Enkele weken terug liep ik rond op een middelgrote
platenbeurs in Brugge. Deze was enigszins berucht bij mij en mijn kompaan, daar
het plaatsvond in een hal waar normaal een ijsbaan wordt geëxploiteerd en
klaarblijkelijk is een half jaar vrieskou gedurende het voorjaar nog niet uit
de betonnen vloer verdwenen. Zoals gebruikelijk in het West-Vlaamse land werden
met name onze CD’s, waar een hoop alternatieve zooi tussen zit, van harte
verwelkomd. De Vlamingen lopen, in ieder geval in mijn oren, qua muzikale smaak
mijlenver voor op de meeste Hollanders en dat vertaalt zich in fijne vragen en
leuke gesprekken in dat heerlijke, enigszins op Zeeuws lijkende, taaltje.
Tijdens het opbouwen was mij al een stand opgevallen die
enigszins rommelig gevuld was met lage kartonnen doosjes vol CD’s en CD-boxen.
Onder de kraam bevonden zich wat hogere dozen met daarin boxen, boeken en
andere rommeltjes. Achter de kraam zat een wat oudere vrouw die goed had
ingeschat wat de temperatuur in de hal zou worden en dus aan de buitenkant in
ieder geval gekleed was in lappen, dekens en andere zaken die het comfort
verhoogden. Ze zag er zelf niet uit als een muzikaal expert en dat bleek te
kloppen, want normaal stond ze op rommelmarkten met legpuzzels en aanverwanten.
“Het is een verzameling”, vertrouwde ze mij al snel toe,
toen ik even kort ter beoordeling door haar collectie bladerde. Eigenlijk had
ik al verwacht een aantal Vlaamse grootheden op CD tegen te komen als mede een
paar verzamel-albums als “Het Stenen Tijdperk”, een serie die daar best groot
was in de jaren 90. Maar na haar woorden ging ik wat beter kijken en vond
direct de ene parel na de andere: een origineel album uit de jaren 70 van
Lightning Hopkins, idem, maar dan juist begin jaren 60, van Johnny Guitar
Watson, een dubbel-album met twee mooie CD’s, 75/76, van soul-funk-band the
Dramatics en ook nog een paar titels van A Flock Of Seagulls en Icehouse en zo
ging dat nog even verder; grotendeels materiaal dat op CD slecht te vinden is
en waarbij ik bij te veel titels moest overwegen of ik die zelf wilde houden of
ze toch voor de handel zou aankopen.
“Ze waren van mijn man”, zo vertrouwde ze mij toe, “die is
in maart overleden”, om er meteen aan toe te voegen: “ik wist best dat hij cd’s
kocht maar toen ik die kamer in kwam was ik best een beetje kwaad!” Naar ze
vertelde had hij jarenlang volgehouden dat het allemaal best meeviel. En haar
zoon had haar verteld dat ze “het niet aan een opkoper moest verkopen” maar dat
ze beter zelf de boel kon prijzen en aanbieden zodat er nog iets overbleef. Dus
had hij haar die ochtend “met zijn camionneke” naar de hal gebracht en de boel
voor haar neergezet. “Want ik kan da nie meer eeh, ik ben gewoon op mijn
scooterke gekomen”.
Al keuvelend tekende de ene grote stapel na de andere zich
af, mij intussen vertwijfeld toch de stille hoop gevend dat ik ook nog wat
minder interessante dingen zou vinden. Maar neen, drie kwartier verder was ik
600 Euro lichter en hoopte oprecht dat ik alles in mijn auto zou kunnen krijgen
aan het eind van de dag. Gedurende de dag liep ik nog enige keren bij haar aan
en vond, o gruwel, iedere keer wel weer een 6 a 7 titels.
Aan het eind van de dag keerde ik nog eenmaal terug en riep
ze me bij zich: “ik ben gelukkig behoorlijk veel kwijt geraakt, alleen die
boeken wil niemand hebben, neem jij ze maar mee, dat scheelt weer in het tillen.”
De boeken had ik nog niet bekeken, het waren een stel bluesmagazines van eind
jaren 90, een country encyclopedie uit 1994 en een boek genaamd “Backbeat, een
geschiedenis van de Rhythm n Blues”. Ik bedankte haar, nam de 2 flinke dozen
mee en schatte in gedachten de beenruimte van mijn mede-passagier terug naar
huis in.
Nu, 2 weken later, zijn de CD’s inmiddels verdeeld tussen
eigen verzameling, toch nog een respectabele 30% en in een grote tas om ooit
eens tussen te voegen in de handel. En na een paar weken ben ik nu dus
toegekomen aan het lezen van de boekwerken. De country-encyclopedie is zonder
meer nuttig, er staat meer informatie in dan op Wikipedia voorradig is maar
vooral dat “Backbeat”-boek blijkt een pareltje!
Er blijken interviews in te staan, afgenomen in de jaren
1980 tot en met 1985, toen veel bluesgrootheden nog leefden. En ze vertellen…over
die tijd net na de tweede wereldoorlog, toen ze nog in dans-bands zaten, die
evolueerden in wat ruigere jump-blues-bands, waarvan de zangers steevast aan de
drank en drugs waren, maar wát waren ze getalenteerd. Ik lees over Lucky Milinder,
de orkestleider die enorm veel talenten vond maar ze ook weer snel verloor door
zijn wat te strakke regime, over Wynonie Harris, de man die 10 jaar voor Little
Richard al wild tekeer ging in een genre waarvan men nog niet wist dat het rock
’n roll was, maar door zijn eigengereide gedrag door iedereen werd ontslagen en
uiteindelijk roemloos en berooid in 1969 ten onder ging. Uit eerste hand worden
al die verhalen verteld, juist over de muziek waar ik de laatste anderhalf jaar
naar op zoek ben.
En intussen zit ik dus, in mijn achtertuin, 75 jaar later, een
eerste echte lentezon op mijn haar, te genieten van al die verhalen van toen,
voelend dat de dame in kwestie wel degelijk weer een legpuzzel heeft verkocht. In
die zin dat er steeds meer ontbrekende stukjes op hun plaats vallen en de
geschiedenis van de moderne popmuziek weer wat duidelijker is geworden. Voor
mij dan…
