Over 2 jaar mag, volgens de huidige geschiedschrijving,
de rock ’n roll, en daarmee de moderne popmuziek, vieren dat zij 60 jaar oud
is. Natuurlijk niet, zullen enkelen van u zeggen, dat punt is vorig jaar reeds
bereikt, toen het in maart 2011 precies 60 jaar geleden was dat Jackie Brenston
zijn Rocket 88 de Amerikaanse hitparade inspeelde. En anderen zweren zelfs dat
Big Joe Turner in 1938 al een eerste poging deed. Enfin…de deskundigen zijn er
nog niet uit, maar feit is dat in 1994 een verzamelbox uitkwam, getiteld “Happy
Birthday Rock ’n Roll” ter ere van het 40-jarig bestaan en dus hanteer ik die
termijn maar even.
Ik ben al jaren jaloers op mensen die dit allemaal hebben
meegemaakt. Ik had een nichtje dat geboren was in 1947 (en helaas overleden in
1993) en zei wel eens tegen haar: “Kunnen we niet van geboortedatum ruilen? Dan
ben ik overal bij geweest.” Ik vond het namelijk best jammer dat zij nota bene
in die spannende eerste dagen van de rock ’n roll had rondgelopen en de opkomst
van Elvis, The Beatles, The Stones en Pink Floyd had meegemaakt, en vervolgens
fan was geworden van Neil Diamond en Shirley Bassey.
Begrijp me niet verkeerd: ook dit zijn artiesten van
grote klasse, maar in mijn ogen geenszins wegbereiders der popmuziek waar
eerstgenoemde drie dat predikaat in mijn ogen wel mogen hebben.
Juist omdat er in de loop der tijd een hoop
geschiedkundige zin en onzin is geschreven over die eerste dagen had ik er
graag bij willen zijn. Sowieso het feit dat de commercie in eerste instantie
een stuk minder grip had op de ontwikkeling van de diverse stromingen is al
interessant.
En het feit dat je de radio aan kon zetten en ineens een
stuk muziek kon horen dat in niets leek op iets dat je eerder gehoord had, ja,
ook dat had ik wel willen meemaken, hoewel ik dat deels wel meegemaakt heb toen
ik in de jaren 90 Atari Teenage Riot voor het eerst hoorde, maar dat is weer
een ander verhaal.
Kortom: er was een stuk meer spanning omtrent nieuwe
platen die uitkwamen en de daarmee gepaard gaande geruchtenmachine. Stel je
voor, een artikel als: “Brian Wilson is bezig met een nieuw project, er is nog
niet veel over bekend, maar zeker is dat het in geen enkel opzicht lijkt op de
vrolijke surfmuziek die The Beach Boys eerder maakten, de plaat gaat
waarschijnlijk begin juni uitkomen.”
Als teenager (want zo werd je in 1967 nog genoemd) zat je
dan dus 2 maanden lang in spanning over het te verschijnen meesterwerk, want
iets anders, iets nieuws, dat was nou net waar je op zat te wachten, in die
tijd waarin Engelbert Humperdinck zijn grote hits scoorde.
Het meesterwerk kwam uiteindelijk afgelopen jaar pas uit,
met 44 jaar vertraging, maar gelukkig heeft in de tussenliggende periode een
flink aantal andere muzikale huzarenstukjes het daglicht gezien.
Ik zelf hoorde de platen uit 1967 pas 10 tot 15 jaar
later, toen ik me voor popmuziek ging interesseren. En heb dus jaren
rondgelopen met een flink gevoel van gemis, dat ik er pas zo laat bij kon zijn.
Inmiddels heb ik echter een aardige inhaalslag gepleegd
en ben inmiddels op de hoogte van heel veel muziek welke tussen 1891 en heden
werd gemaakt. En mijn verrassingen betreffen vaak juist die stokoude opnamen
van de pioniers en hun plaats in de geschiedenis van de popmuziek. Als je dan referenties met veel latere
artiesten kunt leggen is dat altijd weer een mooi moment.
Maar…als iemand misschien een kleine tijdmachine heeft,
zou ik die graag eens een dagje lenen, als dat mag…
Geen opmerkingen:
Een reactie posten