dinsdag 25 december 2012

ZO’N DAG





Religie is de bron van al het kwaad. Dat is een mening die nogal veel opgang doet de laatste jaren. Met name in zogenaamde seculiere kringen hoor je het vrij veel.

Iedere keer wordt dan gewezen naar kwalijke zaken als de Taliban-strijders, de moslim-extremisten in Afrika en Azie, de Paus met zijn rare uitspraken over homo’s en de diverse ultrarechtse bewegingen die zeggen vanuit de Bijbel te handelen in de Verenigde Staten.

Vervolgens worden vele normen die ooit vanuit religieus oogpunt zijn ontstaan terzijde geschoven als zijnde verdacht. Zo is het verbod op koopzondagen betuttelend, de regel dat men op zondagochtend geen luidruchtige commerciële activiteiten mag ontplooien achterhaald en het luiden van kerkklokken geeft alleen maar overlast. Bovendien zijn al deze regels, o gruwel!, bedacht door die vermaledijde kerk. Die kerk en/of die moskee die al jarenlang hebben aangetoond dat er alleen maar bloeddorstige manipulerende gekken in huishouden zonder enig mededogen met wie dan ook.

Ja?

Nu wil ik u even meenemen naar een andere tijd. Een tijd van 40 jaar geleden, toen het aantal religieuzen juist hoger was dan het aantal seculieren. Denk aan uw eigen straat, waar je veel mensen op zondag, die lekkere rustige dag van de week, ’s ochtends de deur uit zag lopen naar de kerk. Op de achtergrond klonken de kerkklokken en de wereld was nog erg overzichtelijk. Ja, als kind ging je, als het mooi weer was, de straat op, je verveelde je eigenlijk een beetje, want al je vriendjes waren naar hun oma. Die overigens zelf die ochtend mee was gegaan naar de kerk. Zij was meestal niet echt het prototype Taliban-strijder of inquisitie. Toch was ze zo religieus als de neten. Ze hing heel erg de rust op zondag aan en vanuit de gemeente waar ze lid van was, werd veel gedaan om mensen bij te staan, een bloemetje voor de zieken, een huisbezoek als het nodig was.
En geloof me, het merendeel van de gelovigen, wat zeg ik, het merendeel van de mensen zit nog steeds zo in elkaar. Heel gewoon, zonder enige narigheid.

Wat zegt u? Dat waren andere tijden? 40 jaar geleden was de wereld sowieso overzichtelijker? Maar is de religie sindsdien dan veranderd? Of….zou de wereld veranderd zijn??? Of…..zou de media ons heel veel meer beïnvloeden dan we zelf willen weten? En dus alle ellende van de wereld over ons uitstrooien zonder enige restrictie?
En komt die ellende dan alleen voort uit religie? Of zouden het soms andere krachten zijn? Zou het kunnen dat er iets teveel commerciële belangen bestaan in de wereld? Belangen die ervoor zorgen dat Irak en Afghanistan wel worden binnengevallen en Sudan en Mali niet? Waarna de plaatselijke bevolking zich in razernij en wanhoop wendt tot de eerste die zegt te willen helpen? En die persoon blijkt dan een wapenhandelaar te zijn die er alle belang bij heeft dat oorlogen blijven bestaan? En die heeft bovendien veel geld nodig, dat men kan verdienen door in drugs te handelen? Gewoon een paar vragen….

En worden vrouwen in Afrika soms slecht behandeld omdat hun mannen een godsdienst aanhangen? Of omdat de cultuur ter plekke een stuk masculiener is dan de onze? En werden de Joden vermoord omdat ze Jezus hadden vermoord? Of waren er maar een paar mensen die zo dachten en was er juist veel verzet vanuit de Bible belt???

Enfin….ik kan nog even doorgaan. Ik bedoel maar te zeggen: ja hoor, er wordt een hoop kwaad gedaan met als kapstok de Bijbel, de Koran of de Tora. Maar uiteindelijk zijn het mensen die het doen, mensen als Joseph Stalin, Mau Zedung, Pol Pot, Khomeini en Adolf Hitler. Mensen die misschien wel, maar vaak ook niet, vanuit religie werken. Maar bovenal mensen die vanuit machtswellust werken. En hun nare daden hadden ze echt ook uitgevoerd als er geen boek was, alleen een mens!
Genoemde boeken zijn naar mijn idee in verreweg de meeste gevallen juist kapstokken voor mededogen, zorgzaamheid en menselijkheid.

En wat betreft de zondagsrust: waarom moet hier altijd een Christelijk tintje aan gehangen worden? Waarom kunnen we niet gewoon, zoals in Engeland veel gedaan wordt, zeggen: “Ja, dat is nu eenmaal traditie, zo doen we dat al jaren en zo blijven we het doen!”
Punt, uitroepteken en zo is het. Bovendien blijven veel kleine winkeliers dan bestaan.

Dat levert in ieder geval één dag per week op dat we tot rust kunnen komen. En dat hebben we heel hard nodig, in deze door de media beheerste nare tijden.
Ik wens u nog een prettige (zon)dag.

dinsdag 27 november 2012

WIE KENT HEM NIET?


Op een ochtend werd ik wakker en dacht: “Wat voor muziek zou Sinterklaas eigenlijk leuk vinden?” “Tja”, zult u zeggen:”dat hoor je toch als hij aankomt in de haven onder begeleiding van Mies, Wieteke, Dieuwertje of hoe de dame van dienst maar heet, bijgestaan door duizenden kinderkeeltjes die de mooiste melodieën ten gehore brengen…”
Maar stel dat iemand op het idee komt om Sinterklaas een cadeau te doen. Dat is al eens gebeurd. Naar verluidt bevaart hij sindsdien onze binnenwateren op de botter van Eeltje Steur (die overigens in de film verrassend veel gelijkenis vertoonde met een motorvlet). Maar goed, stel dat dus iemand Sinterklaas een CD-bon zou geven met daarbij een gedicht als: “Sint moet je horen, hier is een papieren dingetje voor je oren, nee we proberen je niet te foppen,om er muziek van te maken moet je eerst gaan shoppen”.
Nou ja… zoiets. Maar wat zou hij ervoor kopen??? Een hoop Nederlandstalige muziek? Nee, Sint is een naar Spanje geëmigreerde Turk. Wat moet die in vredesnaam met muziek uit een land waar de melodieën zo hoekig zijn? Hoewel hij natuurlijk zou kunnen kiezen voor een deel van de diverse Sinterklaasliederen in de popmuziek.
Bijvoorbeeld degenen die voorkomen in de Sinterklaasmusical  “Een huis in een schoen”, destijds uitgezonden tijdens de intocht van Sinterklaas in 1971. Een intocht die ondergetekende overigens live mocht meemaken. Afgaande op mijn herinneringen als vierjarige aan Piet die in het water sprong, moet ik trouwens destijds op de sluis hebben gestaan.
Tja. Sint heeft het in de loop van de tijd in de popmuziek niet tot grote hoogten gebracht, maar toch zijn er een aantal klassiekers geschreven door vooral één man, namelijk Henk Temming. Eerst deel uitmakend van het Goede Doel schreef hij onder meer “Sinterklaas wie kent hem niet”, dat hij uitvoerde met Henk Westbroek. Verder “Ik ben toch zeker Sinterklaas niet”, uitgevoerd door Edwin “Ome Willem” Rutte en natuurlijk “Ik vraag aan Sinterklaas een heel gelukkig Kerstfeest”, een weemoedig lied dat hij begin jaren 90 maakte onder eigen naam.
Mijn persoonlijke favoriet is uit dezelfde periode, het totaal ontspoorde “Olee, Sinterklaas is here to stay” door het gezelschap “Ome Henk”, waarin uiteindelijk de goede Sint slaags raakt met zowel de Kerstman als de Paashaas. Dit is overigens een meer voorkomend euvel. Het schijnt namelijk dat Sinterklaas wordt gezien als “minder commercieel” dan de Kerstman, ik vrees omdat laatstgenoemde uit Amerika geïmporteerd is. Dat intussen al het tijdens Sinterklaas uitgedeelde speelgoed uit het nog veel commerciëlere China afkomstig is, boeit even niet. Begrijp me niet verkeerd: ook ik ben voorstander van Sinterklaas, maar om nu de barricaden op te gaan, luid zingende “Santa Claus raus”, zoals de Amazing Stroopwafels enige jaren terug deden, gaat me toch te ver.
En dus vermoed ik dat we Sinterklaas geen groter plezier kunnen doen dan hem een grote doos met mooie, sfeervolle Kerstmuziek te overhandigen. Uiteraard zal zijn voorkeur uitgaan naar religieuze Kerstmuziek, het blijft uiteindelijk een bisschop, maar ik denk dat hij, gezien zijn leeftijd, toch ook graag enige mooi gearrangeerde orkesten hoort die de warme vocalen ondersteunen van bijvoorbeeld Bing Crosby of Ella Fitzgerald.
Mooie muziek die echt bijdraagt aan een vredig gevoel op aarde en dat is uiteindelijk het mooiste cadeau voor een Sint.

zaterdag 3 november 2012

DE KUDDE




   
Mensen die dit stukje vaker lezen moeten wel denken dat ik mijn dagen vul met rondhangen in mijn tuin of op andere lommerrijke plaatsen. Vaak ondersteund door een kop koffie en met wat muziek op de achtergrond. Een ideaalbeeld dat zo in een reclamespotje kan. Op dit moment is dat overigens toevallig zo, ik bevind mij op het terras van een vakantiehuisje, terwijl Flairck de achtergrond inkleurt met mooie strijkorkestjes.

Maar natuurlijk is dit slechts het resultaat van noeste arbeid, gedurende welke ik normaliter niet toekom aan het produceren van enige lectuur. Ofwel: het is puur een vrijetijdsding, dat schrijven van me. Bovendien bezit ik normaal gesproken veel minder de ontspanning die nodig is om soms wat voor me uit te filosoferen. Nu dus wel.

Het valt mij iedere keer weer op hoezeer de mens een kuddedier is.  Slechts weinigen hebben een eigen mening, hangen hun oren naar hun echtgenoten, vrienden, politieke partijen of geloofsgemeenschappen.  Het vreemde is echter dat, hoe meer men hetzelfde denkt als de omgeving, ofwel: hoe meer men deel uitmaakt van een “groep”, des te meer ontleent men zijn of haar identiteit aan deze mening en doet het voorkomen alsof men beter is dan anderen en voelt zich sowieso veel meer een individu. Over paradoxen gesproken…
Overigens is dit, dit misplaatste superioriteitsgevoel dus, juist de oorzaak van vele menselijke conflicten en oorlogen. Dit ligt echt niet alleen aan enige religie, zoals sommigen ons willen doen voorkomen, het zit gewoon ingebakken in de menselijke natuur.

Het mooiste voorbeeld hiervan kreeg ik zo’n kleine 30 jaar geleden mee door een discussie met mijn 3 jaar jongere zusje. Zij zat destijds op de middelbare school en liet zich er op voorstaan zéér alternatief te zijn!  Zodanig zelfs dat zij en haar vrienden en vriendinnen zich nooit en te nimmer zouden conformeren aan de heersende modes en al helemaal niet aan de heersende muzieksmaak! Nee, zij én haar vrienden waren echt verheven boven al dat gepeupel dat allemaal hetzelfde dacht, droeg en luisterde. Mijn argument dat ook zij hierdoor deel uitmaakte van een groep die er hetzelfde over dacht kwam totaal niet aan. Of ze wilde er niet aan, puber als ze was in die dagen, daar ben ik nog steeds niet uit.

Hetzelfde zie ik bij veel muziekliefhebbers: ik ken een aantal overtuigde metalliefhebbers die ook echt naar niets anders willen luisteren, een paar Toppers-liefhebbers, maar die schaar ik bij voorkeur niet onder muziekliefhebbers, een paar jazzfanatici die beweren dat er in “echte” jazz niet gezongen hoort te worden en een paar mensen die blijven vasthouden aan hun voorkeur voor “ernstige”muziek, voorheen ook wel klassiek genoemd.  Frappant is trouwens dat laatstgenoemden vaak blijven hangen in componisten van vóór 1920, Philip Glass of Steve Reich zijn geheel aan hen voorbij gegaan en in die zin worden ook zij meer geleid door hun smaak dan door de kunst, in tegenstelling tot wat sommigen beweren.

En ikzelf?? Ik ben een omnivoor. Houd mezelf voor dat ik niet aan enige politieke groepering hang, zweef dus al jaren als kiezer en qua religie vind ik ook dat de meesten zeer ten onrechte beweren het enige ware geloof aan te hangen. Dit laatste is wat mij betreft zelfs grote onzin. En op muzikaal gebied heb ik gewoon altijd gelijk, net als al mijn muziekvrienden…


zaterdag 27 oktober 2012

AKOESTIEK EN WINDMOLENS





Kent u Luka Bloom? De kans is aanwezig, daar hij bekend is bij een redelijk aantal muziekliefhebbers. Zijn fans noemen hem liefkozend “een bard”,”een troubadour” en dat soort romantische termen.

Dodelijk eigenlijk, want vele jaren geleden kreeg Armand dezelfde kwalificaties naar zijn hoofd geslingerd. Hij treedt nog steeds op bij diverse gelegenheden, maar al 45 jaar niet meer in het zicht van het grote publiek. Hijzelf vindt dat ook jammer, want hij heeft nog altijd zeer maatschappijkritische teksten die hij graag aan de hele wereld zou willen laten horen.

Overigens is Luka Bloom van een geheel andere orde: iets minder maatschappij kritisch, maar werkelijk een virtuoos met woorden. Op zijn laatste album  “This New Morning”  staat het nummer “The Ride”, een vrij eenvoudig nummer over een fietstocht door zijn geliefde Ierland. En iets wat mij normaal nooit overkomt: de tekst gaat voor mij leven, ik voel het verhaal en uiteindelijk ook de kadans van de zwoegende fietser. Van achterop zijn fiets zie ik alle clichés van het mooie Ierland: de groene heuvels, plukjes struweel, de grindwegen waarop je niet te hard naar beneden moet suizen omdat plotselinge bochten je dan kunnen nopen nader kennis te maken met de rotsachtige Ierse bodem. En de pittoreske dorpjes en grote steden, zo weggelopen uit een KRO-detective-serie.

Knap, als iemand dat kan bewerkstelligen. Het schijnt zelfs dat hij een aantal jaren geleden een album over dit onderwerp heeft gemaakt, getiteld “Acoustic  Motorbike”, alweer een briljante vondst waar overigens een mede-muziekliefhebber mij op attendeerde.

Geïnspireerd door al die schone fietsperikelen besloot ik de stoute schoenen weer eens aan te doen en mezelf te trakteren op een tocht van Monnickendam naar Haarle, een dorpje vlakbij Raalte in Twente. Iets meer dan 130 kilometer, waar velen hun voet niet voor zullen omdraaien, maar met een langste afstand van hooguit 20 km in de benen gedurende het laatste half jaar kan ik u melden dat het bepaald geen sinecure is.

Het is een mooie route, dat wil zeggen: met name het tweede deel. Het eerste stuk gaat achtereenvolgens door Waterland, wat ook erg aardig is, maar vervolgens gaat het door Amsterdam richting Muiden en vanaf daar door het Gooi, waar de ooit aardige dorpjes door mensen met teveel geld en te weinig smaak aan elkaar zijn gebreid tot één metropool van architectonische protserigheid. Verder ging het, langs de randmeren van Flevoland, de Veluwe op en de bossen door om uiteindelijk uit te komen in het Twentse land. Tja…Flevoland…aan die provincie zie ik eigenlijk maar één voordeel. Buiten de grotere plaatsen, die met een hoop forensensteden in Noord-Holland gemeen hebben dat ik er niet dood gevonden zou willen worden, is het namelijk een erg ruime provincie, waar veel wind staat en waar dus veel ruimte is voor het neerzetten van windmolens.

Inmiddels zijn veel mensen het eens over het nut van deze apparaten. Toch las ik laatst nog een vrij lang stuk in een vrij serieuze krant waarin iemand uitvoerig uit de doeken deed wat het grote nadeel was. Ik zal u de details besparen, maar het kwam er op neer dat een windmolen slechts in 50 jaar terugverdiend kon worden, waardoor het beter was je geld op een spaarrekening te zetten.
Zonde van de bladvulling, vond ik. Mensen schijnen alles in geld te willen uitdrukken, maar ik moet de eerste nog meemaken die rijk het hiernamaals in gaat.

Waarmee Armand, de stug volhoudende troubadour, toch gelijk blijkt te hebben met zijn smalende woorden:
“Ben ik te min omdat je ouders meer poen hebben dan de mijne?”


zondag 16 september 2012

AUTUMN LEAVES




Dat de popmuziek vaak een afspiegeling is van de werkelijkheid blijkt wel uit het feit dat er ontelbaar veel platen zijn gemaakt over de lente en de zomer, maar een stuk minder over de winter en de herfst (behalve rond Kerst dan). Bovendien worden laatst genoemde twee steevast in mineur bezongen, terwijl de tralalala-o-wat-zijn-wij-vrolijk liedjes over de lente, de zomer en alle geweldig leuke dingen die je dan overkomen  vrijwel zonder uitzondering ook qua toonzetting erg positief aandoen.

The Beach Boys wisten er in eerste instantie zelfs hun carrière mee op te bouwen, “Fun Fun Fun”, “Surfin’ USA” en natuurlijk de “California Girls” voor wie de bikini zo ongeveer uitgevonden werd destijds. Ook met name een hoop dansplaatjes spelen zich af in zomerse sferen. Logisch eigenlijk ook. Ga maar na: een Dance Valley waar iedereen in zuid-westers of oliepakken moet rondlopen wordt meestal niet gezien als een succesvolle editie. Is ook geen gezicht , dansen in regenkleding, tenzij je in de clip van Michael Jackson’s Thriller zit natuurlijk.

Anderzijds is er in de winter vaak sprake van afscheid. Afscheid van een geliefde, van de zomer, zelfs van jezelf, aangezien je “de herfst van je leven” voorbij bent. Als je het leven ziet als één jaar, kun je de herfst dus zien als een laatste fase. Frank Sinatra weet hier een mooi verhaal van te maken in zijn nummer “It was a very good year”. 

Dit fenomeen komt erg goed overeen met de werkelijkheid. Ga “op straat” iemand vragen welk seizoen hem of haar het liefst is en 9 van de 10 keer komt daar een veelal zonnig seizoen om de hoek kijken. Herfst wordt vaak geassocieerd met regen, modderige rommel op straat, eenzame dagen binnenshuis en natuurlijk alles doordringende kou.
Ja, als je het zo omschrijft lijkt het inderdaad een moeilijk seizoen. Maar, u raadt het wellicht al, ik zie dit anders! Ik zie een seizoen waarin de diversiteit in kleuren enorm is, het weer spannende dingen doet, het licht op ieder moment van de dag weer andere, verrassende schakeringen geeft en het weliswaar koud kan zijn, maar ook dat is geen probleem.

Natuurlijk is het in de zomer warmer, maar wat mij betreft is dat een groot nadeel van de zomer. Het is simpel: als het een graad of 20 is, is dat best, je doet een shirt aan en wel of niet je zomerjas en je hebt nergens last van. Als het echter 30 graden wordt of Godbetert, nog warmer, kun je je jas uitdoen, je shirt uitdoen en dan???? Dan kun je letterlijk niets meer doen om te zorgen dat je het minder warm krijgt. Nee, de zomer is voor mij geen favoriet seizoen. Daarentegen kun je je in de winter altijd kleden tegen de kou. Min 5? Prima, je doet een dikke jas aan en binnen een flinke trui en de verwarming wat hoger. Min 10? Prima, extra trui en verwarming nog hoger. Min 20?...enfin, u begrijpt misschien wat ik bedoel.
Bovendien…heeft u in de winter wel eens last van wespen??? Of die @@###!!! muggen in je slaapkamer die altijd jou moeten hebben en nooit iemand anders? Juist!

Nee, voor deze tijd van het jaar denk ik met veel genoegen aan de woorden van Peter van Straaten: “Herfst, de bladeren vallen. Eens temeer besef je de vergankelijkheid des levens!”

-          Heerlijk!!!!

donderdag 6 september 2012

POEZIE OVER EEN VOGELTJE




Poëzie-albums. Wie kent ze niet. Dit waren de boekjes die vroeger in de klas werden uitgewisseld voordat de commercie op de luiheid van de ouders inspeelde met de voorbedrukte “vriendenboekjes”. Iets waar ook ik overigens dankbaar misbruik van maak. Maar destijds was het zaak om al zwetend een paar mooie regels uit je pen te toveren en deze het liefst nog te larderen met plaatjes (die overigens ook voorbedrukt werden geleverd), glitters en tekeningetjes.
En had dan niet de moed aan te komen met een rijmelarij als: “Tip tap top, de datum staat er op”, want dan werd je niet voor vol gezien.

Ach ja, alle handelingen zijn met het verstrijken der tijd steeds efficiënter gemaakt, dus ook de daarmee gepaard gaande poëzie. Of toch niet??
Er wordt, ook door mij, nogal eens gemopperd over het niveau van de songteksten van tegenwoordig. Is dit terecht? Ik denk het niet. The Beatles schreven immers in 1964 al: “She Loves You, yeah, yeah, yeah, she loves you, yeah yeah yeah, she loves you….etcetera.”  Tja….natuurlijk ontwikkelden ze zich in de paar jaar erna zowel muzikaal als tekstueel op jaloersmakende manier, maar het verschil met de huidige top 40 is dus niet zo heel groot.

Toch worden er wel platen gemaakt die pure poëzie als uitgangspunt hebben. Van Leonard Cohen wordt vaak gezegd dat hij een zingende dichter is. Ik hoop het maar, want een dichtende zanger is hij beslist niet. Ook van Bob Dylan, Morrissey, Ede Staal en Huub van der Lubbe wordt vaak gezegd dat hun songteksten het ook als gedichten goed doen. In Nederland zijn vooral de teksten van Lennaert Nijgh en Ramses Shaffy inmiddels legendarisch en niet alleen omdat ze dood zijn. Met name de teksten van Nijgh hebben al heel wat mensen hoofdbrekens gekost, tot hilariteit van de schrijver die toegaf dat hij sommige teksten onder invloed had geschreven en achteraf echt niet meer wist waar ze over gingen. Of dat waar is, is nog maar de vraag, maar soms is het ook leuk als iets waar zou kunnen zijn. Overigens nam Lennaert Nijgh als uitgangspunt voor zijn teksten altijd een bekend nummer en schreef op die melodie zijn mooie regels. Daarna gaf hij de tekst aan Boudewijn de Groot, maar vertelde er niet bij welke hit hij had gebruikt, waarna de Groot één van zijn razend knappe melodieën schreef en weer een klassieker was geboren.

Drs. P is natuurlijk het mooiste voorbeeld van een dichter die muziek gebruikte om zijn regels te ondersteunen. Ook zonder deze muziek zijn zijn verzen amusant mooi, maar juist met de klanken erbij is het geheel volmaakt. Ook hebben (pop)muzikanten vaak gedichten en literatuur gebruikt als uitgangspunt voor hun muziek, een zeer bekend voorbeeld is de componist Edvard Grieg die in de 19e eeuw zijn enigszins bombastische Peer Gynt-suite schreef, gebaseerd op een personage uit de verhalen van Henrik Ibsen.

Mijn persoonlijke favoriet is echter Tom America, voorheen zanger van de band Mam, die een conceptalbum maakte rond de Limburgse dichter Jan Hanlo. De single die hiervan getrokken werd was getiteld “De Mus” en had de briljante tekst: “Tjielp, tjielp, tjielp, tjielp, tjielp, tjielp”….etcetera en dat dus ruim 3 minuten lang. Het werd geen hit, maar wat mij betreft was deze tekst echt veel beter gevonden dan dat nummer van The Beatles. Ik wacht nu nog op een bewerking van de teksten van Paul van Ostayen, maar zou eigenlijk niet weten hoe die op muziek moeten worden gezet.”BOEM PAUKESLAG, daar ligt alles plat! Ooo………………….ooo” (enzovoort). Ik roep dus iedere muzikant op om deze teksten eens te googlen en er iets van te maken. Ik ben benieuwd…