De laatste jaren hoor ik steeds meer mensen om me heen
vertellen hoe heilzaam het is “in het moment te leven”. Dat wil zeggen: maak je
niet te druk over de toekomst, die kun je toch niet beïnvloeden.
Het valt me iedere keer weer op dat dit vooral mensen
zijn rond en boven de 40, mezelf incluis overigens. Er is ook wel een logische
redenering voor: om je heen zie je toch al tekenen van je eigen sterfelijkheid,
in de vorm van vrienden en bekenden die je ontvallen en bij sommigen is er ook
al een aanvang van de eigen lichamelijke gebreken welke wellicht een voorbode
vormen van verdere fysieke afhankelijkheid van anderen. Een beangstigend idee
voor sommigen.
Er is een positieve zijde aan al deze misere: veel
muzikanten, die toch ook gewone mensen blijken, maken ditzelfde mee. Versneld
vaak ook nog, want hoe dan ook is het muzikantenleven fysiek en psychisch vrij
zwaar. Ga maar na: het is in feite een verzwaarde ploegendienst, want je
optredens spelen zich meer en meer ’s avonds af (en de laatste jaren ook nog
steeds later), terwijl je ook nog wordt geacht de volgende ochtend fris en
fruitig de grappig bedoelde opmerkingen van Giel Beelen te pareren en/of uit je bed gebeld kunt
worden door de altijd vrolijke Edwin Evers….
Geen wonder dat je vroegtijdig aan de drank of drugs
raakt….
Maar ik dwaal af: wat je vervolgens veelal ziet is dat
musici hun hoogtepunt vaak beleefden tijden de eerste jaren van hun
volwassenheid, want het eerste album was vaak de weerslag van alles wat ze in
hun jeugdjaren in hun brein hadden opgebouwd en verwerkt, hetgeen verklaart
waarom veel componisten vaak slechts in staat zijn tot één magnum opus en dan
helaas gedoemd zijn tot een verder bestaan als de befaamde flikkerende
nachtkaars.
Doch…..dan komt dus die befaamde periode waarin men voor
zichzelf geen duidelijke toekomst meer voor ogen heeft en men dus “in het
moment gaan leven.” En dat levert vaak toch wel weer aangename momenten van
retrospectiviteit op. En u bent inmiddels van mij gewend dat dit het punt is waar
ik met voorbeelden kom: wel, hier zijn ze dan: Sting beëindigde zijn carrière
bij The Police, overigens mede tot opluchting van zijn medebandgenoten en begon
een zeer vruchtbare solo-carriere , ook in muzikaal opzicht. Madonna is altijd
al een rare trien geweest, maar bij haar manifesteerde zich één en ander in het
opzichtig lonken naar de mystiek rond de “kabbala” en tegelijkertijd de
samenwerking met erg hippe producers, hetgeen het pronkalbum “Ray of Light”
opleverde. Dat ze het daarna weer als formule ging behandelen en weer dezelfde
eenvormige worst maakt als voorheen zij haar vergeven.
En, meer in de afdeling “oude muzikanten”: Paul McCartney
maakte in 2004 nog een bijzonder geslaagd album met “Chaos and Creation in the
backyard”. Erg knap om zoiets vrij relevants nog op je 61e te maken
(en bij deze mijn excuses aan alle “ouderen” onder ons, ik ben nu eenmaal, net
als alle andere 50-minners de mening toegedaan dat na 50 het creërende leven
enigszins in slaap raakt, prove me I’m wrong!)
Enfin, wat mezelf betreft: ik denk eerlijk gezegd dat het
“leven in het nu” een zwaktebod is. Nuttig, absoluut! Maar je zegt daarmee
tevens tegen jezelf: ik denk niet dat de toekomst erg leuk zal zijn. Dus is het
wat mij betreft een staat waarin je maximaal een beperkte tijd mag doorbrengen.
Daarna wordt het toch weer tijd om het zand uit je ogen te schudden en plannen
te maken voor de toekomst van jezelf en de wereld. Leven doe je nu eenmaal in
meerdere dimensies en tijd hoort daarbij, anders is het mijns inziens niet
volkomen. Tot zover deze” wijze” les….
Geen opmerkingen:
Een reactie posten