Popmuziek.
Een woord dat al bestaat zolang wij ons kunnen herinneren, inmiddels.
In januari 1891 werd in Amerika (tja, waar anders) het blad “Phonogram”voor het eerst uitgegeven. In dit blad kon men lezen welke platen en wasrollen (want de gramophone-plaat was slechts 3,5 jaar daarvoor uitgevonden door Emil Berliner en was dus nog een noviteit) en ook welke artiesten op dat moment populair waren, ofwel de “Popular Music” uit die tijd. De afkorting naar “Popmusic”was vervolgens snel gemaakt.
En hier zit ik dan, 119 jaar later, me af te vragen of deze popmuziek genoeg te vertellen heeft om regelmatig een stukje over te schrijven. Al typend dwalen m’n ogen naar mijn CD-kast, kijkend naar de CD-serie “Jazz in the charts”, een honderddelige serie met muziek uit de periode 1936 tot en met 1946, met daarin alle bigbands die in de (ook weer Amerikaanse) hitlijsten verzeild raakten.
Sommige popmuzikanten zijn pas beroemd geworden ná (en soms zelfs dankzij) hun dood, maar van bijvoorbeeld Glenn Miller mag je stellen dat hij, voordat zijn vliegtuig op die noodlottige 15e december 1944 in het Kanaal stortte, al enorme mensenmassa’s op de been bracht. In het voorjaar van 1940 had hij maar liefst 25 hits op rij, iets dat tegenwoordig alleen aan Michael Jackson voorbehouden is, en bij hem was het ná…enfin, u begrijpt wat ik bedoel.
Verder langs de boxjes van Sun Records en Chess Records, de respectievelijke labels van Elvis en Chuck Berry (en heel veel anderen). De Beatles, zojuist opnieuw opgepoetst en nú nóg beter klinkend (alsof er al niet genoeg wasmiddelenreclames zijn).
De jaren 70, Vicky Leandros, oeps…een jeugdzonde noemen ze dat geloof ik,
mijn allereerste zelf gekochte LP, Nina Hagen Band en wát voelde ik me punk...
De jaren 80, door sixtiesliefhebbers steevast als “die verschrikkelijke jaren 80” aangeduid. Maar wat maakten The Smiths, The Cure en ja, zelfs de Fatal Flowers uit Amsterdam, een schitterende platen, hoewel die laatsten wel weer erg leenden uit die jaren 60.
In de jaren 90 werd het wat mij betreft pas écht spannend, alles kon en alles mocht en dus werden vroege psychedelica, jazz, hip-hop, house, wereldmuziek en rock leutig door elkaar gegooid onder het motto “cross over”. Luister eens naar Beck, Transglobal Underground, maar let vooral ook op niemand minder dan Miles Davis. Hij overleed in 1991, maar niet nadat hij ons een paar jaar eerder met de plaat “Doo-Wop” nog even het eerste echte jazz-hip/hop album naliet, waardoor hij het voor de zoveelste keer flikte voor alle troepen uit te marcheren.
En dan het heden: ik heb met mezelf ooit de afspraak gemaakt geen zure ouwe lulhannes te worden die vroeger alles beter vond, maar betrap mezelf er wel steeds meer op dat ik (bijna) “alles al een keer gehoord heb”.
Maar toch…ook dingen die bekend voorkomen, kunnen pareltjes opleveren.
Een paar tipjes van afgelopen jaar? Richard Hawley, DJ Hell, Animal Collective en “good old” JD Souther.
Hmmmm….als ik naar deze opsomming kijk, denk ik dat er toch wel één en ander te vertellen valt over popmuziek.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten