zondag 4 maart 2012

POPMUZIEK (deel 2)



Twee jaar geleden begon ik deze column middels een verhaaltje met deze titel.
In dat eerste verhaal vroeg ik me af of er wel genoeg muzikaal stof was om dit wat langer vol te houden. Inmiddels weet ik het antwoord: volmondig ja, zolang mijn hoofd maar dezelfde rare combinaties maakt tussen muziek en het dagelijks leven.

Eén lichte frustratie moet me echter van het hart: het feit dat de klassieke (tegenwoordig ook “ernstige”) muziek enigszins onderbelicht blijft. Ik kan daar niet veel aan doen, opgegroeid als ik ben in de jaren 70 en 80, dus ruim na de jaren 50, begin 60, toen het nog bonton was om je kinderen enige muzikale educatie bij te brengen middels het bezoeken van zondagmiddagconcerten of sowieso de in de huiskamer gespeelde muziek vaak nog van Straus, Mozart en aanverwanten was.
Bij mij thuis stond echter niet heel veel muziek op en als het opstond was het nauwelijks klassiek te noemen, dus in die zin is het nooit onderdeel geweest van mijn opvoeding.

Ik zelf heb dit enigszins proberen te omzeilen door op zondag uitsluitend jazz of klassieke muziek te draaien voor mijn kinderen. Ik weet het: jazz is niet klassiek (ik heb zelfs een buurman in de Kerkstraat die beweert dat er na 1900 geen fatsoenlijke muziek meer is gemaakt), maar wat mij betreft doe ik mijn best.

Het is echter eigenlijk wel een vreemde situatie: je mag vaststellen dat een erg groot deel van de mensen graag muziek tot zich neemt, nog meer dan boeken. Maar tegelijkertijd beslaat het aandeel klassieke muziek dat verkocht wordt slechts een marginaal deel van de totale verkopen. Hoe komt dit toch? Composities van populaire liedjes zijn aantoonbaar minder van kwaliteit dan die van klassieke componisten en popmuzikanten zijn in het beste geval welwillende amateurs, vergeleken bij hun geschoolde collega’s van het conservatorium.

In die zin is jazz enigszins een uitzondering. Ooit, rond 1917, ook begonnen als populaire muziek is dit steeds meer een vorm geworden van excellerende instrumentalisten. Sowieso de blazers, maar ook de pianisten/keyboardspelers en zelfs de gitaristen laten hun confraters in de rock mijlenver achter zich als het gaat om instrumentbeheersing. Over vocalisten zullen we het maar niet hebben. Wellicht de enige uitzondering is Steve Hackett, de vroegere gitarist van Genesis, die met zijn instrument  weet uit te blinken in vrijwel iedere muzikale discipline.

Ik word dan ook altijd een beetje lacherig als er naar iemand die “Popstars”, “Voice of Holland”, “Idols” of “X-factor” wint wordt verwezen als “erg talentvol”. De persoon in kwestie kan vaak aardig zingen, maar meer ook niet. Vervolgens wordt er door een al even middelmatig componist en ronduit gebrekkig tekstschrijver een liedje gewrochten en dan gebeurt het ongelooflijke: Heel veel mensen vinden het volslagen nietszeggende voortbrengsel geweldig!

Begrijp me niet verkeerd, ik heb jarenlang nauwlettend de top 40 gevolgd en kende alle platen die er in stonden. En vond ze leuk! Ook de goedkope rommeldeuntjes met lalalalatekstjes.
Het is namelijk zo lekker makkelijk te begrijpen allemaal. De melodielijntjes volgen geijkte patronen, de teksten volgen het Prisma Rijmwoordenboek. Het is niet voor niets, denk ik dan, dat een hoop platen “vet” worden genoemd door mijn oudste dochter.
Het zijn lekkere zakken patat met slagroom en poedersuiker. Maar ik verwen mijn oren soms ook graag met een paar lekkere mandarijnen en een rauwkostsalade…

Geen opmerkingen:

Een reactie posten