All the lonely people, where do they all come from?
All the lonely people, where do they all belong?
U als liefhebber van de betere popmuziek hoef ik natuurlijk niets uit te leggen. Voor de anderen: dit zijn twee regels uit Eleanor Rigby, een erg mooi lied van The Beatles, een bandje uit de jaren 60 waar ik, zoals sommigen zullen weten, best een hoge pet van op heb.
Ik moest onwillekeurig aan deze regels denken toen ik rond de jaarwisseling in melancholisch gepeins verviel en mij ineens bevond in januari 1979, het jaar waarin ik voor het eerst op grote schaal met muziek bezig was. Eén en ander werd trouwens geïnitieerd rond die zelfde jaarwisseling, op 2 januari om exact te zijn. Op die dag moest ik met mijn ouders mee naar mijn oma om haar van alles toe te wensen. Ik had daar, puber van 11, dus echt geen zin in, maar was nog net niet puberaal genoeg om dit vol te houden. En dus zat ik met de pest in mijn lijf achterin de Simca 1100 van mijn ouders, op weg langs de dijk naar Durgerdam.
Gelukkig had ik pen en papier meegenomen en dus besloot ik, om de verloren middag te doden, eens een hitlijst, liefst een top 100, te maken van alle platen die ik kende. Daar ik echter pas sinds een kleine maand een eigen radiocassetterecorder (Vendex, 119 gulden) bezat, kwam ik niet heel ver en dus zag ik me gedwongen een top 90 te maken, daar ik slechts 94 platen wist op te schrijven.
Omdat ik dat eigenlijk niet acceptabel vond, besloot ik vanaf dat moment intensiever naar de radio te gaan luisteren en de rest is geschiedenis (nou ja, de mijne dan toch).
Wat heeft dit alles te maken met eerstgenoemde regels, hoor ik u nu denken. Wel…het volgende: toen ik dus mijn hersen-teletijdmachine benutte om januari 1979 opnieuw te bezoeken schoot me ook een plaat te binnen van ene Gerard Kenny, een vrolijke man achter de piano, getiteld “New York, New York”. Het was geen grote hit, alleen de Nationale Hitparade van, naar ik meen, 31 januari vermeldde hem en dan slechts één weekje op nummer 50, maar ik vond het een leuk nummertje.
Ik zocht hem op, wat is YouTube toch uitgebreid, en vond hem al gauw. Zo’n lalaliedje dat ik dus al 32 jaar niet meer gehoord had. Grappig. En meteen dacht ik: “ja….en wat is er nu eigenlijk van hem geworden???” Want de man was in Nederland de ultieme eendagsvlieg. Tegenwoordig worden eendagsvliegen per dozijn machinaal aangemaakt via Idols, The Voice of Holland, Toptalent of hoe al die programma’s mogen heten, maar vroeger was zelfs het vak van eendagsvlieg een ambacht. Artiesten die één- (of twee-)malig een hit hadden en vervolgens verdwenen in de anonimiteit.
Ik noem er een paar: The Mark & Clark Band, The Alessi Brothers, Duncan Browne, M, Carl Douglas en ga zo maar verder. Ja, ik weet het, een paar duiken in muzikantenkringen nog wel eens op, maar de hitparade is ze kwijtgeraakt sinds hun lichtpuntje. En dat lag meestal toch niet aan hun vakmanschap, want een aantal bijbehorende liedjes zijn echt wel mooi genoeg om nog eens te draaien.
Dus…waar gaan ze heen.......
Wat dat betreft ben ik dus heel blij met internet. Google een naam en je bent er al snel achter en geheel gerustgesteld, of juist niet. Duncan Browne is bijvoorbeeld al 19 jaar geleden overleden, op 46-jarige leeftijd. Carl Douglas schijnt nog steeds te proberen een remake te maken van zijn Kung-fu Fighting. En Gerard Kenny??? Wel…die maakt nog altijd muziek, wordt dit jaar 65 en is één van de zeer vele eendagsvliegen die nog steeds gevraagd wordt ‘zijn’ hit nog eens te spelen. Droevig?? Misschien. Maar ik denk dat iemand die kan leven van datgene wat hij leuk vindt om te doen een rijk mens is.