Ik ben een kind van de jaren 80, vanaf 1979 volg ik bewust de popmuziek. In die tijd kwam praktisch alle populaire muziek nog uit Engeland en, in iets mindere mate, uit Amerika. Uiteraard werd ook in Nederland muziek gemaakt, maar er waren slechts een handvol écht goede bands en de, in mijn ogen onbegrijpelijke, voorliefde voor het “volkse repertoire” had nog geen opgang gemaakt, enkele produkties van Pierre Kartner daargelaten.
Een band als Abba was dan ook in die zin een vreemde eend in de bijt, omdat ze uit het exotische Zweden kwamen. Nu was dit nog enigszins verklaarbaar doordat ze het Eurovisie songfestival hadden gewonnen, u weet wel, dat festival waar Nederland tegenwoordig keer op keer door het ijs zakt wegens gebrek aan zelfs commercieel talent, maar toch…
In 1983 kwam daar het kortstondig fenomeen Mezzoforte bij, een band uit Ijsland die een pittig partijtje fusion speelde, vooral live. Maar verder was Scandinavië muzikaal ondervertegenwoordigd.
Dat veranderde snel in de jaren 90. In de hitparade werden we geteisterd door bands als Ace of Base, Dr. Alban en Aqua (kent u ze nog? Hun grote hit “Barbie girl” werd op hilarische wijze gecovered door Rita Reijs. Nét buiten de hitlijsten behaalden echter Björk (Ijsland), 22 Pistepirrko (Finland), Motorpsycho (Noorwegen) en Saybia (Denemarken) aardige resultaten.
Hiernaast bevond zich in met name Noorwegen een flink contingent black- en deathmetalbands.
Tegenwoordig is het helemaal bal: Progmetalbands als Opeth, techno-artiesten als Biosphere en li-la-luisterliedjes van Kings of Convenience verdringen zich om de aandacht van de gemiddelde alternatieve luisteraar. Ik beperk me hier bewust even, anders kan ik deze hele column vullen met een lijst artiesten en bands.
Maar…hoe kan dat nou? Hoe kan een qua populatie zo klein gebied zóveel moois ten gehore brengen? Sociologen hebben er wel een verklaring voor. Doordat in het “hoge noorden” de dagen gedurende de winter erg kort zijn, zeg eigenlijk maar, niet aanwezig zijn, hebben veel mensen daar aanleg voor depressieve buien. Het is algemeen bekend dat dit, gepaard gaande met wat creativiteit, vaak leidt tot originele ideeën.
Voorbeelden? De componist Edvard Grieg wist met zijn Peer Gynt-suite toch een bepaalde sprookjesachtige sfeer op te roepen. En denk eens aan het schilderij “de schreeuw” van, alweer, Edvard Munch, zó veel angst is in een schilderij zelden uitgebeeld.
Maar ook lieflijker dingen als de beelden van Vigeland, de Noorse beeldhouwer die in Oslo een schitterend park heeft aangelegd met mensfiguren die zó lijken te kunnen weglopen en soms gewoon zeer aandoenlijk zijn. Ik moest in ieder geval wel iets wegslikken bij zijn kinderfiguren.
Een absolute aanrader voor wie ooit naar Noorwegen gaat.
En tot slot natuurlijk Henrik Ibsen, de 19e eeuwse schrijver die in eerste instantie verantwoordelijk was voor het verhaal van Peer Gynt.
Tja, Scandinavie dus, land van sprookjes, trollen, natuur en rust. Je zou bijna vergeten dat de aard van het land (het duistere dus) ook met zich meebrengt dat er veel alcoholisme heerst.
Goed voor de overheid, want de accijnzen op alcohol zijn er immens. En met de opbrengst worden weer culturele doelen gesteund. Ja, het klinkt als een Luilekkerland voor linkse hobbyisten…
Wat mij betreft is het zelfs al bijna zo ver dat, als ik in een recensie lees dat een orkest, artiest of band uit een Scandinavisch land afkomstig is, dit bij mij automatisch tot enige interesse leidt.
Mag ik het zeggen: zelfs Abba!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten