dinsdag 15 januari 2013

STEREO OP PEDALEN




Valt het u ook op dat er de laatste jaren erg weinig voetbalplaten worden gemaakt? In een ver verleden  verraste Andre Hazes ons nog wel eens met één van zijn Prisma-liederen, maar Andre is inmiddels niet meer en eigenlijk het Nederlandse voetbal ook niet. De kwaliteit kan ik niet echt beoordelen, ik kijk nooit, maar zowel op de laatste kampioenschappen als op de Olympische Spelen speelde het Nederlandse team geen rol van betekenis, voor zover ik weet.

Gelukkig is daar het wielrennen. Ook op dat punt kennen we geen echte toppers, goed, Robert Gesink doet aardig mee in de subtop, maar onze “eigen” Rabo-ploeg blijkt toch wel verantwoordelijk te zijn geweest voor een hoop toursuccessen, met name voor de farmaceutische industrie.
Maar grappig genoeg spreekt die sport meer tot de verbeelding der kunstenaars dan het edele balspel op het gras. Het zal wellicht te maken hebben met de heroïek van het gevecht. Eén persoon, de fiets  en de strijd met de elementen. De Ierse zanger/dichter Luka Bloom wist het in zijn nummer “The Ride” goed te verwoorden: “The Bike. The Road. And Me”. En meer is daar ook niet.

Het aantal platen dat over deze heroïsche strijd gaat is echter legio. Genoemde Luka Bloom maakte destijds al het album “Acoustic Motorbike”, akoestische motorfiets, een briljante vinding naar mijn idee. Maar ook in Nederland zijn al diverse platen over fietsen gemaakt. En het kan aan mij liggen, maar de kwaliteit hiervan was vrijwel altijd fors hoger dan die van de platen over voetbal. Laatstgenoemden kwamen meestal niet verder dan een eenvoudig mee te lallen refrein als “Ajax is kampioen, Ajax blijft kampioen”, “Rettekettetteketet AAAAAA Zet” of “Feyenoord , Feyenoord” (uitgevoerd door “Het Legioentje”). Of PSV ook ooit een kampioensplaat heeft gemaakt weet ik trouwens niet, maar die heeft het in ieder geval nooit geschopt tot een hitnotering boven de rivieren. Zal wel te maken hebben met de Randstedelijke kift, die bepaalt dat iedere club kampioen mag worden, zolang deze maar uit Holland is.

Maar goed. Kwalitatief goede fietsplaten zijn onder meer het befaamde “Jimmy” van Boudewijn de Groot en natuurlijk “Op Fietse” van Skik. En natuurlijk het in dit stuk al eerder genoemde album “Sporthuis Hubertus”: een album dat geheel als ode is bedoeld aan de fietssport en naar ik meen geïnitieerd werd door singer/songwriter Jan Willem Roy.
Wellicht is een verklaring voor het ontbreken van teksten die men kan meelallen hier het feit dat men na afloop van het concert  nog naar huis moet rijden. En uit eigen ervaring weet ik dat straalbezopen op een fiets zitten niet handig is. Dat doe je maar één keer. Tenminste…ik wel, maar dat is weer een ander verhaal.

Andersom is het trouwens ook zo dat muziek draaien tijdens voetbalwedstrijden niet handig is. Daardoor kunnen namelijk de spreekkoren en scheldpartijen op de scheids worden overstemd en dat is niet wenselijk. Tijdens fietstochten echter kan het draaien van muziek heilzaam zijn. Ooit reed ik met windkracht 6 tegen over de Afsluitdijk, een martelgang, maar gelukkig had ik wel muziek bij me. Nee, niet in mijn oren, ik heb de pest aan die kleine dopjes die je gehoorgang onherstelbaar beschadigen. Nee, ik had fietstassen achterop en had in mijn Discman (zoek die maar op op Google) een plugje waarop 2 boxjes aangesloten waren, één in de ene tas, de ander in de andere.
Zo had ik ondanks de tegenwind een pittige rijdende stereo-installatie en met ELO’s Eldorado op de boxen had ik in ieder geval geen geestelijke last van de tegenwind. Wellicht dat er daarom geen goeie voetbalplaten zijn. Voetballers hebben immers geen fietstassen.


maandag 7 januari 2013

WEE KAA




Dit jaar, 2013, wordt gezien als een “tussenjaar” wat betreft de sport. Er zijn geen Olympische zomerspelen, winterspelen of Paralympics en er is geen EK of WK.
Met dit laatste bedoelt men in de volksmond de EK en WK voetbal, want geen enkele andere sport is relevant voor voetballiefhebbers. Sterker nog: niets anders is relevant in het leven van de gemiddelde voetballiefhebber. Ik roep dan ook al jaren dat echte muziekliefhebbers niet van voetbal kunnen houden, want als ze echte luisteraars zijn, hebben ze helemaal geen tijd voor dat onzinnige spel. Natuurlijk is dit provocerend bedoeld en geniet ik er van als er weer eens een verstokte Bob Dylan-fan begint te zeuren dat het allemaal niet waar is en dat hij (het is nooit een vrouw die protesteert) toch echt van beiden (muziek van Bob Dylan en voetbal) houdt.
Tja, dat is, excuus voor de woordspeling, voor mij een mooie voorzet, want ik ben nu eenmaal geen fan van Bob Dylan. Flauw, ik weet het.
Maar laten we even objectief kijken: hoeveel topvoetballers zijn goeie muzikanten? Ik zou het eigenlijk niet weten, want ik ben na Simon Tahamata gestopt met het volgen van de namen van voetballers. Ik schat echter in dat het er nooit veel kunnen zijn, want als je enigszins bevlogen bent als sporter doe je je hele jeugd niks anders en ben je al helemaal niet bezig met (in eerste instantie) hobby’s op hoog niveau. Andersom trouwens ook niet. Hoewel: ja dus, er zijn uitzonderingen. Van zowel Julio Iglesias als Bob Marley is bekend dat ze in eerste instantie zodanige talenten waren dat ze, indien beiden niet geblesseerd waren geraakt, waarschijnlijk op professioneel niveau hadden kunnen meedraaien in de edele sport. Gelukkig zijn ze dus ergens verrot geschopt anders had met name de reggaemuziek het een stuk minder ver gebracht.
Verder schijnt ook Rod Stewart in zijn zeer jonge jaren aardige balletjes te hebben getrapt, dit werd echter rap minder, want de man rookte, dronk en snoof nogal wat. Het mag wat dat betreft een wonder heten dat hij ons nog steeds verrast met zijn gedurfde American Songbook-albums, want hij heeft er genoeg aan gedaan om zijn lijf onsportief af te matten.

Ook Elton John schijnt een groot liefhebber te zijn, evenals Brian May. En natuurlijk zijn er legio bands die voetballiederen hebben gemaakt. In Nederland waren dat vaak grootheden als Vader Abraham en Hans Kraaij junior. Afgelopen zomer werd er door Meindert Talma zelfs een heel album aan de sport gewijd op het Excelsior-label (om maar eens met voetbalnamen te smijten). Op dit album, Eenmaal Oranje genaamd, werden diverse internationals geëerd door hun verhalen te vertellen. Soms waren deze verrassend, zoals in het geval van ene Bert van Marwijk die in 1978 wereldkampioen bleek te zijn geworden. Ja, OK, het was met klaverjassen, maar hij had zijn best gedaan toen.

Overigens kwam een maand later het album “Sporthuis Hubertus” uit op hetzelfde label, waarop het mooie wielrijden in al zijn facetten werd bezongen door vele Nederlandse artiesten waaronder Freek de Jonge en Guus Meeuwis. Diezelfde Freek de Jonge die eind jaren 90 een hit had met het fantastische “Leven na de dood”,  waar ook in gerefereerd werd aan de kapitale misser van Seedorf op “het” WK van 1998. Een nummer trouwens dat gecomponeerd werd door Bob Dylan….

Tja…en daarmee is de bal dus rond…dus wil ik bij deze de afspraak maken: als ik nou stop met zeuren over voetbal, wil iedereen dan stoppen met muzikanten in voetbalstadia neer te zetten? Want dat kan qua geluid dus ECHT niet!

donderdag 3 januari 2013

BACK TO THE FUTURE???




De laatste jaren hoor ik steeds meer mensen om me heen vertellen hoe heilzaam het is “in het moment te leven”. Dat wil zeggen: maak je niet te druk over de toekomst, die kun je toch niet beïnvloeden.
Het valt me iedere keer weer op dat dit vooral mensen zijn rond en boven de 40, mezelf incluis overigens. Er is ook wel een logische redenering voor: om je heen zie je toch al tekenen van je eigen sterfelijkheid, in de vorm van vrienden en bekenden die je ontvallen en bij sommigen is er ook al een aanvang van de eigen lichamelijke gebreken welke wellicht een voorbode vormen van verdere fysieke afhankelijkheid van anderen. Een beangstigend idee voor sommigen.

Er is een positieve zijde aan al deze misere: veel muzikanten, die toch ook gewone mensen blijken, maken ditzelfde mee. Versneld vaak ook nog, want hoe dan ook is het muzikantenleven fysiek en psychisch vrij zwaar. Ga maar na: het is in feite een verzwaarde ploegendienst, want je optredens spelen zich meer en meer ’s avonds af (en de laatste jaren ook nog steeds later), terwijl je ook nog wordt geacht de volgende ochtend fris en fruitig de grappig bedoelde opmerkingen van Giel  Beelen te pareren en/of uit je bed gebeld kunt worden door de altijd vrolijke Edwin Evers….
Geen wonder dat je vroegtijdig aan de drank of drugs raakt….
Maar ik dwaal af: wat je vervolgens veelal ziet is dat musici hun hoogtepunt vaak beleefden tijden de eerste jaren van hun volwassenheid, want het eerste album was vaak de weerslag van alles wat ze in hun jeugdjaren in hun brein hadden opgebouwd en verwerkt, hetgeen verklaart waarom veel componisten vaak slechts in staat zijn tot één magnum opus en dan helaas gedoemd zijn tot een verder bestaan als de befaamde flikkerende nachtkaars.
Doch…..dan komt dus die befaamde periode waarin men voor zichzelf geen duidelijke toekomst meer voor ogen heeft en men dus “in het moment gaan leven.” En dat levert vaak toch wel weer aangename momenten van retrospectiviteit op. En u bent inmiddels van mij gewend dat dit het punt is waar ik met voorbeelden kom: wel, hier zijn ze dan: Sting beëindigde zijn carrière bij The Police, overigens mede tot opluchting van zijn medebandgenoten en begon een zeer vruchtbare solo-carriere , ook in muzikaal opzicht. Madonna is altijd al een rare trien geweest, maar bij haar manifesteerde zich één en ander in het opzichtig lonken naar de mystiek rond de “kabbala” en tegelijkertijd de samenwerking met erg hippe producers, hetgeen het pronkalbum “Ray of Light” opleverde. Dat ze het daarna weer als formule ging behandelen en weer dezelfde eenvormige worst maakt als voorheen zij haar vergeven.
En, meer in de afdeling “oude muzikanten”: Paul McCartney maakte in 2004 nog een bijzonder geslaagd album met “Chaos and Creation in the backyard”. Erg knap om zoiets vrij relevants nog op je 61e te maken (en bij deze mijn excuses aan alle “ouderen” onder ons, ik ben nu eenmaal, net als alle andere 50-minners de mening toegedaan dat na 50 het creërende leven enigszins in slaap raakt, prove me I’m wrong!)

Enfin, wat mezelf betreft: ik denk eerlijk gezegd dat het “leven in het nu” een zwaktebod is. Nuttig, absoluut! Maar je zegt daarmee tevens tegen jezelf: ik denk niet dat de toekomst erg leuk zal zijn. Dus is het wat mij betreft een staat waarin je maximaal een beperkte tijd mag doorbrengen. Daarna wordt het toch weer tijd om het zand uit je ogen te schudden en plannen te maken voor de toekomst van jezelf en de wereld. Leven doe je nu eenmaal in meerdere dimensies en tijd hoort daarbij, anders is het mijns inziens niet volkomen. Tot zover deze” wijze” les….



woensdag 2 januari 2013

NOG ZO’N DAG





Enige tijd geleden las ik een stukje in de Volkskrant. Ach ja, de geneugten van het internet: je hoeft geen abonnee meer te zijn van een krant om deze deels te kunnen lezen.

Het stukje was geschreven door een meneer, zijn naam is mij ontschoten, die krachtdadig vaststelde dat hij niet van plan was ook maar iets bij te dragen aan de actie “Serious Request”. Nu is dat niet erg, ik heb zelf ook niets gegeven, ik luister nooit naar radio 3, dus wist niets van deze actie, maar deze meneer vond het een onzinnige actie. Het bleek namelijk dat de opbrengst werd gebruikt voor het lenigen van honger van en verstrekken van medicijnen aan kinderen in derde wereld landen.

Dit had geen enkele zin, zo betoogde deze meneer, want door dit te doen bleven al deze kinderen maar in leven. En dat terwijl “de regeringen” er niets aan deden om het probleem op te lossen, zijnde de toenemende overbevolking. Want, zo zei hij, eigenlijk moesten er in Afrika gewoon minder kinderen geboren worden, dan zou het probleem vanzelf opgelost worden. En dus kunnen de nu levende kinderen beter sterven, dat lost alvast een deel op. Dit laatste stond er niet letterlijk, maar dat is nu eenmaal de implicatie als er geen directe hulp geboden wordt.

Tja….

In mijn jeugd heb ik wel eens het boek “A Christmas Carol” gelezen, van Charles Dickens. U kent het verhaal wel, de vreselijke vrek Ebeneezer Scrooge wordt op kerstavond bezocht door 4 geesten (geen 3, de eerste was de geest van zijn oud-compagnon Jacob Marley). De geesten van Kerstfeest in het verleden, in het heden en in de toekomst lieten hem zien dat hij, door zijn cynische vrekkigheid, zonder enig mededogen voor ieder ander, op een nare en eenzame manier aan zijn eind zou komen.

Natuurlijk een vreselijk moraliserend verhaal en ik ben er, helaas, van overtuigd dat vele mensen het tegenwoordig nogal over the top vinden. Maar toch is het opvallend: deze door Dickens als zeer kwaadaardig neergezette vrek neemt op een bepaald moment letterlijk de woorden in de mond: “Het is maar goed dat er af en toe een paar van die armoedzaaiers doodgaan, dat scheelt weer in de overbevolking.” Vervolgens wordt verderop in het verhaal “Tiny Tim” opgevoerd, een gehandicapt jongetje, dat slechts in leven zal kunnen blijven als hij betere, en dus duurdere, medische hulp krijgt. Dit jongetje is, zoals zoveel kinderen, de goedheid zelf en wenst zelfs de nare vrek Scrooge op een bepaald moment een fijne Kerst. Op dat moment worden bij Scrooge de ogen geopend. “De armoedzaaiers” waar hij eerder over sprak hadden ineens een gezicht gekregen.  Ze waren ineens veranderd in een lief jongetje dat zou sterven als hijzelf niet zou ingrijpen.

U voelt al waar ik heen wil, denk ik. Het is zo lekker makkelijk om vanuit je luie stoel, in je verwarmde woonkamer met naast je een dampende kop amaretto-koffie en Art Blakey over de boxen even de kinderen in een bepaald werelddeel af te serveren. En natuurlijk is het zo dat de oorzaak van de problemen óók opgelost moet worden. Maar ik wil een ieder oproepen om eens in de ogen van uw medemens en/of hun kinderen te kijken en u af te vragen: wens ik jou toe dat je op een ellendige manier van honger, dorst en ziekte omkomt? Of kan ik daar iets, een heel klein beetje misschien, aan doen??

Want cynisme is de makkelijkste weg, maar tevens de meest kwaadaardige vluchtroute die de mens kent.

dinsdag 1 januari 2013

WERELD MUZIEK




De grootste hit van 2012 was die van PSY, een Koreaanse DJ die met een paar geinige danspasjes probeerde cool over te komen. Dit lukte natuurlijk niet, maar dat was juist het grappig effect van met name het clipje. Muzikaal stelde het allemaal niet veel voor, het was een beetje een standaard house-deuntje met ongetwijfeld een zeer diepzinnig tekstje, maar dit was voor mij als gemiddeld West-Europeaan niet te volgen, daar ik het Koreaans niet geheel machtig ben.

Maar het was sowieso opvallend dat de grootste wereldhit van het jaar nu eens niet afkomstig was uit een Engelssprekend land. Waarmee internet op dat vlak in ieder geval haar nut heeft bewezen.

Anderzijds is het wel jammer dat men, juist ook door het wijd verbreide internet, de eigenheid van de plaatselijke muziek niet liet meehoren in dit nummer en zich zo zeer liet beïnvloeden door “onze” cultuur. Het was, goed beschouwd, een perfecte kopie van de muziek die in “het Westen” al jaren de boventoon voert.

En nu vraag ik me af:  Zal dit zich voortzetten? Zal er uiteindelijk een totale mix van culturen en dus ook van muziek komen? Dus dat het niet uitmaakt of je in Guatemala op straat loopt, in Nepal of in San Marino??? Als dat zo is, mag ik dan even afhaken? Want dat lijkt me een uitermate saaie bedoening!

Er wordt heel veel geklaagd door mensen over het feit dat anderen “anders” zijn. In Afrika is veel corruptie, in veel zuidelijke landen worden vrouwen slecht behandeld, in Zuid-Amerika is er een vreselijke bureaucratie en sowieso is het maar belachelijk dat de inuit veel met bont werken.
Het feit dat we hier in Nederland net zoveel corruptie kennen, maar dan bedekt, dat vrouwen ook hier in allerlei keurslijven worden gepropt, er een meer dan erge regeltjesmanie is , daar let niemand op.
Los hiervan denk ik dat we ons hier in “het vrije Westen” hoe dan ook niet of zeer weinig moeten bemoeien met hoe andere volkeren hun zaken doen. We stellen ons nog steeds op als 150 jaar geleden, toen we ook zo ontzettend goed wisten wat anderen moesten vinden. Ene Multatuli heeft daar toen nog een boekje over geschreven. Ik denk dat er op onze eigen maatschappij nog genoeg aan te merken valt. Wat bijvoorbeeld te denken van het wegstoppen van bejaarden, gehandicapten, het ontbreken van enige onderlinge solidariteit en gastvrijheid, respect voor ouderen en voor elkaars doen en laten enzovoorts…
Allemaal zaken die in een gemiddeld Afrikaans land een stuk beter geregeld zijn dan bij ons.

Maar anderzijds: dat zijn nu juist de negatieve aspecten van onze cultuur, maar ook die horen erbij.
Vergelijk het hiermee: altijd als een buitenstaander ons wijst op het vreemde van onze Sinterklaasviering staan we op onze achterste benen. En terecht! Want ook dit is een stuk traditie dat diep in de Nederlandse cultuur geworteld is. Daar moeten “ze” afblijven!
Wel, in dat geval stel ik dus voor dat “we” ons vanaf nu voornemen dat wij ook ons mond houden over zaken die we “raar” vinden. De mensen ter plekke zien het probleem vaak een stuk minder.

Goed, en als we ons hier allemaal aan houden, zullen er in de toekomst lekker duizenden culturele verschillen tussen mensen blijven. Deze zullen soms leiden tot ergernissen, soms zelfs tot conflicten, maar zullen tevens bijdragen aan een fijne pluriforme wereld, waarin ook ruimte is voor heel veel verschillende spannende soorten muziek. En dat is dus mijn soort wereld!