Als baardenloze jongeling (ik had een goed scheerapparaat) las
ik met enige graagte SF-lectuur. Voor degenen die niet veel lezen: deze term
staat voor “Science Fiction”, een genre dat zich met name afspeelt in de
toekomst en derhalve per definitie “Fictie” is, daar de meeste schrijvers geen
mediums zijn.
Dit genre bevat zelf weer een veelheid aan subgenres. Zo
heb je daar de afdeling “Fantasy”, waarin de meest buitenissige wezens op verre
planeten het met elkaar aan de stok
krijgen. Dit genre had slechts mijn matige interesse. Veel interessanter vond
ik de boeken die waar gebeurd “konden” zijn. Met name Arthur C. Clarke, Isaac
Asimov en natuurlijk ook Aldous Huxley waren erg bedreven in dit soort
verhalen. Eerstgenoemde ook omdat hij zelf een niet onverdienstelijk
natuurkundige was.
Deze verhalen lezend over toekomstbeelden waarin mensen
in hun eigen afgebakende wereld zaten en er geen ruimte meer was voor enige
creatieve ontplooïng deden mij wegdromen hiernaar. Uiteraard speelde ik in deze
dromen vaak de rol van de éénling, die zich, vanwege zijn uitzonderlijke
vermogens, moest afzetten tegen de heersende orde waarin alle afwijkingen in
eerste instantie met zachte hand, maar allengs steeds strenger, de kop in
werden gedrukt.
Uiteindelijk won deze éénling natuurlijk altijd en werd
vrijwel de gehele maatschappij ervan doordrongen dat de weg die hij volgde de
enige juiste was. Ach ja, enig narcisme was mij niet vreemd in die dagen.
En nu zijn we inmiddels het jaar 2000 voorbij. Het jaar
waar vele science-fiction-schrijvers van zeiden dat het revolutionair anders
zou zijn dan de eerdere jaren van de 20e eeuw. Het bleek
uiteindelijk mee te vallen, hoewel…..
De radio en de televisie hadden gedurende de 20e
eeuw het grootste deel van de huishoudens veroverd, praktisch het hele land
kluisterend aan een scherm waarop iedere avond van alles te zien was wat niet
gemist mocht worden, anders kon je niet langer meepraten.
Gedurende de jaren 90 was daar het internet bijgekomen en
de gevolgen hiervan zijn nog altijd in ontwikkeling. De afgelopen jaren is de
verkoop van muziek dramatisch teruggevallen, door het gratis aanbod hiervan via
internet. Ook films worden inmiddels massaal gedownload, zodat men niet langer
naar de bioscoop hoeft. En uiteraard hoeft men geen winkel meer te bezoeken,
dit kan allemaal vanuit het veilige huis geregeld worden.
De laatste paar ontwikkelingen zijn de snelle opkomst van
de e-reader, die het gedrukte woord en dus de boekwinkel overbodig maakt en
sinds kort wordt ook gezaagd aan een andere uitgaansgelegenheid: de
concertzaal. Immers: waarom zou je met veel moeite naar een plaats, soms 100
kilometer weg, rijden, een hele avond niet of nauwelijks mogen drinken en ook
nog een pak geld kwijt zijn voor parkeerkosten en/of concertkaartjes als je dit
gewoon kunt oplossen met een goede TV, een multimediabox en een paar biertjes? (of colaatjes, voor de soberen onder ons)
En zo wordt dus wederom een reden gegeven om jezelf
lekker op te sluiten in je eigen huis, luisterend naar gratis muziek, kijkend
naar je eigen TV-programma’s, films en concerten en je boodschappen bestellend
via een internetsupermarkt.
Zwelgend in je eigen cocon, je intussen afvragend hoe het
toch komt dat de kwaliteit van alles afneemt en het egocentrische in de mensen
steeds meer de overhand krijgt.
Nee, ik denk niet dat ik het kan keren en ik wil het ook
niet eens proberen. Maar ik word er soms toch een beetje verdrietig van…
Geen opmerkingen:
Een reactie posten