zaterdag 3 oktober 2020

REFLECTERENDE SPOKEN

 


 

De meeste spookverhalen doen je bloed stollen. Een eenzame kasteelkamer om 12 uur ’s nachts waar ineens alle lichten uitvallen en dan….

Of fietsend langs een oud Katholiek kerkhof waarbij je ervan overtuigd bent dat je tussen het gebladerte door iets ijls en sowieso ijskouds voorbij ziet en voelt komen….

Onze fantasie neemt graag een loopje met ons. Maar heel soms, voor wie het ziet, gebeuren er echt bizarre dingen die zich eigenlijk gewoon afspelen in het alledaagse…

Mijn vader overleed in mei 2019, zomaar, ineens. Van het ene op het andere moment was hij geen deelnemer meer aan onze tijd maar bleef in zijn stoel zitten, bevroren in de zijne.

Voor ons een klap en ik ben er toch van overtuigd dat dit ook voor hem een onaangename verrassing was, als altijd flink actieve 80-jarige had hij nog behoorlijk wat lol in zijn leven.

Zijn leven lang was hij de ultieme techneut geweest. Waar ik mijn gekte voor muziek in al zijn facetten al mijn hele leven steeds intensiever beleefde was hij minstens, of wellicht zelfs erger, zo verknocht aan techniek in de meest brede zin des woords.

Op zijn uitvaart werd dat door een heel goede vriend van hem nog eens benadrukt en ook ik had, zij het meer op prozaïsche wijze, daar een toespraak omheen gebouwd.

Nu, anderhalf jaar later, lijkt het echter of “onze ouwe” zijn gevoel voor techniek hervonden heeft en ons soms fijn aan het plagen is. Zo belde een klein jaar na zijn dood zijn buurvrouw op dat ze een vreemd geluid uit “het huis” hoorde komen, wat ook was gehoord door de buren naast haar. Dat huis, zijn huis, hadden we op dat moment nog net niet verkocht. Ik was er twee weken eerder voor het laatst geweest maar had verder “nergens aan gezeten”. Bij binnenkomst merkte ik nog niet veel dus ik besteeg de trap, de overloop op. Bij de deur talmde ik even, ik meende inderdaad een soort hoge toon uit de slaapkamer van mijn ouders te horen komen. Ik opende behoedzaam de deur en stapte naar binnen. Alles stond er nog zoals hij het had achtergelaten, het keurig opgemaakt bed van mijn moeder, die hem ruim 2 jaar tevoren was voorgegaan, de linnenkast, het ladenkastje met het onduidelijke kistje met een meter-achtig vehikel erin dat hij als klein jochie op de Duitsers had buitgemaakt. Het etiket zat er nog in maar bracht geen soelaas voor een technobeet als ik.

Het geluid kwam naast het raam vandaan waar ik na enig zoeken een schakelaar ontwaarde. Het was het ding dat de zonneschermpjes voor de ramen omhoog en omlaag deed gaan. Blijkbaar stond deze op “omlaag” zonder dat de boel nog bewoog, hetgeen een hoog zoemend geluid uit de elektromotor deed komen. Dit ding had tot dan altijd in de neutrale stand gestaan maar blijkbaar was hij door iets tot activiteit gebracht tijdens mijn afwezigheid. Ik trok de stekker eruit, dacht er het mijne van, en zou hier weinig aandacht aan geschonken hebben als zich niet al een tijdje iets anders voordeed.

Het betrof de oude auto van mijn vader, een Citroen Xsara Picasso, jaargang 2007. Deze was achtereenvolgens eerst door mijn zusje overgenomen en daarna door ons. Mijn zus had al enige keren geklaagd dat er “iets met de spiegels” was. Zo had ze reeds diverse keren geconstateerd dat deze volledig omgeklapt stonden als ze ’s ochtends de parkeerplaats op liep. Nu woont zij in het pittoreske Almere, een stad waar soms iets minder fijnzinnige lieden wonen die zich graag zo weinig mogelijk van hun omgeving aantrekken. Het kon dus zijn dat hier wat hangende jeugd zich had vermaakt met het grijze gevaarte en wat aan spiegels was gaan rommelen.

Maar het gebeurde haar ook eens op de sportvelden en die zomer ook een keer op vakantie in Normandië. Kortom: de toevalsfactor werd al snel kleiner.

Ik was dan ook best nieuwsgierig toen we het ding van haar overnamen en werd al gauw niet teleurgesteld. In eerste instantie stonden de spiegels ’s ochtends inderdaad in een wat andere stand dan waarin ze waren achtergelaten. Maar vervolgens begonnen ze zicht- en hoorbaar naar buiten te klappen zodra je de sleutel in het contact stak. Het meest vreemde was een ochtend dat ik de achterruit niet kon gebruiken voor het zicht en ik nog enigszins slaapdronken de auto in stapte en startte…waarna alleen de rechterbuitenspiegel zoemend naar buiten klapte. Ik moest, om het ding weer in zijn goede stand te zetten, uitstappen en om de auto lopen. Toen ik dit echter deed zag ik dat ik mijn eigen auto, die schuin achter die van hem stond (we hadden zijn auto inmiddels aan mijn vrouw toebedeeld) teveel naar links was neergezet waardoor ik er niet langs zou kunnen. Ik moest dus eerst mijn eigen auto verzetten om goed te kunnen uitparkeren. Ik deed het, bedankte licht spottend mijn vader, en reed weg.

Zo ging het een tijd door, ik, en ook anderen, draaide de sleutel om, de spiegels draaiden alle kanten op en moesten weer rechtgezet worden. Niet altijd, soms, als ze er zin in hadden, leek het wel…

We vonden het bijzonder, bespraken het met mensen met enige technische achtergrond maar die kwamen nooit verder dan: “Misschien een zekering of zo, of een rare sluiting”.

Vorige week, uiteindelijk, moest het vehikel voor onderhoud en APK naar de garage. Er moesten wat lampjes vervangen worden, er was een dashboardlampje met een rare melding en ik besloot dat ik nu toch wel wilde weten wat er was. Toen ik de man van de garage uitlegde wat het probleem was opperde hij eerst, meer naar zichzelf dan naar mij dat de auto misschien de luxe had dat de spiegels inklapten als je hem parkeerde en de motor uitzette. Hij moest dit idee echter al gauw loslaten, ten eerste omdat het geen veel te dure BMW of Lexus betrof en ten tweede omdat het in 2007 al helemaal een instelling was die vrij kostbaar was en dat was iets wat deze auto nimmer geweest was.

Hij hield het dus op “iets in de software” en zou de hele boel laten doorlezen door zijn eigen systeem-analyse-apparaat.

Toen ik terugkwam waren de lampjes keurig vervangen, de APK was gemeld en de olie was ververst (ik hoorde in mijn herinnering mijn vader schamperen dat hij dat zelf had kunnen doen, scheelde minstens twee tientjes!) Toen ik echter vroeg naar de gesteldheid van de spiegels was het antwoord: “we hebben alle mogelijke analyses er op losgelaten, de zekeringen gecheckt en de software door de mangel gehaald maar we hebben helemaal niets kunnen vinden. Alles functioneert zoals het moet!”

Heel ver weg hoorde ik mijn vader lachen. Had hij toch nog een leuke streek kunnen leveren….

zaterdag 29 augustus 2020

Mannetje

Mensen zijn wel eens nieuwsgierig naar het waarom van een platenzaak. Waarom verspilt iemand zoveel geld en tijd aan het instandhouden van een overduidelijk slechts 20e-eeuwse relikwie?


Ik kan niet voor alle platenhandelaren spreken maar naast natuurlijk de muziek is mijn antwoord steevast: De mensen en hun verhalen!!!

Laat mij u meenemen naar een regenachtige dag waarop onze deur weliswaar gesloten was met het oog op de nattigheid maar het gemoed ondanks het weer goed was. De deur werd geopend door iemand die ik zonder laatdunkend te willen klinken niet anders kan aanduiden dan "een mannetje". 
Weggelopen uit een door Carmiggelt geschreven scene in een Bert Haanstra-film, stoffen beige regenjas, bijpassende paraplu en schoenen, een ooit standvastige bedoelde maar inmiddels tot inkeer gekomen druipsnor en teneinde het geheel af te maken een zwarte hoornen bril.
Toch keek hij blijmoedig de wereld in toen hij zei: "Dag mijnheer, dit is nu echt heel curieus wat me net gebeurt. Ik loop langs uw etalage en zie een aantal best interessante zaken maar vooral een mooie LP van Louis van Dijk: Louis van Dijk Plays The Beatles."

Het was omzetmatig een vrij mager dagje dus ik verheugde mij al in wat munten uit zijn zak en zei: "Jazeker, dat is een mooi exemplaar. Hij kost 5 Euro als u hem hebben wilt".
Maar nee, dat was niet de bedoeling, de man verklaarde dat hij de plaat reeds bezat maar ergens op zolder had liggen en er eigenlijk al heel lang niet meer aan gedacht had. "En dan zie ik hem bij u in de etalage liggen, zomaar. Dat is bijzonder, toch?" Ik beaamde dat dat eigenlijk best wel apart was en vroeg hem of ik hem verder ergens mee kon helpen. "Nou, nee, ik draai al jaren geen platen meer. Maar om hier nu een plaat van zo lang geleden te zien liggen....enfin, ik vond het, zoals gezegd, vrij curieus. Ik wens u verder een heel prettige dag en het was fijn u even te spreken."

Hij vertrok weer. Toen hij de deur opende leek het echter, heel even, alsof de wereld buiten het raam ineens zwart-wit werd. Ik zag ineens een oude Opel Kaptein en een Citroen Traction Avant aan de overkant parkeren en ik meende zelfs de geluiden te horen vanuit garage de Witte waar ze een Magirus Deutz onder handen namen. 
Heel even...en toen was hij weg en was de garage weer een boekenwinkel geworden die voorheen, lang geleden, mijn winkel bevolkte...

Ik hoor u denken: Geen omzet. Wat schiet een winkelier hier nu mee op??? 
Voor mij zijn dit soort momenten echter goud waard! Het mannetje heeft zich inmiddels onwrikbaar in mijn geheugen genesteld en duikt daarin soms nog op, mij een kleine glimlach ontlokkend. 


zaterdag 18 juli 2020

ROOKSTOP


Een oude kademuur met daarnaast een klein weitje waar ooit een bescheiden veestapel haar huis hield. Begin jaren 70 was dit stukje licht gerepte natuur ongetwijfeld bezien door een overijverig gemeente-ambtenaar die er in zijn visioenen Wagneriaanse stadsuitbreidingen had bedacht.
Maar nu lag het simpelweg gras te wezen in een niet te overdadig zonnetje.

Een plaatselijke horeca-uitbater had zijn eigen visioenen erop los gelaten en organiseerde er een heus festival, compleet met thee-tent, massage-etablissement en gammele maar mooi versierde piano. En natuurlijk een podium met een fors aantal elkaar afwisselende muzikanten van allerlei kunne en kunde.

Op dit terrein hadden wij gedurende 3 dagen een marktkraam van 8 meter gehuurd om onze muzikale waren te slijten. Om een dergelijke kraam te bemannen moet men enige sociale vaardigheden bezitten. Allereerst zijn daar de muziek-freaks die zich er op voorstaan alles te weten van het plektrum waarmee Cuby in 1968 onder zijn nagels had gepullikt alvorens de beste set van zijn leven neer te zetten. En natuurlijk de eeuwige zoekers naar die obscure, door niemand ooit gekende, solo-plaat van de tweede gitarist van een cult-band die ook al praktisch onvindbaar blijkt.
De kunst is om deze mensen tevreden te doen vertrekken in de overtuiging dat hun gelijk bevestigd werd door iemand die het ook niet wist maar misschien wel had kunnen weten.

Gedurende het mild zonovergoten weekend ging het humeur steeds verder richting crescendo, ongetwijfeld gedebiteerd door een ruime hoeveelheid bier maar zeker niet minder omdat dit één van die zeldzame weekends was dat alles klopte: het weer, de muziek en het algemeen gemoed.

Gaandeweg werden de gesprekken steeds dieper: we werden dringend overtuigd van de grootsheid van de Almachtige, hoorden van de verkeerde investeringen welke een bekende Indo-rockband begin jaren 60 in Duitsland had verricht en werden door diverse dames ingelicht over het stellige voornemen op korte termijn de stad te verlaten waar ze ruim 50 jaar geleden waren opgegroeid en nog steeds woonden met man en kinderen.

Op dag 3 stond er een vrouw voor onze kraam, enigszins smoezelig, die vroeg of we een vuurtje hadden. We voelden ons, na alle ontboezemingen die over ons waren uitgestort, zo ongeveer de hulpverleners van het gebeuren en waren dus niet te beroerd om ook hier bij te staan.
“Dankuwel”, inhaleerde de vrouw en zei vervolgens: “Eigenlijk mag ik niet roken van mijn vriend maar ik doe het toch”. Na onze complimenterende blikken vervolgde ze: “Ja, weet je, hij is namelijk Jehova en Jehova’s mogen niet roken.”
“Zozo…Jehova…dat is heftig”, begon ik maar ze onderbrak me: “Ik ben zelf ook Jehova hoor maar dat roken….ja, dat is een probleem. Ik zal wel niet naar de hemel gaan…”
Ik knikte begrijpend, me inderdaad voorstellende dat er in het hemelse overal “no smoking” stickers zouden hangen, uiteindelijk doen ze dat in vliegtuigen al dus als je nog hoger zit….
“Mijn vriend rookte vroeger zelf ook hoor, ik ben eigenlijk juist door hem begonnen met roken. Alleen is hij er op een bepaald moment mee gestopt. Met sigaretten dan he? Tegenwoordig rookt hij alleen nog maar joints. Ik vind het wel raar, daar zeggen ze niets over verder.”

Ze bleef even hangen in een wilde kuch-bui. Ik hield verder mijn mond, sprakeloos als ik was en vooral erg benieuwd hoe dit zich verder zou ontwikkelen. Na wat gesnuif keek ze me aan, las mijn ogen en ging verder: “Ja, ik weet het, wat moet je met een vent waar je niet de ruimte van krijgt. Maar ik hou nu eenmaal van hem! Nog meer dan van mijn man! Die zie ik eigenlijk alleen nog in het weekend. Hij weet dat ik door de week bij mijn vriend zit maar vind het verder niet erg. Hij geeft me wel de ruimte, hij wel!”
“Tja, dat is ook wel wat waard”, probeerde ik nog maar ze had haar zegje gedaan.
“Nou…ik ga maar weer eens verder. Bedankt voor het vuurtje.”

Inhalerend stapte ze de wijde wereld in. De hemel was misschien een onhaalbare kaart voor haar. Toch wens ik haar alle moois in haar gevecht met zichzelf.

zondag 15 maart 2020

VOETBALFAN


Een lange witte baard. Daarboven een vrij grote neus, schijnbaar neergeboetseerd door een bijziende peuter tijdens de fröbel-les. Een paar helderblauwe ogen die zichtbaar meer hadden gezien dan ze eigenlijk hadden gewild met daar weer boven een paar imposante wenkbrauwen waar menig Sinterklaas-speler met jaloezie een stuk vanaf had willen plukken.
Het geheel werd afgemaakt met een verschoten spijkerjasje en een totaal verweerd lichaam dat, net als de gedragen kleding, al een tijd geen strijkbout had gezien.
Met ernstige blik stond hij de door mij aangeboden waren te bekijken, soms met een glimp van herkenning, dan weer met enige afkeuring.
Ik wachtte geduldig op zijn oordeel, enigszins beducht, daar mijn ervaring met dit type is dat ze meestal ellenlange betogen gaan houden over de eerste bassist van Herman’s Hermits die er nog in zat toen Herman nog Heinz heette en zonder wie de band geen schim meer was van de tijd dat….. Enfin….het soort gezwets waar platenbeurzen berucht om zijn…..
Het was een platen (en wat mij betreft uiteraard CD-) beurs in Rotterdam, de plek waar klaarblijkelijk normaal gesproken het aanbod schraal is want ik stond te verkopen als de spreekwoordelijke tierelier. Inmiddels had mijn toekomstige klant zijn keuze gemaakt, hij stond met een CD in zijn handen, geprijsd op 8 Euro. Ik zag hem weifelen, schatte zijn portemonnee en mijn omzet in en sprak: “Het mag ook voor 6 hoor”.
Er ontbrandden twee blauwe vreugdevuren, zijn baard maakte een draai in opwaartse richting en ik meende zelfs een soort glimlach tussen het witte struikgewas te ontwaren.
Uit de krochten klonk een verrassend diepe stem, helder maar met onmiskenbaar Rotterdams accent: “Je hebt een mooi aanbod”, sprak hij waarderend: “en deze plaat hoop ik dit weekend te kunnen draaien. Lekker hard, dat is één van de voordelen van een leven alleen. 6 Euro he? Dat vind ik nou attent van je. En dat voor iemand uit 020.”.
Ik corrigeerde hem vermanend: “Ik kom niet uit Amsterdam hoor! Ik heb wel het accent maar wij zijn toch echt Noord-Hollanders van boven het Ij. Dat is echt een wereld van verschil wat mij betreft. Ik kom trouwens best graag in Rotterdam, alleen er zijn hier nooit beurzen. Ik heb wel 23 jaar geleden nog in de Kuip gestaan, dat was toen best een leuke beurs.”
Bij het horen van de naam van de voetbaltempel lichtten de blauwe vuren nog verder op. “Ach ja, de Kuip”, zo mijmerde hij, waarna hij een uitgebreide verhandeling hield over het gebrek aan tweebenigheid van de moderne voetballers en dat de jongens van Feijenoord begin jaren 60 echt wel het beste team ooit vormden. Ik ben zacht gezegd geen voetballiefhebber maar het vuur waarmee hij zijn betoog hield sprak mij aan waarop hij, aangemoedigd, een bijna-liefdesverklaring aan Coen Moulijn begon. “Moulijn werd door veel mensen gezien als een wisselvallige voetballer”, sprak hij: “maar de man was een ware kunstenaar, hij verstond de kunst te vlammen als het nodig was!”
Hij vertelde dat hij bij de onthulling van het standbeeld van Moulijn in 2009 een gedicht had mogen voordragen. “Sterker nog”, zo sprak hij: “om je te bedanken voor je generositeit inzake de prijs van deze cd’s zal ik de eerste twee verzen hier declameren”.
Ik werd, zoals wel vaker bij deze paradijsvogels, nieuwsgierig naar het vervolg en moedigde hem aan van wal te steken. Wat volgde was heel bijzonder: de oude man richtte zich op, zijn ogen schoten vuur en met zeer welluidende stem declameerde hij een paar verzen waar weliswaar geen touw aan vast te knopen leek doch waar een zodanig bijzonder gebruik werd gemaakt van alle technieken die de Nederlandse taal hem bood dat ik zeer onder de indruk raakte. Toen hij door de twee verzen heen was verzuchtte ik: “Mooi!”
Wederom zag ik iets wat bijna een glimlach leek en hij vervolgde met nog een tweetal wonderschone en schier onbegrijpbare verzen. Toen hij klaar was, was ik me zeer bewust dat ik iets zeer bijzonders had meegemaakt. Hij zei: “Fijn dat je het kon waarderen, ik zal nu even de transactie afmaken, 6 Euro zei je, toch? “ Ik antwoordde: “Nee….nee, dit is OK. Jij hebt mij getrakteerd, ik trakteer jou, neem hem gewoon mee en wellicht tot ziens.”
Hij bedankte me en vroeg naar mijn naam. Ik noemde deze en vroeg hem naar de zijne. “Antoine!” zei hij. “Wel, Antoine, het was fijn kennis te maken, hopelijk tot een volgende keer”, zei ik en we schudden elkaar de hand.
En daar ging hij. De eerste voetbalfan ooit die mij bijna enthousiast maakte voor het spel.