Regelmatig krijg ik de vraag van mensen: “Ja, maar wat
vind je nu zélf mooie muziek???”
Het antwoord is eenvoudig, maar moeilijk uit te leggen.
Mensen denken op gebied van muziek erg graag in vakjes en etiketjes. En dan
kijk ik zowel naar liefhebbers zelf als naar mensen die oordelen over andermans
muziekliefde.
Heel vaak zie ik mensen bij mij aan de kraam of in de
winkel die slechts één brandende vraag hebben, zoals: “Heb je ook iets van
Them???”
Als ik dan riposteer dat ik, helaas?, niets van de band
heb, maar wel één en ander van hun zanger, Van Morrison, wordt er mismoedig het
hoofd geschud en gaat een gedesillusioneerd muziekfreak zijns weegs. Naar mijn
idee is dit nogal kortzichtig. Natuurlijk kan ik me voorstellen dat je, als fan
en verzamelaar van een bepaalde band, wilt proberen je verzameling compleet te
maken. Maar om nu op een muziekbeurs met 2 kilometer stands met de meest
geweldige muziek je geluk slechts te laten afhangen van 1 artiest lijkt me niet
getuigen van liefde voor muziek.
Sterker: ieder moet het zelf weten natuurlijk, maar ik
vind sowieso mensen die zich ophangen aan 1 genre geen echte muziekliefhebbers.
Ze houden vaak krampachtig vast aan de muzieksoort die ze ooit, meestal in hun
jeugd, zijn gaan waarderen en hebben sindsdien nooit meer enige creatieve
ontwikkeling meegemaakt. Jammer!
Tot voor kort begon ik mijn antwoord met de woorden:
“Tja…wat vind ik leuk? Iets tussen klassiek en death metal, via jazz, hiphop,
techno en wereldmuziek.” Ooit was ik, zoals zoveel kinderen, een volger van de
hitlijsten. Dit ging zelfs zover dat ik iedere week voorspelde welke plaat de
volgende nummer 1 zou worden. Over het algemeen ging dat me feilloos af,
achtereenvolgens voorspelde ik “Lay your love on me” van Racey, “In the navy”
van the Village people, “Hooray, Hooray” van Boney M en vervolgens I want you
to want me en Bright eyes. Deze oefening wist ik 4 en een half jaar min of meer
foutloos uit te voeren. Vanaf mijn zestiende ging ik me echter interesseren
voor andere muziek en raakte de aansluiting met de hitlijsten enigszins kwijt.
Een eerste teken hiertoe is dat ik “Theme from Harry’s game” van Clannad een
eerste plaats toedichtte, wat faliekant misging, het ding kwam niet verder dan
11, terwijl de nummer 1 het suffe plaatje “Red Red Wine” was, één van de vele
hits van namaak-reggae-band UB40.
Ik raakte echter definitief het spoor bijster toen 5 jaar
later Salt & Peppa het nummer “Push it” naar de eerste plaats begeleidden.
Ik vond het nummer niet eens slecht, maar gewoon helemaal niets. Sindsdien is
mijn mening over de hitparade muziek steeds meer die kant opgegaan. Logisch
ook, de hitparade is niet langer mijn terrein, maar dat van mijn kinderen.
Intussen ging ik achtereenvolgens platen kopen uit het
Amsterdams uitgaanscircuit, die ook veelvuldig op piraten als Decibel en
W.A.P.S. werden gedraaid. Hierna schoot
mijn voorkeur meer naar alternatieve kringen, met name de Britse variant ervan,
met als highlight de nog altijd briljante muziek van The Smiths. In de jaren 90
kwam ik, door mijn werk voor diverse platenmaatschappijen intensief in
aanraking met house, jazz, metal en uiteindelijk, door mijn hobby bij diverse
radiostations, met krautrock, avantgarde, klassiek en nog meer jazz.
Dus ja….wat vind ik leuk??? Wel, ik denk dat ik simpelweg
kan stellen dat ik slechts muziek mooi vind als deze me raakt in het diepst van
mijn wezen. En verder luister ik bij
voorkeur naar muziek die de luisteraar beroert, soms zelfs irriteert, als er
maar een gedachte achter zit en het geen hapklare brokken zijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten