NIETSCHZE
Het was zo’n dag die eigenlijk niet langer bestaat, als je
de onheilsprofeten van diverse weergod-spreekbuizen mag geloven. Ijskoud, de
wegen geplaveid met een tapijt van sneeuw en pekeldrek.
Het was min 17, mijn 800 kilo zwaardere auto glibberde over
de snelweg en ergens in het midden van het land was een platen (& CD!)
beurs gepland die men was vergeten af te zeggen. Mijn karretje knerpte extra
hard, als om nog maar eens te benadrukken dat ook hij (mijn karretje weigert
zich gender-neutraal op te stellen) het niet eens was met deze gang van zaken.
Gelukkig was het geen buitenbeurs dus stelden wij, de
slaafse handelaren, onze meters op in een warme, behoorlijk te ruime hal,
griezelig veel weghebbend van het gymlokaal waar ik menig stomvervelend uur had
doorgebracht gedurende mijn schooljaren (ik fietste 12,000 kilometer per jaar
dus vond eigenlijk dat ik best genoeg beweging had…)
Terwijl ik bezig was mijn bordjes recht te zetten wist mijn
weledele partner van de dag ineens een snor op zijn gezicht te drukken en hij
verdween in diverse “Jede CD”-bakken… Ik liet het zo, vind het altijd wel zo
lekker rustig als ik ’s ochtends even zelf alles recht kan zetten, delegeren is
een beetje moeilijk op dat uur.
Koffie, uit de altijd lekkende thermoskan, die dingen worden
naar mijn idee geconstrueerd om na 1 gebruikersbeurt voor altijd ergerlijke
vlekken achter te laten. Zal wel een complot zijn met de wasmachine-industrie…
Was het al een klein wonder dat uiteindelijk pakweg
tweederde van de handelaren was komen opdagen, tot mijn stomme verbazing was
ook het leger der kooplustigen (M! V zie je zelden op binnenbeurzen) niet veel
kleiner dan normaal, zij het dat het zich centreerde rond het eerste uur van de
beurs. Daarna viel het geheel stil en konden we volstaan met het verveeld
rondcirkelen bij collega’s en hier en daar wat mooie juweeltjes uit hun bakken
te trekken.
Ik stond net te overwegen of ik nog een kop koffie zou nemen
of toch een stroopwafel toen hij voor mij stond. Krullen door de war, een grote
grijns die een goed uitzicht gaf op een keurig junken-kerkhof en een vermoeden
van een forse kater die uit zijn slordige outfit omhoog trachtte te kruipen…hij
stond wel precies bij de goeie namen: Phil Manzanera, Brian Eno, John Cale en
de betere seventies-rock. Duidelijk een liefhebber die de hoge wal uit het
zicht was verloren.
Hij stond te dralen met drie albums in zijn handen, in
gedachten werd hij door mij gefeliciteerd met zijn smaak, toen hij zich mijn
kant op richtte en sprak: “Je hebt hier een hoop goede muziek!” Ik knikte
minzaam, werd er altijd een beetje ongemakkelijk van, volgens mijn peut moet ik
beter worden in het ontvangen van complimenten maar toen was daar nog geen
sprake van.
“Een hoop goede muziek”, vervolgde hij: “het is gewoon
moeilijk om te kiezen, kun jij misschien helpen?” Wel…dat is nooit een
probleem, ik beluister zo’n 50 a 60
albums per week dus mag mezelf wel een kenner noemen. Maar de hulp die hij
zocht was niet muzikaal, doch… “Kijk…deze albums kosten 25 Euro. Maar als ik ze
koop kan ik niet meer terug naar huis met de trein. Nu dacht ik zo: als jij nu
iets van mij koopt dan heb ik extra geld en koop ik iets van jou”.
Op mijn vraag wat zijn aanbod was, was hij kort: “Boeken!” Goed,
ik ben ook een lees-liefhebber, dus wie weet…het bleken 2 lijvige, keurig
ingebonden en geïllustreerde werken te zijn van en over een paar vooraanstaande
filosofen…of zo….Het ene werk schoof ik snel terzijde, het was modern en
stonden erg veel lettertjes in maar het andere boek bleek een werk over het
leven van een inmiddels lang vergeten 18e eeuwse filosoof, genaamd
Nicolas Chamfort. Een mooi uitgevoerd boek en voor mij, geschiedenisjunk, zeker
mooi leesvoer. Over en weer marchanderend kwamen we uit op 15 Euro, absoluut
veel te veel maar mijn vriend Nietschze, zoals ik hem inmiddels gedoopt had,
bleek een aandoenlijk liefhebber en bovendien een fabuleus pleiter voor zijn
eigen portemonnee.
Even later ging hij, twee albums (hij had ook nog afgedongen
op de prijs) en drie Euro’s rijker. Deze laatsten werden door hem verzilverd
voor enig geel vocht bij de aanwezige horeca.
“Vreemde kostganger”, dacht ik nog, “die zie ik nooit meer
terug”.
Niets bleek minder waar. Nietschze werd inmiddels een, in
ieder geval door mij, zeer gewaardeerd bezoeker van platenbeurzen, soms
volledig in de Gloria, soms nuchter, maar altijd diepzinnig en nooit te
bedonderd om te pingelen tot de dood erop volgt. Inmiddels heb ik een fors zwak
voor de man, heb een flink deel gehoord over zijn meer dan nare jeugd en heb al
meer dan eens te veel betaald voor best wel mooie boxen die hij dan weer elders
heeft gehaald. Ik hoop hem nog vaak te zien, zijn anekdotes zijn fenomenaal.
Nietschze, één van die Paradijsvogels die mijn leven op de
beurzen zo mooi maken. Zonder hen zou het allemaal erg saai worden, net als het
boek over Chamfort….
Geen opmerkingen:
Een reactie posten