woensdag 2 januari 2013

NOG ZO’N DAG





Enige tijd geleden las ik een stukje in de Volkskrant. Ach ja, de geneugten van het internet: je hoeft geen abonnee meer te zijn van een krant om deze deels te kunnen lezen.

Het stukje was geschreven door een meneer, zijn naam is mij ontschoten, die krachtdadig vaststelde dat hij niet van plan was ook maar iets bij te dragen aan de actie “Serious Request”. Nu is dat niet erg, ik heb zelf ook niets gegeven, ik luister nooit naar radio 3, dus wist niets van deze actie, maar deze meneer vond het een onzinnige actie. Het bleek namelijk dat de opbrengst werd gebruikt voor het lenigen van honger van en verstrekken van medicijnen aan kinderen in derde wereld landen.

Dit had geen enkele zin, zo betoogde deze meneer, want door dit te doen bleven al deze kinderen maar in leven. En dat terwijl “de regeringen” er niets aan deden om het probleem op te lossen, zijnde de toenemende overbevolking. Want, zo zei hij, eigenlijk moesten er in Afrika gewoon minder kinderen geboren worden, dan zou het probleem vanzelf opgelost worden. En dus kunnen de nu levende kinderen beter sterven, dat lost alvast een deel op. Dit laatste stond er niet letterlijk, maar dat is nu eenmaal de implicatie als er geen directe hulp geboden wordt.

Tja….

In mijn jeugd heb ik wel eens het boek “A Christmas Carol” gelezen, van Charles Dickens. U kent het verhaal wel, de vreselijke vrek Ebeneezer Scrooge wordt op kerstavond bezocht door 4 geesten (geen 3, de eerste was de geest van zijn oud-compagnon Jacob Marley). De geesten van Kerstfeest in het verleden, in het heden en in de toekomst lieten hem zien dat hij, door zijn cynische vrekkigheid, zonder enig mededogen voor ieder ander, op een nare en eenzame manier aan zijn eind zou komen.

Natuurlijk een vreselijk moraliserend verhaal en ik ben er, helaas, van overtuigd dat vele mensen het tegenwoordig nogal over the top vinden. Maar toch is het opvallend: deze door Dickens als zeer kwaadaardig neergezette vrek neemt op een bepaald moment letterlijk de woorden in de mond: “Het is maar goed dat er af en toe een paar van die armoedzaaiers doodgaan, dat scheelt weer in de overbevolking.” Vervolgens wordt verderop in het verhaal “Tiny Tim” opgevoerd, een gehandicapt jongetje, dat slechts in leven zal kunnen blijven als hij betere, en dus duurdere, medische hulp krijgt. Dit jongetje is, zoals zoveel kinderen, de goedheid zelf en wenst zelfs de nare vrek Scrooge op een bepaald moment een fijne Kerst. Op dat moment worden bij Scrooge de ogen geopend. “De armoedzaaiers” waar hij eerder over sprak hadden ineens een gezicht gekregen.  Ze waren ineens veranderd in een lief jongetje dat zou sterven als hijzelf niet zou ingrijpen.

U voelt al waar ik heen wil, denk ik. Het is zo lekker makkelijk om vanuit je luie stoel, in je verwarmde woonkamer met naast je een dampende kop amaretto-koffie en Art Blakey over de boxen even de kinderen in een bepaald werelddeel af te serveren. En natuurlijk is het zo dat de oorzaak van de problemen óók opgelost moet worden. Maar ik wil een ieder oproepen om eens in de ogen van uw medemens en/of hun kinderen te kijken en u af te vragen: wens ik jou toe dat je op een ellendige manier van honger, dorst en ziekte omkomt? Of kan ik daar iets, een heel klein beetje misschien, aan doen??

Want cynisme is de makkelijkste weg, maar tevens de meest kwaadaardige vluchtroute die de mens kent.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten