zaterdag 10 maart 2012

La Mer




Zelden werd een vrouw poëtischer bezongen dan in dit lied vol weemoed, heel mooi ingehouden uitgevoerd door Charles Trenet, min of meer de vader van het Franse chanson in de 20e eeuw (Mistinguett was de grootvader).
Het was 1935, het jaar waarin Parijs nog werd uitgesproken met op de achtergrond melancholieke harmonicaklanken. De oor log was in de beleving van de meeste mensen nog ver weg, al was het populistisch gebazel van sommige politici al wel punt van zorg voor veel mensen.

Enige tijd geleden had ik een discussie met iemand die oorspronkelijk niet Nederlandstalig is. Ze verwonderde zich er over dat “wij Nederlanders” luisterden naar muziek in andere talen. Engels en Duits was nog begrijpelijk, maar Frans, Spaans, Italiaans en Portugees waren toch absoluut talen die niet iedereen op straat beheerste en toch zongen we allen luidkeels, zij het fonetisch mee met “Quireme Mucho”, “Volare” of “Ne me quittes pas”. En ja, we begrepen vaak wel de strekking van genoemde nummers, maar de diepere gedachten achter de tekst ontging ons toch volledig. Hoe konden we op deze wijze tóch de juiste waardering opbrengen voor genoemde stukken? Die vraag was een kolfje naar mijn hand. Ik legde haar uit dat, sprekend voor mezelf, ik bij voorkeur nooit naar teksten luister, me liever bezighoud met de muziek en de wijze waarop deze wordt overgebracht. Reden waarom ik bands als Dead can Dance en Sigur Ros, beide bands die min of meer woordloos zingen, zo geweldig goed vind. Bij het beluisteren van de intensiteit van de zang raak je nodeloos afgeleid als je naar teksten gaat luisteren.
Ze vond het maar een rare verklaring, maar snapte daardoor wel iets meer mijn afkeer van (de meeste) Nederlandstalige muziek.

Enfin, terug naar Charles Trenet. Hij overleed slechts enkele jaren geleden, heeft vele andere hits gehad,  maar is zijn levenlang dit lied blijven zingen. Het is eigenlijk een gedichtje van niets, maar het bijbehorend melodietje kan zomaar een week lang in mijn hoofd blijven hangen. Wat mij betreft is het één van de mooiste nummers die de 20e eeuwse populaire muziek heeft voortgebracht.
Eigenlijk is dit wonderlijk, want tot voor kort had ik werkelijk geen idee waar de man over zong. Ja…de zee…zover was ik, maar de rest vulde ik in met mijn fantasie, op basis van het suikerzoete arrangement.
Juist hierdoor kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat Trenet misschien niet over de zee zong, maar dat hij, romantische geest als hij was, dit gebruikte als een metafoor voor de liefde. Vergeef mij als ik nu wat al te vrijblijvend vertaal, maar er komen blonde schapen en engelen in voor, hetgeen op meerdere wijzen geïnterpreteerd kan worden. Ik zal trachten u een inkijkje in mijn hoofd te geven: Al luisterend wordt ik meegevoerd naar een ander leven, naar een avond lang geleden, waarop ik mij met mijn geliefde bevond op een veerpont op één van de grote rivieren, terwijl de wolken zich openden en de volle maan ons samenzijn bestreelde.
Soms heb je van die momenten dat alles lijkt te kloppen, dat de Almachtige zelf zijn goedkeuring lijkt uit te spreken over je kleine persoon en je ziel dus de ultieme balans vindt.

En zo’n moment heeft Trenet wat mij betreft dus weten te vangen in zijn lied, in de melodie en ja, ook in de woorden welke een merkwaardige zalving lijken voor mijn geest, los van wat ze betekenen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten