zondag 2 oktober 2011

KRAKENDE AKKOORDEN




Onlangs was het weer eens zo ver: een zanger, wiens debuutalbum ik destijds, een jaar of 9 geleden, helemaal heb stukgedraaid en die sindsdien bij mij wel wat potjes kan breken, kwam naar Nederland. En om het allemaal nog erger te maken kwam hij ook nog naar Volendam, dus ik kon ineens niet om hem heen. In alle kranten en blaadjes werd wel even gepraat over Tom McRae, de zanger in kwestie. En ook op Facebook en in het echte leven trof ik ineens een hoop mensen die hem ineens ontdekt hadden.

Zoals u wellicht inmiddels weet ben ik op het gebied van de populaire muziek nogal een fanatiek, ja, welhaast snobistisch, verzamelaar en luisteraar. En zoals alle liefhebbers van “de betere popmuziek” wil ik mijn helden zoveel mogelijk voor mezelf houden. Het is een raar psychologisch fenomeen, maar ik weet dat velen met mij er last van hebben. Een voorbeeld: tot op de dag van vandaag wordt het album “Misplaced Childhood” van Marillion (ja, da’s die met Kayleigh erop, die mooie rockballad uit de eighties) door de “echte Marillion-fans” beschouwd als een slap aftreksel van de voorgaande albums. Dat ze op de vorige twee nog enigszins stuurloos zwalkten, weliswaar goeie nummers afleverden, maar nog geen coherent geheel, wat een album toch zou moeten zijn, doet er verder niet toe. Het feit dat dit album, en zeker “die draak Kayleigh” een grote hit werd zorgt ervoor dat ineens iedereen het leuk vond, waardoor het niet exclusief meer was.

Zoals gezegd: zelf heb ik het de afgelopen jaren meermalen gehad met bands als Sigur Ros (1e album kocht ik in 1999), Midlake (2006), Elbow (2001), Muse (1999) en Radiohead (1992). Allemaal bands die gedurende de afgelopen 3 jaar (wel, Radiohead en Muse wat langer) definitief bij een groter publiek binnen kwamen en, inderdaad, het gevoel was grotendeels verdwenen….

Gelukkig heb ik afgelopen jaar ook meegemaakt dat het anders kan. Eind 2010 werd bekend gemaakt dat na een aantal jaren afwezigheid van de internationale podia de band “Godspeed You Black Emperor” weer zou gaan touren. Er zou in maart een optreden in Paradiso zijn en tot mijn grote vreugde lukte het me (nou ja, een goede vriendin van me) om een kaartje te bemachtigen. Deze band wordt door de kenners gezien als één van de aartsvaders van de moderne Postrock, een stroming die veelal instrumentaal is en zich kenmerkt door heel zachte en verschrikkelijk harde passages in de muziek. Dit, gelardeerd met heel bijzonder geluidsfragmenten, maakt de muziek in mijn ogen erg spannend en ik ben dan ook al jaren fan.
En hoeveel jaren? Wel, begin 1998 kocht ik op Schiphol een exemplaar van “Record Collector”, een Engels blad met heel veel achtergrondverhalen. Hierin stond een groot artikel over  een geheimzinnige band uit Toronto, Canada, welke uit de krakersbeweging voortkwam, alles in collectief deed, een eigen label had en alles gelijkelijk verdeelde. Ook muzikaal werd het spannend beschreven, dus mijn interesse was gewekt. Kort daarna ben ik dus muziek van ze gaan kopen en…enfin….de rest is geschiedenis. Ik had ze alleen nog nooit zien optreden en dat kon ook niet, want in 2007 gingen ze uit elkaar.
Terug naar vorig jaar: toen bekend werd dat ze eenmalig naar Nederland zouden komen kwamen ineens uit alle hoeken en gaten liefhebbers tevoorschijn en ontstond een heuse hype. Ook nu had ik de pest in, omdat ineens grut van 18 zich ging bemoeien met een band die al bestond toen ze nog in de luiers rondliepen. Het concert maakte echter ontzettend veel goed. Dit was van zodanig hoge kwaliteit dat ik geen enkele weerzin meer had tegen al die late instappers.
Integendeel: wat mij betreft worden ze ingelijst in één of andere hall of fame. Alleen vraag ik me af of men ze dan nog kan vinden, want naar verluid bewonen ze inmiddels weer een kraakpand in Canada…

Geen opmerkingen:

Een reactie posten