zondag 3 februari 2013

LEUKE MUZIEK



Regelmatig krijg ik de vraag van mensen: “Ja, maar wat vind je nu zélf mooie muziek???”

Het antwoord is eenvoudig, maar moeilijk uit te leggen. Mensen denken op gebied van muziek erg graag in vakjes en etiketjes. En dan kijk ik zowel naar liefhebbers zelf als naar mensen die oordelen over andermans muziekliefde.

Heel vaak zie ik mensen bij mij aan de kraam of in de winkel die slechts één brandende vraag hebben, zoals: “Heb je ook iets van Them???”
Als ik dan riposteer dat ik, helaas?, niets van de band heb, maar wel één en ander van hun zanger, Van Morrison, wordt er mismoedig het hoofd geschud en gaat een gedesillusioneerd muziekfreak zijns weegs. Naar mijn idee is dit nogal kortzichtig. Natuurlijk kan ik me voorstellen dat je, als fan en verzamelaar van een bepaalde band, wilt proberen je verzameling compleet te maken. Maar om nu op een muziekbeurs met 2 kilometer stands met de meest geweldige muziek je geluk slechts te laten afhangen van 1 artiest lijkt me niet getuigen van liefde voor muziek.
Sterker: ieder moet het zelf weten natuurlijk, maar ik vind sowieso mensen die zich ophangen aan 1 genre geen echte muziekliefhebbers. Ze houden vaak krampachtig vast aan de muzieksoort die ze ooit, meestal in hun jeugd, zijn gaan waarderen en hebben sindsdien nooit meer enige creatieve ontwikkeling meegemaakt. Jammer!

Tot voor kort begon ik mijn antwoord met de woorden: “Tja…wat vind ik leuk? Iets tussen klassiek en death metal, via jazz, hiphop, techno en wereldmuziek.” Ooit was ik, zoals zoveel kinderen, een volger van de hitlijsten. Dit ging zelfs zover dat ik iedere week voorspelde welke plaat de volgende nummer 1 zou worden. Over het algemeen ging dat me feilloos af, achtereenvolgens voorspelde ik “Lay your love on me” van Racey, “In the navy” van the Village people, “Hooray, Hooray” van Boney M en vervolgens I want you to want me en Bright eyes. Deze oefening wist ik 4 en een half jaar min of meer foutloos uit te voeren. Vanaf mijn zestiende ging ik me echter interesseren voor andere muziek en raakte de aansluiting met de hitlijsten enigszins kwijt. Een eerste teken hiertoe is dat ik “Theme from Harry’s game” van Clannad een eerste plaats toedichtte, wat faliekant misging, het ding kwam niet verder dan 11, terwijl de nummer 1 het suffe plaatje “Red Red Wine” was, één van de vele hits van namaak-reggae-band UB40.

Ik raakte echter definitief het spoor bijster toen 5 jaar later Salt & Peppa het nummer “Push it” naar de eerste plaats begeleidden. Ik vond het nummer niet eens slecht, maar gewoon helemaal niets. Sindsdien is mijn mening over de hitparade muziek steeds meer die kant opgegaan. Logisch ook, de hitparade is niet langer mijn terrein, maar dat van mijn kinderen.

Intussen ging ik achtereenvolgens platen kopen uit het Amsterdams uitgaanscircuit, die ook veelvuldig op piraten als Decibel en W.A.P.S.  werden gedraaid. Hierna schoot mijn voorkeur meer naar alternatieve kringen, met name de Britse variant ervan, met als highlight de nog altijd briljante muziek van The Smiths. In de jaren 90 kwam ik, door mijn werk voor diverse platenmaatschappijen intensief in aanraking met house, jazz, metal en uiteindelijk, door mijn hobby bij diverse radiostations, met krautrock, avantgarde, klassiek en nog meer jazz.

Dus ja….wat vind ik leuk??? Wel, ik denk dat ik simpelweg kan stellen dat ik slechts muziek mooi vind als deze me raakt in het diepst van mijn wezen.  En verder luister ik bij voorkeur naar muziek die de luisteraar beroert, soms zelfs irriteert, als er maar een gedachte achter zit en het geen hapklare brokken zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten