Ieder mens heeft zijn of haar eigen verhaal. Zelfs veel
dingen die ons omringen hebben een verhaal. En al die verhalen bewegen zich,
als in een onzichtbare dimensie, om ons heen, wachtend tot iemand ze uit de
lucht plukt en openbaar maakt.
Soms kost dat een hoop moeite, drijft een verhaal
jarenlang rond zonder dat iemand zich er om bekommert. Soms ligt het ook voor
het grijpen, vlak onder de oppervlakte.
Jaren geleden fietste ik dagelijks van Amsterdam-Centrum
naar Hoofddorp op en neer, 25 kilometer vice versa. Hierbij kwam ik dwars door
Badhoevedorp, net als alle andere dorpen in de Haarlemmermeer een onooglijk gat
met slechts één platenzaak.
Halverwege het dorp stond aan de doorgaande weg een
klein, door klimop verzwolgen, huisje met een hoge onregelmatige heg ervoor.
Echt zo’n oude-mensen-huisje, waar je binnen ongetwijfeld de jaren kon voelen
en ruiken, kerstkaarten opgestapeld lagen in een hoek en amechtige sanseveria’s
hun éénvingerige bladen trachtten overeind te houden in hun stille dans met te
weinig vocht en teveel zonlicht.
Voor dat huisje zat dagelijks op een fragiel bankje een
al even fragiel echtpaar, hoge tachtigers naar hun jaarringen te oordelen. Ze
leken weggeplukt uit een tijd dat de melkboer ’s ochtends nog zijn paard stilhield
om een praatje te maken, het opgemaakte buurmeisje ’s middags nog uit de
paardentram stapte vanuit haar dienstje in de grote stad en Ot en Sien nog
hoepelend de stoepen onveilig maakten. Ik kon me tenminste niet voorstellen dat
hun ogen het asfalt bespeurden dat voor hun neus was neergedaald, de te grote
auto’s die af en aan reden en al zeker niet zagen ze de zelfbenoemde
stadswielrenner die dagelijks de rit tegen de bus won.
Op een dag zat er nog slechts één, ik wist niet of het de
man of de vrouw was, de schok was me te hevig. En kort erop geen één meer. Het
huisje werd afgebroken en verhalen waren afgesloten.
Tijden later een ander verhaal, zeer indringend en
aangrijpend dit keer, een rouwadvertentie die een Joodse vrouw die bijna 90 was
geworden voor zichzelf in de krant had gezet. De exacte tekst weet ik niet meer
maar de strekking was:
“Met mij zijn nu eindelijk jullie stemmen gedoofd, lieve
pap en mam, we hebben elkaar bijna 20 jaar gekend voor iedereen die ze ooit
gehoord had door moordenaarshand is omgekomen. Ik heb jullie echter mijn hele
leven bij me gedragen en nu wens ik jullie met mij je rust toe.”
Ik moet zeggen dat deze laatste indringende boodschap me
meer deed dan menig Dodenherdenking. Anderzijds werd ik getroffen door de
schoonheid van het verhaal. De gehele gruwel van de Tweede Wereldoorlog gevat
in 2 zinnen…
Tot slot een stuk dat ik enige jaren geleden las in een
plaatselijk blad. Het was geschreven door een Engelse dame die klaarblijkelijk
jarenlang met haar man samen in Monnickendam had vertoefd gedurende de zomer.
Inmiddels was ze op hoge leeftijd, haar man was overleden, maar ze liet ons,
Monnickendammers, weten wat een gelukkige tijd ze bij ons had doorgebracht en
dankte ons, mede namens haar man, heel hartelijk voor de fijne jaren die ze bij
ons mochten beleven.
Zomaar…drie verhalen, drie mensen. Opgeslagen achter een
luikje in mijn hoofd, wachtend om losgelaten te worden.
Ik hoop dat wat zich achter dit luikje bevindt, nog lang
intact mag blijven, het zou zo zonde zijn van die verhalen….