zondag 28 april 2013

PARALYMPICS




Laatst luisterde ik naar een album van Ian Dury, de briljante Engelse rockartiest (ik heb een hekel aan de term “pubrocker”) die ook alweer bijna 15 jaar geleden naar gene zijde vertrok.
In al zijn biografieën wordt tot vervelens toe het feit gememoreerd dat hij als kind polio had gehad, waardoor hij zijn levenlang als gehandicapte te boek stond. Mij boeide dat nooit, vanaf de eerste keer dat ik hem een nummer op TV zag playbacken (“Hit me” bij Avro’s Toppop, december 1978) besloot ik dat dit rare kleine mannetje geweldige nummers kon maken. En dat bleek ook toen hij later in 1979 het nummer “Reasons to be cheerful” de hitparade in…ehm….zong? rapte? Nou ja, hij zei  ritmisch zijn teksten op. Teksten die in de meeste gevallen niet zozeer met een tong in de wang (tongue in cheek) waren bedoeld als wel met een uitgestoken tong naar het establishment.

Zo maakte hij in 1981 de single Spasticus Autisticus waarop hij de draak stak met hoe mensen naar hem keken. Als een dribbelende, mismaakte, kwijlende levensvorm. Het bijzondere was vervolgens dat de grootste storm van kritiek voortkwam uit juist kringen van gehandicapten die vonden dat hij een onnodig stigma op hen plakte. Tja…

Om het verhaal even af te maken: hierna ben ik hem enigszins uit het oog verloren. In 1985 kwam er nog wel een maxisingle uit met daarop naast eerstgenoemde 2 nummers ook nog “Sex and drugs and rock ’n roll”, het lijflied van Ian Dury. De nummers waren allen geremixed en van (in mijn oren dan toch) smaakvolle synthesizer-riedels voorzien door Paul Hardcastle, een Amerikaanse producer en muzikant, vooral bekend door zijn anti-Vietnam song “19”. Begin jaren 90 kocht ik het album “New Boots and Panties”, hetgeen inmiddels één van mijn favoriete albums aller tijden is en in 1998 miste ik net het laatste optreden van hem in Paradiso, waar hij, inmiddels hevig verzwakt door leverkanker, op het podium kwam door middel van een speciaal liftje.
Begin 2000 overleed hij, 57 jaar oud.  Er werd nog een laatste album uitgebracht met restjes van de jaren ervoor en een paar nieuwe nummers en dat was het…leek het.
Een jaar later werd echter op instigatie van Robbie Williams een tribute-album gemaakt met als titel “Brand New  Boots and Panties”, waarop het originelealbum uit 1978 opnieuw werd ingespeeld door een aantal artiesten die Ian Dury hoog hadden zitten, waaronder Paul McCartney.

Eigenlijk was dit stukje bedoeld om aan te tonen dat het aandeel van gehandicapten in de muziek nauwelijks aanwezig is, maar gaandeweg schoten me de namen binnen van Robert Wyatt, Gene Vincent (na zijn ongeluk), “de drummer van Def Leppard (die heeft maar 1 arm)”, Stevie Wonder, Jeff Healey, Koos Alberts, Manke Nelis en vele oude bluesartiesten die destijds geen andere keus hadden dan muziek maken om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien.
Waarmee we kunnen vaststellen dat in de (pop-)muziek de integratie van lichamelijk gehandicapten een stuk hoger ligt dan in bijvoorbeeld de sport, waar aparte Olympische Spelen voor hen worden georganiseerd. Los van de goede bedoelingen vind ik dit nog steeds een vreemde ontwikkeling.
Ik stel dan ook voor dit in de toekomst gewoon gezamenlijk te laten vallen. Het voordeel hiervan is dat er voor beiden dezelfde media-aandacht is, hetgeen mij rechtvaardiger voorkomt dan de kleine artikeltjes op pagina 3 van het sportkatern die nu veelal zijn weggelegd voor de “Paralympics”.

Over de begeleidende muziek maak ik me weinig zorgen, muzikanten letten blijkbaar minder op elkaars beperkingen en meer op elkaars mogelijkheden….

Geen opmerkingen:

Een reactie posten