vrijdag 17 augustus 2018

NIETSCHZE


NIETSCHZE

Het was zo’n dag die eigenlijk niet langer bestaat, als je de onheilsprofeten van diverse weergod-spreekbuizen mag geloven. Ijskoud, de wegen geplaveid met een tapijt van sneeuw en pekeldrek.    
Het was min 17, mijn 800 kilo zwaardere auto glibberde over de snelweg en ergens in het midden van het land was een platen (& CD!) beurs gepland die men was vergeten af te zeggen. Mijn karretje knerpte extra hard, als om nog maar eens te benadrukken dat ook hij (mijn karretje weigert zich gender-neutraal op te stellen) het niet eens was met deze gang van zaken.
Gelukkig was het geen buitenbeurs dus stelden wij, de slaafse handelaren, onze meters op in een warme, behoorlijk te ruime hal, griezelig veel weghebbend van het gymlokaal waar ik menig stomvervelend uur had doorgebracht gedurende mijn schooljaren (ik fietste 12,000 kilometer per jaar dus vond eigenlijk dat ik best genoeg beweging had…)
Terwijl ik bezig was mijn bordjes recht te zetten wist mijn weledele partner van de dag ineens een snor op zijn gezicht te drukken en hij verdween in diverse “Jede CD”-bakken… Ik liet het zo, vind het altijd wel zo lekker rustig als ik ’s ochtends even zelf alles recht kan zetten, delegeren is een beetje moeilijk op dat uur.
Koffie, uit de altijd lekkende thermoskan, die dingen worden naar mijn idee geconstrueerd om na 1 gebruikersbeurt voor altijd ergerlijke vlekken achter te laten. Zal wel een complot zijn met de wasmachine-industrie…
Was het al een klein wonder dat uiteindelijk pakweg tweederde van de handelaren was komen opdagen, tot mijn stomme verbazing was ook het leger der kooplustigen (M! V zie je zelden op binnenbeurzen) niet veel kleiner dan normaal, zij het dat het zich centreerde rond het eerste uur van de beurs. Daarna viel het geheel stil en konden we volstaan met het verveeld rondcirkelen bij collega’s en hier en daar wat mooie juweeltjes uit hun bakken te trekken.
Ik stond net te overwegen of ik nog een kop koffie zou nemen of toch een stroopwafel toen hij voor mij stond. Krullen door de war, een grote grijns die een goed uitzicht gaf op een keurig junken-kerkhof en een vermoeden van een forse kater die uit zijn slordige outfit omhoog trachtte te kruipen…hij stond wel precies bij de goeie namen: Phil Manzanera, Brian Eno, John Cale en de betere seventies-rock. Duidelijk een liefhebber die de hoge wal uit het zicht was verloren.
Hij stond te dralen met drie albums in zijn handen, in gedachten werd hij door mij gefeliciteerd met zijn smaak, toen hij zich mijn kant op richtte en sprak: “Je hebt hier een hoop goede muziek!” Ik knikte minzaam, werd er altijd een beetje ongemakkelijk van, volgens mijn peut moet ik beter worden in het ontvangen van complimenten maar toen was daar nog geen sprake van.
“Een hoop goede muziek”, vervolgde hij: “het is gewoon moeilijk om te kiezen, kun jij misschien helpen?” Wel…dat is nooit een probleem, ik beluister zo’n 50  a 60 albums per week dus mag mezelf wel een kenner noemen. Maar de hulp die hij zocht was niet muzikaal, doch… “Kijk…deze albums kosten 25 Euro. Maar als ik ze koop kan ik niet meer terug naar huis met de trein. Nu dacht ik zo: als jij nu iets van mij koopt dan heb ik extra geld en koop ik iets van jou”.
Op mijn vraag wat zijn aanbod was, was hij kort: “Boeken!” Goed, ik ben ook een lees-liefhebber, dus wie weet…het bleken 2 lijvige, keurig ingebonden en geïllustreerde werken te zijn van en over een paar vooraanstaande filosofen…of zo….Het ene werk schoof ik snel terzijde, het was modern en stonden erg veel lettertjes in maar het andere boek bleek een werk over het leven van een inmiddels lang vergeten 18e eeuwse filosoof, genaamd Nicolas Chamfort. Een mooi uitgevoerd boek en voor mij, geschiedenisjunk, zeker mooi leesvoer. Over en weer marchanderend kwamen we uit op 15 Euro, absoluut veel te veel maar mijn vriend Nietschze, zoals ik hem inmiddels gedoopt had, bleek een aandoenlijk liefhebber en bovendien een fabuleus pleiter voor zijn eigen portemonnee.
Even later ging hij, twee albums (hij had ook nog afgedongen op de prijs) en drie Euro’s rijker. Deze laatsten werden door hem verzilverd voor enig geel vocht bij de aanwezige horeca.
“Vreemde kostganger”, dacht ik nog, “die zie ik nooit meer terug”.
Niets bleek minder waar. Nietschze werd inmiddels een, in ieder geval door mij, zeer gewaardeerd bezoeker van platenbeurzen, soms volledig in de Gloria, soms nuchter, maar altijd diepzinnig en nooit te bedonderd om te pingelen tot de dood erop volgt. Inmiddels heb ik een fors zwak voor de man, heb een flink deel gehoord over zijn meer dan nare jeugd en heb al meer dan eens te veel betaald voor best wel mooie boxen die hij dan weer elders heeft gehaald. Ik hoop hem nog vaak te zien, zijn anekdotes zijn fenomenaal.
Nietschze, één van die Paradijsvogels die mijn leven op de beurzen zo mooi maken. Zonder hen zou het allemaal erg saai worden, net als het boek over Chamfort….

Geen opmerkingen:

Een reactie posten