vrijdag 24 februari 2012

DE BOOM DER WIJSHEID



De mens kan zoveel als maar mogelijk is zijn kennis vergroten; hij kan zich zo objectief voordoen als hij wil; maar hij houdt er niets anders aan over dan zijn eigen biografie -Nietsche-

Beginnend met een dergelijke spreuk weet ik één ding bij voorbaat: dit gaat me niet veel lezers opleveren. De ene helft denkt: “O, daar heb je die Jong weer, die wil weer interessant doen,” en de andere helft heeft wel wat beters aan zijn  hoofd dan een dooie filosoof.

Normaal gesproken heb ik niet veel met filosofie. Het wordt (te) vaak gebruikt om anderen te imponeren met de hoeveelheid “moeilijke” boeken die men gelezen heeft. Anderzijds: proberen we dat niet allemaal?

Toen ik enige weken geleden op een beurs in het pittoreske Nieuwegein stond verscheen er ineens een man voor mij die duidelijk voldeed aan bovenstaand vooroordeel, maar zich tevens presenteerde als muziekliefhebber in nood. Hij was vanuit Arnhem met het openbaar vervoer aangekomen, op zich al een heroïsche daad, gezien het geprivatiseerde, dus slecht functionerende, openbaar vervoer in Nederland. Hij vertelde mij en mijn metgezel dat hij verwacht had dat er ook een  aantal handelaren zou staan dat boeken verkocht. Hij had daarop geanticipeerd  door enkele fraaie ingebonden exemplaren mee te nemen, welke hij voor enkele tientjes hoopte te kunnen verpatsen. Hierdoor zou hij in staat zijn een paar CD-albums aan te schaffen welke ongetwijfeld verder zouden bijdragen aan zijn diepzinnige gedachten.
Daar onze stand bekend staat om het bezit van een redelijk aantal van dit soort CD’s hoopte ik hem te kunnen verleiden zijn verdiende geld bij ons te besteden. En zo niet, dan had hij sowieso mijn sympathie, als mede-muziekfreak.

Zijn vraag was of ik wellicht geïnteresseerd was in zijn boeken. Ik hield een slag om de arm en antwoordde dat het ervan afhing wat hij te bieden had. Dat bleek deels niet mis. Een uitgebreide verhandeling van een mij onbekende filosoof die een aantal ongetwijfeld zeer doordachte stellingen had geponeerd in de jaren 90 liet ik voor wat het was, ondanks de erg mooi uitgevoerde kaft. Het andere boek wekte echter al snel mijn interesse. Het was een, op dezelfde fraaie, luxe wijze, ingebonden biografie over C.A. Chamfort, een mij totaal onbekende Franse filosoof uit de 18e eeuw.

Deze man had geleefd van 1740 tot 1794 en was in zijn tijd een redelijk gevierd mens, ondanks zijn eenvoudige, maar ook bijzondere komaf. Hij was namelijk het “onechte”kind van een aristocrate doch groeide op in een middenstandsmilieu, omdat zijn moeder afstand van hem deed. Beschreven werd hoe hij in eerste instantie furore maakte in de betere Parijse kringen, zich echter aansloot bij de Girondijnen, een belangrijke politieke beweging in die tijd en vervolgens smadelijk de goot in ging omdat hij, ten tijde van de Franse revolutie van 1789, op het verkeerde paard had gegokt.

Zoals gezegd: ik heb niet veel met filosofie, maar met geschiedenis des te meer.  Juist de opgang naar de Franse revolutie was een zeer roerige tijd, waar ik nog (te) weinig van weet. En hier kreeg ik dus alles: een persoon die midden in alle politieke verwikkelingen stond van die periode, een succesverhaal, maar ook een drama. In 1793 deed de man namelijk een zelfmoordpoging, welke hem enkele maanden later fataal werd.

En dus vond ik dat ik mijn kennis maar moest vergroten, betaalde de man een tientje voor het mooi ingebonden boek, waarna hij blij zijns weegs ging om een plaat te gaan kopen bij mijn buurman. Naar mijn mening had hij het geld beter bij mij kunnen besteden, maar ja…..wie ben ik???

zondag 5 februari 2012

De Nieuwe Kleren Van De Keizer


Eind vorig jaar waren, voor het eerst sinds ik ben gaan lezen, alle recensenten in de diverse muziekbladen, kranten en tijdschriften alsmede alle internetfora het echt zonder meer eens over één ding: het nieuwe album dat Metallica samen met Lou Reed had gemaakt was met afstand het slechtste album dat ooit gemaakt is!

Nieuwsgierig geworden over zoveel aanprijzingen heb ik dus per direct het album besteld en ben gaan luisteren. En, maar deze zag u wellicht aankomen, concludeerde dat het allemaal wel meeviel. Natuurlijk, over smaak valt niet te twisten, maar men was overtuigend vernietigend in het oordeel en schuwde daarbij zelfs geen namaakargumenten als:  “Het drumwerk is wederom bagger”, “Lou Reed moet gewoon stoppen met zingen” en “de teksten zijn vreselijk pretentieus”.

Dit horende en lezende dacht ik: “Ja, maar het drumwerk bij Metallica is altijd al niets geweest, Lou Reed heeft nooit kunnen zingen en zijn teksten waren altijd al erg wollig. Wat is er nou eigenlijk echt mis???" En concludeerde dat dit album te maken had met het, wat ik altijd noem, “hoge-lat-syndroom”. Geen van de personen die dit album beluisterde was in staat het los te zien van de uitvoerende artiesten. En omdat genoemde artiesten zich begeven in genres die niet voor iedereen zijn weggelegd hadden ze bovendien de pech dat buiten hun respectievelijke “fans” niemand de behoefte had gehad hun album aan te schaffen, laat staan te beluisteren.
Met andere woorden: het werd alleen beluisterd door vooringenomen personen die ofwel een nieuw (stevig) album van Metallica verwachten en in plaats daarvan de wollige woordenbrij van Reed declamerend over zich heen kregen, ofwel een nieuw (minimaal georrienteerd) album van Lou Reed dachten te ontvangen en ineens het gruizige gebeuk van Metallica ontwaarden als begeleidingsband. Beiden waren dus zeer teleurgesteld, want hun favoriet liet zich in met muziek die, in hun ogen, juist contra was ten opzichte van wat ze verwachtten. Tja…da’s even slikken…

Ikzelf had hier, in dit geval, dus geen last van. Metallica heb ik altijd een aardige band gevonden, maar niet meer dan dat, hoewel ik hun belang voor de metal wel degelijk onderken. En Lou Reed heb ik me niet voldoende in verdiept om echt een oordeel te kunnen geven. Ik luisterde dus zonder enige verwachting en concludeerde dat wat ik hoorde een album was dat echt niet briljant was, maar zeker wel het aanhoren waard.

Overigens is een dergelijke manier van muziek luisteren ook mij niet vreemd. Ik vind bijvoorbeeld de laatste 3 albums van Radiohead volslagen onbelangrijk. Zij hebben eind jaren 90 en begin jaren 00 een aantal geniale stappen gezet in hun ontwikkeling en zijn daarna, in mijn ogen, stil blijven staan. En Thom Yorke is inmiddels niet meer in staat tot het toveren van meeslepende melodieën, dus ik vind de band niet langer de moeite waard. Anderzijds besef ik direct dat het eigenlijk suf is. Een kunstenaar heeft een bepaalde (overigens subjectieve) prestatie neergezet en alles wat hij/zij in de toekomst maakt wordt daarlangs gelegd om te bepalen of er nog wel sprake is van “verdere ontwikkeling”. Voor Kurt Cobain was deze wetenschap zelfs een reden voor depressiviteit en dat kan ik me best voorstellen. Anderzijds is het ook de vloek van de muziekfreak. Nooit in staat kunnen zijn om onbevangen naar nieuwe muziek te luisteren. Ik ben dus blij dat ik dat in het geval Metallica en Reed wel kon. Ga vooral niet zo door jongens!!!