Eén van de sufste programma’s op de Nederlandse televisie
vind ik wel “Top Gear”. Misschien komt het doordat ik het programma nooit in
zijn geheel heb gezien, maar iedere keer als ik inschakel zie ik een krullenbol
triomfantelijk vertellen over het maximum koppel, het aantal PK’s en de
wegligging van de één of andere onbetaalbare bolide waar hij in zit. Jawel,
reuze interessant…voor de krullenbol. Waarschijnlijk ligt het gewoon aan mij.
Ik ben één van de weinige mensen die een auto puur als een gebruiksartikel
beschouwt, hetgeen me altijd enigszins vermanende woorden oplevert als ik hem
naar de garage breng voor een grote beurt.
Vandaar dat ik ook niet onder de indruk was van het feit
dat ons vorige kabinet “de maximum snelheid” verhoogde van 120 naar 130 en
daarbij net deden of dat een geweldig wapenfeit was. Wat mij betreft net zo interessant
als een verordening waarbij het minimum aantal graankorrels in een
volkorenbrood met 0,5% wordt verhoogd, volstrekt nutteloos dus.
Ik bevind me in dit geval echter in een klein gezelschap.
De mens bezingt, beschrijft en beschildert al jaren de snelheid waarmee hij
(veel vrouwen komen in dit deel van de kunst niet voor) zijn machine bestuurt.
Oehoe…oehoe..rentaart vond ik destijds maar een rare tekst, maar ging
uiteindelijk ook over Bertus en Tinus die zich kapot reden tegen….ehm….wat,
eigenlijk? Ook is niet duidelijk of er een heldendood gevolgd is, volgens
Bennie Jolink was dat uiteindelijk niet het geval. In legio andere gevallen
liep het (nog) minder goed af, ik noem zoal John Leyton met zijn “Tell Laura I
love her”, qua thema in het Nederlands overgenomen door Vader Abraham, toen hij
de hit “Manuela” van Jacques Herb schreef. Natuurlijk “Stille Willie” van de BB band,
maar daar was wel degelijk sprake van een heldendaad. Immers: “Een bus reed in
de bergen, Willie reed hem tegemoet”, Willie was hier een vrachtwagenchauffeur
die uiteindelijk het ravijn in kieperde om de bus met passagiers te beschermen.
Een lied dat nog immer regelmatig op mijn eigen repertoire staat als ik
bijvoorbeeld met een huurautootje in Noord-Griekenland langs al te steile
afgronden rijd.
Zoals gezegd: allen werden gezongen door heren, maar er
is één grote uitzondering: Phil Spector schreef ooit voor één van zijn vele
meidenbands “The Leader of the Pack”. Veel motorgeronk, een tragisch einde en
natuurlijk die mooie Wall Of Sound die des Spector’s was.
Ook hier weer doet goed voorbeeld goed volgen en dus is
er inmiddels een heel imposante lijst met verkeersslachtoffers in de popmuziek.
Eddie Cochran, Falco, Koos Alberts, Gene Vincent, Louis Neefs, Bob Dylan en,
naar sommigen hardnekkig beweren, Paul Mccartney. Maar degenen die dit laatste
geloven, denken ook dat John Lennon door een UFO werd meegenomen, dus laten we
die even buiten beschouwing.
Kortom: snelle auto’s en motorfietsen helpen goed mee aan
het in stand houden van het imago als stoere, mannelijke popartiest. En ik? Nou
ja, je kunt het ook zo zien: ik heb eigenlijk geen geld voor snelle auto’s. Wel
heb ik een fiets waar ik vrij vlot op ga, met name berg af. En ja, dan probeer
ook ik “mijn” snelheidsrecord te breken. Het staat officieel nog steeds op 65
km per uur. Maar ik kan veel harder, wacht maar af!!!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten