maandag 9 april 2012

WARMTE



Wellicht een bekend fenomeen: je hoort een stuk muziek en/of een bepaalde plaat uit een lang vervlogen verleden en je “voelt” daarbij dit verleden herleven. Op de radio is dit volgens mij zelfs enigszins visueel gemaakt (ja, hoe noem je het eigenlijk als men iets ten gehore brengt) door het item “de soundtrack van mijn leven”. Naar ik meen is dit in het programma van Frits Spits, toch wel de ongeschreven koning van het realistisch gevoel in radioprogramma’s. Wist u trouwens dat de “Dikke Blomberg” een heel mager mannetje was? Maar dit even terzijde.

Enfin, de soundtrack van mijn leven dus, een item waarin iemand aan de telefoon aan de hand van 3 platen belangrijke gebeurtenissen in zijn of haar leven de revue laat passeren. Zoals “je trouwdag was op 31 maart 1979, de datum dat het nummer “Greenpeace” van Teach Inn de top 40 binnenkwam”, waarna dit nummer gedraaid wordt. Is trouwens een vreselijk amateuristisch nummer, destijds overduidelijk erg snel in elkaar gedraaid. Jammer, het was uitermate goed bedoeld.
Verder wordt dan meestal gerefereerd aan de geboorte van het eerste kind, najaar 82 (“Annie, I’m not your Daddy”) en, o ja, de eerste plaat was die geweldige vakantie in 1974 (“I don’t wanna die in an air disaster”).

Waar echter over het algemeen de personen in dit radioprogramma bepaalde platen die qua datering min of meer toevallig samenvielen met de gebeurtenissen in hun leven kozen, zit ik met een soortgelijk iets, maar dan net even anders: in de loop der tijd is het me namelijk gebleken dat ik in staat blijk om exacte locaties en situaties te benoemen als ik een bepaald stuk muziek hoor. Dit zijn de locatie en situatie waar en waarin ik mij bevond toen ik genoemd stuk muziek voor de eerste of tweede keer hoorde. Zo herinner ik me bijvoorbeeld dat ik het nummer “Blowout” van Radiohead (het laatste, tevens beste nummer van hun eerste album) voor de tweede maal hoorde rijdend in de auto bij Bernkastel-Kuess, terugkomend uit een viersterrenhotel in Frankfurt, waar mijn lief voor haar werk was ondergebracht en onderweg naar Luxemburg, waar we een  lang weekend doorbrachten. Overigens stond op dezelfde tape het nummer “The Fez” van Steely Dan, waarvan de betekenis pas veel later tot mij doordrong.

Heel ver terug in de tijd herinner ik me het thema van “The Good, The Bad & The Ugly”, het allereerste stuk muziek in mijn actieve herinnering, ik was anderhalf toen dit in de hitlijsten stond.
Hiervan weet ik verder niet veel details behalve een vertrouwd gevoel, dus mijn allereerste jaren waren blijkbaar best veilig.
En tenslotte een nummer dat ik enkele jaren geleden pas ben gaan waarderen: “Oh Lori” van de Alessi brothers. Destijds stond dat nummer gelijk aan een landerige zondagmiddag in de Markgouw, mijn moeder had altijd de radio aanstaan op Hilversum 2, met programma’s als “Wil Wil wel” en “Raad een lied of niet”. En dit nummer werd gedraaid tijdens de “Arbeidsvitaminen”, een nieuw nummer met een zeurderig refreintje dat dus geweldig paste bij het zeurderig gevoel van een 10-jarig jongetje.

Toen ik het laatst terughoorde, hoorde ik het heerlijke jazzy arrangement en de loepzuivere vocalen en besefte bovendien: ook dit deel van mijn jeugd was een hele fijne, veilige tijd waarin ik me af en toe lekker mócht vervelen. Bedankt mam!

zondag 1 april 2012

HERDENKING



Enige tijd geleden kreeg ik het bericht dat een goede kennis van vroeger zelfmoord had gepleegd. Het deed me wel wat, we waren vroeger collega’s geweest bij de lokale radio omroep waar ik af en toe wat platen de lucht in slinger, ik was zijn technicus en hij de mijne.

Dat was nog geen sinecure, want mijn programma was in die periode best ingewikkeld om te technieken, ik had het ambitieuze plan opgevat om de geschiedenis van de 20e eeuw van onze regio te vertellen aan de hand van geluidsfragmenten, krantenknipsels en dit alles omlijst met muziek uit de betroffen jaren. Zo waren we in de jaren 20 en 30 bijvoorbeeld veel bezig met mensen als Al Jolson, Louis Davids, Cab Calloway en Willy Derby. De geluidsfragmenten stonden op diverse LP’s en CD’s die ik op vlooienmarkten etc. had gekocht. Schitterende fragmenten van voetbalwedstrijden uit 1933, de Olympische Spelen van 1936, de misplaatst geruststellende woorden van Hendrik Colijn, alsmede reclame voor Calvé kippenvoer en Bam-Bam pap. Kortom: een hoop knopjes en schuifjes die juist getimed moesten worden en daartussendoor nog twee man presentatie.

Anderzijds had ik in eerste instantie ook wat moeite met zijn programma maar dit had een andere reden. Hij was namelijk, net als ik, een apostel op het gebied van verspreiding van goede muziek, alleen liepen onze definities in eerste instantie nogal uiteen. Zijn goede muziek bestond uit geestelijke liederen, maar dan wel in de breedste zin des woords. Heel bijzonder, gezien het feit dat de man welhaast militant atheïst was. Maar de passie die in geestelijke muziek klinkt sprak hem zodanig aan dat hij de bijbehorende boodschap voor lief nam.

Dus zat ik wekelijks opgescheept met een hoop gepassioneerde koren van Händel, orgelmuziek van Bach en een flink aantal klassiek geschoolde stemmen die mij niet veel zeiden. Begrijp me niet verkeerd: ik kan klassieke muziek best waarderen, maar vind de menselijke stem lang niet altijd geschikt om deel uit te maken van een symfonie-orkest. Ik ben me er trouwens van bewust dat dit een afwijking van me is, ook jazz hoor ik het liefst zonder vocalisten.
Gelukkig maakte hij af en toe een uitstapje naar de “moderne” muziek en had hij direct mijn belangstelling. Met name de zwarte gospel van Mahalia Jackson, maar nog liever Sister Rosetta Tharpe, The Golden Gate Quartet en last but not least The Soul Stirrers zijn in mijn optiek de aanjagers geweest van de moderne popmuziek, juist vanwege diezelfde passie die ik hierboven al beschreef.

Vreemd genoeg werd het echter vanuit diezelfde gospelkringen als verraad gezien als een artiest de overstap maakte naar de “wereldse” muziek. De grootste vocalist van allen, Sam Cooke, begon als leadzanger van genoemde Soul Stirrers, maar had al snel door dat er meer te verdienen viel als popmuzikant. In eerste instantie nam hij dus een paar nummers op onder een andere naam, maar begon al gauw onder zijn eigen naam, waarna hij terstond uit de band werd geschopt.

En zo zitten wij dus met de erfenis hiervan. Een flink aantal wonderschone platen, gezongen door deze engelenstem, waarvan de mooiste aan het eind kwam: “A change is gonna come”.

Ik heb, na gehoord te hebben van de dood van mijn collega, nog een herdenkingsuitzending gemaakt, waarin dit nummer een prominente plaats had. Daags erna werd ik gebeld door zijn beste vriend. Deze had de uitzending gehoord en vertelde dat hij er erg van had genoten. Bovendien vond hij de keus van Sam Cooke zo geweldig, omdat mijn collega en hij ervan overtuigd waren geraakt dat er op de wereld maar 2 soorten mensen bestaan: zij die van Sam Cooke houden en zij die niet van Sam Cooke houden. En met laatstgenoemde groep wilden ze niets te maken hebben, want die kenden geen emotie. Ach….ik vond deze stelling wat ver gaan, maar voel er wel enigszins in mee. De emotie die Sam in zijn teksten en in zijn stem legde is nog altijd ongeëvenaard en kan, behalve ter vermaak, ook zeker ter troost dienen. En ik dacht bij mezelf: “Als hij nu maar ook goed naar de woorden had geluisterd, dan had hij niet zo’n definitieve beslissing hoeven nemen…..”

Oh there been times that I thought I couldn’t last for long
But now I’m able to carry on
It’s been a long, a long time coming
But I know a change gonna come, oh yes it will
(Sam Cooke, 1964)