Zittend in de Amsterdamse Stadsbus, zonder kaartje
uiteraard, want wat is het leven zonder spanning. Doelloos kijkend naar de
voorbijrijdende winkelramen, één der laatste melkboeren, een onduidelijke
kledingzaak die betere tijden heeft gekend en….alarm!!! een platenzaak!!!
Ik druk snel op het knopje, stap uit en stuif naar het raam
dat ik niet eerder zag….
Bovenstaande is een vrij accurate omschrijving van hoe ik
een deel van mijn studietijd doorbracht. Als ik iets minder gemotiveerd was om
lessen te volgen ging ik altijd misbruik makend van het openbaar vervoer de
stad doorkrossen, zoekend naar platenwinkels die ik nog niet kende.
In 1986 kende Amsterdam er nog vele in alle soorten en
maten. Alleen al rond de hoek Bilderdijkstraat/Kinkerstraat zaten er 5 zeer
dicht bij elkaar, elk acterend in een verschillend segment. Mijn favoriet was
Forever Changes, een klein zaakje met een eigenaar die zijn sporen had verdiend
in het Amsterdamse krakers-circuit. Hij had op de toonbank altijd een doosje met
punksingles, in waarde oplopend tot 200 gulden (u weet wel, die kansloze
voorloper van de Euro). Maar de reden dat ik er kwam was dat er LP’s stonden
voor 5 gulden per stuk en dat waren echt de nieuwste titels. Achteraf hoorde ik
dat deze kwamen van een vooraanstaande VPRO-DJ. Ik heb er heel wat moois
weggetrokken, Robbie Robertson, Labi Siffre, Latin Quarter en zo verder.
Soms kon ik niet geloven dat een plaat zo goedkoop was,
maar de eigenaar corrigeerde me dan met harde hand: “Hoezo, wil je er dan 10 gulden
voor betalen??? Nou, zeur dan niet en neem mee dat ding!!!” Het was een man met
een groot empathisch vermogen, maar soms kwam dat niet helemaal uit de verf.
Op het Osdorpplein had je Disco Alberti, jawel de zaak
van Willie en zijn broer Tony. Daar heb ik mijn 100e LP gekocht,
Phantom of the Night van Kayak (de 99e kocht ik toen ook, maar dat
was die van Europe, dat klinkt al iets minder).
En aan het eind van de Johan Huizingalaan, op de kruising
tegenover het Anthonie van Leeuwenhoek-ziekenhuis, was een lief winkeltje,
Capriccio genaamd. De eigenaren hiervan waren 2 oudere heren, ze waren eind
jaren 50 de winkel begonnen en hadden eigenlijk sindsdien weinig aan de sfeer veranderd.
Langs de muren stonden grote bakken met klassieke LP’s, daar hadden ze het
meest verstand van. Gaandeweg was er echter steeds meer meubilair bijgekomen en
inmiddels stond er dus een allegaartje van opbergsystemen voor LP’s,
cassettebandjes en zelfs een paar CD’s. De toonbank was ooit achterin de winkel
gesitueerd maar inmiddels was Slotervaart van een middenstandswijk toch iets
verloederd en dus werd je nu bij een klein kassameubel naast de deur opgewacht.
Toen al hopend op een carriere in platenzakenland heb ik
nog gesolliciteerd naar een functie als zaterdaghulp maar de minzame eigenaar
met de breedomrande bril kuchte even, keek naar buiten en antwoordde met dat
geweldige articulerende jaren 50 zwart-wit-TV accent van hem: “Neen, ik ben
bang dat bruin dat niet kan trekken, “ want het was weliswaar een
ras-Amsterdammer, maar tevens een keurige heer.
Enige jaren later waren ze weg, vermoedelijk met
pensioen. Ik mis ze wel, al die platenzaken, al die verhalen en al die
liefhebbers op hun eigen manier. Disco Helsloot, Crescendo, Unico Glorie, Hesse
en al die anderen die mijn studietijd verlichtten met de mooie muziek van
voorbije jaren.
Daarom alleen al juich ik iedereen toe die nu nog steeds
dit ambacht oppakt
Geen opmerkingen:
Een reactie posten