zaterdag 31 december 2011

EENDAGSVLIEG




All the lonely people, where do they all come from?
All the lonely people, where do they all belong?

U als liefhebber van de betere popmuziek hoef ik natuurlijk niets uit te leggen. Voor de anderen: dit zijn twee regels uit Eleanor Rigby, een erg mooi lied van The Beatles, een bandje uit de jaren 60 waar ik, zoals sommigen zullen weten, best een hoge pet van op heb.

Ik moest onwillekeurig aan deze regels denken toen ik rond de jaarwisseling in melancholisch gepeins verviel en mij ineens bevond in januari 1979, het jaar waarin ik voor het eerst op grote schaal met muziek bezig was. Eén en ander werd trouwens geïnitieerd rond die zelfde jaarwisseling, op 2 januari om exact te zijn. Op die dag moest ik met mijn ouders mee naar mijn oma om haar van alles toe te wensen. Ik had daar, puber van 11, dus echt geen zin in, maar was nog net niet puberaal genoeg om dit vol te houden. En dus zat ik met de pest in mijn lijf achterin de Simca 1100 van mijn ouders, op weg langs de dijk naar Durgerdam.
Gelukkig had ik pen en papier meegenomen en dus besloot ik, om de verloren middag te doden, eens een hitlijst, liefst een top 100, te maken van alle platen die ik kende. Daar ik echter pas sinds een kleine maand een eigen radiocassetterecorder (Vendex, 119 gulden) bezat, kwam ik niet heel ver en dus zag ik me gedwongen een top 90 te maken, daar ik slechts 94 platen wist op te schrijven.

Omdat ik dat eigenlijk niet acceptabel vond, besloot ik vanaf dat moment intensiever naar de radio te gaan luisteren en de rest is geschiedenis (nou ja, de mijne dan toch).

Wat heeft dit alles te maken met eerstgenoemde regels, hoor ik u nu denken. Wel…het volgende: toen ik dus mijn hersen-teletijdmachine benutte om januari 1979 opnieuw te bezoeken schoot me ook een plaat te binnen van ene Gerard Kenny, een vrolijke man achter de piano, getiteld “New York, New York”.  Het was geen grote hit, alleen de Nationale Hitparade van, naar ik meen, 31 januari vermeldde hem en dan slechts één weekje op nummer 50, maar ik vond het een leuk nummertje.

Ik zocht hem op, wat is YouTube toch uitgebreid, en vond hem al gauw. Zo’n lalaliedje dat ik dus al 32 jaar niet meer gehoord had. Grappig. En meteen dacht ik: “ja….en wat is er nu eigenlijk van hem geworden???” Want de man was in Nederland de ultieme eendagsvlieg. Tegenwoordig worden eendagsvliegen per dozijn machinaal aangemaakt via Idols, The Voice of Holland, Toptalent of hoe al die programma’s mogen heten, maar vroeger was zelfs het vak van eendagsvlieg een ambacht. Artiesten die één- (of twee-)malig een hit hadden en vervolgens verdwenen in de anonimiteit.
Ik noem er een paar: The Mark & Clark Band, The Alessi Brothers, Duncan Browne, M, Carl Douglas en ga zo maar verder. Ja, ik weet het, een paar duiken in muzikantenkringen nog wel eens op, maar de hitparade is ze kwijtgeraakt sinds hun lichtpuntje. En dat lag meestal toch niet aan hun vakmanschap, want een aantal bijbehorende liedjes zijn echt wel mooi genoeg om nog eens te draaien.

Dus…waar gaan ze heen.......
Wat dat betreft ben ik dus heel blij met internet. Google een naam en je bent er al snel achter en geheel gerustgesteld, of juist niet. Duncan Browne is bijvoorbeeld al 19 jaar geleden overleden, op 46-jarige leeftijd. Carl Douglas schijnt nog steeds te proberen een remake te maken van zijn Kung-fu Fighting. En Gerard Kenny??? Wel…die maakt nog altijd muziek, wordt dit jaar 65 en is één van de zeer vele eendagsvliegen die nog steeds gevraagd wordt ‘zijn’ hit nog eens te spelen. Droevig?? Misschien. Maar ik denk dat iemand die kan leven van datgene wat hij leuk vindt om te doen een rijk mens is.

dinsdag 20 december 2011

KERSTSTUKJE



Eens in de zoveel jaar trekt er een golf van bewustwording over de wereld. Waar normaal gesproken de media vooral de aandacht willen vestigen op al het gebeuzel in Den Haag en de reacties van bevolkingsgroepen daar weer op, gebeurt er af en toe een “echte ramp”.
En alle kranten en TV-zenders struikelen vervolgens over elkaar om met de meest gruwelijke en aangrijpende beelden te komen. Enkele jaren geleden was er bijvoorbeeld een aardverschuiving (nee, geen politieke dus) in Indonesië waarbij een hoop mensen werden begraven in modderstromen. Heel veel doden en nog dagen waren reddingswerkers bezig mensen te zoeken in een moeilijk te bereiken, want zeer afgelegen gebied. Tja….het vervelende van dergelijke rampen is dat deze zich nou nooit eens afspelen op de Dam in Amsterdam, die gewoon met het openbaar vervoer goed te bereiken is, als de bussen tenminste niet allerlei ongelukken hebben veroorzaakt in de omliggende gemeenten, omdat een wethouder vergeten is een planoloog in te schakelen. Dat kan dan wel weer tot andere rampen leiden met onoverzichtelijke kruisingen en zo….

Maar ik dwaal af. Van deze specifieke ramp (in Indonesië dus) kan ik me nog één foto herinneren die mij als vader het meeste aangreep. De foto van een meisje van een jaar of 6, die onder de modder vandaan kwam. Een mooi kind, rustig slapend, fijne droompjes. Het verschil was alleen dat ze dood was.
Dit soort beelden gaan dan de hele wereld over en komen binnen bij iedereen, tot aan de politici aan toe. Die er overigens pas iets mee doen op het moment dat “het volk” erdoor geraakt wordt, anders hebben ze er niets aan. Gelukkig zijn er ook gewone mensen als u en ik die zich wel wat aantrekken van de rest van de wereld. En gelukkig worden wij vaak enigszins geholpen door maatschappij-bewuste artiesten die zich, soms mede met het oog op publiciteit, graag inzetten voor zaken waar het maatschappijbewuste deel der mensheid belang aan hecht.  Zo kennen we uiteraard allen het fenomeen “Live Aid” dat in 1985 en 2005 een hoop (woestijn-)stof deed opwaaien en waarvan ik de box van de “85-versie” graag nog eens tevoorschijn trek om vast te stellen dat Madonna écht niet kon zingen, maar Bono en Freddie op het toppunt van hun vocale kunnen presteerden. Overigens in dit verband graag een eervolle vermelding voor Howard Jones. Deze man heeft het begrip “bad-hair-day” gedurende de gehele jaren 80 stug volgehouden, maar wist heel Wembley en ook ondergetekende te imponeren met zijn “Hide and Seek”, uitgevoerd op een vleugel.

Verder zijn artiesten als Bono, Chris Martin (Coldplay), Peter Gabriel en Sting beroemd en berucht, mede om hun maatschappelijke betrokkenheid bij….vul maar in, regenwouden, Amnesty, hongerend Afrika en vele andere misstanden in de wereld. Vreemd genoeg mogen ze hier niet teveel over zeggen, want dan worden ze als publieksgeile poseurs afgeschilderd door het journaille.
Ik vraag me al vele jaren af wat het probleem hiervan nu is, maar kan slechts een vermoeden uiten. Ik denk dat het komt doordat men in de media zo gewend is aan en gebrand is op het slechts weergeven van zoveel mogelijk rampen en negatieve geluiden (want dat verkoopt beter) dat men, zodra iemand zich presenteert met een wat positiever gerichte boodschap, hier dus geen nieuws meer in ziet en zich verveeld afwendt.
Jammer…..want genoemde muzikanten zullen best ook publiciteitsbedoelingen hebben met hun verhalen, maar dit maakt het luisteren hiernaar niet minder urgent.
En….het levert bovendien een hoop mooie muziek op. Zeg nou zelf: zonder de ellende in Soedan hadden we nooit meer een reünie van Pink Floyd gehad, toch????

zondag 13 november 2011

ROUW




Onlangs was ik bij de crematie van een oude tante van me. Ze was 76 geworden, niet al te oud, maar ingehaald door één van die vele sluipmoordenaars die uiteindelijk iedereen te pakken krijgen. In haar geval een vrij nare, doch anderzijds: zijn er eigenlijk leuke manieren om dood te gaan??

Eigenlijk had ik al jaren niet of nauwelijks contact meer met haar gehad, maar vreemd genoeg deed het me toch wel wat. Hoe kwam dat, vroeg ik me af.
Natuurlijk is het idee dat een dochter en een zoon, die ik uiteraard als mijn nichtje en neef ook best kende, en een echtgenoot , zonder hun geliefde moeder en vrouw verder moeten altijd wel iets wat me aangrijpt. Verlies is nooit fijn, zelfs niet op enige afstand.

Maar ook bij mij knaagde er iets, een gevoel van….spijt?? En ineens besefte ik iets: hetzelfde gevoel had ik gehad toen 20 jaar geleden Freddie Mercury overleed, of, nog eens 11 jaar eerder John Lennon en meer recent, maar ook al 10 jaar geleden: George Harrison.

Bij het overlijden van die drie iconen van de popmuziek was er ook niet zo zeer diepe bedroefdheid om het heengaan van de persoon, maar meer weemoedigheid om het heengaan van de tijd.
Tijd, waarin je jezelf nog eigenaar van de wereld waande en alles gebeurde zoals jij dat zo ongeveer voor ogen had. Kortom: de melancholie betrof met name het verscheiden van je jeugd.

Het grappige is dat ik nu klink als een oude man en in de ogen van mijn kinderen ben ik dat ook, absoluut! Maar in de ogen van een ieder die ouder is (en daar zijn er gelukkig nog genoeg van!) kom ik net kijken. Het is alsof ik mijn dochtertje, toen ze 5 was, hoorde zeggen: “Pappa, vroeger, toen ik klein was, zijn we hier ook al eens geweest he?”, daarmee doelend op zo’n anderhalf jaar eerder.

Maar…om de mijmering voort te zetten: waar is de tijd dat er slechts één bekende popmuzikant was overleden: Buddy Holly. Dat was in ieder geval mijn perceptie begin 1979, met name getriggered doordat er op dat moment een opleving was van zijn muziek, zijn “Brown eyed handsome man” kwam opnieuw de hitparade in (althans de Tros top 50, de top 40 haalde hij net niet) en een Nederlands bandje genaamd “Familee” scoorde een bescheiden hitje met “The story of Buddy Holly” waarmee ze dus het beruchte “Stars on 45” ruim 2 jaar voor waren.
Later leerde ik dat er al veel meer artiesten de grens over waren gegaan: Jimi Hendrix, Janis Joplin en…ook aansprekend, vanwege het spectaculaire van een neerstortend  vliegtuig: Otis Redding. Enfin….u kunt er waarschijnlijk nog wel een stuk of 20 bedenken, maar dan krijg je hier een eindeloos lijstje en inmiddels worden er maandelijks 2 pagina’s gewijd aan het fenomeen van de tijdigheid in mijn lijfblad “Record Collector”, middels een rubriek genaamd “Not Forgotten”.

Hoe dan ook: Buddy Holly was destijds in mijn beleving nog een icoon van lang geleden, maar mijn tante was dat slechts ten dele. Zij was een icoon van voorbije dagen, grote kleine problemen en een overzichtelijke wereld die exclusief van mij was, zoals de ballon van het zoontje van Carmiggelt die, zo schreef deze grootste der 20e eeuwse stukjes-schrijvers, deze ballon losliet en nakeek, daarmee zijn kleuterjaren loslatend en het leven tegemoet ziend.


woensdag 19 oktober 2011

RECESSIE



      
Wat is er toch misgegaan met de platenindustrie?
16 Jaar geleden was deze nog op het toppunt van haar bloei. Ik werkte toen zelf nog bij MCA, de zelfbenoemde “kleinste  major”. Tot dit selecte clubje behoorden alle maatschappijen die, minstens in de Westerse wereld, in vrijwel alle landen vestigingen hadden. Andere spelers van dit statuur waren, destijds, Mercury/Phonogram (tegenwoordige Universal), CBS/Sony (tegenwoordig Sony/BMG), EMI, BMG en Virgin. Excuus als ik er nog eentje vergeten ben. “Wij”waren dus de kleinste van het stel en, vonden mijn commerciële collega’s, waren redelijk eigenzinnig bezig.

Onder onze maatschappij vielen labels als Geffen (met artiesten als Nirvana, the Eagles en Guns ’n Roses), GRP (beter jazzwerk) en MCA (meer mainstream-artiesten). We werkten met 12 (later 14) mensen in een riante villa in de bossen rond Hilversum, velen hadden een auto van de zaak en allen hadden sowieso een riant salaris. Etentjes werden steevast gehouden in óf restaurants die erg duur waren óf zelfs kleine kasteeltjes werden afgehuurd om het personeel plus partners te feteren.

Ja, de geldkranen stonden voor zowel personeel, klanten als commerciële partners flink open en de geluidsbarrieres groeiden tot hoog in de wolken. Kortom: het kon niet op!!

En toen….toen kwamen er achtereenvolgens een flinke hoeveelheid fusies. MCA was één van de eerste slachtoffers die viel en kwam, met vele anderen, te vallen onder Universal. Ik had gelukkig kort voordien alweer verschil van mening over diverse zaken gehad en was uiteindelijk voor mezelf begonnen, omdat dit de zoveelste werkgever was waar ik te eigenwijs bleek.
Het gevolg van al deze fusies was dat er een klein aantal mega-maatschappijen ontstond waar men continu “targets”(moeilijk woord voor doelstellingen) kreeg opgelegd door iemand in het buitenland die hiervoor leiding had gegeven aan de stofzuigerafdeling van Philips en dus de ballen verstand van muziek had. Om deze doelen te halen kon men niet anders dan alleen nog op zeker spelen, zodat elke creatieve inbreng de nek om werd gedraaid en ook het laatste restje kwaliteit dat in de Nederlandse popcultuur nog restte te grabbel werd gegooid.

Vervolgens werd, toen het grote publiek zich massaal walgend afkeerde van de rommel die werd uitgegoten, de schuld gegeven aan “het downloaden”. Nu heeft dit zonder meer effect gehad op de verkoopcijfers, maar het is mijn stellige overtuiging dat men dit voor een flink deel had kunnen voorkomen door minder commerciële rommel uit te brengen en bovendien, indien men de prijs van CD’s belangrijk omlaag had geschroefd want dat was, en is nog, de grootste boosdoener.

Het probleem zit echter dieper: al die jaren hebben platenmaatschappijen meer geld gehad dan ze opkonden en ook op die voet geleefd. Nu echter de omzet gekelderd is, kan men zich er niet toe zetten om de salarissen en de voorwaarden van het personeel, inclusief vooral de managers, meer realistisch te maken. Ook de kantoorlokaties zijn nog even prestigieus als destijds, terwijl dit best een paar flinke tanden minder kan.

En, eigenlijk is dit het verhaal van onze gehele economie. Het volk en dus ook de politici die door dit volk gekozen zijn, wil maar niet beseffen dat het over is. Heel veel economen zijn het er inmiddels over eens dat doorgaan op deze wijze, met economieen die op lucht lopen, totaal onverantwoord is. Zolang echter de mensen door willen gaan met ongebreideld consumentisme en dit ook aan hun kinderen meegeven, zal niemand het lef hebben de stekker er uit te trekken.
En zo dobberen we dus uiteindelijk de economische afgrond in, net als de grote platenmaatschappijen.


zondag 16 oktober 2011

IT’S BETTER TO BURN OUT THAN TO FADE AWAY



Onwijze woorden die ooit werden gesproken door één van de leden van The Who, Pete Townshend of Roger Daltrey, ben even kwijt wie het was. De ironie wil dat uitgerekend deze twee leden van deze oer-groep nog in leven zijn, inmiddels verre zestigers of beginnende zeventigers. En juist de andere twee zijn inmiddels overleden, John Entwistle enkele jaren terug na een leven van overmatig drinken en roken en Keith Moon…ach…Keith Moon was zo’n jongen die het publiek gaf wat het wilde. Een “legendarische dood” dus, veel te jong. Sufferd.

Overigens lijken genoemde Pete en Roger best tevreden met hun huidige leven. Ze maken af en toe nog een plaatje, treden hier of daar nog eens op en rommelen lekker door. Om het geld hoeven ze niets meer te doen, want ze zijn opgegroeid in de tijd dat muzikanten nog iets overhielden aan hun verrichtingen, iets wat tegenwoordig vrij ondenkbaar is.

En zo schrijdt de tijd dus voort, de laatste veteranen uit de eerste wereldoorlog zijn ons inmiddels ontvallen, de laatste van de tweede wereldoorlog zullen weldra volgen en tegelijk vermoedelijk de laatste iconen van de zestiger jaren. Dit laatste vanwege het feit dat ze toch iets minder gezond hebben geleefd (met uitzondering van Paul McCartney) dan voor een mens goed is.

En dan…..wordt het toch een stuk stiller op aarde. Want juist omdat die “ouwe knarren” niks meer voor het geld hoeven te doen, maken ze soms wondermooie platen. Johnny Cash heeft zijn laatste jaren nog een paar van zijn beste albums afgeleverd, Lee Hazlewood (jawel die van “These boots are made for walking”) maakte zijn mooiste plaat in 40 jaar ook 5 jaar terug en onlangs werd een erg mooie plaat uitgebracht van Glen Campbell. Deze Rhinestone Cowboy was in de jaren 70 een grossier in suikerzoete countryballads en werd min of meer verguisd door de “echte” country-liefhebbers. De jaren erna is hij platen blijven maken maar zonder de impact uit zijn gloriedagen.

En toen…net toen een heleboel artiesten zijn muziek begonnen te herontdekken en op waarde te schatten, werd bij hem alzheimer geconstateerd.
Vermoedelijk ging het nieuws rond in artiestenkringen en werd vervolgens door één van zijn bewonderaars een voorstel gedaan om gezamenlijk een plaat op te nemen. En natuurlijk werd de platenmaatschappij erbij gehaald die onmiddellijk dollartekens zag. En nu ligt er dus een plaatje, getiteld “Ghost on the Canvas”. Er werd op meegewerkt door Billy Corgan (Smashing Pumpkins), Jon Spencer (blues explosion) en zo nog een paar erg credible artiesten.
En het is een mooi plaatje! De stem van de 75-jarige Campbell heeft nog niets aan zeggingskracht ingeboet. Maar het is tevens een wrang plaatje. Wetend dat de man zo ongeveer het tegendeel tegemoet gaat van de hierboven gedane stelling in de titel. Want geloof me: als er één ziekte is waarbij je wel degelijk wegkwijnt in plaats van opbrandt dan is dat wel alzheimer.

Enfin…ik wil het hierbij laten:

“One thing I know
The world's been good to me
A better place,
Awaits you'll see”

(Glen Campbell & Julian Raymond 2011)

zondag 2 oktober 2011

KRAKENDE AKKOORDEN




Onlangs was het weer eens zo ver: een zanger, wiens debuutalbum ik destijds, een jaar of 9 geleden, helemaal heb stukgedraaid en die sindsdien bij mij wel wat potjes kan breken, kwam naar Nederland. En om het allemaal nog erger te maken kwam hij ook nog naar Volendam, dus ik kon ineens niet om hem heen. In alle kranten en blaadjes werd wel even gepraat over Tom McRae, de zanger in kwestie. En ook op Facebook en in het echte leven trof ik ineens een hoop mensen die hem ineens ontdekt hadden.

Zoals u wellicht inmiddels weet ben ik op het gebied van de populaire muziek nogal een fanatiek, ja, welhaast snobistisch, verzamelaar en luisteraar. En zoals alle liefhebbers van “de betere popmuziek” wil ik mijn helden zoveel mogelijk voor mezelf houden. Het is een raar psychologisch fenomeen, maar ik weet dat velen met mij er last van hebben. Een voorbeeld: tot op de dag van vandaag wordt het album “Misplaced Childhood” van Marillion (ja, da’s die met Kayleigh erop, die mooie rockballad uit de eighties) door de “echte Marillion-fans” beschouwd als een slap aftreksel van de voorgaande albums. Dat ze op de vorige twee nog enigszins stuurloos zwalkten, weliswaar goeie nummers afleverden, maar nog geen coherent geheel, wat een album toch zou moeten zijn, doet er verder niet toe. Het feit dat dit album, en zeker “die draak Kayleigh” een grote hit werd zorgt ervoor dat ineens iedereen het leuk vond, waardoor het niet exclusief meer was.

Zoals gezegd: zelf heb ik het de afgelopen jaren meermalen gehad met bands als Sigur Ros (1e album kocht ik in 1999), Midlake (2006), Elbow (2001), Muse (1999) en Radiohead (1992). Allemaal bands die gedurende de afgelopen 3 jaar (wel, Radiohead en Muse wat langer) definitief bij een groter publiek binnen kwamen en, inderdaad, het gevoel was grotendeels verdwenen….

Gelukkig heb ik afgelopen jaar ook meegemaakt dat het anders kan. Eind 2010 werd bekend gemaakt dat na een aantal jaren afwezigheid van de internationale podia de band “Godspeed You Black Emperor” weer zou gaan touren. Er zou in maart een optreden in Paradiso zijn en tot mijn grote vreugde lukte het me (nou ja, een goede vriendin van me) om een kaartje te bemachtigen. Deze band wordt door de kenners gezien als één van de aartsvaders van de moderne Postrock, een stroming die veelal instrumentaal is en zich kenmerkt door heel zachte en verschrikkelijk harde passages in de muziek. Dit, gelardeerd met heel bijzonder geluidsfragmenten, maakt de muziek in mijn ogen erg spannend en ik ben dan ook al jaren fan.
En hoeveel jaren? Wel, begin 1998 kocht ik op Schiphol een exemplaar van “Record Collector”, een Engels blad met heel veel achtergrondverhalen. Hierin stond een groot artikel over  een geheimzinnige band uit Toronto, Canada, welke uit de krakersbeweging voortkwam, alles in collectief deed, een eigen label had en alles gelijkelijk verdeelde. Ook muzikaal werd het spannend beschreven, dus mijn interesse was gewekt. Kort daarna ben ik dus muziek van ze gaan kopen en…enfin….de rest is geschiedenis. Ik had ze alleen nog nooit zien optreden en dat kon ook niet, want in 2007 gingen ze uit elkaar.
Terug naar vorig jaar: toen bekend werd dat ze eenmalig naar Nederland zouden komen kwamen ineens uit alle hoeken en gaten liefhebbers tevoorschijn en ontstond een heuse hype. Ook nu had ik de pest in, omdat ineens grut van 18 zich ging bemoeien met een band die al bestond toen ze nog in de luiers rondliepen. Het concert maakte echter ontzettend veel goed. Dit was van zodanig hoge kwaliteit dat ik geen enkele weerzin meer had tegen al die late instappers.
Integendeel: wat mij betreft worden ze ingelijst in één of andere hall of fame. Alleen vraag ik me af of men ze dan nog kan vinden, want naar verluid bewonen ze inmiddels weer een kraakpand in Canada…