Een kennis nodigde me enkele weken geleden uit om langs te komen bij “Vrienden van Amstel live”. Hij trad daar zelf op en mocht nog een paar kaarten uitdelen. Helaas had ik andere verplichtingen en bovendien geen idee wie daar verder allemaal optraden. Jammer, ik had hem wel eens willen zien optreden, hoewel ik bepaald geen liefhebber ben van “live-muziek”.
Over het algemeen probeert men zoveel mogelijk het op een geluidsdrager vastgelegde studiogeluid na te bootsen, hetgeen gedoemd is te mislukken omdat het geluid ten eerste vaak erg veel te hard staat en aan een studiomix nu eenmaal veel langer geschaafd kan worden dan aan een optreden. Hiernaast beschikt men nu eenmaal niet over de effecten uit de studio die een opname laten klinken zoals hij tot stand is gekomen.
Ik weet het, dit is slechts een mening en ik weet dat velen het niet met mij eens zijn. Dit wordt mij keer op keer bewezen door de enorme horden Bob Dylan fans die ik op beurzen tegenkom en die er een eer in scheppen zowel zijn performance van “Like a Rolling Stone” in Steenwijk als zijn vertolking van “The times they are a-changin’” in Greenwich op bootleg te veroveren. Enfin, liefde voor live muziek zit hem vaak meer in de sfeer, lijkt mij.
Zo had ik jarenlang als meest saaie concert ooit in mijn boeken staan het optreden van de Eagles in de Kuip in 1995. Het euvel was wat ik hierboven reeds beschreef: men probeerde natuurgetrouw de platen te imiteren, hetgeen niet mogelijk is. Overigens leverde het debiteren van deze mening me ooit een conflict op met een goede vriend, die mij vertelde dit juist het concert van zijn leven te hebben gevonden. Waar nostalgie al niet goed voor is…
En toch, anderzijds klopt mijn stelling inzake live-muziek niet. Ik ben jarenlang een fervent bezoeker van North Sea Jazz geweest en heb met zeer veel plezier optredens bijgewoond van BB King, Pharao Sanders, Herbie Hancock, Zuco 103, Michael de Jong en vele minder bekende goden der jazz, blues en een tikje latin muziek. Dit is vermoedelijk te verklaren omdat men hier nu juist live de op plaat/CD gebaande paden ontweek en geheel nieuwe muziek gecreëerd werd op de diverse podia.
Concluderend dus, maar nogmaals, puur voor eigen gebruik: live muziek is OK, voor zover er iets wordt toegevoegd aan het repertoire van de betrokken artiest.
In dit kader nog een anekdote: Tijdens North Sea Jazz 1999 trad ook Saskia Laroo op. Zij is een trompettiste die het midden houdt tussen Candy Dulfer en Kyteman. In jazzkringen vrij commercieel dus. De zaal stond dan ook voor aanvang behoorlijk vol. Ik kwam zelf echter niet voor haar, want had gezien dat haar optreden verplaatst was. In haar plaats traden 3 mannen aan, waaronder één van mijn helden, Bill Laswell, één van de grootste talenten ooit op bas en ritme-gebied en één van de godfathers van de electro in de jaren 80. Naast hem stond John Zorn, avant-gardistisch saxofonist en op drums Mick Harris, de drummer van Napalm Death. Dit driemanschap, onder de naam “Painkiller” kreeg het voort elkaar om met hun mix van krijsende meeuwen, tandartsboren en dub-ritmes de zaal in 20 seconden leeg te spelen. We bleven met 14 personen over en vonden het machtig interessant. Over sfeer gesproken….
Geen opmerkingen:
Een reactie posten