Kent u Luka Bloom? De kans is aanwezig, daar hij bekend
is bij een redelijk aantal muziekliefhebbers. Zijn fans noemen hem liefkozend
“een bard”,”een troubadour” en dat soort romantische termen.
Dodelijk eigenlijk, want vele jaren geleden kreeg Armand dezelfde
kwalificaties naar zijn hoofd geslingerd. Hij treedt nog steeds op bij diverse
gelegenheden, maar al 45 jaar niet meer in het zicht van het grote publiek.
Hijzelf vindt dat ook jammer, want hij heeft nog altijd zeer
maatschappijkritische teksten die hij graag aan de hele wereld zou willen laten
horen.
Overigens is Luka Bloom van een geheel andere orde: iets
minder maatschappij kritisch, maar werkelijk een virtuoos met woorden. Op zijn
laatste album “This New Morning” staat het nummer “The Ride”, een vrij eenvoudig
nummer over een fietstocht door zijn geliefde Ierland. En iets wat mij normaal
nooit overkomt: de tekst gaat voor mij leven, ik voel het verhaal en
uiteindelijk ook de kadans van de zwoegende fietser. Van achterop zijn fiets
zie ik alle clichés van het mooie Ierland: de groene heuvels, plukjes struweel,
de grindwegen waarop je niet te hard naar beneden moet suizen omdat plotselinge
bochten je dan kunnen nopen nader kennis te maken met de rotsachtige Ierse
bodem. En de pittoreske dorpjes en grote steden, zo weggelopen uit een
KRO-detective-serie.
Knap, als iemand dat kan bewerkstelligen. Het schijnt
zelfs dat hij een aantal jaren geleden een album over dit onderwerp heeft
gemaakt, getiteld “Acoustic Motorbike”,
alweer een briljante vondst waar overigens een mede-muziekliefhebber mij op
attendeerde.
Geïnspireerd door al die schone fietsperikelen besloot ik
de stoute schoenen weer eens aan te doen en mezelf te trakteren op een tocht
van Monnickendam naar Haarle, een dorpje vlakbij Raalte in Twente. Iets meer
dan 130 kilometer, waar velen hun voet niet voor zullen omdraaien, maar met een
langste afstand van hooguit 20 km in de benen gedurende het laatste half jaar
kan ik u melden dat het bepaald geen sinecure is.
Het is een mooie route, dat wil zeggen: met name het
tweede deel. Het eerste stuk gaat achtereenvolgens door Waterland, wat ook erg
aardig is, maar vervolgens gaat het door Amsterdam richting Muiden en vanaf
daar door het Gooi, waar de ooit aardige dorpjes door mensen met teveel geld en
te weinig smaak aan elkaar zijn gebreid tot één metropool van architectonische
protserigheid. Verder ging het, langs de randmeren van Flevoland, de Veluwe op
en de bossen door om uiteindelijk uit te komen in het Twentse land.
Tja…Flevoland…aan die provincie zie ik eigenlijk maar één voordeel. Buiten de
grotere plaatsen, die met een hoop forensensteden in Noord-Holland gemeen
hebben dat ik er niet dood gevonden zou willen worden, is het namelijk een erg
ruime provincie, waar veel wind staat en waar dus veel ruimte is voor het
neerzetten van windmolens.
Inmiddels zijn veel mensen het eens over het nut van deze
apparaten. Toch las ik laatst nog een vrij lang stuk in een vrij serieuze krant
waarin iemand uitvoerig uit de doeken deed wat het grote nadeel was. Ik zal u
de details besparen, maar het kwam er op neer dat een windmolen slechts in 50
jaar terugverdiend kon worden, waardoor het beter was je geld op een
spaarrekening te zetten.
Zonde van de bladvulling, vond ik. Mensen schijnen alles
in geld te willen uitdrukken, maar ik moet de eerste nog meemaken die rijk het
hiernamaals in gaat.
Waarmee Armand, de stug volhoudende troubadour, toch
gelijk blijkt te hebben met zijn smalende woorden:
“Ben ik te min
omdat je ouders meer poen hebben dan de mijne?”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten