clerc, Gilbert Becaud, Jacques Dutronc, Michel Sardou, Gerard Lenorman etcetera, enzovoorts. En nu heb ik mij nog beperkt tot een klein aantal mannelijke chansonniers, maar zelfs “onze eigen”Wende klinkt een stuk fijner als ze in het Frans zingt. Wat is dat toch???

Ik begrijp er vrijwel niets van, maar het is zo overduidelijk meer poƫtisch dan andere talen dat de teksten zelfs mooier zijn dan andere teksten die ik niet versta. De laatste jaren worden er trouwens haast geen Franstalige nummers meer op de radio gedraaid. Wellicht heeft dit ermee te maken, dat het inmiddels een bui van nostalgie en melancholie is die mij overvalt en mij doet terugdenken aan die hele lange zomers, toen de Tour nog 7 weken duurde en Peter Winnen iedere bergetappe won, zelfs degenen waar Hinault en Fignon als eersten arriveerden. Mooie tijden.

Maar nee, als ik Michel Sardou hoor zingen over Les Lacs du Connemara, dan geloof ik direct dat hij daar geweest is, dat zonnestralen de eeuwigdurende Ierse wolkenpartijen doorbraken, kijkend naar de kuddes wilde paarden die precies op dat moment door een ondiep deel van zo’n meer galoppeerden, zoekend naar de geheimzinnige vrouw in de rode jurk die ooit in de diepten was verzonken tezamen met haar kasteel en slechts eens in de honderd jaar vanuit de mist oprijst, wachtend op haar minnaar. En ik hoor het verlangen naar liefde dat uit zijn woorden spreekt.

Tja, hoe mooi Nederlanders en Engelstaligen hun teksten ooit ook schrijven, ze zullen nooit en te nimmer kunnen tippen aan de sprookjesachtige dichters uit het rijk van Karel de Grote, dat staat voor mij meer dan vast.

Enfin….. de Franse taal dus. Taal der liefde zegt men wel, maar ik versta deze dan dus blijkbaar niet, armzalige sterveling die ik ben. En dan komt er vaak een moment dat ik denk: “kom, laat ik eens een cursus gaan doen, Frans voor nitwits.”
Maar nee, allereerst ontbreekt het mij aan de tijd en ten tweede ben ik bang.
Bang dat het uiteindelijk vinden en horen van de juiste woorden en verhalen zullen zorgen dat ik tot de ongelooflijke ontdekking kom dat de teksten van even droevig allooi zijn als het gemiddelde Toppers-geblaat dat ons via de diverse zenders tegemoet komt.

En dus pak ik een oud transistorradiootje, stel hem af op dat kanaal waar Ce n’est rien op gedraaid wordt en door het geruis van 40 jaar heen luister ik naar de belofte dat die zonnige tijd terug zal komen, dat onze wielrenners weer zullen winnen en heel, heel even, meen ik zelfs een oude man met een grote bril achterop een motorfiets te ontwaren, in uiterste opwinding over de verrichtingen van “onze jongens”…..