Eén van de frustraties van een muziekliefhebber van de
vorige generatie is de smaak van de nieuwe generatie. In het collectief
geheugen is dit begonnen toen Elvis heupschuddend op TV verscheen. De dominees
spraken over hel en verdoemenis, die rock ’n roll kon niet deugen. Enkele jaren
later hadden The Beatles (en de Stones) hun haren tot over hun oren hangen en
later zelfs nog langer.
En toen men daar allemaal aan gewend was kwamen de
punkers in beeld met hun hanenkammen en veiligheidsspelden door hun lip
etcetera. De muziek die dit ongure tuig bovendien bracht was ten hemel
schreiend zo slecht, vonden “de ouderen”. Ja, ook ik was een, zij het stiekeme,
muzikale rebel. Over het algemeen was ik veel bezig met de gangbare top 40
muziek (die in mijn jeugd veeeeeel beter was dan tegenwoordig), maar mijn
eerste LP was toch echt van de Nina Hagen Band, destijds een rebels Duits
zangeresje met groene lippen die quasi-maatschappij-kritische teksten uitstiet
over abortus en (jeugd-) werkeloosheid, een hot issue in 1979 (wat verandert er
toch weinig).
Overigens mag ik hier nog altijd graag mee pochen onder
mede-muziekfanaten, waarbij ik uiteraard verzwijg dat mijn eerste singletje “Blame
it on the boogie”van the Jacksons was, een bandje dat iets minder “cool” was.
Toen ik vandaag een hoop muziek draaide uit begin 1979
voelde ik me weer heel even net als toen: de wereld was van mij en er kon mij
niets gebeuren. Een gevoel dat bij je blijft gedurende je eerste twaalf
levensjaren en deels ook nog de tien haar daarna, waarna het rap afneemt.
En intussen had ik dus medelijden met mijn kinderen, die
niet zo gelukkig waren dat ze mochten opgroeien in een tijd dat zelfs in de top
40 bijna alleen maar mooie muziek stond.
Hoewel…….achter elkaar kreeg ik ineens hits van de Dolly
Dots, de Twee Pinten, Sandy (“Ik ben verliefd op John Travolta”) en meer van
dat moois over me heen. Het stomme is dat je, als je dit hoort, je er toch wel
een lekker gevoel bij krijgt. Enige melancholie overvalt je bij de meest
knullige deuntjes uit die tijd, terwijl je eigenlijk best beseft dat je, indien
artiesten van nu dit soort muziek maken, eigenlijk gruwt van de gladheid van de
composities.
Mijn kinderen hebben me afgelopen jaar getrakteerd op
nummers van Katy Perry, PSI, een suf kuikentje en een hoop nietszeggende
R&B-rommel. Maar om nu te zeggen dat dat slechter is dan de gemiddelde
meidengroep uit 1980…..of beter….het blijft een apart fenomeen, wil ik maar
zeggen.
Maar om het collectief geheugen ook even ongelijk te
geven: Vóór Elvis werd er al schande gesproken van de dansorkesten in de jaren
30 en 40 en ook de opkomst van de jazz en blues in de jaren 20 kon niet op veel
bijval rekenen van de oudere generatie. En….het is iets voor mijn tijd, maar
ook het plotselinge succes van de
cabaretiers, rond 1920: Louis Davids en eerder nog: Jean-Louis Pisuisse, Dirk
Witte en Eduard Jacobs was meer een “ding” van de iets jongere generatie
destijds…..
Kortom: het probleem van de “slechte” muzieksmaak van de
jeugd van tegenwoordig is een probleem van alle tijden. Dus laat ik mijn
kinderen, heersers van de wereld als ze zijn, lekker naar 538 luisteren,
terwijl ik zelf foeterend een cd-tje opzet met lekker gedateerde muziek, zoals
het een ouwe lul betaamt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten