dinsdag 16 juli 2013

BLAZERS EN KOREN




Ieder tijdperk heeft en had haar eigen geluid. Momenteel worden de hitparades vooral beheerst door melodietjes die het van hun simpelheid en veel hoge tonen moeten hebben, anders kan er geen ringtone van gemaakt worden. In die zin zijn we terug in 1959, toen die o zo gevaarlijke rock ’n roll tandenloos werd gemaakt door sterren als Paul Anka, Pat Boone en Cliff Richard.
Niets ten nadele van laatstgenoemde 3, ook zij hadden hun eigen bestaansrecht en inmiddels hun eigen retrospectieven in de vorm van kekke verzamelaarsboxen met een hoop “niet eerder uitgebracht materiaal”, eufemisme voor rammelende demo’s en (gelukkig) halfvergane live tapes.

Hierna kwam er een periode met veel iets te schel opgenomen jongensbandjes die vooral leuke meezingers ten gehore brachten, the Beatles begonnen ooit ook als een dergelijk bandje.
Halverwege de jaren 60 begon een gouden tijd voor de platenmaatschappijen. Enerzijds verdienden ze puur goud met het exploiteren van dezelfde suikerzoete wijsjes die ze in 1959 al de hitparades in kregen. De artiesten zagen er zelden redelijke bedragen van op hun bankrekening verschijnen, vraag maar aan Anneke Grönloh.
Maar anderzijds was er een interessante ontwikkeling gaande want in het kielzog van diezelfde Beatles gingen steeds meer bands zich bezighouden met experimenten die wonderwel aansloegen bij een groot publiek. Bands als Pink Floyd, Jefferson Airplane, 13th Floor Elevators of, dichterbij huis, Group 1850 en Supersister probeerden op elke plaat steeds meer freaky dingen neer te zetten.
En het ongelofelijke was: de grote platen maatschappijen gingen er grotendeels in mee, openden nieuwe labels waar al dit moois op uitkwam en stelden A&R (Artist & Repertoire)- managers aan die iedere scheet die uit alternatieve kringen kwam moesten veilig stellen op “hun” label.

Deze periode duurde pakweg 6 jaar, van 1966 tot en met 1972, reden waarom nog altijd veel mensen dit beschouwen als “de beste tijd van de popmuziek”. Ik deel die mening niet.
Natuurlijk, het was zonder meer een spannende tijd en zeker niet de slechtste tijd, muzikaal gezien, van de 20e eeuw. Maar wat mij betreft kwam echt alles pas samen in de jaren 90, toen rock, lo-fi (liedjes), gospel,wereldmuziek, blues, house , hiphop en alle bizarre vormen van beats in elkaar werden gedraaid, resulterend in geweldige crossover-platen van mensen als Beck, Faith no More, Beasty Boys en natuurlijk de triphop van Massive Attack, Tricky en Radiohead. Bij voorbaat met excuses voor alles en iedereen die ik vergeten ben.

Uiteindelijk is alles in de 21e eeuw wel weer een keer herhaald in de popmuziek, een verzuchting die bij veel liefhebbers klinkt. Maar…. niet alles…..

Ik wil u meenemen naar 1969, een mooi jaar waarin platen werden gemaakt door Blood, Sweat & Tears, Chicago Transit Authority en een aantal andere bands die een mooi orkestraal geluid hadden. Ze bestonden vaak uit een enorme blazerssectie, een flink koor en een aantal soulvolle stemmen.

En God, wat heb ik ze sindsdien gemist!!! De enorme bands tourden enige jaren door met name Amerika, maar werden te duur om te onderhouden. En dus stierven ze een vrij abrupte dood, Chicago ging verder als ballade-vehikel en B,S & T viel uiteen maar bleek een som van delen die op zichzelf niet zo sterk waren. En zo is dit bij mijn weten de enige vorm van popmuziek die slechts destijds heeft bestaan.

Als iemand dus nog wat geld over heeft en enigszins origineel wil zijn….begin een band met veel blazers en een mooi koor. Mijn zegen heeft u….




Geen opmerkingen:

Een reactie posten