vrijdag 10 mei 2024

ACHTERTUIN


Enkele weken terug liep ik rond op een middelgrote platenbeurs in Brugge. Deze was enigszins berucht bij mij en mijn kompaan, daar het plaatsvond in een hal waar normaal een ijsbaan wordt geëxploiteerd en klaarblijkelijk is een half jaar vrieskou gedurende het voorjaar nog niet uit de betonnen vloer verdwenen. Zoals gebruikelijk in het West-Vlaamse land werden met name onze CD’s, waar een hoop alternatieve zooi tussen zit, van harte verwelkomd. De Vlamingen lopen, in ieder geval in mijn oren, qua muzikale smaak mijlenver voor op de meeste Hollanders en dat vertaalt zich in fijne vragen en leuke gesprekken in dat heerlijke, enigszins op Zeeuws lijkende, taaltje.

Tijdens het opbouwen was mij al een stand opgevallen die enigszins rommelig gevuld was met lage kartonnen doosjes vol CD’s en CD-boxen. Onder de kraam bevonden zich wat hogere dozen met daarin boxen, boeken en andere rommeltjes. Achter de kraam zat een wat oudere vrouw die goed had ingeschat wat de temperatuur in de hal zou worden en dus aan de buitenkant in ieder geval gekleed was in lappen, dekens en andere zaken die het comfort verhoogden. Ze zag er zelf niet uit als een muzikaal expert en dat bleek te kloppen, want normaal stond ze op rommelmarkten met legpuzzels en aanverwanten.

“Het is een verzameling”, vertrouwde ze mij al snel toe, toen ik even kort ter beoordeling door haar collectie bladerde. Eigenlijk had ik al verwacht een aantal Vlaamse grootheden op CD tegen te komen als mede een paar verzamel-albums als “Het Stenen Tijdperk”, een serie die daar best groot was in de jaren 90. Maar na haar woorden ging ik wat beter kijken en vond direct de ene parel na de andere: een origineel album uit de jaren 70 van Lightning Hopkins, idem, maar dan juist begin jaren 60, van Johnny Guitar Watson, een dubbel-album met twee mooie CD’s, 75/76, van soul-funk-band the Dramatics en ook nog een paar titels van A Flock Of Seagulls en Icehouse en zo ging dat nog even verder; grotendeels materiaal dat op CD slecht te vinden is en waarbij ik bij te veel titels moest overwegen of ik die zelf wilde houden of ze toch voor de handel zou aankopen.

“Ze waren van mijn man”, zo vertrouwde ze mij toe, “die is in maart overleden”, om er meteen aan toe te voegen: “ik wist best dat hij cd’s kocht maar toen ik die kamer in kwam was ik best een beetje kwaad!” Naar ze vertelde had hij jarenlang volgehouden dat het allemaal best meeviel. En haar zoon had haar verteld dat ze “het niet aan een opkoper moest verkopen” maar dat ze beter zelf de boel kon prijzen en aanbieden zodat er nog iets overbleef. Dus had hij haar die ochtend “met zijn camionneke” naar de hal gebracht en de boel voor haar neergezet. “Want ik kan da nie meer eeh, ik ben gewoon op mijn scooterke gekomen”.

Al keuvelend tekende de ene grote stapel na de andere zich af, mij intussen vertwijfeld toch de stille hoop gevend dat ik ook nog wat minder interessante dingen zou vinden. Maar neen, drie kwartier verder was ik 600 Euro lichter en hoopte oprecht dat ik alles in mijn auto zou kunnen krijgen aan het eind van de dag. Gedurende de dag liep ik nog enige keren bij haar aan en vond, o gruwel, iedere keer wel weer een 6 a 7 titels.

Aan het eind van de dag keerde ik nog eenmaal terug en riep ze me bij zich: “ik ben gelukkig behoorlijk veel kwijt geraakt, alleen die boeken wil niemand hebben, neem jij ze maar mee, dat scheelt weer in het tillen.” De boeken had ik nog niet bekeken, het waren een stel bluesmagazines van eind jaren 90, een country encyclopedie uit 1994 en een boek genaamd “Backbeat, een geschiedenis van de Rhythm n Blues”. Ik bedankte haar, nam de 2 flinke dozen mee en schatte in gedachten de beenruimte van mijn mede-passagier terug naar huis in.

Nu, 2 weken later, zijn de CD’s inmiddels verdeeld tussen eigen verzameling, toch nog een respectabele 30% en in een grote tas om ooit eens tussen te voegen in de handel. En na een paar weken ben ik nu dus toegekomen aan het lezen van de boekwerken. De country-encyclopedie is zonder meer nuttig, er staat meer informatie in dan op Wikipedia voorradig is maar vooral dat “Backbeat”-boek blijkt een pareltje!

Er blijken interviews in te staan, afgenomen in de jaren 1980 tot en met 1985, toen veel bluesgrootheden nog leefden. En ze vertellen…over die tijd net na de tweede wereldoorlog, toen ze nog in dans-bands zaten, die evolueerden in wat ruigere jump-blues-bands, waarvan de zangers steevast aan de drank en drugs waren, maar wát waren ze getalenteerd. Ik lees over Lucky Milinder, de orkestleider die enorm veel talenten vond maar ze ook weer snel verloor door zijn wat te strakke regime, over Wynonie Harris, de man die 10 jaar voor Little Richard al wild tekeer ging in een genre waarvan men nog niet wist dat het rock ’n roll was, maar door zijn eigengereide gedrag door iedereen werd ontslagen en uiteindelijk roemloos en berooid in 1969 ten onder ging. Uit eerste hand worden al die verhalen verteld, juist over de muziek waar ik de laatste anderhalf jaar naar op zoek ben.

En intussen zit ik dus, in mijn achtertuin, 75 jaar later, een eerste echte lentezon op mijn haar, te genieten van al die verhalen van toen, voelend dat de dame in kwestie wel degelijk weer een legpuzzel heeft verkocht. In die zin dat er steeds meer ontbrekende stukjes op hun plaats vallen en de geschiedenis van de moderne popmuziek weer wat duidelijker is geworden. Voor mij dan…

maandag 25 juli 2022

MEIZOENTJES

 


 

Bijna aan het eind van een lange festivaldag stond ze daar. Iemand die ik enige jaren geleden nog hoog bejaard zou noemen. Dat is tenminste de term waarmee ik mijn vader om zijn oren sloeg in de week dat hij tachtig werd.

 

Vroeger hadden dames van die leeftijd steevast “een watergolf permanent” en een net te wijde bloemetjesrok, liefst in neutrale kleuren. Deze was echter gekleed op een wijze die een kleine 10 jaar van haar leeftijd afsnoepte, hoewel haar rimpels haar verraadden.

Sowieso verwarde ze mij, in haar hand hield ze een klein bosje madeliefjes, “meizoentjes” zoals ze zelf zei, en met haar andere hand bladerde ze door het bakje Hank Williams.

Deze country-legende ontviel ons reeds op Nieuwjaarsdag 1953, rekenend was mevrouw toen ongeveer 15 a 16 jaar. Het zou toch niet? En hoe dan? Welke zender had ze beluisterd terwijl de rest van Nederland nog vastgeroest zat aan de Familie Doorsnee?

Of…had ze gewoon geen idee waar ze naar keek?

 

Ze haalde me al snel uit de droom door de bakken verder te bekijken en te zeggen: “Ach ja, die Merle Haggard, dat was best een boefje he?” Ik beaamde dat, deels omdat ik klanten vaak muzikaal gelijk geef en deels omdat ik ’s mans verrichtingen op Wikipedia had nagelezen waarna veel zogenaamde gangsta-rappers in mijn ogen inmiddels gedegradeerd waren tot onschuldige koorknaapjes.

 

“U bent duidelijk een veelzijdig country-liefhebber”, riposteerde ik. Ze keek me aan, zette haar bril recht en ging wat rechter op staan. “Zeer zeker. Het concert dat ik net bijwoonde was zeer de moeite waard,” en ze overhandigde me een flyertje van Dick van Altena. “Heb je het niet gehoord dan?”

Ik moest toegeven dat het letterlijk langs me heen was gegaan doordat aan de andere zijde van het terrein een coverband aardige pogingen deed het geluid van tiener-folk-rockertjes Mumford and Sons te imiteren, iets wat ze trouwens redelijk af ging.

 

“Jammer, als je gelegenheid hebt moet je hem zeker een keer live zien. Zeer de moeite waard. Hij heeft in totaal 1535 nummers geschreven, zowel in het Nederlands als in het Engels waaronder nummers voor Henk Wijngaard en Ben Steneker.” Laatstgenoemde wordt, weet ik, beschouwd als de fine-fleur van de Nederlandse country-muziek. De inmiddels 86-jarige zanger is mij echter vaak wat te glad qua repertoire. Uiteraard hield ik deze mening voor me, de klant heeft muzikaal meestal gelijk, zoals ik al zei.

 

“Ik heb al een keer of zes een handtekening van hem. Maar niet alleen van hem hoor. Ik heb handtekeningen van vrijwel iedereen die er in 1966 muzikaal toe deed. Merle Haggard, Bobby Bare, Willie Nelson, Kenny Rogers….”

Naar ik begreep was wat haar betreft muzikaliteit vooral inherent aan goede country-muziek. Zolang het maar recht uit het hart kwam, zo was haar verklaring.

“En ik ben fanatiek hoor, als het moet wacht ik 1 a 2 uur voor ik iemand spreek!”

Ze was enkele jaren terug naar een concert van Kris Kristofferson geweest in Groningen waar ze na afloop niet tot de oude man werd toegelaten door de bewaking. Ze schoot echter een roadie aan die bij de zanger ging informeren of hij toch niet even…. Ja, dat kon wel, maar het ging even duren want hij moest even tot rust komen. Of dat niet vervelend was in verband met de thuisreis? Ze had geantwoord: “Mijn trein komt morgenochtend om 6 uur pas dus ik heb wel even….” Waarna de oude Kris tevoorschijn kwam, onder de indruk van zoveel vasthoudendheid. Ze werd beloond met een kort gesprek met de schrijver van “Me and Bobby McGee” en uiteraard een foto samen, met handtekening.

 

“En zo zie je maar, als je tot die jongens doordringt, zijn het heel gewone jongens met een hart voor mensen. Zelfs Bruce Springsteen, die haalde me ooit op het podium om me te vragen wat ik van het concert vond, ik deed hem aan zijn moeder denken.”

 

Ze wenste me goedendag, bezwoer me nogmaals zeker eens een concert van Dick van Altena bij te gaan wonen en verdween terug in haar leven van alledag, meizoentjes in de hand. Uiteindelijk geen klant maar wel muziekliefhebber met heel haar hart.

zaterdag 3 oktober 2020

REFLECTERENDE SPOKEN

 


 

De meeste spookverhalen doen je bloed stollen. Een eenzame kasteelkamer om 12 uur ’s nachts waar ineens alle lichten uitvallen en dan….

Of fietsend langs een oud Katholiek kerkhof waarbij je ervan overtuigd bent dat je tussen het gebladerte door iets ijls en sowieso ijskouds voorbij ziet en voelt komen….

Onze fantasie neemt graag een loopje met ons. Maar heel soms, voor wie het ziet, gebeuren er echt bizarre dingen die zich eigenlijk gewoon afspelen in het alledaagse…

Mijn vader overleed in mei 2019, zomaar, ineens. Van het ene op het andere moment was hij geen deelnemer meer aan onze tijd maar bleef in zijn stoel zitten, bevroren in de zijne.

Voor ons een klap en ik ben er toch van overtuigd dat dit ook voor hem een onaangename verrassing was, als altijd flink actieve 80-jarige had hij nog behoorlijk wat lol in zijn leven.

Zijn leven lang was hij de ultieme techneut geweest. Waar ik mijn gekte voor muziek in al zijn facetten al mijn hele leven steeds intensiever beleefde was hij minstens, of wellicht zelfs erger, zo verknocht aan techniek in de meest brede zin des woords.

Op zijn uitvaart werd dat door een heel goede vriend van hem nog eens benadrukt en ook ik had, zij het meer op prozaïsche wijze, daar een toespraak omheen gebouwd.

Nu, anderhalf jaar later, lijkt het echter of “onze ouwe” zijn gevoel voor techniek hervonden heeft en ons soms fijn aan het plagen is. Zo belde een klein jaar na zijn dood zijn buurvrouw op dat ze een vreemd geluid uit “het huis” hoorde komen, wat ook was gehoord door de buren naast haar. Dat huis, zijn huis, hadden we op dat moment nog net niet verkocht. Ik was er twee weken eerder voor het laatst geweest maar had verder “nergens aan gezeten”. Bij binnenkomst merkte ik nog niet veel dus ik besteeg de trap, de overloop op. Bij de deur talmde ik even, ik meende inderdaad een soort hoge toon uit de slaapkamer van mijn ouders te horen komen. Ik opende behoedzaam de deur en stapte naar binnen. Alles stond er nog zoals hij het had achtergelaten, het keurig opgemaakt bed van mijn moeder, die hem ruim 2 jaar tevoren was voorgegaan, de linnenkast, het ladenkastje met het onduidelijke kistje met een meter-achtig vehikel erin dat hij als klein jochie op de Duitsers had buitgemaakt. Het etiket zat er nog in maar bracht geen soelaas voor een technobeet als ik.

Het geluid kwam naast het raam vandaan waar ik na enig zoeken een schakelaar ontwaarde. Het was het ding dat de zonneschermpjes voor de ramen omhoog en omlaag deed gaan. Blijkbaar stond deze op “omlaag” zonder dat de boel nog bewoog, hetgeen een hoog zoemend geluid uit de elektromotor deed komen. Dit ding had tot dan altijd in de neutrale stand gestaan maar blijkbaar was hij door iets tot activiteit gebracht tijdens mijn afwezigheid. Ik trok de stekker eruit, dacht er het mijne van, en zou hier weinig aandacht aan geschonken hebben als zich niet al een tijdje iets anders voordeed.

Het betrof de oude auto van mijn vader, een Citroen Xsara Picasso, jaargang 2007. Deze was achtereenvolgens eerst door mijn zusje overgenomen en daarna door ons. Mijn zus had al enige keren geklaagd dat er “iets met de spiegels” was. Zo had ze reeds diverse keren geconstateerd dat deze volledig omgeklapt stonden als ze ’s ochtends de parkeerplaats op liep. Nu woont zij in het pittoreske Almere, een stad waar soms iets minder fijnzinnige lieden wonen die zich graag zo weinig mogelijk van hun omgeving aantrekken. Het kon dus zijn dat hier wat hangende jeugd zich had vermaakt met het grijze gevaarte en wat aan spiegels was gaan rommelen.

Maar het gebeurde haar ook eens op de sportvelden en die zomer ook een keer op vakantie in Normandië. Kortom: de toevalsfactor werd al snel kleiner.

Ik was dan ook best nieuwsgierig toen we het ding van haar overnamen en werd al gauw niet teleurgesteld. In eerste instantie stonden de spiegels ’s ochtends inderdaad in een wat andere stand dan waarin ze waren achtergelaten. Maar vervolgens begonnen ze zicht- en hoorbaar naar buiten te klappen zodra je de sleutel in het contact stak. Het meest vreemde was een ochtend dat ik de achterruit niet kon gebruiken voor het zicht en ik nog enigszins slaapdronken de auto in stapte en startte…waarna alleen de rechterbuitenspiegel zoemend naar buiten klapte. Ik moest, om het ding weer in zijn goede stand te zetten, uitstappen en om de auto lopen. Toen ik dit echter deed zag ik dat ik mijn eigen auto, die schuin achter die van hem stond (we hadden zijn auto inmiddels aan mijn vrouw toebedeeld) teveel naar links was neergezet waardoor ik er niet langs zou kunnen. Ik moest dus eerst mijn eigen auto verzetten om goed te kunnen uitparkeren. Ik deed het, bedankte licht spottend mijn vader, en reed weg.

Zo ging het een tijd door, ik, en ook anderen, draaide de sleutel om, de spiegels draaiden alle kanten op en moesten weer rechtgezet worden. Niet altijd, soms, als ze er zin in hadden, leek het wel…

We vonden het bijzonder, bespraken het met mensen met enige technische achtergrond maar die kwamen nooit verder dan: “Misschien een zekering of zo, of een rare sluiting”.

Vorige week, uiteindelijk, moest het vehikel voor onderhoud en APK naar de garage. Er moesten wat lampjes vervangen worden, er was een dashboardlampje met een rare melding en ik besloot dat ik nu toch wel wilde weten wat er was. Toen ik de man van de garage uitlegde wat het probleem was opperde hij eerst, meer naar zichzelf dan naar mij dat de auto misschien de luxe had dat de spiegels inklapten als je hem parkeerde en de motor uitzette. Hij moest dit idee echter al gauw loslaten, ten eerste omdat het geen veel te dure BMW of Lexus betrof en ten tweede omdat het in 2007 al helemaal een instelling was die vrij kostbaar was en dat was iets wat deze auto nimmer geweest was.

Hij hield het dus op “iets in de software” en zou de hele boel laten doorlezen door zijn eigen systeem-analyse-apparaat.

Toen ik terugkwam waren de lampjes keurig vervangen, de APK was gemeld en de olie was ververst (ik hoorde in mijn herinnering mijn vader schamperen dat hij dat zelf had kunnen doen, scheelde minstens twee tientjes!) Toen ik echter vroeg naar de gesteldheid van de spiegels was het antwoord: “we hebben alle mogelijke analyses er op losgelaten, de zekeringen gecheckt en de software door de mangel gehaald maar we hebben helemaal niets kunnen vinden. Alles functioneert zoals het moet!”

Heel ver weg hoorde ik mijn vader lachen. Had hij toch nog een leuke streek kunnen leveren….

zaterdag 29 augustus 2020

Mannetje

Mensen zijn wel eens nieuwsgierig naar het waarom van een platenzaak. Waarom verspilt iemand zoveel geld en tijd aan het instandhouden van een overduidelijk slechts 20e-eeuwse relikwie?


Ik kan niet voor alle platenhandelaren spreken maar naast natuurlijk de muziek is mijn antwoord steevast: De mensen en hun verhalen!!!

Laat mij u meenemen naar een regenachtige dag waarop onze deur weliswaar gesloten was met het oog op de nattigheid maar het gemoed ondanks het weer goed was. De deur werd geopend door iemand die ik zonder laatdunkend te willen klinken niet anders kan aanduiden dan "een mannetje". 
Weggelopen uit een door Carmiggelt geschreven scene in een Bert Haanstra-film, stoffen beige regenjas, bijpassende paraplu en schoenen, een ooit standvastige bedoelde maar inmiddels tot inkeer gekomen druipsnor en teneinde het geheel af te maken een zwarte hoornen bril.
Toch keek hij blijmoedig de wereld in toen hij zei: "Dag mijnheer, dit is nu echt heel curieus wat me net gebeurt. Ik loop langs uw etalage en zie een aantal best interessante zaken maar vooral een mooie LP van Louis van Dijk: Louis van Dijk Plays The Beatles."

Het was omzetmatig een vrij mager dagje dus ik verheugde mij al in wat munten uit zijn zak en zei: "Jazeker, dat is een mooi exemplaar. Hij kost 5 Euro als u hem hebben wilt".
Maar nee, dat was niet de bedoeling, de man verklaarde dat hij de plaat reeds bezat maar ergens op zolder had liggen en er eigenlijk al heel lang niet meer aan gedacht had. "En dan zie ik hem bij u in de etalage liggen, zomaar. Dat is bijzonder, toch?" Ik beaamde dat dat eigenlijk best wel apart was en vroeg hem of ik hem verder ergens mee kon helpen. "Nou, nee, ik draai al jaren geen platen meer. Maar om hier nu een plaat van zo lang geleden te zien liggen....enfin, ik vond het, zoals gezegd, vrij curieus. Ik wens u verder een heel prettige dag en het was fijn u even te spreken."

Hij vertrok weer. Toen hij de deur opende leek het echter, heel even, alsof de wereld buiten het raam ineens zwart-wit werd. Ik zag ineens een oude Opel Kaptein en een Citroen Traction Avant aan de overkant parkeren en ik meende zelfs de geluiden te horen vanuit garage de Witte waar ze een Magirus Deutz onder handen namen. 
Heel even...en toen was hij weg en was de garage weer een boekenwinkel geworden die voorheen, lang geleden, mijn winkel bevolkte...

Ik hoor u denken: Geen omzet. Wat schiet een winkelier hier nu mee op??? 
Voor mij zijn dit soort momenten echter goud waard! Het mannetje heeft zich inmiddels onwrikbaar in mijn geheugen genesteld en duikt daarin soms nog op, mij een kleine glimlach ontlokkend. 


zaterdag 18 juli 2020

ROOKSTOP


Een oude kademuur met daarnaast een klein weitje waar ooit een bescheiden veestapel haar huis hield. Begin jaren 70 was dit stukje licht gerepte natuur ongetwijfeld bezien door een overijverig gemeente-ambtenaar die er in zijn visioenen Wagneriaanse stadsuitbreidingen had bedacht.
Maar nu lag het simpelweg gras te wezen in een niet te overdadig zonnetje.

Een plaatselijke horeca-uitbater had zijn eigen visioenen erop los gelaten en organiseerde er een heus festival, compleet met thee-tent, massage-etablissement en gammele maar mooi versierde piano. En natuurlijk een podium met een fors aantal elkaar afwisselende muzikanten van allerlei kunne en kunde.

Op dit terrein hadden wij gedurende 3 dagen een marktkraam van 8 meter gehuurd om onze muzikale waren te slijten. Om een dergelijke kraam te bemannen moet men enige sociale vaardigheden bezitten. Allereerst zijn daar de muziek-freaks die zich er op voorstaan alles te weten van het plektrum waarmee Cuby in 1968 onder zijn nagels had gepullikt alvorens de beste set van zijn leven neer te zetten. En natuurlijk de eeuwige zoekers naar die obscure, door niemand ooit gekende, solo-plaat van de tweede gitarist van een cult-band die ook al praktisch onvindbaar blijkt.
De kunst is om deze mensen tevreden te doen vertrekken in de overtuiging dat hun gelijk bevestigd werd door iemand die het ook niet wist maar misschien wel had kunnen weten.

Gedurende het mild zonovergoten weekend ging het humeur steeds verder richting crescendo, ongetwijfeld gedebiteerd door een ruime hoeveelheid bier maar zeker niet minder omdat dit één van die zeldzame weekends was dat alles klopte: het weer, de muziek en het algemeen gemoed.

Gaandeweg werden de gesprekken steeds dieper: we werden dringend overtuigd van de grootsheid van de Almachtige, hoorden van de verkeerde investeringen welke een bekende Indo-rockband begin jaren 60 in Duitsland had verricht en werden door diverse dames ingelicht over het stellige voornemen op korte termijn de stad te verlaten waar ze ruim 50 jaar geleden waren opgegroeid en nog steeds woonden met man en kinderen.

Op dag 3 stond er een vrouw voor onze kraam, enigszins smoezelig, die vroeg of we een vuurtje hadden. We voelden ons, na alle ontboezemingen die over ons waren uitgestort, zo ongeveer de hulpverleners van het gebeuren en waren dus niet te beroerd om ook hier bij te staan.
“Dankuwel”, inhaleerde de vrouw en zei vervolgens: “Eigenlijk mag ik niet roken van mijn vriend maar ik doe het toch”. Na onze complimenterende blikken vervolgde ze: “Ja, weet je, hij is namelijk Jehova en Jehova’s mogen niet roken.”
“Zozo…Jehova…dat is heftig”, begon ik maar ze onderbrak me: “Ik ben zelf ook Jehova hoor maar dat roken….ja, dat is een probleem. Ik zal wel niet naar de hemel gaan…”
Ik knikte begrijpend, me inderdaad voorstellende dat er in het hemelse overal “no smoking” stickers zouden hangen, uiteindelijk doen ze dat in vliegtuigen al dus als je nog hoger zit….
“Mijn vriend rookte vroeger zelf ook hoor, ik ben eigenlijk juist door hem begonnen met roken. Alleen is hij er op een bepaald moment mee gestopt. Met sigaretten dan he? Tegenwoordig rookt hij alleen nog maar joints. Ik vind het wel raar, daar zeggen ze niets over verder.”

Ze bleef even hangen in een wilde kuch-bui. Ik hield verder mijn mond, sprakeloos als ik was en vooral erg benieuwd hoe dit zich verder zou ontwikkelen. Na wat gesnuif keek ze me aan, las mijn ogen en ging verder: “Ja, ik weet het, wat moet je met een vent waar je niet de ruimte van krijgt. Maar ik hou nu eenmaal van hem! Nog meer dan van mijn man! Die zie ik eigenlijk alleen nog in het weekend. Hij weet dat ik door de week bij mijn vriend zit maar vind het verder niet erg. Hij geeft me wel de ruimte, hij wel!”
“Tja, dat is ook wel wat waard”, probeerde ik nog maar ze had haar zegje gedaan.
“Nou…ik ga maar weer eens verder. Bedankt voor het vuurtje.”

Inhalerend stapte ze de wijde wereld in. De hemel was misschien een onhaalbare kaart voor haar. Toch wens ik haar alle moois in haar gevecht met zichzelf.

zondag 15 maart 2020

VOETBALFAN


Een lange witte baard. Daarboven een vrij grote neus, schijnbaar neergeboetseerd door een bijziende peuter tijdens de fröbel-les. Een paar helderblauwe ogen die zichtbaar meer hadden gezien dan ze eigenlijk hadden gewild met daar weer boven een paar imposante wenkbrauwen waar menig Sinterklaas-speler met jaloezie een stuk vanaf had willen plukken.
Het geheel werd afgemaakt met een verschoten spijkerjasje en een totaal verweerd lichaam dat, net als de gedragen kleding, al een tijd geen strijkbout had gezien.
Met ernstige blik stond hij de door mij aangeboden waren te bekijken, soms met een glimp van herkenning, dan weer met enige afkeuring.
Ik wachtte geduldig op zijn oordeel, enigszins beducht, daar mijn ervaring met dit type is dat ze meestal ellenlange betogen gaan houden over de eerste bassist van Herman’s Hermits die er nog in zat toen Herman nog Heinz heette en zonder wie de band geen schim meer was van de tijd dat….. Enfin….het soort gezwets waar platenbeurzen berucht om zijn…..
Het was een platen (en wat mij betreft uiteraard CD-) beurs in Rotterdam, de plek waar klaarblijkelijk normaal gesproken het aanbod schraal is want ik stond te verkopen als de spreekwoordelijke tierelier. Inmiddels had mijn toekomstige klant zijn keuze gemaakt, hij stond met een CD in zijn handen, geprijsd op 8 Euro. Ik zag hem weifelen, schatte zijn portemonnee en mijn omzet in en sprak: “Het mag ook voor 6 hoor”.
Er ontbrandden twee blauwe vreugdevuren, zijn baard maakte een draai in opwaartse richting en ik meende zelfs een soort glimlach tussen het witte struikgewas te ontwaren.
Uit de krochten klonk een verrassend diepe stem, helder maar met onmiskenbaar Rotterdams accent: “Je hebt een mooi aanbod”, sprak hij waarderend: “en deze plaat hoop ik dit weekend te kunnen draaien. Lekker hard, dat is één van de voordelen van een leven alleen. 6 Euro he? Dat vind ik nou attent van je. En dat voor iemand uit 020.”.
Ik corrigeerde hem vermanend: “Ik kom niet uit Amsterdam hoor! Ik heb wel het accent maar wij zijn toch echt Noord-Hollanders van boven het Ij. Dat is echt een wereld van verschil wat mij betreft. Ik kom trouwens best graag in Rotterdam, alleen er zijn hier nooit beurzen. Ik heb wel 23 jaar geleden nog in de Kuip gestaan, dat was toen best een leuke beurs.”
Bij het horen van de naam van de voetbaltempel lichtten de blauwe vuren nog verder op. “Ach ja, de Kuip”, zo mijmerde hij, waarna hij een uitgebreide verhandeling hield over het gebrek aan tweebenigheid van de moderne voetballers en dat de jongens van Feijenoord begin jaren 60 echt wel het beste team ooit vormden. Ik ben zacht gezegd geen voetballiefhebber maar het vuur waarmee hij zijn betoog hield sprak mij aan waarop hij, aangemoedigd, een bijna-liefdesverklaring aan Coen Moulijn begon. “Moulijn werd door veel mensen gezien als een wisselvallige voetballer”, sprak hij: “maar de man was een ware kunstenaar, hij verstond de kunst te vlammen als het nodig was!”
Hij vertelde dat hij bij de onthulling van het standbeeld van Moulijn in 2009 een gedicht had mogen voordragen. “Sterker nog”, zo sprak hij: “om je te bedanken voor je generositeit inzake de prijs van deze cd’s zal ik de eerste twee verzen hier declameren”.
Ik werd, zoals wel vaker bij deze paradijsvogels, nieuwsgierig naar het vervolg en moedigde hem aan van wal te steken. Wat volgde was heel bijzonder: de oude man richtte zich op, zijn ogen schoten vuur en met zeer welluidende stem declameerde hij een paar verzen waar weliswaar geen touw aan vast te knopen leek doch waar een zodanig bijzonder gebruik werd gemaakt van alle technieken die de Nederlandse taal hem bood dat ik zeer onder de indruk raakte. Toen hij door de twee verzen heen was verzuchtte ik: “Mooi!”
Wederom zag ik iets wat bijna een glimlach leek en hij vervolgde met nog een tweetal wonderschone en schier onbegrijpbare verzen. Toen hij klaar was, was ik me zeer bewust dat ik iets zeer bijzonders had meegemaakt. Hij zei: “Fijn dat je het kon waarderen, ik zal nu even de transactie afmaken, 6 Euro zei je, toch? “ Ik antwoordde: “Nee….nee, dit is OK. Jij hebt mij getrakteerd, ik trakteer jou, neem hem gewoon mee en wellicht tot ziens.”
Hij bedankte me en vroeg naar mijn naam. Ik noemde deze en vroeg hem naar de zijne. “Antoine!” zei hij. “Wel, Antoine, het was fijn kennis te maken, hopelijk tot een volgende keer”, zei ik en we schudden elkaar de hand.
En daar ging hij. De eerste voetbalfan ooit die mij bijna enthousiast maakte voor het spel.

donderdag 26 september 2019

TELETIJDMACHINE




Pakweg 35 jaar geleden had ik eens een stapel cassettebandjes opgenomen met allemaal muziek uit een bepaalde periode. Mijn platenverzameling was inmiddels vrij omvangrijk en zeker heel breed dus ik was al in staat om een hoop hits uit bijvoorbeeld het voorjaar van 1969 achter elkaar te zetten.
In dat jaar was ik 2 en dus slechts heel beperkt in staat om platen aan herinneringen op te hangen maar mijn moeder en mijn nicht, die 20 jaar ouder was dan ik, vonden het een fantastisch bandje.
Ze konden eigenlijk niet eens aangeven waarom dat zo was maar ze vonden dat de muziek zo ontzettend goed bij elkaar paste ondanks dat het enorm afwisselend was (Bee Gees, Tom Jones, Percy Sledge, Pink Floyd, Beatles, Karin Kent, Wilson Pickett, kortom: van alles wat).

Onlangs ben ik deze exercitie opnieuw gaan uitvoeren maar ditmaal met Youtube-lijstjes. Dit had ook via Spotify gekund maar mijn ervaring is inmiddels dat daar lang niet altijd de originele versies op te vinden zijn maar dit terzijde.
Inmiddels heb ik de hitlijsten van 1956 t/m 1979 helemaal op volgorde in afspeellijsten vervat.
En met name als de muziek uit 1979 opstaat droom ik in no-time weg naar dat jaar, naar mijn eerste cassette-recorder, naar mijn zolderkamer in Monnickendam, de gedrukte exemplaren van de top 40 en, toen ook nog, de Tros Top 50.
En, wat belangrijker is, ineens komen mensen weer tot leven die ik graag weer levend zou zien, het gevoel met hen in één huis te wonen, mijn wereld beperkt tot schooldagen en huiswerk met muziek op de achtergrond, de kop thee als ik thuiskwam, ja zelfs de twee duiven op het dak die mij met name in het weekend wakker koerden, lichte ergernis maar toch vertrouwd.
En ik kijk om me heen en zie het wankele bureau dat mijn vader maakte van aluminium buizen, het boekenrekje dat nog uit het huis van mijn oma kwam, de sprei op mijn bed die diezelfde oma gehaakt had en natuurlijk al mijn boeken en alles wat mij herinnerde aan mijn tijd in Suriname.
Dus even, heel even, is het dan 12 mei 1979, ben ik net beter van een fikse buikgriep, tijdens welke ik luisterde naar Goodnight Tonight van Wings, maar hoef lekker nog niet naar school, hoor ik Art Garfunkel met Bright Eyes op de radio en vind dat, zoals bijna iedere nummer 1 hit toen nog, de beste plaat die ooit gemaakt is.
Buiten op straat staat onze oranje Simca 1100 te wachten tot we weer zo’n eindeloze reis naar mijn tante in Drenthe maken en die zomer zullen we ermee naar Devon, aan de andere kant van Engeland, rijden, met 4 kinderen achterin een eindeloze rit.
En ook daar is een cabine van mijn tijdmachine want met mijn ogen dicht zie ik de haven van het plaatsje Combe Martin waar we zitten, met een groot getijde-verschil. En ik zie de winkelstraat met de gokhal waar ik soms een paar penny in de bulldozertjes mag gooien van mijn vader. Een Fish and Chips-bar. En linksaf het dorp in kun je omhoog naar de oude zilvermijn waar we stukjes erts hebben meegenomen.
Maar…nu besef ik dat ik gezegend ben met een wat steviger model tijdmachine, want ik ben er van overtuigd dat, als men me nu neerzet in dat dorpje, ik nog steeds aardig mijn weg zal kunnen vinden. De sta-caravan zal er niet meer staan maar in mijn hoofd hoor ik nog de hits van die zomer: Angel Eyes van ABBA (de B-kant van Voulez-Vous maar men vond het beter deze in Engeland als A-kant uit te brengen), Can’t stand losing you van the Police, I don’t like Mondays van the Boomtown Rats en natuurlijk de eeuwige Cliff Richard met zijn 37e comeback in de vorm van We Don’t Talk Anymore.

Hoe dan ook, muziek en herinneringen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Dus ik stop nu even met schrijven en zet lekker even wat muziek van Vanessa op. “Upside Down”….want ook slechte muziek kan goede herinneringen oproepen 😊

zondag 9 juni 2019

KOFFIEMELK



De fles ligt in de deur van de koelkast. Op zijn kant want omdat we weinig koffiemelk gebruiken kopen we het altijd in kuipjes. Maar dit is dus in een fles.

Drie weken geleden zat hij nog vol. Hij stond in een kastje boven de koelkast, op voorraad. In de betreffende koelkast stond er nog eentje, daar wel, met een restje erin. Die liet ik toen staan, misschien konden we het nog gebruiken als we een keer in het huis waren.
Maar we dronken steeds thee als we er waren de afgelopen weken. Beetje vreemd, als ik voordien bij je op bezoek kwam, eens per week, zetten we altijd 4 kopjes koffie, cafeïne-vrij, dat wel.
Jij een kopje met koffiemelk en een zoetje, ik alleen koffiemelk, de suiker had ik 4 jaar geleden afgezworen, alleen die melk was nodig. Voor de smaak.

Uiteindelijk nam ik de fles met het restje dus mee naar huis en goot het restje over in de fles die ik al van je had meegenomen. Ja, toch wel van jou. Jij had die koffiemelk nog gekocht, bij de Plus. En dus in de voorraadkast gezet, in de wetenschap dat je dan met een week of 2 een andere fles zou kopen.
Net als de pakken koffie, cafeïne-vrij dus, die je op voorraad had. Uit alles bleek dat het onderhanden voorraad was, dat hierna het leven ongehinderd zou doorgaan.

En nu, nu pak ik die fles. Uit onze koelkast. Ik doe een wolkje in mijn koffie. En nog één, de koffie, niet cafeïne-vrij, is iets te sterk.

Als bij donderslag komt er een gedachte in me op: met deze paar druppels koffiemelk verdwijnt weer een piepklein stukje in de tijd. Die tijd, waar we op donderdagavond eerst wat gingen eten, vaak rijst met een vispotje van de markt. En frisse sla, vaak tenminste. En een potje oud bruin, 2,5%, dus dat kon wel, ondanks dat ik nog moest rijden. Je vertelde dan aan tafel waar je mee bezig was, het bouwpakket van het bottertje dat je van een buurman had gekregen, de oudere dame waarvan je de klok gerepareerd had (“zat gewoon een hoop vuil in, toen ik er wat rommel in spoot liep-ie alweer, zij blij, ik hield er een lekker recept voor gehaktballen aan over”), het aantal verkochte boeken, je was trots dat de eerste (jazeker, de eerste) druk bijna uitverkocht was. En je was in Zutphen geweest bij een klant, ze hadden problemen met een feeder, je legde geduldig uit hoe het ding werkte en waarom het schakelaartje niet helemaal goed functioneerde (“die sufferds hadden de bedrading verkeerd om weer vast gemonteerd”).
We ruimden de vaatwasser in, de lege bierflesjes gingen vast in het voorvak van de boodschappentas en de koffie ging dus aan. Als we dan in de voorkamer zaten, jij met je zoetje en wij beiden met onze koffiemelk, gingen de gesprekken verder. De Vlaamse mevrouw die een boek schreef over de geschiedenis van Bruynzeel in Suriname, je had haar in contact gebracht met een oud-collega daar, ze zou erheen gaan. En over het sleepvaartmuseumpje op de Azoren, waar je je model van de Zwarte Zee heen gezonden had, een beetje tot mijn spijt. Het motortje van de Hoorn 20 dat je samen met je vriend Johan reviseerde. Je contact met je vriend Bob en dat je misschien alsnog naar Ijsland zou gaan. En ook de zeesleper Holland, die vanuit Harlingen naar Kopenhagen en de Oostzee op zou varen. Plannen, veel plannen. Normandië, met een boot van Maastricht naar Reims, misschien nog eens naar de Azoren…..

Maar de laatste druppel deed het hem. Ineens was alles, in plaats van toekomstig, verleden tijd geworden.
En met iedere druppel, ieder flesje, ieder potje dat we uit je huis haalden komt dat verleden weer een druppeltje, een hapje, een dag, verder te liggen.
Jij bleef achter, voor altijd, op die 15e mei 2019. En wij….we nemen nog een kop koffie….pakken een kuipje. Want de fles….is leeg….


woensdag 13 maart 2019

YANN TIERSEN - ALL


Mensen die mijn ego-trip-album-lijstje wel eens nalezen zal het misschien niet eens zijn opgevallen: al meer dan 2 jaar staat, op wisselende plekken in deze top 30, een album van de Franse componist Yann Tiersen, ooit populair door zijn diverse soundtracks (o.m. Amelie). Dit album "Eusa" kreeg ik in handen in januari 2017, ruim een maand nadat het uitkwam.

Mijn moeder was op dat moment erg ziek, ze zou het niet lang meer maken. In het jaar ervoor (en de jaren daarvoor) was ze meer en meer een liefhebber geworden van klassieke muziek.
En zoals dat soms gaat, wellicht om veel aan haar te kunnen denken, verdiepte ik me in die periode ook verder in de klassieke muziek waar deze meneer dus ook een, zij het ietwat lichte, exponent van is.
Het album EUSA was al snel niet meer uit mijn CD-speler weg te krijgen, ik had gelezen dat het was opgenomen in Abbey Road en op 1 of andere manier leek het of het hierdoor sprankelender klonk dan alle pianomuziek die ik tot dan toe had gehoord. Ik vond het zelfs zo mooi dat ik het mijn moeder liet horen, die het ook best mooi vond.
Uiteindelijk draaiden we het (samen met andere muziek) tijdens haar uitvaart, de CD ging aan het eind op en draaide zeker 15 minuten lang door.
Hierna was ik bang dat de muziek te beladen zou zijn maar nee, het spel was zo heerlijk luchtig dat het iets erg troostrijks had, gewoon een mooi aandenken aan een heel bijzondere dag.

En nu is er dus, ruim 2 jaar later, een opvolger. Wederom durfde ik hem bijna niet op te zetten, bang als ik was dat de sfeer van het vorige album teniet zou worden gedaan en daarmee....ja, ook de gedachte aan die laatste tijd, nu net 2 jaar geleden.
In eerste instantie werkt het bij mij net als bij iedereen: je zet een nieuw album op van een artiest en legt in je geest als referentie het vorige werk er naast. Dus...in eerste instantie schoot door mijn hoofd: "nee....de catch is er niet....het is te weinig van die heel bepalende mooiheid"......dat duurde
2 a 3 nummers.....en toen kwam....heel langzaam, het besef dat dit album anders is, dat het meneer Tiersen gelukt is (vermoedelijk alweer, ik ken weinig van zijn werk) met een totaal andere insteek toch weer iets van bijzondere schoonheid te maken.
Stiltes, afgewisseld met dat kenmerkende klater-piano-geluid, vogels, bijzondere gesampelde andere geluiden, een aanzwellende accordeon of viool maar vooral....stukjes koor en zacht uitgesproken gedichten. Onbegrijpelijk soms, vanwege een niet benoembare taal maar soms ook, mijn handicap, omdat mijn Frans niet heel goed is.
En dan toch een dreigende ondertoon, aanzwellende instrumentatie, nergens uitbarstend maar steeds aanwezig. En daar...een hoge stem, onvast uithalend, onverstaanbaar en op weg naar.....Ijsland...zegt mijn hoofd.

En ineens weet ik het: er zitten plukjes Sigur Ros in, de band die ik zelf rond 2000 ontdekte en toen nog nergens mee kon vergelijken.
En noem me verknipt en dromerig: ineens daagt het besef dat het datzelfde Sigur Ros is dat we, ooit, lang geleden, draaiden bij de box van onze oudste dochter, amper 5 dagen oud.
Ze werd er rustig van, alles klopte aan de muziek.

En zo zit ik hier nu, bijna 17 jaar later. Met muziek die een oma met haar kleindochter verbindt. In mijn gedachten, natuurlijk.
Maar kijk dus niet vreemd op als dit album over 2 jaar nog steeds mijn "favoriete" lijstje bewoont....

zaterdag 2 februari 2019

DE SIXTIES



Er is bijna geen decennium in de geschiedenis waar al zoveel over geschreven is als over de jaren 60 van de twintigste eeuw, kortweg “De Sixties”.
Het was een tijd waarin de jeugdcultuur meer en meer floreerde, zittend op de weldadige kussens der almaar toenemende welvaart. Waar voorheen jongeren en jong-volwassenen in de geschiedenis al blij waren als ze zelf te eten hadden, zaten ze er nu riant bij en konden zich veroorloven zich druk te maken over allerhande misstanden in de wereld en de maatschappij.
Er werd gerebelleerd, geprotesteerd, geprovoceerd, kortom: ze waren het er niet mee eens!!!
Tegelijkertijd maakte ook de cultuur een verschuiving in jongere richting: beeldende kunst, architectuur, film, dans en ook muziek experimenteerden er lustig op los tot razernij of op zijn minst ergernis van de gevestigde orde die door middel van de toen nog almachtige kranten haar ongenoegen liet blijken. Met name doordat deze kranten vaak werden en worden gebruikt om stof uit te halen voor de moderne geschiedschrijving lijkt het met terugwerkende kracht of gansch den maatschappij in rep en roer, op losse schroeven en volslagen van slag was.
Qua kunstkringen wil men ons doen geloven dat het experiment de norm was geworden.
Wel…..dat is dus onzin!!!
De bestlopende films in de jaren 60 waren Westside Story, gebaseerd op een oude Griekse tragedie waar Shakespeare in zijn tijd nog goede sier mee gemaakt had en The Sound Of Music, een mierzoete musical waar veel liefde en melodrama te berde werd gebracht.
Speaking of which: de LP met de soundtrack van laatstgenoemde film was tevens de bestverkochte plaat van de jaren 60, jammer hoor, heren van de Beatles en de Stones….
Muzikaal was het allemaal ook vrij jammerlijk, toegegeven: eerdergenoemde Beatles en in mindere mate de Beach Boys wisten nog aardig eigenzinnig uit de hoek te komen maar alle andere hitlijstfahige bandjes borduurden braaf voort op oude bluesklassiekers (Stones, Them, Small Faces) of het repertoire van overjarige chansonniers (Scott Walker, Dave Berry) of kopieerden hun voorbeelden die hierboven allen vermeld staan. Hiernaast waren grote hoofdrollen weggelegd voor sterren als Petula Clark, Engelbert Humperdinck, Tom Jones en Cilla Black, allen artiesten die in latere jaren niet hadden misstaan in het eerste beste schlager-programma, zij het dat hun taal niet de juiste was.
Ook werd er heel pocherig gedaan over de West-coast-psychedelica van eind jaren 60 maar eerlijk gezegd levert terugluistering van dit repertoire ook nergens diamanten op, hooguit een paar aardig gelukte stukken kwarts.
Met name de populaire muziek stond, kortom, nog in de kinderschoenen en ontgroeide deze pas vele jaren later, toen inmiddels veel meer genres waren ontwikkeld die hun schaduw vooruit wierpen op mooie crossovers welke niet eerder dan in de jaren 90 ontstonden.
Nee, ik ben geen sixties-fan. Zoals ieder decennium heeft het zijn charme en zijn er hier en daar zelfs mooie parels te ontwaren. Maar over all werd er ook toen al serieus een hoop bagger gemaakt net als in alle decennia erna. Wellicht als we lang genoeg leven zullen we later, in de jaren 60 van de 21e eeuw, nog meemaken dat er een oprecht verlicht decennium komt.
Ik neem dus nog maar wat macrobiotisch voedsel, mediteer wat en bekijk mijn navel, hopend dat dit alles voldoende zal zijn om mij de komende 40 jaar in leven te houden. Waren die sixties toch nog ergens goed voor…..

vrijdag 17 augustus 2018

NIETSCHZE


NIETSCHZE

Het was zo’n dag die eigenlijk niet langer bestaat, als je de onheilsprofeten van diverse weergod-spreekbuizen mag geloven. Ijskoud, de wegen geplaveid met een tapijt van sneeuw en pekeldrek.    
Het was min 17, mijn 800 kilo zwaardere auto glibberde over de snelweg en ergens in het midden van het land was een platen (& CD!) beurs gepland die men was vergeten af te zeggen. Mijn karretje knerpte extra hard, als om nog maar eens te benadrukken dat ook hij (mijn karretje weigert zich gender-neutraal op te stellen) het niet eens was met deze gang van zaken.
Gelukkig was het geen buitenbeurs dus stelden wij, de slaafse handelaren, onze meters op in een warme, behoorlijk te ruime hal, griezelig veel weghebbend van het gymlokaal waar ik menig stomvervelend uur had doorgebracht gedurende mijn schooljaren (ik fietste 12,000 kilometer per jaar dus vond eigenlijk dat ik best genoeg beweging had…)
Terwijl ik bezig was mijn bordjes recht te zetten wist mijn weledele partner van de dag ineens een snor op zijn gezicht te drukken en hij verdween in diverse “Jede CD”-bakken… Ik liet het zo, vind het altijd wel zo lekker rustig als ik ’s ochtends even zelf alles recht kan zetten, delegeren is een beetje moeilijk op dat uur.
Koffie, uit de altijd lekkende thermoskan, die dingen worden naar mijn idee geconstrueerd om na 1 gebruikersbeurt voor altijd ergerlijke vlekken achter te laten. Zal wel een complot zijn met de wasmachine-industrie…
Was het al een klein wonder dat uiteindelijk pakweg tweederde van de handelaren was komen opdagen, tot mijn stomme verbazing was ook het leger der kooplustigen (M! V zie je zelden op binnenbeurzen) niet veel kleiner dan normaal, zij het dat het zich centreerde rond het eerste uur van de beurs. Daarna viel het geheel stil en konden we volstaan met het verveeld rondcirkelen bij collega’s en hier en daar wat mooie juweeltjes uit hun bakken te trekken.
Ik stond net te overwegen of ik nog een kop koffie zou nemen of toch een stroopwafel toen hij voor mij stond. Krullen door de war, een grote grijns die een goed uitzicht gaf op een keurig junken-kerkhof en een vermoeden van een forse kater die uit zijn slordige outfit omhoog trachtte te kruipen…hij stond wel precies bij de goeie namen: Phil Manzanera, Brian Eno, John Cale en de betere seventies-rock. Duidelijk een liefhebber die de hoge wal uit het zicht was verloren.
Hij stond te dralen met drie albums in zijn handen, in gedachten werd hij door mij gefeliciteerd met zijn smaak, toen hij zich mijn kant op richtte en sprak: “Je hebt hier een hoop goede muziek!” Ik knikte minzaam, werd er altijd een beetje ongemakkelijk van, volgens mijn peut moet ik beter worden in het ontvangen van complimenten maar toen was daar nog geen sprake van.
“Een hoop goede muziek”, vervolgde hij: “het is gewoon moeilijk om te kiezen, kun jij misschien helpen?” Wel…dat is nooit een probleem, ik beluister zo’n 50  a 60 albums per week dus mag mezelf wel een kenner noemen. Maar de hulp die hij zocht was niet muzikaal, doch… “Kijk…deze albums kosten 25 Euro. Maar als ik ze koop kan ik niet meer terug naar huis met de trein. Nu dacht ik zo: als jij nu iets van mij koopt dan heb ik extra geld en koop ik iets van jou”.
Op mijn vraag wat zijn aanbod was, was hij kort: “Boeken!” Goed, ik ben ook een lees-liefhebber, dus wie weet…het bleken 2 lijvige, keurig ingebonden en geïllustreerde werken te zijn van en over een paar vooraanstaande filosofen…of zo….Het ene werk schoof ik snel terzijde, het was modern en stonden erg veel lettertjes in maar het andere boek bleek een werk over het leven van een inmiddels lang vergeten 18e eeuwse filosoof, genaamd Nicolas Chamfort. Een mooi uitgevoerd boek en voor mij, geschiedenisjunk, zeker mooi leesvoer. Over en weer marchanderend kwamen we uit op 15 Euro, absoluut veel te veel maar mijn vriend Nietschze, zoals ik hem inmiddels gedoopt had, bleek een aandoenlijk liefhebber en bovendien een fabuleus pleiter voor zijn eigen portemonnee.
Even later ging hij, twee albums (hij had ook nog afgedongen op de prijs) en drie Euro’s rijker. Deze laatsten werden door hem verzilverd voor enig geel vocht bij de aanwezige horeca.
“Vreemde kostganger”, dacht ik nog, “die zie ik nooit meer terug”.
Niets bleek minder waar. Nietschze werd inmiddels een, in ieder geval door mij, zeer gewaardeerd bezoeker van platenbeurzen, soms volledig in de Gloria, soms nuchter, maar altijd diepzinnig en nooit te bedonderd om te pingelen tot de dood erop volgt. Inmiddels heb ik een fors zwak voor de man, heb een flink deel gehoord over zijn meer dan nare jeugd en heb al meer dan eens te veel betaald voor best wel mooie boxen die hij dan weer elders heeft gehaald. Ik hoop hem nog vaak te zien, zijn anekdotes zijn fenomenaal.
Nietschze, één van die Paradijsvogels die mijn leven op de beurzen zo mooi maken. Zonder hen zou het allemaal erg saai worden, net als het boek over Chamfort….

maandag 13 november 2017

WHISKEYGLAS



Eigenlijk was het maar een gewoon glas. Het stond daar maar, een beetje terzijde geschoven op een kleedje. Een overbodig geworden stukje welvaart dat zijn eigenaren misschien wat geld kon opleveren om de viering van Koninginnedag wat uitbundiger te maken.

Onderin een bronzen schijnsel, aangebracht om nog enige grandeur uit te stralen. Vierkant maar net niet. In gedachten zag ik kubusjes ijs drijven tussen ambrozijn-kleurig vocht, afkomstig uit de Schotse hooglanden. "Wat kost dat glas?" vroeg ik het jongetje dat me aankeek alsof hij ook niet wist wat hij daar deed. "Vijftig cent, meneer". Ik betaalde, nam het glas mee naar huis en zette het in de kast.

Zoals dat wel vaker gaat met bric-a-brac die via vrijmarkt-impulsiviteit het huis inkomt bleef het daar enige tijd staan, onaangeroerd. De zomer kwam en ging voorbij. De dagen werden korter...
Toen, half oktober, toen de eerste herfststormen de resten van het eens zo frisse boomloof ter aarde wierpen, gebeurde er iets vreemds: ik kwam die avond wat later thuis, het was reeds donker en ik liep naar mijn glazenkast want had mijzelf een fijn bokbiertje beloofd. In de kast stond het glas, tot de rand gevuld met een ambrozijn-kleurig mengsel. Vreemd....
Ik snuffelde voorzichtig aan het vocht en een zoetige geur drong mijn neusvleugels binnen. Ik doopte mijn vinger er in en proefde er even aan. Whiskey...
Niet zomaar whiskey maar vocht dat uit de ingewanden van Schotland tevoorschijn was gestookt. Alle overvloedige granen waren in het papje verwerkt en tot gisting gebracht waarna de boel op uitermate professionele wijze was gedistilleerd en gecondenseerd. Zelfs het eikenhout van de vaten was uitzonderlijk geweest, vermoedelijk nog deel uitmakend van het aloude eikenbos op Doggers eiland....
Kortom: het was een whiskey welke mijn stoutste fantasieen beroerde en ik dronk hem dan ook tevreden nippend volledig leeg.
Ik was zeer benieuwd waar dit vocht vandaan was gekomen maar vond niemand die ik met deze vraag kon belasten. De volgende avond was ik iets eerder thuis en vond tot mijn verbazing nogmaals het glas gevuld. Ook ditmaal kon ik verrukt proeven wat die dekselse Schotten hadden gebrouwen.

Toch begon ik nieuwsgierig te worden welk klein wondertje zich hier afspeelde. Ik had ooit iets gelezen over wijn die zich vermenigvuldigde maar nimmer over whiskey, wellicht ook omdat men dat in Israel zo'n 20 eeuwen geleden niet veel schonk, terwijl er toch wel degelijk mannen in jurken rondliepen destijds.
De volgende dag kwam ik dus eerder thuis en ging strak voor de glazenkast staan. Het glas was leeg, nog wel....
Ik bleef kijken maar niets gebeurde. Het werd schemerig, zou ik de lichten aandoen? Maar nee, ik bleef kijken...

Toen ging de telefoon. Ik verbeet me. Zou ik....kom....Ik liep naar de telefoon, schuin naar het glas kijkend. Ik nam op, noemde mijn naam en hoorde een oudere dame aan de andere kant verzuchten: "Ach, het spijt me...ik ben verkeerd verbonden...."
Ik legde de telefoon weer neer en liep vlug terug naar de kast. Het glas was vol....

Nu gaat er een dag komen dat de clou van dit verhaal me te binnen schiet. In afwachting daarvan hoop ik dat ooit iemand mij zal vragen: "Hoe is het eigenlijk met dat whiskeyglas???? "

dinsdag 11 juli 2017

We're All Hippies!!!

Een mensenleven rolt soms zomaar een bepaalde kant op, in eerste instantie heus wel met goedvinden van de eigenaar maar de onverwachtheid wil soms toch wel eens voor verrassingen zorgen.
Zo vond ik mijzelf de afgelopen dagen dus terug op een hippiefestival waar ik een soort van thuisgevoel ervoer dat ik in de alsmaar vreemder wordende wereld soms dreig kwijt te raken.

Het had ongetwijfeld mede te maken met het weer, hoewel een lieflijke dame met mooie groene ogen mij bezwoer dat al die zonneschijn nu eenmaal met het karma van het festival te maken had. 
Ze nam het woord weliswaar niet in de mond, verontschuldigde zich zelfs haast voor de gedachte, maar had in mijn oren al het gelijk van de wereld.
Immers, waarom zou een Voorzienigheid of naaste verwant hiervan een festijn ruineren waar vrijwel al het goede dat de mens aan bedoelingen heeft tentoon wordt gespreid op enige vierkante hectaren aan een brede rivier waar je, als je de juiste richting uit keek, de 17e eeuwse landschapsschilders nog achter hun ezel zag zitten.

Maar goed, daar stond ik dus en vroeg me af hoe en waarom het zo ver gekomen was met me.
Het is een lang verhaal maar uiteindelijk best bijzonder want eigenlijk, eigenlijk, hoorde ik er niet te zijn. Gelukkig was er een aardige meneer uit Gorcum (ik beschouw mijzelf als vriend van de stad en mag haar dus afkorten) die een lans voor mij brak bij de organisatie en zorgde dat ik, als niet-Gorcum-en-omgeving-er, het toch eens mocht proberen met een klein kraampje.

Een heel weekend mooi weer en aardige mensen en bovendien een sfeer die.....hoe moet je dat zeggen, haast uitnodigde tot verdergaande communicatie. Zelden heb ik in een weekend zoveel mensen ontmoet waarmee een soort van klik aanwezig was, laten we het noemen een algeheel gevoel van een gemeenschap.
Eigenlijk het gevoel dat ik had toen ik vroeger de kerk van mijn moeder en ook latere kerken, waar ik een klein deeltje van uitmaakte, betrad. Ik begeef me nu op glad ijs want mijn metgezel op deze dagen is en was, hoewel een zeer authentiek "ooit-hippie-geweest" persoon, een volledig overtuigd en welhaast verstokt atheist.
Ook hij dompelde zich echter onder in het gevoel dat alles goed komt, dat de wereld echt zo mooi is als we hopen en dat de mensen van nature erg OK zijn en rare gekleurde kleedjes aan hebben.

Een troostrijk leven en dat, in ons geval, 2 eindeloze dagen lang.
Inmiddels hebben we deze mooie planeet moeten verlaten in ons bijna antieke vehikel en kwam de gelukkig ook vrij warme wereld van mijn kantoor er voor in de plaats.
Hopend op een volgende editie en onze deelname er aan besef ik ten volle: ik ben een gelukkig mens en mijn leven rolt mooie kanten op. Sommigen noemen het toeval, anderen loon naar werken. Ik ben er echter van overtuigd dat dat karma in wat voor vorm dan ook best iets is om in de gaten te houden....

Peace!

maandag 17 april 2017

EUROPARADE

EUROPARADE

Eind jaren 70, begin jaren 80 waren de hitlijsten van de diverse Europese landen nog een overzichtelijke bende. Engeland liep aardig voor op alles en iedereen en bracht ook aan de lopende band leuke nieuwe bandjes voor het voetlicht, Belgie kwam steevast een week of 2 a 3 te laat met het noteren van nieuwe hits en Duitsland sjokte als altijd achter de troepen aan door platen die hier inmiddels al uit de hitparade verdwenen waren wekenlang hoog in de lijsten te noteren.

Sowieso liepen die Duitsers fors achter, zo zeiden wij hippe West-Nederlanders, want ze liepen nog altijd met lang haar en leren jasjes, alsof 1977 en de opkomst van de punk en disco nooit bestaan hadden.

O ja....en dan had je nog Frankrijk, Spanje en Italie, maar die bevonden zich muzikaal praktisch in de derde wereld, vonden wij. Af en toe kwam er midden in de zomer een leuk onverstaanbaar dans-dreutel-plaatje dat steevast in de top 3 eindigde (Juan Pardo, Pino d'Angio, wie kent ze nog?) omdat de gemiddelde Middellandse Zee-ganger zijn of haar zomervakantie nog even met een paar weken wilde verlengen.

Op zondagmiddag was het dan ook feest ten huize van de familie Jong. Dan werd afgestemd op de TROS en hoorden mijn cassette-recorder en ik de Europarade, waarvan de jingle ons in vele vreemde talen tegemoet schreeuwde.
In mijn herinnering stond Abba altijd wel met 1 of meer platen in de top 10, deels omdat ze dus een nieuwe single hadden die via Engeland en de Benelux boven kwam drijven, dan wel omdat hun vorige single nog maandenlang nagloeide in de lijstjes van de rest van Europa. Het zal trouwens wel selectieve perceptie zijn want tussen "Super Trouper" en "One of us", twee opeenvolgende hits, gaapte vrijwel het gehele jaar 1981.

Het leuke was altijd dat er ruimte was voor meer exotische bewoners, uiteraard een paar serieus klinkende Franse chansonniers, Gilbert Becaud, Michel Sardou en dat soort chagrijnige mannen. Maar tevens zo'n raar hardrockbandje uit Engeland, Motorhead, allemensen, wat was dat Ace Of Spades een bak herrie!!! O ja....en dan ook nog het gezelschap "Caramba", niet afkomstig uit Spanje, maar uit Denemarken, of all places. Hun "Habba habba zoot zoot" was niet alleen voor Spanjaarden en Nederlanders onverstaanbaar maar ook de Denen konden er geen soep van koken. Desondanks was het daar een grote top 10 hit en derhalve een kleine Euro-hit.

Het waren mooie jaren waar ik in woonde, die jaren 1979 tot en met 1982. Mijn cassette-recorder heeft de boel uitvoerig gedocumenteerd en gelukkig deed mijn hoofd hetzelfde.

Vandaar dat ik nu nog altijd zeer regelmatig wakker word met een wijsje uit die periode, afgespeeld in mijn oorschijnlijk eindeloze geheugen. Mijn kinderen zijn er blij mee, die krijgen het vervolgens voorgeschoteld via mijn Youtube-lijstjes (op Spotify is erg veel uit die periode niet te vinden). 

Inmiddels kan ik dus stellen dat ik zelf degene ben die zich muzikaal in de derde wereld bevindt, immer teruggrijpend op een tijd waarin de muziek volgens mij nog leuk was. 
Onzin natuurlijk, ook nu nog wordt genoeg moois gemaakt. Maar....dit kan ik zonder meer stellen.....op de radio wordt je niet meer verrast.
En dat voel ik toch wel als een groot gemis.....

zondag 19 april 2015

HET (ON)BELANG VAN GELD

Pop-miljonairs. Tot pakweg 1960 bestond het verschijnsel vrijwel niet, enige uitzonderingen daargelaten. Het was dan ook een tijd waarin veel zaken nog moesten worden uitgevonden of gevormd. Het verschijnsel "auteursrechten" stond nog in de kinderschoenen, terwijl de begeleiders van de muzikanten, hun managers, in het beste geval goedwillende figuren waren met erg weinig kennis van de handel waar ze zich in begaven. Vaak waren het echter ook halve criminelen die geld roken en de vaak wat naieve creatievelingen graag van hun verdiensten afhielpen door het berekenen van flinke percentages. Een-tweetjes met platenmaatschappijen of boekers kwam dus veel voor. Kortom: iedereen werd financieel wijzer van de muziek, behalve vaak de artiest zelf.

Eind jaren 60 werden de artiesten iets uitgekookter, lerend van de fouten van hun voorgangers en wellicht had het feit dat de muzikanten meer uit studenten-kringen kwamen er ook iets mee te maken. Hoe dan ook: de percentages die ze uitgekeerd kregen werden hoger, er werd meer op hun rechten gelet en ze gingen ook vaak meer muziek of teksten zelf schrijven.

En zo ontstonden dus steeds rijkere artiesten die uit veel geldstromen hun deeltje meekregen. Muzikanten kwamen in steeds hoger aanzien, mits ze een hit hadden. Maar daardoor werd ook de druk om te "scoren" steeds hoger, platenmaatschappijen gingen steeds meer investeren in de carrieres van "hun" artiesten en wilden dus achteraf steeds vaker een deel van dat geld terugzien.

Heel lang ging dit goed. Ja, natuurlijk, er waren ook mensen die de druk niet aankonden: Elvis, Hendrix, Joplin, Kurt Cobain, maar de meesten deden braaf mee aan de race om zoveel mogelijk geld uit hun "product" te halen, want dat was de muziek inmiddels geworden.
Het mooiste bewijs van deze stelling vormt het feit dat eind jaren 70 veel "grote" artiesten "ineens" disco-platen gingen maken en in de jaren 80 vrijwel iedere grote popster van zijn voetstuk viel en het ene gedrocht na het andere op de markt werd gekwakt. Mensen als David Bowie, Bob Dylan, Paul McCartney, Van Morrison en Genesis maakten muziek die door de aalgladde jaren 80-producties totaal niet uit de verf kwam.

Inmiddels zijn we, met wat pieken en dalen, nu aangekomen in een tijd dat je helemaal niets meer hoeft te kunnen om "ster" te worden. Als je een leuk koppie hebt, een strak lijf en een keel waar bij voorkeur een hoop acrobatiek mee kan worden verricht dan wordt er al gauw een producer bij je gezocht die een plastic opzetje maakt waar jij als "concept" in past. Terug naar begin jaren 60 dus.

Het grappige is dat intussen de "ouwe lullen" die hun hits hadden in de jaren 60 en 70 en die in de jaren 80 door hun platenmaatschappijen in het keurslijf van hun producers werden gedreven nu vrij zijn om te doen wat ze willen. Ze zien er immers niet meer uit dus beantwoorden niet aan het model van de hedendaagse popster. Het gevolg is dat ze ineens een hoop mooie muziek zijn gaan maken. Mensen als Bruce Springsteen, John Fogerty, Roger Daltrey, Willie Nelson en Neil Young hebben de afgelopen 10 jaar betere albums gemaakt dan de 20 jaar ervoor. Er hoeft geen geld meer mee verdiend te worden, dat hebben of hadden ze al. En dus doen ze, eindelijk, weer waar ze goed in zijn: muziek maken.

Geld....wortel van veel kwaad, lijkt mij....

zondag 28 september 2014

MUZIKALE EMOTIE


Nog altijd vind ik het wonderlijk hoe muziek, meer nog dan andere soorten kunst, in staat is het menselijk geheugen te beïnvloeden. Een voorbeeld?
Ik neem u mee naar oktober 1983. Ik ging als 16-jarige soms mee als mijn vader met zijn technische hobby- rommel op de Zwarte markt in Beverwijk ging staan. Weliswaar moest je op zaterdagochtend onmenselijk vroeg je bed uit, maar toch had het wel wat: de opgaande zon, de ochtendgeluiden die altijd een intensievere indruk maakten op je pas ontwaakte trommelvliezen, het rumoer en gekrakeel van de andere marktkooplui die streden om de beste tafels.
Het bracht allemaal een stuk spanning met zich mee alsof je als kleuter stiekem de gesprekken afluisterde van je ouders en hun visite, onbegrijpelijk geluid, maar toch vertrouwd.

Ikzelf bracht, hoe kan het ook anders, altijd 2 doosjes met plaatjes mee die ik ter plekke verkocht voor 2 gulden per stuk. Kort ervoor had ik ze gekocht voor 2,50 per stuk, in de uitverkoop, maar niet goed genoeg bevonden om zich definitief in mijn zich toen al uitbreidende collectie te nestelen.
Ik maakte dus enig verlies, het zakelijk inzicht moest nog groeien, zal ik maar zeggen…

Uiteraard benutte ik mijn tijd in de Beverwijkse hallen goed en ging zelf dus ook op zoek naar muzikale kleinoden. Een aantal keren stond tegenover ons een man die maxi-singles verkocht voor 2,50 per stuk, waar ik een hoop moois uitviste dat een jaar eerder op de diverse Amsterdamse import-radio-piraten was voorbij gekomen.
Maar ook vond ik een LP van the Electric Light Orchestra, getiteld “A New World Record”. De band had zich reeds enige jaren in mijn hart genesteld via hun top-album “Out Of The Blue” en ik vond het tijd worden mijn muzikale horizon te verbreden en een 2e LP van hen aan te schaffen. Het ding kostte 3 gulden, niet veel, maar er zat dan ook een grote sticker op van een vorige eigenaar.

Het nummer “Livin’ Thing” stond erop, één van mijn favoriete nummers aller tijden op dat moment.

Bij thuiskomst wachtte ons een vervelend bericht: mijn oma bleek ernstig ziek en moest geopereerd worden, een zeer zware operatie waarvan onzeker was of deze goed zou aflopen.
Een behoorlijke klap want ik was best dol op mijn oma hoewel ik de laatste jaren minder bij haar op bezoek ging dan ik later gewenst zou hebben. Ik denk eigenlijk één der eerste spijt-momenten van menig puber.
Niet helemaal wetend wat ik ermee aan moest zette ik ’s avonds alsnog de LP op en….hoorde aldus de muziek die me later op ieder moment zou terugbrengen naar deze herinnering.
Vanaf het eerste nummer “Tightrope” tot het laatste, getiteld “Shangri-La” heb ik het album in zeer emotionele staat beluisterd, heel intens en met mijn gedachten ieder moment bij de lieve oude dame die hopelijk alles zou overleven en nog lang en gelukkig bij ons zou blijven.

Uiteindelijk bleef ze nog een paar jaar leven, erg zwak, dat wel.

Maar het vreemde blijft dus dat de plaat ieder moment dat ik hem later ooit draaide dezelfde gevoelens, zij het veel minder sterk, teweeg bracht als die dag in oktober 1983.
Alsof dus de emotie in de noten werd gedownload toen deze voor het eerst mijn buis van Eustachius doorkruisten.
Het blijft een erg mooie plaat maar er zal altijd iets aan blijven kleven.
Muziek is emotie, dat blijkt maar weer…



donderdag 24 juli 2014

ZOMERAVOND


Buiten zittend in de tuin, groen tuinmeubilair, geroezemoes van buren, ritselende wind, vogels op weg naar het veilige avondwater en boven mij een wolk kleine mugjes, hun squadron in onnavolgbare formatie cirkelend om een ogenschijnlijke leider in het middelpunt.
Wie volgen zij? Zouden ze, indien je die leider vangt in wanhopige zwermen ter aarde storten, van alle zin des levens ontdaan? Of zul je, indien je tracht uit te zoeken welke van hen die leider is, er achter komen dat ze maar wat doen en dat alle bovengenoemde woorden doelloos zijn en er geen logica in hun emotieloos vlieg-gepingel is…..

En zou dat ook van toepassing zijn op ons, mensen die weinig om woorden verlegen zitten als we denken onze innerlijke en integere emoties ten toon te spreiden. Zijn die echt? Of ingegeven door wat anderen zeggen en doen? En zijn we dus allen speelballen van de sociale vaardigheden van…ja, van wie eigenlijk? Wie bepaalt wat wij doen, wat wij voelen, wat wij denken??? Wij zelf?
Naïef hoop ik dat dit zo is. Maar tegelijk besef ik dat ook wij zwermen, zoekend naar onszelf en denkend dat we ons geluk zullen beleven in het vinden hiervan.

En zo zwermen we mee op de wind, nu eens in extase tijdens sportevenementen, dan weer met een traan van ontroering als “onze” mensen ergens uitblinken. Maar net zo eenvoudig zwermen we richting diep verdriet, extreme woede, in onze uiterste machteloosheid beschreven in alle media. En denken we in onze eigen en dus integere emotie oprechter te zijn dan onze buren, die een andere integere emotie denken te hebben.

Uiteindelijk is het allemaal onzin, iedereen stelt zijn eigen emotie-menu samen, opgebouwd uit alle informatie die ons wordt aangereikt en vervolgens door het glas van onze eigen waarden-prisma gehaald. We denken soms zelf min of meer het unieke middelpunt van de mugjes-zwerm te zijn maar beseffen niet dat we eigenlijk aan één der flanken bewegen, met om ons heen gelijkgestemden waardoor we gesterkt worden in ons onomstotelijk gelijk.

En smalend stoten onze vleugeltippen elkaar aan en kijken we naar de flank aan de overkant die op een geheel andere manier reageert. Daar moet wel een dosis eigenbelang aan ten grondslag liggen! Wat brengt iemand er anders toe op dergelijke manier met de situatie om te gaan! En zo rollen we linksom, rechtsom, in onnavolgbare formatie fladderend van de ene sociale omgang naar de andere. Onze meningen zijn wetten voor onszelf en naar we hopen ook voor onze omstanders.

Iedereen, werkelijk iedereen…..doet hieraan mee!!!! En als er op een dag maar voldoende mensen zijn dan komt er een dag dat een zwerm opgesloten raakt in zo’n web van emoties en implodeert. De gevolgen zijn soms rampzalig en uiteindelijk kunnen slechts historici, zonder de belasting van de emoties, bepalen wat er gebeurt is. Jammer alleen dat ook zij……enfin……

Ik hoop soms mezelf los te kunnen maken. Een zwerm van 1 mug mag geen zwerm heten maar is wel lekker rustig…soms….



dinsdag 29 april 2014

MUZIEKTENT




Ieder mens heeft zijn eigen zienswijze over de eerste jaren dat hij of zij de aarde bewust bewandelde. Het heeft slechts deels te maken met wat er door diverse (groot-)ouders wordt aangeboden maar vooral met de wijze waarop men als peuter of kleuter de wereld beschouwt, blijkbaar onbewust keuzes makend over welke zaken op een ieders harde schijf worden opgenomen. Het zal u denk ik niet verbazen dat mijn oudste herinneringen deels worden ondersteund door diverse soorten muziek.
Zo bevatte de soundtrack van mijn eerste jaren allereerst het thema van “The Good, The Bad and The Ugly”, ten tweede hangt er hardnekkig in mijn hoofdbagage een LP van James Last die, ik kan er niets aan doen, op klompen swingend me tegemoet toeterde vanaf de hoes van de plaat, en ten derde de diverse gevederde fluitisten uit de muziektent, welke ooit 200 meter van mijn huis stond.
De muziektent: in mijn beleving had deze er altijd al gestaan, zich vol bravoure staande houdend tussen het almaar oprukkend struweel dat haar frele, groen-witte reling omgaf. Als kind vroeg ik me nooit af waarom het ding eigenlijk een muziektent heette, de enige aanwezige muziek kwam uit de autodidacte keeltjes van de diverse vogels die het ding bevolkten. Want inmiddels was de ooit vermoedelijk zo met cultureel elan beladen houten cirkelvorm omgetoverd in een schoon onderkomen voor gevederden van diverse pluimage, welke er op hun beurt een iets minder schoon geheel van maakten maar ach, het boeide niet, wij kinderen liepen rondom het gaas en de kwelertjes zaten er binnen in. De kooi had evengoed een magnetische uitwerking op ons, het kleine grut uit de nieuwere buurt achter de Raiffeissenbank. Eromheen was, zoals gezegd, struikgewas geplaatst met vooral veel doornen waar we ons goed niet aan wilden wagen. Moeders hadden toen nog wat in te brengen in de keuze en het onderhoud van onze garderobe.
Toch was er de wetenschap dat ooit, in een zeer ver verleden, de diverse toeters en blazers van Olympia of Con Brio hun kunnen hadden uitgeprobeerd op lome zomeravonden waar, nog in zwart-wit, de weldadige  akoestiek van de Binnendijk mannen in hemdsmouwen en vrouwen met knotjes en strenge brilletjes hun oren beroerde.  Wellicht hadden er zelfs mensen gezongen of andersoortige orkestjes gespeeld. Ik wist en weet het niet, het speelde zich allemaal af voordat ik mij goed en wel bewust was van enig muzikaal hoorvermogen.
Toch was daar die symfonie van al die kleine zangvogels. Ze werden ongetwijfeld gevoederd door een welwillend ambtenaar en aangestaard door iedere nieuwe generatie peuters, wegzakkend in hun vaak veel te grote jassen, geleend van hun oudere broertjes en zusjes.
Het was een schok voor me toen ik, ergens midden jaren 80, afreed richting de Zeepziedersbrug en daar een onooglijk nieuw gebouw zag. De Raiffeissenbank had inmiddels haar eerste stappen richting Purmerend genomen en had blijkbaar in haar haast om uit te breiden de muziektent opgevreten en er plekken voor de clientele van gemaakt.
Tja, parkeerplaatsen zijn een belangrijk recht in Nederland. Een praktisch volk, niet genegen om een stap teveel te nemen. Wel jammer dat daarbij een piepklein stukje erfgoed, zowel cultureel, ornithologisch als emotioneel, moest wijken.
Soms zou ik willen dat ik het kon herstellen. Maar tegelijkertijd besef ik dat het onmogelijk is om je eigen jeugd te herbouwen. Ik volsta dus maar met een herinnering op papier.