zaterdag 19 mei 2012

BRIEF UIT HET VERLEDEN


Enige tijd terug vroeg ik mij op deze plaats af of er in mijn familie gezongen werd rond 1920. Dit in verband met een stukje over de jeugd van mijn oma in Broek in Waterland.
Welnu, enkele weken terug nam het lot een wel heel aparte wending en kreeg ik vanuit een zeer ver verleden ineens antwoord op deze vraag.

Een oom van mij overleed, iets te jong, 68 jaar, doch het was dan ook zijn levenswerk geweest om zijn longen te asfalteren, dus heel vreemd was het niet. Het huis waarin hij gewoond had was zijn ouderlijk huis geweest, het huis van mijn grootouders dus. Nu wil het geval dat zowel mijn oma als deze oom mensen waren die vrijwel niets weggooiden en dus zat de naaste familie met een huis vol met al dan niet dierbare herinneringen en een hele hoop onbestemde rotzooi.

Vol goede moed togen enige familieleden naar bedoeld pand teneinde de boel een beetje schoon te houden en alvast te inventariseren wat er zoal aanwezig was. Veel van geldelijke waarde was er eigenlijk niet, maar vanuit een oud kastje in de keuken kwam wel iets tevoorschijn dat voor ons als familie zeer waardevol bleek.

Het was een schriftje, een oud schoolschriftje met daarin een mooi, sierlijk handschrift. Ach, wat leuk, dat was vermoedelijk een oud schrift van mijn oma. Alleen herinnerde ik me niet dat zij zo’n mooi handschrift had. Maar, misschien, toen zij jong was……
Al bladerend viel sowieso op dat het schriftje nog in goeie staat was, de kaft was weliswaar weg, maar het had blijkbaar heel lang ergens goed afgesloten gelegen. Hierdoor was erg goed te lezen waar alles over ging. Het bleek voor een groot deel gevuld met gedichten, nee, liederen, naar later bleek. Allerlei soorten, maar veelal met een socialistische inslag, hoewel er vreemd genoeg ook een paar geestelijke liederen in stonden. Begin vorige eeuw, toen de verzuiling nog hoogtij vierde, beten die elkaar toch??? Nou, viel blijkbaar mee…..
Vervolgens viel mijn oog op een aantal nummertjes die rond de teksten geschreven waren, en kreeg ik sterk het vermoeden een soort notenschrift te lezen. En tenslotte zag ik linksboven aan het begin van ieder lied het woord “tenor”.

Juist….dit was dus geen schrift van mijn oma, misschien van…..ik sloeg nog een bladzijde om en mijn oog viel op een jaartal: 1903. Nog een bladzijde verder stond ineens een heel stuk dat….tja….een troonrede leek van Wilhelmina! Sterker, het leek erg op een inauguratie rede! Ze verwees daarin naar de dood van haar vader, Willem III en haar jonge leeftijd, 18 jaar.
Dat was dus 1898! Dit schrift was dus niet van mijn grootmoeder, maar van: Pieter Jong, zo stond op de volgende bladzij. En ook: Sjouke de Vries. Geboren in respectievelijk april 1877 en december 1876. En blijkbaar in 1903 nog niet getrouwd want zij werd vermeld onder haar meisjesnaam.
Dit waren mijn overgrootvader en overgrootmoeder, beiden al heel lang dood, maar hier nog midden in hun leven. Ze lazen gedichten van Koos Speenhof over de Boerenoorlog, ze speelden toneel (Assepoester) en Pieter zong dus de tenorenpartij bij de plaatselijke zangvereniging, van mild socialistische snit, want ook enigszins godsdienstig aangelegd.
Bovendien waren beiden, als goed socialisten, lid van de blauwe knoop en dronken dus geen druppel alcohol, zo lazen we op een bladzijde.  

Kortom: waar je in een genealogie slechts data voorgeschoteld krijgt, kwamen hier ineens 2 mensen tot leven en kreeg het verleden ineens een klank die al heel lang verstomd was geweest.
En dat noem ik nou van onschatbare waarde!

zondag 13 mei 2012

GESCHIEDENIS



Over 2 jaar mag, volgens de huidige geschiedschrijving, de rock ’n roll, en daarmee de moderne popmuziek, vieren dat zij 60 jaar oud is. Natuurlijk niet, zullen enkelen van u zeggen, dat punt is vorig jaar reeds bereikt, toen het in maart 2011 precies 60 jaar geleden was dat Jackie Brenston zijn Rocket 88 de Amerikaanse hitparade inspeelde. En anderen zweren zelfs dat Big Joe Turner in 1938 al een eerste poging deed. Enfin…de deskundigen zijn er nog niet uit, maar feit is dat in 1994 een verzamelbox uitkwam, getiteld “Happy Birthday Rock ’n Roll” ter ere van het 40-jarig bestaan en dus hanteer ik die termijn maar even.

Ik ben al jaren jaloers op mensen die dit allemaal hebben meegemaakt. Ik had een nichtje dat geboren was in 1947 (en helaas overleden in 1993) en zei wel eens tegen haar: “Kunnen we niet van geboortedatum ruilen? Dan ben ik overal bij geweest.” Ik vond het namelijk best jammer dat zij nota bene in die spannende eerste dagen van de rock ’n roll had rondgelopen en de opkomst van Elvis, The Beatles, The Stones en Pink Floyd had meegemaakt, en vervolgens fan was geworden van Neil Diamond en Shirley Bassey.
Begrijp me niet verkeerd: ook dit zijn artiesten van grote klasse, maar in mijn ogen geenszins wegbereiders der popmuziek waar eerstgenoemde drie dat predikaat in mijn ogen wel mogen hebben.
Juist omdat er in de loop der tijd een hoop geschiedkundige zin en onzin is geschreven over die eerste dagen had ik er graag bij willen zijn. Sowieso het feit dat de commercie in eerste instantie een stuk minder grip had op de ontwikkeling van de diverse stromingen is al interessant.
En het feit dat je de radio aan kon zetten en ineens een stuk muziek kon horen dat in niets leek op iets dat je eerder gehoord had, ja, ook dat had ik wel willen meemaken, hoewel ik dat deels wel meegemaakt heb toen ik in de jaren 90 Atari Teenage Riot voor het eerst hoorde, maar dat is weer een ander verhaal.
Kortom: er was een stuk meer spanning omtrent nieuwe platen die uitkwamen en de daarmee gepaard gaande geruchtenmachine. Stel je voor, een artikel als: “Brian Wilson is bezig met een nieuw project, er is nog niet veel over bekend, maar zeker is dat het in geen enkel opzicht lijkt op de vrolijke surfmuziek die The Beach Boys eerder maakten, de plaat gaat waarschijnlijk begin juni uitkomen.”
Als teenager (want zo werd je in 1967 nog genoemd) zat je dan dus 2 maanden lang in spanning over het te verschijnen meesterwerk, want iets anders, iets nieuws, dat was nou net waar je op zat te wachten, in die tijd waarin Engelbert Humperdinck zijn grote hits scoorde.
Het meesterwerk kwam uiteindelijk afgelopen jaar pas uit, met 44 jaar vertraging, maar gelukkig heeft in de tussenliggende periode een flink aantal andere muzikale huzarenstukjes het daglicht gezien.
Ik zelf hoorde de platen uit 1967 pas 10 tot 15 jaar later, toen ik me voor popmuziek ging interesseren. En heb dus jaren rondgelopen met een flink gevoel van gemis, dat ik er pas zo laat bij kon zijn.
Inmiddels heb ik echter een aardige inhaalslag gepleegd en ben inmiddels op de hoogte van heel veel muziek welke tussen 1891 en heden werd gemaakt. En mijn verrassingen betreffen vaak juist die stokoude opnamen van de pioniers en hun plaats in de geschiedenis van de popmuziek.  Als je dan referenties met veel latere artiesten kunt leggen is dat altijd weer een mooi moment.
Maar…als iemand misschien een kleine tijdmachine heeft, zou ik die graag eens een dagje lenen, als dat mag…

zaterdag 5 mei 2012

PECUNIA NON OLET




Wat bezielt iemand eigenlijk om professioneel muzikant te worden? Om het geld hoef je het niet te doen. Natuurlijk zijn er best een aantal artiesten die het commercieel best voor elkaar hebben, maar dat aantal is slechts gering, net genoeg om de wekelijkse pulpblaadjes mee te vullen.

Door mijn werk kom ik in aanraking met een flink aantal muzikanten, de meeste al dan niet gevorderde liefhebbers, doch ook enkelen die “het gemaakt hebben”. Maar denkt u dat ze daar bewust voor gekozen hebben? Dat iemand op een ochtend wakker werd en zei: “Vandaag ga ik een nummer opnemen en dat wordt nummer 1 in Finland en Nederland tegelijk?” Nee.

De meeste muzikanten die ik ken hebben eigenlijk meer een onbewuste keuze gemaakt. Vaak was op de middelbare school al duidelijk dat ze “anders” waren en besteedden ze als gevolg daarvan minder tijd aan hun schoolwerk dan een hoop volwassenen om hen heen graag hadden gezien. Of ze maakten het allemaal wel keurig af, maar verzandden vervolgens in “baantjes”. Vaak uitzendwerk dat mooi te combineren was met repetities en optredens welke zich vaak in de avonduren afspeelden.

En van daaruit lukte het dus soms een enkeling om de stap te maken naar een inkomen uit datgene dat hij/zij het liefste beoefende: muziek!
En…werden ze er rijk van??? Tja…dat hangt er van af….gedurende de jaren 50,60 en 70 werden artiesten door platenmaatschappijen flink uitgeknepen als het om royalties (= inkomsten uit plaatverkoop) ging. In de jaren 80 en 90 was dat een stuk minder, maar vanaf eind jaren 90 liepen de inkomsten hieruit fors terug. Ter vergelijking: rond 1999 kon een artiest die een top 10 hit had nog een voorschot op zijn inkomsten uit de volgende plaat krijgen van 50,000 gulden (voor de jongeren: de gulden was de onhandige munt zonder enig toekomstperspectief die we gebruikten vóór de Euro). Tegenwoordig mag hij/zij blij zijn als er 500 Euro (ongeveer 1100 oude guldens) loskomt en dan moeten alle studiokosten ook nog zelf betaald worden.

Omdat ook platenbazen moeten eten worden tegenwoordig deals gesloten waarbij de maatschappij een deel van de opbrengsten van optredens krijgen. En dus wordt het voor muzikanten steeds moeilijker serieuze bedragen over te houden aan hun vak.
In dat opzicht mag het een wonder heten dat er nog altijd een hoop bandjes blijven bestaan, platen en cd’s uitbrengend en optredend in diverse zalen.

In dat opzicht is het best fijn dat de beruchte BTW-verhoging op podiumkunsten wordt terug gedraaid. Het is absoluut niet zo dat, zoals de media willen doen geloven, dit tot gevolg heeft gehad dat de hele sector op sterven na dood is, maar het heeft wel gezorgd voor inkomsten die 10 a 15% lager waren dan in de jaren ervoor. Ik zou zeggen: zie wat u maandelijks ontvangt en trek daar eens 10% vanaf. U zult het waarschijnlijk nog wel redden, maar het wordt een stuk moeilijker.

Zijn ze nu zielig? Schrijf ik dit op om medelijden te wekken met deze arme stumpers die hun kunsten tentoon spreiden tegen steeds lagere inkomsten? Of, om op mijn vraag terug te komen: “Werden ze er rijk van?” Wel, ik denk dus van wel. Natuurlijk heb je geld nodig om van te leven, maar meer dan een noodzakelijk kwaad is het niet. En zolang je dat voor ogen houdt en je verder kunt bezighouden met datgene wat je het liefst doet ben je, wat mij betreft, een rijk mens.