Enige tijd geleden las ik een stukje in de Volkskrant.
Ach ja, de geneugten van het internet: je hoeft geen abonnee meer te zijn van
een krant om deze deels te kunnen lezen.
Het stukje was geschreven door een meneer, zijn naam is
mij ontschoten, die krachtdadig vaststelde dat hij niet van plan was ook maar
iets bij te dragen aan de actie “Serious Request”. Nu is dat niet erg, ik heb
zelf ook niets gegeven, ik luister nooit naar radio 3, dus wist niets van deze
actie, maar deze meneer vond het een onzinnige actie. Het bleek namelijk dat de
opbrengst werd gebruikt voor het lenigen van honger van en verstrekken van
medicijnen aan kinderen in derde wereld landen.
Dit had geen enkele zin, zo betoogde deze meneer, want
door dit te doen bleven al deze kinderen maar in leven. En dat terwijl “de
regeringen” er niets aan deden om het probleem op te lossen, zijnde de
toenemende overbevolking. Want, zo zei hij, eigenlijk moesten er in Afrika
gewoon minder kinderen geboren worden, dan zou het probleem vanzelf opgelost
worden. En dus kunnen de nu levende kinderen beter sterven, dat lost alvast een
deel op. Dit laatste stond er niet letterlijk, maar dat is nu eenmaal de
implicatie als er geen directe hulp geboden wordt.
Tja….
In mijn jeugd heb ik wel eens het boek “A Christmas Carol”
gelezen, van Charles Dickens. U kent het verhaal wel, de vreselijke vrek
Ebeneezer Scrooge wordt op kerstavond bezocht door 4 geesten (geen 3, de eerste
was de geest van zijn oud-compagnon Jacob Marley). De geesten van Kerstfeest in
het verleden, in het heden en in de toekomst lieten hem zien dat hij, door zijn
cynische vrekkigheid, zonder enig mededogen voor ieder ander, op een nare en eenzame
manier aan zijn eind zou komen.
Natuurlijk een vreselijk moraliserend verhaal en ik ben
er, helaas, van overtuigd dat vele mensen het tegenwoordig nogal over the top
vinden. Maar toch is het opvallend: deze door Dickens als zeer kwaadaardig
neergezette vrek neemt op een bepaald moment letterlijk de woorden in de mond: “Het
is maar goed dat er af en toe een paar van die armoedzaaiers doodgaan, dat
scheelt weer in de overbevolking.” Vervolgens wordt verderop in het verhaal “Tiny
Tim” opgevoerd, een gehandicapt jongetje, dat slechts in leven zal kunnen
blijven als hij betere, en dus duurdere, medische hulp krijgt. Dit jongetje is,
zoals zoveel kinderen, de goedheid zelf en wenst zelfs de nare vrek Scrooge op
een bepaald moment een fijne Kerst. Op dat moment worden bij Scrooge de ogen
geopend. “De armoedzaaiers” waar hij eerder over sprak hadden ineens een
gezicht gekregen. Ze waren ineens
veranderd in een lief jongetje dat zou sterven als hijzelf niet zou ingrijpen.
U voelt al waar ik heen wil, denk ik. Het is zo lekker
makkelijk om vanuit je luie stoel, in je verwarmde woonkamer met naast je een
dampende kop amaretto-koffie en Art Blakey over de boxen even de kinderen in
een bepaald werelddeel af te serveren. En natuurlijk is het zo dat de oorzaak
van de problemen óók opgelost moet worden. Maar ik wil een ieder oproepen om
eens in de ogen van uw medemens en/of hun kinderen te kijken en u af te vragen:
wens ik jou toe dat je op een ellendige manier van honger, dorst en ziekte
omkomt? Of kan ik daar iets, een heel klein beetje misschien, aan doen??
Want cynisme is de makkelijkste weg, maar tevens de meest
kwaadaardige vluchtroute die de mens kent.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten