zaterdag 7 januari 2012

APOCALYPS




De mens schijnt een aangeboren fascinatie te hebben voor onheilstijdingen. Ene Johannes schreef 2000 jaar geleden al een uitgebreide verhandeling over de gebeurtenissen die volgens hem zouden plaatsvinden als de mensheid haar eind zou vinden. Het is nog altijd één van de best gelezen boeken aller tijden. In de middeleeuwen leefde men, naar verluidt, volgens het adagium “Memento Mori”, in het Nederlands vrij vertaald als “Denk eraan, ooit ga je dood”. En dus werd van je verwacht dat je je hele leven een lijn volgde die erop neerkwam dat je hier maar tijdelijk was en dus kon je je maar beter zodanig gedragen dat je uiteindelijk in het hiernamaals, dat eeuwig duurde, goed terecht zou komen. Een hoop mensen hangen dit idee nog altijd aan, sommigen in voortdurende angst voor wat onvermijdelijk komen gaat.

Ook de afgelopen 30 a 35 jaar bleken de meeste mensen flink gevoelig voor de gedachte dat de/hun wereld eindig was. Vrienden van mijn ouders waren (en zijn nog) getuigen van Jehova en hebben in de jaren 70 al twee keer afscheid van ze genomen, omdat het einde achtereenvolgens in 1975 en in 1980 zou vallen. Hierna waren het de punkers die riepen dat er “no future” was, hoewel de vraag is in hoeverre dit uit commerciële motieven was. Zoals zo veel popstromingen waren de punk en haar aanhangers zeer gevoelig voor imago en totaal nihilisme was zo ongeveer het opperste haalbare voor deze groep. In 1981 doken geschriften van Nostradamus op, waarin de aanslag op de Paus (mei 81) werd voorspeld en en passant meteen het einde werd gedateerd in het jaar 1985. Het zal u, lezer in 2012, niet verbazen dat ook dit niet doorging.

Overigens werd dit wel opgepakt door een flink aantal muzikanten die, aangevuld met de leegheid van de punk, er een begrijpbaar verhaal van maakten. En dus werd de angst voor “DE BOM” in het leven geroepen, gekoppeld aan “het rode gevaar” (voor de jongeren onder ons: voordat we ons hier druk maakten over het vreselijke gevaar van de oprukkende islam, deden we hetzelfde met het communisme, de mens kan nu eenmaal niet zonder angst).
Ook toen was er een recessie met veel werkeloosheid, waardoor veel jongeren niet veel anders te doen hadden dan…muziek maken. En dit deden ze met wisselend succes. Een band als UB40 ontleende zelfs haar naam aan het formulier dat een werkloze in Engeland moest invullen om een uitkering te krijgen. Hier in Nederland kwam een band als The Ex voort uit krakerskringen, die ook al niet veel hoop hadden op een beter leven. Inmiddels bestaan ze overigens nog steeds en maken veel interessante jazz en wereldmuziek. En natuurlijk bezongen 2 mainstream artiesten de geneugten van de bom. Allereerst natuurlijk Doe Maar, waar ik niets aan hoef toe te voegen. Maar minder bekend is het nummer dat Herman van Veen een jaar later maakte en getiteld was: “De bom valt nooit”.
Ik heb de exacte tekst niet meer paraat, maar het kwam er op neer dat zijn leven totaal ontwricht was en hij echt niet meer wist wat hij met zijn verdere leven moest. Ineens was namelijk duidelijk geworden dat het leven niet langer nog slechts een jaar duurde, maar zich nog minstens 30 jaar zou voortslepen. En dat is slecht nieuws voor een misantroop.

En nu…nu is het 2012…de film is al op TV geweest, er komt vast een oorlog, want de Euro staat op springen, ik las dat in de Eiffel een supervulkaan op uitbarsten staat, terwijl Nederland hardnekkig onder de zeespiegel blijft liggen, kortom: Heerlijk!!!! Ik verwacht dat er de komende 2 jaar eindelijk weer een hoop interessante muziek gaat worden gemaakt!!!

Alvast een songtekst??? Een suggestie:

Ik denk jou
Jij denkt mij
Bestaan wij wel?
Of zijn we slechts verbeelding
Van iemand anders

Ik droom jou
Jij droomt mij
Slapen wij wel?
Of zijn we slechts nachtmerries
Tot Hij wakker wordt

woensdag 4 januari 2012

Crisis???.....what Crisis???



Midlife-crisis…als 44-jarige begeef ik me nu op glad ijs, besef ik. Maar ik ga het nu eens niet hebben over mij, ik ga het hebben over anderen. Mensen observeren in de leeftijd van 40 tot 50 jaar brengt je soms namelijk inzichten over jezelf, maar soms ook pertinent niet.

Ik zou persoonlijk niet weten wat ik met een Harley Davidson zou moeten, ik heb niet eens een motorrijbewijs. Overigens moet ik eerlijkheidshalve toegeven dat ik wel pogingen daartoe heb ondernomen, maar toen was ik 23. Na de tweede keer gezakt te zijn, waarbij ik en passant bijna een kettingbotsing tot stand bracht, besloot ik echter dat ik het mijn medeweggebruikers niet kon aandoen om zo’n onberekenbare motorist aan het snelwegareaal toe te voegen. En dus volstond ik met mijn autorijbewijs, dat ik overigens in één keer gehaald heb, dus de vooruitzichten waren op dat punt iets rooskleuriger. Maar ik weid weer iets teveel uit…

Midlife dus, tijd voor motoren, cabrio’s, het koortsachtig zoeken naar het jong, snel, wild-gevoel en alles doen om maar te zorgen dat de dood en het verval worden uitgebannen en het besef van steeds beperkter tijd wordt overschreeuwd door “spannende” zaken. Ongetwijfeld kan een goede psycho-therapeut hier nog wel iets aan toevoegen of op afdingen, maar dit lijkt me best een redelijke opsomming.

Muzikanten zijn ook mensen en sterker nog, zijn mensen die soms in de publieke belangstelling staan, dus is vaak mooi zichtbaar wat deze periode bij hen teweeg brengt. En dat is niet best. Sowieso zie je, vanwege de uitgebreide verhalen in de diverse roddelblaadjes, dat ze vaak in relatieproblemen komen, maar ook koning Botox strijkt overduidelijk alles glad wat onwelgevallig is.

Muzikaal  het mooiste voorbeeld vormen de sterren uit de jaren 60 die, werkelijk zonder uitzondering, in de jaren 80 de meest gruwelijk bagger op plaat wisten te zetten. Mensen als Neil Young, David Bowie, Bob Dylan, Eric Clapton, Rod Stewart, Van Morrison, Paul McCartney en ja, ook John Lennon (want Double Fantasy was echt wel een draak van een plaat) raakten en masse het spoor bijster en lieten zich leiden door hun platenmaatschappijen die hen alleen lieten met de meest “hippe” producers van die periode, waardoor alle emotie uit hun muziek werd verzopen in aalgladde producties, muziekjes uit doosjes, vocoders en, vermoedelijk vanwege de behoefte om zich als “jong”te bewijzen, ook de melodieën waren echt volslagen nietszeggend. Geen wonder dat een hoop “sixties”-liefhebbers tot de dag van vandaag ervan overtuigd zijn dat de jaren 80 een tijd waren van creatieve armoede. Dit werd echter met name veroorzaakt doordat ze zelf halsstarrig “hun” sterren bleven volgen, terwijl juist de volgende generatie bezig was de boel te vernieuwen.
Bands als Metallica, Frontline Assembly, the Smiths, New Order/Joy Division en later ook de diverse techno- en hiphop-DJ’s voegden een hoop toe aan de bestaande muziekvormen. Eigenlijk de enige die daar iets van meepakte van de “oude garde” was Miles Davis, die in 1988 met zijn album “Doo-wop” als eerste de fusie onderzocht van jazz en hiphop en zelfs vrij verdienstelijk.

Gelukkig groeiden al die “ouwe knarren” er overheen en gingen ze later meestal weer mooie albums maken, zoals ze dat zelf wilden.
Uiteindelijk moet je een punt bereiken dat het niet echt boeit, de tijd die je wel of niet hebt. Kijk om je heen en realiseer je dat iedere dag de laatste kan zijn. En dat wetend kun je slechts genieten van de mooie dingen om je heen, anders verdoe je je tijd.