Ooit, in een ver en vreemd verleden, in de vorige eeuw, om specifieker te zijn, was ik zo onbezonnen om een platenlabel op te willen zetten. Ik had een radioprogramma bij Waterland FM en had uit hoofde daarvan contact met diverse beginnende muzikanten. Omdat ik overtuigd was van het hemelbestormende talent van enige van hen, dacht ik dat het best lucratief kon zijn om daar iets mee te doen.
Aldus kwam ik in contact met een nogal eigenzinnige, maar wel erg aardige Duitser die, wonend in een groot huis met aangebouwde geluidsstudio, een CD in eigen beheer had opgenomen. Ik was flink onder de indruk van ’s mans kunnen en sprak in een doldrieste bui de dure woorden: “Ik ga ervoor zorgen dat jij in de hitparade komt.” Want hitparades, daar wist ik alles van. Na 15 jaar lang wekelijks de top 40 bestudeerd te hebben en bovendien inmiddels bij een grote platenmaatschappij werkend, mocht ik er, vond ik, van uit gaan dat ik een expert was inzake het wel en wee in de muziekindustrie.
Aldus geschiedde. Er werd een contract opgesteld tussen “de artiest” en “de maatschappij” dat er een stuk netter uit zag dan de contracten die artiesten meestal onder hun neus kregen (en ik kon het weten: ik maakte ze zelf!) en ik verwierf het recht op de singles die van het album zouden worden getrokken.
Er werden een A-kant en een B-kant geselecteerd en de masters (de studiotapes, met daarop de “schoonste” opnames van de bewuste liedjes) werden verstuurd naar de perserij, zodat zij 1000 stuks konden persen, plus 1000 hoesjes. Kosten: 4000 gulden. Een flinke som, maar dat zou snel terugverdiend worden. Het was immers een steengoede track!
Vervolgens werd een plugger aangetrokken die de song a raison van nog eens 1000 gulden, zou gaan promoten. Enfin, na vier weken was de plaat een keer of 8 gedraaid op Hilversum 1 (het latere radio 2) in de Arbeidsvitaminen. En….Hans Schiffers vond hem goed!!!
Niets kon het succes in de weg staan, dus ik belde de distributeur om te vragen of er nog exemplaren bijgeperst moesten worden, ik lichtte enige kranten en tijdschriften in die het werkje zouden recenseren en/of opnemen in hun stukken en wachtte af.
Natuurlijk, psychologisch expert als u bent, kunt u reeds inschatten dat ik bovenstaand verhaal niet zo enthousiast zou hebben opgeschreven als er niet een totale anti-climax zou volgen. En die kwam ook: er werden welgeteld 4 exemplaren verkocht en de radio-omroepen vroegen zich af wat “het verhaal” bij de plaat was.
Daar ik een uitvoerige biografie van de artiest had bijgevoegd snapte ik de vraag niet helemaal. Ze wisten alles toch al???
Hoe dan ook: het momentum was voorbij en de stand bleef onverbiddelijk: 4 stuks.
De artiest en de maatschappij gingen, enigszins gedesillusioneerd, huns weegs.
Enkele jaren later fungeerde ik als manager business affairs voor het platenlabel van iemand anders. De inhoud van de functie was vrij variabel, onder anderen het aanprijzen van produkten bij buitenlandse partners was mijn taak. Zodoende kwam ik in Belgie enthousiast over de nieuwe release vertellen en kreeg uiteindelijk weer de vraag: “Jawel, maar wat is nu het verhaal achter deze plaat?” Na enige uitleg begon het me te dagen: een nummer wordt pas “opgepikt” door de radio als er een flink gefinancierde campagne achter staat. Als je dan ook nog je marketingbudget voor een flink deel besteed bij dezelfde radio-omroep is je kostje gekocht en wordt je al snel megahit, dance-smash of steunkous van de week.
Ofwel: jij geeft ons geld, wij draaien jouw plaat. Niks geen “wij vinden je muziek leuk”, dat is erg naïef om te denken.
Veel mensen zullen zeggen: “ja, wat had je dan verwacht???”
Maar tot op de dag van vandaag is het voor een totale muziekgek als ik volslagen onverteerbaar dat ook in Hilversum het geld regeert…..
Geen opmerkingen:
Een reactie posten