donderdag 6 september 2012

POEZIE OVER EEN VOGELTJE




Poëzie-albums. Wie kent ze niet. Dit waren de boekjes die vroeger in de klas werden uitgewisseld voordat de commercie op de luiheid van de ouders inspeelde met de voorbedrukte “vriendenboekjes”. Iets waar ook ik overigens dankbaar misbruik van maak. Maar destijds was het zaak om al zwetend een paar mooie regels uit je pen te toveren en deze het liefst nog te larderen met plaatjes (die overigens ook voorbedrukt werden geleverd), glitters en tekeningetjes.
En had dan niet de moed aan te komen met een rijmelarij als: “Tip tap top, de datum staat er op”, want dan werd je niet voor vol gezien.

Ach ja, alle handelingen zijn met het verstrijken der tijd steeds efficiënter gemaakt, dus ook de daarmee gepaard gaande poëzie. Of toch niet??
Er wordt, ook door mij, nogal eens gemopperd over het niveau van de songteksten van tegenwoordig. Is dit terecht? Ik denk het niet. The Beatles schreven immers in 1964 al: “She Loves You, yeah, yeah, yeah, she loves you, yeah yeah yeah, she loves you….etcetera.”  Tja….natuurlijk ontwikkelden ze zich in de paar jaar erna zowel muzikaal als tekstueel op jaloersmakende manier, maar het verschil met de huidige top 40 is dus niet zo heel groot.

Toch worden er wel platen gemaakt die pure poëzie als uitgangspunt hebben. Van Leonard Cohen wordt vaak gezegd dat hij een zingende dichter is. Ik hoop het maar, want een dichtende zanger is hij beslist niet. Ook van Bob Dylan, Morrissey, Ede Staal en Huub van der Lubbe wordt vaak gezegd dat hun songteksten het ook als gedichten goed doen. In Nederland zijn vooral de teksten van Lennaert Nijgh en Ramses Shaffy inmiddels legendarisch en niet alleen omdat ze dood zijn. Met name de teksten van Nijgh hebben al heel wat mensen hoofdbrekens gekost, tot hilariteit van de schrijver die toegaf dat hij sommige teksten onder invloed had geschreven en achteraf echt niet meer wist waar ze over gingen. Of dat waar is, is nog maar de vraag, maar soms is het ook leuk als iets waar zou kunnen zijn. Overigens nam Lennaert Nijgh als uitgangspunt voor zijn teksten altijd een bekend nummer en schreef op die melodie zijn mooie regels. Daarna gaf hij de tekst aan Boudewijn de Groot, maar vertelde er niet bij welke hit hij had gebruikt, waarna de Groot één van zijn razend knappe melodieën schreef en weer een klassieker was geboren.

Drs. P is natuurlijk het mooiste voorbeeld van een dichter die muziek gebruikte om zijn regels te ondersteunen. Ook zonder deze muziek zijn zijn verzen amusant mooi, maar juist met de klanken erbij is het geheel volmaakt. Ook hebben (pop)muzikanten vaak gedichten en literatuur gebruikt als uitgangspunt voor hun muziek, een zeer bekend voorbeeld is de componist Edvard Grieg die in de 19e eeuw zijn enigszins bombastische Peer Gynt-suite schreef, gebaseerd op een personage uit de verhalen van Henrik Ibsen.

Mijn persoonlijke favoriet is echter Tom America, voorheen zanger van de band Mam, die een conceptalbum maakte rond de Limburgse dichter Jan Hanlo. De single die hiervan getrokken werd was getiteld “De Mus” en had de briljante tekst: “Tjielp, tjielp, tjielp, tjielp, tjielp, tjielp”….etcetera en dat dus ruim 3 minuten lang. Het werd geen hit, maar wat mij betreft was deze tekst echt veel beter gevonden dan dat nummer van The Beatles. Ik wacht nu nog op een bewerking van de teksten van Paul van Ostayen, maar zou eigenlijk niet weten hoe die op muziek moeten worden gezet.”BOEM PAUKESLAG, daar ligt alles plat! Ooo………………….ooo” (enzovoort). Ik roep dus iedere muzikant op om deze teksten eens te googlen en er iets van te maken. Ik ben benieuwd…

Geen opmerkingen:

Een reactie posten