Wat bezielt mannen toch om steeds maar zo hoog mogelijk
te willen vertoeven?
Misschien een rare vraag om te stellen, hier in het
westen van Nederland, een deel van het land dat structureel onder het zeeniveau
ligt en nog hartstikke plat is ook. Maar ga maar na: Ook in de popmuziek is
vaak sprake van mensen die bovenop een heuvel, een berg of zelfs “on top of
everywhere” (ELO-Eldorado) zitten. En het zijn bovendien altijd mannen, ook in
de literatuur. Altijd gaat zo’n vent ergens hoog zitten om zich vervolgens
jarenlang te verpozen met diepzinnige filosofische overpeinzingen. En als al
dat gedenk tot een goed einde is gebracht, brengt de man in kwestie het zelfs
soms tot “de wijze van de top”. Onder sommige mannen een ultieme
droomvervulling van hun levensdoel.
Vrouwen mogen zich
ook wel afzonderen van de mensheid, maar dit is dan niet ter diepere
beschouwing, nee, dat is dan om als vraagbaak te dienen waar het om
gezondheidszorg en kruidenkennis gaat.
Het is dus duidelijk: de emancipatie is nog altijd aan het
kluizenaarsschap voorbij gegaan.
Dit fenomeen is trouwens ook goed terug te zien in
diverse videoclips en op platenhoezen. Juist tijdens momenten dat de muziek
epische vormen aanneemt hebben de heren nog wel eens de neiging om met hun
armen wijd bovenop een klif te gaan staan. The Simple Minds hadden hier nog wel
eens een handje van en zo zijn er wel meer voorbeelden te bedenken. Naar mijn
idee een stukje aanstellerigheid ten top, om het maar eens toepasselijk te
zeggen…
Hoewel??? Ik herinner me een najaar in 1994 toen ik een
weekje op Madeira rondliep, ooit nog eens bezongen door Eddy Christiani, maar
dat was geen filosoof. Hoe dan ook: op een bepaald moment besloten we een
wandeling te maken vanaf de Pico Ruivo, het hoogste punt van het eiland, een
uitgedoofde vulkaan van een kleine 1900 meter hoog. En omdat Madeira natuurlijk
rechtstreeks uit zee oprijst was deze 1900 meter ook echt zo hoog, in
tegenstelling tot sommige bergen in Oostenrijk, die al vanuit een dal van 1300
meter stijgen. Het was overduidelijk een vulkaan die niet verschrikkelijk lang
geleden nog van zich had laten horen, de begroeiing was nagenoeg niet aanwezig,
maar de zwarte basalt des te meer. We liepen over een smal pad, hier en daar
afgebrokkeld langs dieptes die me niet gastvrij voorkwamen. Uiteindelijk kwamen we op een punt waar het
pad over een bergkam ging en van daaruit
enkele kilometers voortging, bovenop de bergrug. En ja, ik moet zeggen,
het gevoel dat toen over me kwam was een onverklaarbaar gevoel van macht. Links
en rechts van me lag het eiland en ik was hier, min of meer alleen, “on top of
the World”, de wereld die ik als het ware onder mij door zag draaien.
Uiteindelijk ging de illusie voorbij en stapte ik drie
kwartier later in de taxi die we aan het einde besteld hadden, maar het gevoel
bevreemdde mij. Wat maakt het toch zo aantrekkelijk om op zo grote hoogte te
verblijven??? Ik kom er niet uit, vrees dat er maar één ding op zit: de bergen
intrekken met een rugzak en daar blijven tot ik dit raadsel ontward heb.
Alleen ben ik in mijn geval bang dat men mij niet zal
zien als ‘de wijze van de top’, maar eerder als “The Fool on the Hill”….
Geen opmerkingen:
Een reactie posten